maandag 10 augustus 2026

 
ZICHTVELD, ZICHTASSEN EN DOORKIJKJES
 
In het vorige blog over de familie Havik, meldde ik dat er een nieuw haviksnest is gebouwd hoog boven het zichtveld. Een collega vrijwilliger vraagt zich af of het voor iedereen duidelijk is wat ik met “het zichtveld” bedoel. Mooie aanleiding voor een nieuw blog.
We gaan een heel stuk terug in de tijd.

Al in 1281 werd vermeld dat Te Werve deel uitmaakt van een reeks kastelen, die op de rand van de strandwal werden gebouwd.
Er braken roerige tijden aan voor Holland en Zeeland, met de Hoekse en Kabeljauwse twisten en rond 1350 werd het kasteel verwoest.
Bijna honderd jaar later, in 1448 werd Te Werve, door de Graaf van Holland, te leen gegeven aan ridder Jan Ruychrock. Hij bouwde een nieuw kasteel op de puinhopen en breidde het grondgebied uit.
Hoe in de middeleeuwen de tuin van het kasteel eruitzag, is lastig te achterhalen. Aannemelijk is dat er een boomgaard, een kruiden- en moestuin zijn geweest voor het produceren van eigen voedsel, wat in die tijd gebruikelijk was.

We maken een sprong naar de 17e eeuw. Het kasteel werd gemoderniseerd en het park werd in formele stijl aangelegd met rechthoekige compartimenten. Het idee achter die formele stijl is dat de mens de natuur volledig beheerst. De natuur werd in strakke vormen gedwongen, onder andere door het snoeien van strakke hagen. Op een kaart uit 1611 is een lange rechte oprijlaan vanaf de huidige Van Vredenburchweg naar het kasteel te zien en op de kaart van Kruikius uit 1712 staat een kaarsrechte Serpentine Gracht aangegeven. Hier is dus duidelijk te zien dat Te Werve is aangelegd in de formele- of Franse stijl.

 


Vanuit het toenmalige kasteel waren er oorspronkelijk twee strategische zichtassen, die verder reikten dan het landgoed zelf, een historisch recht op vrij uitzicht. Dit zogenaamde servituut of erfdienstbaarheid verplichtte de eigenaren van omliggende landerijen hun gronden onbebouwd te laten om het zicht vrij te houden.

Het zichtveld waar ik op doelde i.v.m. het haviksnest, betreft het grote open veld achter het landhuis, aan de kant van de Van Vredenburchweg, de oorspronkelijke zichtas richting Grote- of Jacobskerk in Den Haag. De andere zichtas, het veld aan de voorkant van het landhuis, aan de kant van het meer, bood uitzicht op de toren van de Oude Jan in Delft.

Pas in 1954 werd dit laatste recht op vrij uitzicht, met toestemming van de toenmalige eigenaar, afgeschaft om uitbreiding van de gemeente Rijswijk (Plaspoelpolder en woonwijk Te Werve) mogelijk te maken.

Vanaf ongeveer 1810 veranderde de stijl van het landgoed langzamerhand in een Engelse landschapsstijl, waarin men de oorspronkelijke natuur terug liet komen. De rechte strakke lijnen werden vervangen door glooiende lijnen. Er werden doorkijkjes of informele zichtlijnen en open ruimtes gecreëerd die uitzicht boden op prachtige bomengroepen en schilderachtige bruggetjes over een inmiddels meanderende Serpentine Gracht. Op een kaart van Noordaa uit 1848 is de landschapsstijl duidelijk herkenbaar.



Nadat Abel Labouchere het landgoed kocht en De Put was gegraven, ontstonden er nieuwe doorkijkjes of informele zichtlijnen over het water. 

Het huidige park is nog steeds te ervaren zoals het begin negentiende eeuw bedoeld was, terwijl je door de bostuin of langs het meer wandelt, kun je genieten van schilderachtige open ruimtes en verrassende doorkijkjes. En als je goed kijkt kun je her en der nog een aantal overblijfselen uit de formele stijl ontdekken.


IG 3-8-2026

bronnen: monumenten.nl, AI, “Rondom de duiventoren", boekje ter gelegenheid van het 75-jarige bestaan van de Kon. Shell,”Doen in het Historisch groen” van Deyke van Donkelaar. Afbeeldingen van de landkaarten komen uit een publicatie van de natuur- en cultuurhistorische vereniging Te Werve.

 

maandag 15 juni 2026

PECHVOGELFAMILIE HAVIK

De havik is een beschermde, inheemse, krachtige, honkvaste roofvogel. We zien hem vaak in een cirkelende vlucht boven Te Werve, waarbij alle geschikte plekken worden afgezocht om dan plots in een stootduik, een snelle loodrechte duikvlucht, zijn prooi te overrompelen. Op het menu van de havik staan vaak vogels, zoals duiven, spreeuwen, eksters en kraaiachtigen of zoogdieren zoals konijnen en eekhoorns. De havik verdrinkt zelfs eenden om ze daarna als prooi uit het water te slepen.
Om een partner aan te trekken en zijn territorium te markeren maakt de havik een baltsvlucht. Ook brengt hij een prooi naar een vrouwtje, wellicht wil hij aantonen dat hij een goede jager is. Wist je trouwens dat de vrouwtjes veel grotere prooien vangen dan de mannetjes. De paartjes blijven doorgaans trouw aan elkaar.
Een havikspaar bouwt doorgaans een stevig en groot nest hoog in een boom dat jarenlang gebruikt kan worden. Op Te Werve, achteraan op het pad van Labouchere, zat een aantal jaren een haviksnest. Het leek al een tijdje niet meer in gebruik. Inmiddels zijn de overblijfselen van dit onbewoonde nest uit de boom gewaaid.
Een paartje heeft vaak meerdere nesten in hun territorium, waar ze meestal hun hele leven verblijven. Om parasieten, zoals mijten en luizen, te vermijden, wisselen ze af en toe van nest. Vaak bouwen ze ook een nieuw nest. Het is dus zeer waarschijnlijk dat “ons” haviksstel een nieuwe woning heeft gebouwd en betrokken, hoog boven het zichtveld.
De havik legt meestal drie tot vier eieren en broedt van maart tot in mei, in juni vliegen de jongen uit. De jongen worden ongeveer drie maanden gevoed door de ouders. In die periode blijft moeder grotendeels op het nest en vader zorgt voor eten.
Het nieuwe haviksnest op Te Werve is niet onopgemerkt gebleven. Het wordt in de gaten gehouden door verschillende donateurs met fototoestellen en verrekijkers. We krijgen dan ook regelmatig een update van de gebeurtenissen.


Onze familie Havik lijkt niet een heel gelukkige periode te beleven. Het begon allemaal, in mei, met een melding van een donateur dat er een dode roofvogel in het haventje lag. De dierenambulance werd ingeschakeld en het bleek om een dode havik te gaan. Het betrof een wat kleiner exemplaar, daaruit is op te maken dat het om een mannetje gaat. Vrouwtjes haviken zijn veel groter dan mannetjes. Wij gaan ervan uit dat dit het mannetje moet zijn van het gezin dat woont in het nest.
Twee dagen later kwam er weer een melding; een jonge havik zou uit het nest zijn gevallen. Nou vallen haviken niet zomaar uit het nest. Als het stormt kan het nog wel eens gebeuren dat er een jong uit het nest raakt. Het kan ook zo zijn, als een jong ziek of zwak is, dat één van de ouders het uit het nest duwt. Op de website van de Vogelbescherming lees ik dat dit een natuurlijke selectie is. Het gevallen jong is naar De Wulp, opvangcentrum voor wilde vogels, gebracht en het gaat goed met hem.


Tot overmaat van ramp meldde een vrijwilliger vorige week dat er nòg een jong is neergestort, na een vlucht van ongeveer vijftig meter. Ook dit jong is opgehaald door de dierenambulance.
Ik heb even gebeld met opvangcentrum De Wulp om te horen hoe het gaat met de beide jonge haviken. Ze vertelden me dat de beide jongen het goed maken en inmiddels zijn overgedragen aan Vogelrevalidatiecentrum Zundert. Zij hebben de juiste faciliteiten voor deze roofvogeltjes. Als de jonge haviken volledig zijn hersteld en ze zichzelf kunnen redden, worden ze in de buurt van Zundert vrijgelaten.
De familie Havik op Te Werve is dus drastisch uitgedund, rest enkel nog een alleenstaande moeder met één jong.


IG 12-6-2026

bron: vogelbescherming, wikipedia en natuurpunt

foto volwassen havik: met dank aan een bezoeker/donateur van Te Werve

foto gevallen jonge havik: dank aan JG


donderdag 30 april 2026


INBREKERS EN PROFITEURS

Is het je ook opgevallen, dat op veel verschillende plekken op Te Werve pinksterbloemen staan? Het zijn er flink meer dan vorig jaar. Ik word daar helemaal blij van want ze schijnen in aantallen flink achteruit te gaan in Nederland en België.
De pinksterbloem, Cardamine pratensis, is een vaste kruidachtige plant. Anders dan de naam doet vermoeden ligt het hoogtepunt van de bloei in april. Dat is ruim voor Pinksteren.  In een publicatie uit 1898 is te lezen dat de pinksterbloem, in die tijd, eind mei bloeide. Die bloei is dus behoorlijk vervroegd.



Familie van de pinksterbloem is bolletjeskers, dit plantje groeit in de bostuin. Het bijzondere van bolletjeskers is dat het in de oksels van de stengelbladeren, zwartpaarse knobbeltjes heeft, ook wel broedbolletjes of bulbil genoemd. Uit  een broedbolletje kan weer een hele nieuwe plant groeien. Dit is een vorm van ongeslachtelijke voortplanting.
Bolletjeskers, Cardamine bulbifera, ook wel knoldragende tandveldkers genoemd, komt van nature voor in Midden- en Zuid-Europa en Zuidwest Azië. Het komt zeldzaam voor in Nederland en België.



In de bostuin staan ook verschillende soorten varens. Ik ben fan van varens. Prachtig om te zien hoe het blad zich uitrolt bij de struisvaren, een schitterende plant met gevederde bladeren. Aan de struisvaren komen twee verschillende soorten bladeren voor, vruchtbare en onvruchtbare. De onvruchtbare bladeren vormen een trechter, waarbinnen later de vruchtbare bladeren verschijnen.
De struisvaren, Matteuccia struthiopteris, heeft zijn naam te danken aan de groeiwijze van de vruchtbare bladeren. Het Latijnse struthio betekent struisvogel en het Oudgriekse pteris of varen is afgeleid van vleugel of veer.


Vorige week liep ik met mijn naamgenoot Ingrid te wandelen op Te Werve en stonden we even stil bij het bruggetje onder de drie watercipressen. Daar staat aan de waterkant een grote groep smeerwortelplanten met crème-witte bloemen. Volgens Obsidentify, een fotoherkenningsapp, is dit de kruipende smeerwortel, Symphytum grandiflorum. Kruipende of gewone smeerwortel, het is mij om het even. Ze zijn sowieso prachtig, mede omdat het echte hommelplanten zijn.
Het is daar, in die hoek, een gezoem van jewelste, want die hommels moeten heel wat moeite doen om nectar uit de smeerwortel te bemachtigen. Zo schommelen en rommelen ze heel wat heen en weer in die bloemkelken. Met als gevolg dat hun hele hommellijf vol zit met stuifmeel. Wat weer heel erg handig is, bij een bezoek aan een volgende bloem, om zo de bestuiving te bewerkstelligen.  
De bloemetjes van de smeerwortel zijn smalle hangende klokjes van ongeveer twee tot vier centimeter lang. Veel hommels passen daar niet in met hun dikke lijf. Ingrid vertelde me dat de hommels, die niet in de bloemkelken passen, daar iets op gevonden hebben. Ze bijten vanaf de buitenkant een gaatje in de bloem om zo, op een makkelijke manier, bij de nectar te komen. Slimme beestjes dus. Jac. P. Thijsse noemde dit “diefstal na inbraak”, omdat de hommels op deze manier zonder bestuiving de nectar stelen. Dat bestuiven mogen ze best wel doen, als dank voor de verrukkelijke nectar, vind je niet? Dus… zie je kleine gaatjes in de smeerwortelbloem, met vaak een bruin randje, dan weet je dat er een hommel profiteur langs is geweest.
 
IG 25-4-2026
bron: Wikipedia, Sprinklr en Flora van Nederland

woensdag 1 april 2026

 Baltsende Futen


Wat zijn futen toch leuk! Terwijl we op Te Werve bezig zijn om de laatste houtsnippers over de binnenpaden te verspreiden, wijst een collega vrijwilliger me op een baltsend paar op het meer.



Het futenpaar gaat zij aan zij over het wateroppervlak, dit is de eerste dans. Daarna volgt er nog een dans. Ze duiken onder water en komen boven met een bek vol slierten waterplanten, die ze aan elkaar geven. Dan zwemmen ze naar elkaar toe, met de hals gestrekt, en zwemmen tegen elkaar op, borst tegen borst, met schuddende koppen. Ze zwemmen van elkaar af om elkaar daarna weer te naderen. Wat een fantastisch gezicht is dat.



In het broedseizoen, van maart tot oktober, kunnen futen behoorlijk luidruchtig zijn. Ze hebben een verdragende territoriumroep. De meeste broedsels worden in mei-juni gelegd. Na het broedseizoen wordt het gebied meestal verlaten.
Wist je, als futen zin hebben om naar andere wateren te gaan, ze daar bij voorkeur 's nachts naar toe vliegen.

In hun zomerkleed zijn het werkelijk schitterende vogels met hun slanke witte nek, wit gemaskerde kop met een roodbruine kraag, die ze opzetten tijdens het baltsritueel. Ook heel karakteristiek zijn de zwarte kopveren.
In de nazomer vind je grote groepen futen in de rui op grote open wateren, zoals de Randmeren, het IJsselmeer, Grevelingen en de Waddenzee.

De Fuut werd vroeger ook wel Pronkvogel, Keizer, Bonte Visscher of Aarsvoet genoemd. Uit die laatste naam is waarschijnlijk de naam Fuut ontstaan; Aarsvoet…Foet…Fuut.

De naam Aarsvoet is bedacht omdat de poten van de fuut vrij ver naar achteren in het lichaam zitten. Het lijkt of de poten uit de billen steken, lees ik op de site van het IVN. Dit blijkt in de praktijk trouwens  erg handig bij hun snel duikende en zwemmende levenswijze.

Op de kant voelen futen zich duidelijk ongemakkelijk. Ze kunnen best een kort stukje rennen, maar ze vallen makkelijk om.

Futen zijn echte watervogels, uitstekende zwemmers en nog betere duikers. De Fuut steekt zijn kop onder water om te kijken of er een lekker maal voorbij komt. In een korte snelle duikvlucht, van ongeveer dertig seconden, achtervolgt hij zijn prooi pijlsnel onder water. Futen leven hoofdzakelijk van visjes. Ook op het menu staan kreeften, kikkers, spinnen en insecten. De lange snavel die ze hebben is erg geschikt voor het verorberen van zo’n maal.

In het voorjaar bouwt het futenpaar eerst een speelnest op het water waarop ze paren. Daarna maakt het paar samen, van waterplanten, een steviger drijvend nest. Ze verankeren dit nest meestal aan oeverbegroeiing. Vorig jaar was een nest losgeraakt en dreef het rond vlak bij het witte bruggetje. Zo konden wij de familie Fuut goed bekijken.



De ouders verdelen de taken, ze broeden afwisselend. Het broedsel bestaat meestal uit drie of vier eieren. Als de jonge futen uit het ei zijn gekropen, liften ze vaak mee op de rug van hun ouders. Geweldig om te zien hoe die kleintjes, in hun zwart wit gestreepte pakjes, eigenwijs hun koppies boven de veren van de ouder uitsteken. Ze kunnen zelf, na enkele dagen, al goed zwemmen maar op de rug van pa of ma is het warmer en bovendien veiliger. Ook als de ouder een duik neemt om een maaltje te vangen blijven de kleintjes op hun rug zitten.
De kleintjes worden tien tot elf weken gevoed door de ouders.


IG 11-3-2026

bron: IVN, Vogelbescherming, Wikipedia

foto’s: GI, EJ en IG


maandag 16 februari 2026

LAAT NIET ALS DANK…
zwerfafval

Heb je het ook gemerkt…de lente laat zich af en toe al even zien, voelen en ruiken. De sneeuwklokjes staan op veel plaatsen weer heel erg mooi te zijn. Enkele narcissen staan al volop in bloei, terwijl andere knoppen, heel voorzichtig, nog maar net boven de aarde uitkomen.

Afgelopen weken hebben de vrijwilligers flink opgeruimd. Na maanden blad te hebben geharkt is het nu weer tijd om de losliggende takken bij elkaar te rapen. We leggen de takken op stapels langs het pad. Eind februari worden ze versnipperd.
Ook zijn we met vuilknijpers en vuilniszakken op jacht gegaan naar zwerfafval.

Tijdens al dat vuil rapen moest ik denken aan een affiche van de ANWB, die met dat bekende rijmpje. Het is al lang geleden, dat wel. Op het affiche, in 1928 gemaakt door Willie Sluiter, staat een jong stel, gekleed volgens de laatste mode. Zij wandelen in een parkachtig landschap. Achter hen, rond het bankje waar ze hebben gezeten, zie je hun afval op de grond liggen. De ANWB verspreidde vele duizenden van die affiches met daarop het bekende rijmpje:

“laat niet als dank
voor `t aangenaam verpoozen
den eigenaar van `t bosch
de schillen en de doozen!”

De slogan werd zo bekend dat in latere jaren enkel maar de eerste regel op de affiches werd afgedrukt. Nu, bijna honderd jaar later, is er niet heel veel veranderd. Nog steeds ligt er zwerfvuil. We komen van alles tegen, ook op Te Werve. Van blikjes en drankflessen tot snoeppapiertjes. 

We hebben tennisballen geraapt, handschoenen, vele stukken plastic en ook een dikke stapel folders van een plaatselijke restaurant. De bezorger heeft vast de tralies van het hek aan de Generaal Spoorlaan aangezien voor een hele grote brievenbus.

Tijdens het takkenrapen kwamen we prachtige judasoren tegen. We vinden ze bijna altijd op losliggende takken. Echt judasoor is een roodbruin gelei achtig zwammetje. Bij droog weer krimpt het en wordt het donkerder van kleur, soms bijna zwart. Bij vochtige omstandigheden herstelt de zwam weer naar de oorspronkelijke staat. Echt judasoor heeft voorkeur voor de vlier en doet het goed op schaduwrijke plekken. Het is een algemene, zich uitbreidende soort. Het zwammetje lijkt op een oor en heeft zijn naam te danken aan Judas Iskariot, de bijbelse figuur, die zich aan een vlier zou hebben opgehangen nadat hij Jezus verraden had.

                                                        

                                                                    Judasoor

Het viltige judasoor, uit dezelfde familie (Auriculariaceae), hebben we ook gespot. Deze eenjarige zwam kan je het hele jaar tegenkomen. Het viltige judasoor houdt van essen en iepen. Viltig judasoor is ruigharig, viltig, en grijs van kleur, met een witte rand. Het komt voor op veel plaatsen in de wereld maar noordelijker in Europa wordt het zeldzamer.


          Viltige judasoor

Verder kijken we in deze tijd altijd of op de bekende plekken de rode kelkzwam al is verschenen. En ja hoor, ongeveer twee weken later dan vorig jaar steekt de frisse beige en rode kleur van het wonderschone zwammetje weer mooi af tegen het donkerbruin van de op de grond liggende wilgentakken. Ik ben een enorme fan van dit rode kelkzwammetje en kon het niet nalaten dit nog even te melden.


                Rode kelkzwam

IG 10-2-2026

bron: ANWB, Wikipedia, foto`s: JG





woensdag 7 januari 2026

TE WERVE, WITTE BRUID

 

Heel ingetogen

onder haar witte kleed

ligt zij daar

haast onbewogen

 

de stilte is neergedaald

onder heel veel zachte vlokken

buigen haar takken

als serene winter-lokken

 

vol verwondering en traag

waart zij hier rond

geluid van stappen

in een witte zachte laag


sneeuw op haar gelaat

kon dit maar altijd blijven

en als zij toch tevoorschijn komt

uit deze onverstoorde staat

 


vraag ik haar hand

nieuwe start en nieuw begin

het zal voelen als herboren

na dit magisch witte land

 

IG 7-

maandag 5 januari 2026

 

ALLE GOEDS VOOR 2026

Een tijdje geleden liep ik met een collega vrijwilliger toezicht te houden op Te Werve. Wat is het rustig, zeiden we tegen elkaar. Laten we een rondje om het meer lopen.

Aan de overkant staat een oude knotwilg tussen een aantal soortgenoten. Kijk nou toch, het lijkt wel of hier een bever heeft zitten knagen. Een enorm gat is onder in de stam te zien, maar we ontdekken geen sporen van bever tandjes. Nee, hier leven geen bevers. De boom is van binnenuit verrot en erg onstabiel, we geven hem een klein zetje en….krak, daar gaat ie. Het is zijn tijd.



We lopen verder. Het meer van Te Werve is in nevelen gehuld…werkelijk prachtig om te zien. Ook in de winter is het hier mooi. Contouren van bomen aan de overkant van het meer weerspiegelen vaag in het bijna roerloze water, één en al verstilling.

Geen bevers op Te Werve, maar welke zoogdieren leven hier wel? Aan het aantal molshopen te zien moeten er op Te Werve verschillende mollen leven.

Mollen zijn over het algemeen niet zo geliefd omdat veel mensen die zandhopen in het gazon niet kunnen waarderen. Dat is jammer want veel molshopen betekent een goede bodem. Mollen zijn een indicator voor bodemkwaliteit. Zij houden met hun gegraven gangen de bodem luchtig. Lastige larven en insecten worden gegeten en hierdoor in toom gehouden door deze zwartgrijze bijna blinde beestjes met hun grote “graafhanden”.

Door klimaatverandering moeten mollen bij droogte steeds dieper graven om voedsel te vinden. Soms wel tot twee meter diep, om een lekkere worm te kunnen scoren.

Mollen laten zich bijna nooit zien. Een hele tijd geleden zag ik er eentje dood langs het pad liggen. Zo’n beestje is best klein, ongeveer 10-15 cm lang en het weegt bijna niks. Het molletje heb ik op een beschut plekje achter een boom gelegd.

Toch zijn mollen bij tijden ook wel populair, ken je ze nog? Momfer de mol uit de fabeltjeskrant en Henk de Mol, de pleegvader van Alfred Jodokus Kwak.

Aan het einde van de dag loop ik over het laantje van Kort naar huis, zie ik opeens een eekhoorntje langs de stam van een dikke boom naar boven roetsjen. Wat een vertederend beeld is dat toch. Het valt me op dat zijn roodbruine vacht wat grijzer is geworden. De kleur kan in de winter of naarmate de beestjes ouder worden wat grijsachtiger zijn.

Er woont nog zeker één ander exemplaar op Te Werve. Ik zag ze een tijd geleden achter elkaar aan sjezen en acrobatische toeren uithalen in de bomen op het pad van Labouchere. De prachtige pluimstaart dient als roer waarmee eekhoorns hun sprongen kunnen sturen.

Eekhoorns zijn echte boombewoners maar ook op de bosbodem voelen ze zich goed thuis. In de herfst eten eekhoorns extra veel om vetreserves aan te leggen voor de winter. Ook verstoppen zij voedsel in de grond en in boomholtes. Eekhoorns houden geen winterslaap maar zijn wel minder actief in die periode. Zij voeden zich met noten en zaden. Verder houden ze ook van knoppen, paddenstoelen, stukken boomschors, vogeleieren en af en toe wat insecten. Soms eten eekhoorns aarde om mineralen binnen te krijgen.

Eekhoorns zijn dagdieren en vooral actief rond de opkomst en ondergang van de zon.

De lezers van dit blog wens ik alle goeds voor 2026!!

 

IG 3-1-2026

bron: wikipedia, IVN

 

donderdag 4 december 2025

Bladaarde
Ook op landgoed Te Werve gebruiken de gevallen bladeren! De vrijwilligers hebben het er nu heel druk mee: vegen, vegen, vegen, verzamelen en afvoeren naar de speciale plek.
                                            
Als de bladeren vallen, zijn we geneigd om die zo snel mogelijk op te ruimen. In een ‘ecologische’ tuin is dat niet nodig. Het is immers een heel natuurlijk fenomeen dat gevallen bladeren de grond tijdens de herfst en winter bedekken. Maar waar hou je het best rekening mee als je bladeren in je (moes-)tuin wilt gebruiken?
Diverse soorten: taai, mals, zuur, ziek?
Verschillende bladeren verschillen in tempo van composteren, maar uiteindelijk verteren ze allemaal.


  • De zachte bladeren van wilg, linde of berk zijn tegen het eind van de winter al bijna helemaal vergaan.
  • Heel taaie bladeren (hulst, laurierkers) en zure bladeren (eik, beuk, notenboom) en naalden van coniferen verteren ook, maar langzamer.       
  • Maar ook bladeren met schimmels, insectenvraat of gallen kun je gerust als mulch gebruiken.


Hoe maak je bladcompost?
Met veel boombladeren en wat geduld maak je die zelf zo:
  1. Verzamel afgevallen blad op een vochtige dag. Droog blad is ook goed, maar dat moet je dan wel natmaken. Het blad van de meeste bomen verteert heel snel. Blad van beuk en eik composteert langzamer, maar werkt ook. Meng bij voorkeur verschillende soorten blad.
  2. Stop het vochtige blad in een grote plastic zak of iets dergelijks.
  3. Prik enkele gaten onder in de zak en zet hem weg.
  4. Schud die zak om de maand eens door elkaar, en geef ook wat water als het materiaal te droog is.
  5. Na twee jaar heb je een perfecte vervanger voor turf of kokosvezels. De hoeveelheid bladcompost is niet groot: je houdt ongeveer 20% over van je oorspronkelijke massa. Je kunt ook houtsnippers of een mengsel van bladeren en snippers in een paar jaar laten verteren tot potgrond.

Gerda Idsinga. Bron: Velt.nu

donderdag 20 november 2025

 

HEKSENKRINGEN

Tijdens een van mijn vele wandelingen op Te Werve kwam ik heel veel prachtige koraalzwammen tegen, een paar robuuste plooivoetzwammen en een groepje teer ogende porseleinzwammen. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Over de hoeveelheid verschillende soorten paddenstoelen kan ik me blijven verbazen. Eigenlijk ben ik die dag op zoek naar heksenkringen. Onder de bomen waar ik vorig jaar een heksenkring had aangetroffen is ook dit jaar weer zo'n fascinerende cirkel van nevelzwammen uit de grond tevoorschijn gekomen. De kring is zo groot, dat het onmogelijk blijkt om deze in zijn geheel fatsoenlijk op een foto vast te leggen.

                                         



Omdat paddenstoelen zo plotseling, op mysterieuze wijze, kunnen verschijnen werden ze  vroeger vaak geassocieerd met magie en hekserij. Gisteren was er nog niets te zien en vandaag staan er ineens heel veel paddenstoelen en dan ook nog in een cirkel. Hoe kan dat? Zijn hier bovennatuurlijke krachten aan het werk? Hebben hier, op deze plek, heksen gedanst? De Engelse naam fairy ring, baseert zich op een rondedans van elfen of feeën. Aan al deze verhalen kwam een eind toen in 1807 door ene Wollaston werd vastgesteld dat heksenkringen werden veroorzaakt door schimmels.
Achter het verschijnsel heksenkring gaat een complex en fascinerend biologisch systeem schuil. Dat wat boven de grond te zien is, de paddenstoel, is slechts een klein deel van een veel groter organisme. Het grootste deel, het mycelium of zwamvlok, bevindt zich onder de aarde. Dit netwerk van ragfijne schimmeldraden groeit tussen de planten- en boomwortels door en speelt een belangrijke rol in het ecosysteem.

Het mycelium staat in verbinding met bijvoorbeeld een boom. Op deze manier krijgt de boom extra voedingsstoffen in de vorm van mineralen, die de schimmels uit de bodem halen. In ruil daarvoor ontvangen de schimmels weer suikers van de boom, aangemaakt door middel van fotosynthese. Fotosynthese is het proces waarbij groene planten zonlicht gebruiken om suikers en zuurstof te produceren. Deze samenwerking is van levensbelang voor veel soorten.
 Als de weersomstandigheden gunstig zijn, d.w.z. voldoende vocht en een gematigde temperatuur, dan ontstaat aan het einde van zo’n schimmeldraad een paddenstoel. De paddenstoelen zorgen op hun beurt, door middel van het verspreiden van sporen, dat er weer nieuwe schimmeldraden ontstaan.

In een heksenkring breidt het mycelium zich uit vanaf één centraal punt. De ondergrondse draden groeien in alle richtingen ongeveer met dezelfde snelheid uit. Daar waar de organische voedingsstoffen in de grond uitgeput raken, sterft de zwamvlok af. Alleen in het buitenste gedeelte van de zwamvlok is de schimmel dus actief. Aan het einde van de schimmeldraden ontstaan de vruchtlichamen in de vorm van paddenstoelen. Het groeipatroon van het mycelium wordt op deze manier boven de grond zichtbaar, zie daar een heksenkring!
De cirkels van heksenkringen worden dus ieder jaar groter. Heksenkringen die in symbiose leven met een boom, blijven meestal kleiner dan de kringen in bijvoorbeeld een grasveld. Een van de oudst bekende heksenkringen leeft in een grasveld in Frankrijk, een kring van waarschijnlijk zevenhonderd jaar oud met een diameter van meer dan zeshonderd meter.

Wanneer het einde van het paddenstoelenseizoen in zicht is, vaak in november, verschijnen er grote heksenkringen van nevelzwammen op Te Werve. Deze grijze paddenstoelen zorgen ervoor dat het dichte bladerdek waar ze op leven verteerd wordt.



IG 17-11-2025

bron: wikipedia, IVN, Resource, Nature today

donderdag 2 oktober 2025

 
STRANDWAL EN HET MEER VAN TE WERVE
 
Afgelopen week vond voor de 16e keer het Strandwalfestival plaats in Rijswijk. Waar komt die naam eigenlijk vandaan en wat heeft deze met landgoed Te Werve te maken?

Ongeveer tienduizend jaar geleden kwam er een eind aan de laatste ijstijd. Door het smeltwater begon het water in de oceanen te stijgen. Het duurde nog vijfduizend jaar voordat de drooggevallen Noordzee weer werd gevuld met water. Bij deze “doorbraak” werden enorme hoeveelheden zand verplaatst. Door de stroming van het water ontstond een muur van zandbanken, van Monster tot Bergen aan Zee.

De Rijswijkse strandwal stak een meter boven het water uit en was ongeveer vierhonderd meter breed. Door aanhoudende westenwinden ontstonden er duinen op de strandwal.
Pas vijfhonderd jaar later ontstond de Haagse strandwal, hierdoor verplaatste de zee zich westwaarts en kwam er een eind aan de duinvorming op de Rijswijkse strandwal.
Tussen de Haagse en Rijswijkse strandwal vormde zich een veengebied, waar heel veel later de Schilderswijk en Laakkwartier gebouwd werden.

De zee slaagde erin om bij vloed op sommige plekken het land weer binnen te dringen, daardoor ontstonden diepe geulen in het veengebied. In en nabij de geulen werd zand en lichte klei afgezet.
Een grote geul bij Rijswijk, de Gantel, had een uitloper die doodliep op de strandwal. Op deze later verzandde uitloper zou Te Werve gebouwd worden.

Vanaf het jaar 1000 begon men, eerst op primitieve wijze, het water weg te laten lopen en de landzijde van de strandwal te ontginnen. Deze laaggelegen gebieden werden gebruikt als weidegrond. Op de hoger gelegen delen werd landbouw bedreven en er ontstonden bossen. Op het strandwal gedeelte en de omringende weidegronden is de landgoederenzone ontstaan waarvan Te Werve onderdeel is. Op Te Werve zijn nu nog restanten te vinden van het duingebied.



De duinen van de strandwal werden in de loop der tijden nagenoeg allemaal afgegraven en gebruikt voor ophoging van de lage veengebieden.

De laatste bewoner van Te Werve was Abel Labouchere. Hij was eigenaar van aardewerkfabriek “De Porceleyne Fles” in Delft. Buurman aan de Van Vredenburchweg,  was vleeshandelaar Joh.H.H. Moll.

Op een ochtend in 1908 zag Labouchere, op het land van zijn buurman, een bouwkeet verrijzen. Bij navraag bleek dat er zand afgegraven zou worden. Het verhaal ging dat nadien de zandput gevuld zou worden met Haags huisvuil. Dat vond Abel Labouchere helemaal geen goed idee.

Hoe het precies is gegaan is niet helemaal duidelijk maar buurman Moll en Labouchere dienen een tijdje later samen een verzoekschrift in bij het Hoogheemraadschap van Delfland voor het uitkleien en ontgronden van een aantal percelen. Als de Put eenmaal is uitgegraven is Abel Labouchere de enige eigenaar.

Het uitgegraven zand dient voor het ophogen en bouwrijp maken van de Laakhaven terreinen waar de gemeente Den Haag een abattoir wil bouwen.


Met een enorme machine, “De ijzeren man”, werd het zand uitgegraven en zo ontstond het meer van Te Werve.

IG 2-10-2025

 bron en foto`s: publicatie(2015) Natuur- en Cultuurhistorische Vereniging Te Werve en het boekje “Het Meer van Te Werve”, Stichting Rijswijkse Historische Projecten 2011 en “De Santvaerders van Rijswijk”, een publicatie van de natuur- en cultuurhist. vereniging Te Werve

maandag 11 augustus 2025

 

OVERVLOED

Te Werve is een plek met een rijke geschiedenis. Naast de vele verhalen en herinneringen laten ook de seizoenen hun rijkdom zien. De herfst en winter met enorme hoeveelheden vallende bladeren, de geur van verteerde aarde en vele soorten paddenstoelen. Het voorjaar met uitbarstende knoppen, tere bloesems, bloeiende stinzenplanten en… niet te vergeten, de geur van daslook. En dan nu, de zomer, met prachtig bloeiende bloemen en een overvloed aan rijp fruit.

De kerspruimen hangen dit jaar boordevol met prachtig geel-oranje-rood gekleurde vruchten. Aan de overkant van het meer, langs het binnenpad, hebben we flink moeten ingrijpen en opruimen. Sommige takken van een kerspruim hangen tot op de grond of dreigen af te scheuren omdat ze lood en loodzwaar zijn van de overvloed aan vruchten.

 


De Nederlandse naam, Kerspruim, is bijna een letterlijke vertaling van Prunus cerasifera, de wetenschappelijke naam. Cerasifera, afgeleid van het Latijnse cerasi(kers) en fero(dragen). Prunus komt van het Latijnse pruina, dat geur betekent en verwijst naar de geur van de rijpe vruchten.

Ook bramen zijn weer volop aanwezig. In het voorjaar hebben we achter op het tweede hockeyveld een enorme kerspruim (inmiddels ook overvol met vruchten) bevrijd van een dek aan bramenstruiken. De boom was bijna helemaal aan het zicht onttrokken. Bramenstruiken worden om deze reden regelmatig ingedamd.

Dit jaar zijn berenklauwen massaal aanwezig. Heracleum is een geslacht van ongeveer zestig soorten tweejarigen en overblijvende kruiden in de schermbloemfamilie. Ze zijn werkelijk prachtig, deze planten met hun indrukwekkende bloemschermen. Zoals de naam al doet vermoeden heeft de berenklauw klauwvormige bladeren.


Gewone berenklauw (Heracleum sphondylium) komt van nature voor in Europa, op stikstofrijke vochtige grond in de volle zon en in halfschaduw. Gewone berenklauw kan anderhalf tot twee meter hoog worden en kun je vinden langs dijken, in bermen langs wegen, in graslanden en ruigten.

Tussen de gewone berenklauwen komen we ook wel de reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) tegen. De reuzenberenklauw komt oorspronkelijk uit de Kaukasus en hoort hier niet thuis. Hij kan wel vijf meter hoog worden. Met zijn enorme bladeren overwoekert hij alle inheemse plantensoorten. Hij verspreidt zich snel door de grote hoeveelheid zaden die hij produceert.

We weten dat de reuzenberenklauw, vanwege gezondheidsrisico’s, bestreden moet worden. Als mensen in aanraking komen met het sap van deze plant kan dat heftige jeukende vlekken op de huid veroorzaken, vooral onder invloed van zonlicht. De vlekken zien eruit als brandwonden. Oppassen geblazen dus!

 Het is dus belangrijk dat we onderscheid kunnen maken tussen de inheemse soort en de invasieve exoot. Deze laatste, de reuzenberenklauw moet dus verwijderd worden.

De stengel van de reuzenberenklauw, met een diameter van soms wel vijf à tien centimeter, heeft paarsrode strepen en vlekken en ruwe stijve haren. De stengel van de gewone berenklauw is twee à drie cm dik, is éénkleurig groen tot paars en zacht behaard.

Nu we het dan toch over overvloed hebben wil ik, tot slot, de vele ganzen die op Te Werve rondscharrelen nog even noemen. Ganzen hebben bijna geen natuurlijke vijanden. Vooral de Canadese en Nijlganzen zijn massaal aanwezig.

Laatst zagen we twee volwassen ganzen met wel 20 kuikens. We vroegen ons af of deze moderne ganzen ook aan samengestelde gezinnen doen… want zoveel eieren passen toch echt niet allemaal onder één moeder gans.

IG 1-8-2025; foto ganzenkuikens EJ; foto Berenklauw GI

bronnen: obsidentify, waarneming.nl, west-vlaanderen.be en wikipedia.

donderdag 12 juni 2025

 

HOTEL BEWONERS

Binnenkort staat het veld, dat vroeger het tweede hockeyveld was, weer vol met bloemen. Dat is heel fijn voor vlinders, bijen, hommels en nog veel meer ander nuttig gespuis.

Achter op het terrein van Te Werve hebben vrijwilligers een insectenhotel gebouwd. Het hotel is bijna helemaal gemaakt van gevonden materialen op Te Werve.


En nu maar hopen dat heel veel verschillende bewoners hun intrek zullen nemen.

Metselbijen leggen in het voorjaar hun eitjes. Hopelijk gaan ze dit in de toekomst ook doen in de buisjes van het insectenhotel. Metselbijen leven niet samen met soortgenoten, maar elk in hun eigen nest gaatje. Je ziet de bijen dan druk heen en weer vliegen omdat ze meerdere eitjes leggen in het kamertje dat ze hebben uitgezocht. Het vrouwtje start achteraan in het holle buisje, dat vult ze met stuifmeel en nectar. In dit zogenaamde bijenbroodje, legt ze haar eitje en dan metselt ze de ruimte dicht. Dat doet ze door zand, klei of leem vochtig te maken met haar eigen speeksel of water. Zo vult ze de hele ruimte op. In de eerste eitjes zitten de vrouwtjes en in de laatste de mannetjes.

Na enkele dagen komen de eitjes uit en er start een proces van verpopping tot nieuwe metselbijen. Na de winter, als de bijen voelen dat het warmer wordt, maken de mannetjes de gemetselde gaatjes open en komen de nieuwe metselbijen naar buiten. Ze zoeken een partner om net als hun ouders weer voor nageslacht te zorgen. Zo is de cirkel weer rond.

Bijen zijn keurige beestjes, ze ruimen hun eigen rommel op. De hotelkamers hoeven dus na gebruik niet schoongemaakt te worden.

Bijen zijn vegetariërs en hebben haren, vooral aan hun achterlijf, waar het stuifmeel van de bloemen aan blijft hangen, heel handig voor de bestuiving. Heel anders dan wespen, die zijn kaal. Wespen hebben geen haren nodig omdat ze vleeseters zijn. Ze vangen rupsen, muggen en andere insecten, die ze aan hun larven voeren.

Hoornaars zijn dubbel zo groot als gewone wespen en zien er indrukwekkend uit.  Ze bouwen hun eigen nest en blijven doorgaans uit de buurt van mensen. Alleen als je in de buurt van hun nest komt, kunnen ze steken. De Europese hoornaar is een inheemse soort, een goede plaagdieren bestrijder die geen bedreiging vormt.

De Aziatische hoornaar daarentegen is een uitheemse exotische wespensoort. Hij is wat kleiner dan de Europese hoornaar en is verzot op onze inheemse honingbijen. Bij het binnendringen van een bijenkast kan hij grote schade aanrichten en daarom wordt deze Aziatische hoornaar dan ook bestreden. Vorig jaar werd er, hoog in een boom, een nest van Aziatische hoornaars ontdekt op Te Werve. Dit nest is verwijderd.

Na dit “superwesp” uitstapje weer terug naar gewenste bewoners van het hotel. Vandaag zag ik twee atalanta’s kijken of de speciale vlinderkamer iets voor hen is. Het zou toch leuk zijn als ook deze kamer in gebruik wordt genomen.

Op de website van de vlinderstichting lees ik dat men lang geleden dacht dat rupsen en vlinders geheel verschillende dieren waren. Het duurde duizenden jaren voordat mensen erachter kwamen dat de kruipende, dikke rups later in zijn leven verandert in een fladderende tere vlinder.

Ook voor kevertjes zoals het lieveheersbeestje zijn kamers ingericht. In België en Nederland komen wel zestig verschillende soorten lieveheersbeestjes voor. De bladluisetende soorten worden vaak als nuttig gezien en zijn populair. Soorten die schimmels en planten eten kunnen mogelijk ziektes verspreiden en worden vaak gezien als plaaginsecten.

Hoe zit het eigenlijk met hommels, zouden zij ook een kamer zoeken in dit hotel? Ik denk het niet want hommels bouwen hun nest meestal in de grond. Bijvoorbeeld in een verlaten muizen- of mollengang. Die gangen zijn gelukkig genoeg te vinden op Te Werve.


In Nederland komen meer dan 25000 soorten insecten voor. Neem eens een kijkje op de website van EIS Kenniscentrum Insecten.

IG 22-05-2025

foto hommel: EJ

Vlinderstichting, Wespennest Vlaanderen, Natuurmonumenten en IVN

 

 

 

 

maandag 28 april 2025

 ALLES VERANDERT

Een mooie uitspraak van Heraclitus, al heel lang geleden; “Je kunt niet tweemaal in dezelfde rivier stappen.”  Alle verschijnselen worden gekenmerkt door voortdurende verandering, dat geldt ook voor Te Werve.

Het begon dit jaar met het serene wit van de sneeuwklokjes, het intensieve donkere geel van het speenkruid en de narcissen, gevolgd door ingetogen zachtgeel van heel veel sleutelbloemen.

Naast de enorme hoeveelheid bloeiende daslook en prachtige velden bosanemonen, voert nu de kleur paars de boventoon op Te Werve.

De wilde hyacinten (Hyacinthoides non-scripta) met hun prachtige donkerpaarse tinten groeien in grote velden tussen de bomen. Dit bolgewasje is een plant uit de aspergefamilie en vermeerdert zich behalve door de bolletjes ook door zaadvorming. Ze voelt zich thuis in loofbossen.

De in Nederland voorkomende Wilde hyacinten zijn vaak een bastaardvorm van de Hyacinthoides non scripta en de Hyacinthoides hispanica, de Spaanse variant die vaak in tuinen wordt aangeplant.

De blauweregen (Wisteria), een geslacht van tientallen houtige slingerplanten die van oorsprong uit de VS, China, Korea en Japan komen,  staat weer volop in bloei langs de oude muur bij de orangerie. Een zee van paarsblauwe, heerlijk geurende bloemen, een lust voor het oog!


Deze enorme klimplant, met een respectabele leeftijd, staat al meer dan negentig jaar te pronken op deze plek. Als deze kon praten….

Er bloeit op Te Werve nog een heel bijzondere plant, de paarse schubwortel (Lanthraea clandestina) uit de bremraapfamilie. Deze plant kan altijd op veel belangstelling rekenen omdat ze vrij zeldzaam is.  

De paarse schubwortel komt oorspronkelijk uit Zuidwest Europa en is hier en daar ingeburgerd in oude parken en landgoederen. Ze gedijt goed op schaduwrijke en wat vochtige plekken en parasiteert op wortels van loofbomen en struiken.

De waardplant heeft weinig last van de Paarse schubwortel omdat ze tijdens de lente-sapstroom bloeit en zaad vormt, daarna sterft het bovengrondse deel af.  

Haar opvallend paarse bloemen zijn te zien laag bij de grond, net boven het afgevallen blad, tussen de struiken en bomen. Hoe langer je kijkt hoe meer paarse schubwortel je ziet. Het maakt me blij dat er dit jaar veel meer plekken zijn waar ze haar bloemen laat zien. De bloemen groeien rechtstreeks uit de wortelstok, ze heeft geen blad en geen bovengrondse stengel. Ze bloeit van maart tot mei en wordt bestoven door hommels. Als de zaden rijp zijn, worden ze  met grote snelheid uit de vrucht geslingerd.

Tot slot nog aandacht voor Hondsdraf (Glechoma hederacea) uit de lipbloemenfamilie, een prachtig plantje dat in het wild zeer algemeen voorkomt. Haast niet te geloven maar het wordt door sommige mensen als onkruid bestempeld.

Bijzonder is dat hoe zonniger de standplaats is, des te kleiner de bladeren zijn. Hierdoor vallen de bloemen beter op.

Deze kruipende en geurende bodembedekker kan, vooral in de lente, hele paars/blauwe tapijten vormen.

Ze heeft voorkeur voor wat vochtige plekken. Ze bloeit van maart tot juni en in de zomer breidt deze plant zich over de grond uit met lange uitlopers, net zoals klimop dat doet.

Het plantje werd vroeger gebruikt als huismiddeltje omdat het ontstekingsremmende eigenschappen heeft.

Terwijl ik dit blog voorbereid en tussendoor even een wandeling op Te werve maak, zie ik dat grote velden gele voorjaarszonnebloemen op punt van bloeien staan en binnen afzienbare tijd Te Werve weer geel zal kleuren. Wonderlijk, hoe alles telkens verandert.


IG 19-04-2025

Wikipedia, Floron verspreidingsatlas

foto’s JG


woensdag 2 april 2025

HET IS WEER LENTE

En dat is volop genieten op Te Werve. De bomen beginnen al uit te lopen. De magnolia’s staan volop in bloei. Voor een korte periode…dat wel.

De geur van de daslook komt je op sommige plekken alweer tegemoet.

Het speenkruid bloeit intens geel en de sleutelbloemen met hun zachtgele tinten staan al volop te pronken.

De dikke, kleverige knoppen van de paardenkastanjes zijn letterlijk opengesprongen. Wat een prachtig gezicht is dat toch! De ene boom is wat verder dan de andere, afhankelijk van de hoeveelheid zonlicht die gevangen kan worden.

Helemaal blij word ik ook van de aanblik van de treurwilg met zijn hangende takken. Vanaf de overkant van het meer zie ik zijn subtiel zacht geelgroene kleur geflankeerd door het bloesemwit van zijn buurboom weerspiegelen in het water. Hoe anders is dat in andere jaargetijden. Ik besef me hoe bijzonder het is dat alles telkens weer verandert, niets blijft hetzelfde.

Aan de rand van het meer, met aan weerskanten riet, staan prachtige dotterbloemen, met bolle knoppen. Klaar om open te springen om daarna trots hun donkergele bloemen te tonen op de hartvormige glimmende bladeren. In Nederland komt enkel de gewone dotterbloem (Cattha palustris) voor. Dotterbloem is een zeer algemene volksnaam, ze wordt ook wel grote boterbloem, kleine plomp of waterboterbloem genoemd.

Er bloeien al een paar kievitsbloemen, de donker paars geblokte bloemen bungelen als klokken aan hun ranke stengels. Ook een enkele crème witte bloem is al gespot. Kievitsbloemen worden als tuinplant verkocht en komen voor als stinzenplanten. Dit bolgewasje komt oorspronkelijk uit Zuidoost Europa. Bijzonder is dat ze pas na acht jaar tot bloei komen. Wilde kievitsbloemen (Fritillaria meleagris) zijn zeldzaam en komen nog maar op een paar plekken voor in Nederland, vooral in de natte natuurgebieden rondom Zwolle. Bijna niet te geloven dat ruim vijftig jaar geleden de kievitsbloemen in grote bossen werden aangeboden op de Zwolse markt. Nu snap ik waar de naam Zwolse tulp vandaan komt, zoals kievitsbloemen ook genoemd worden.

Familie van de wilde kievitsbloem is de keizerskroon (Fritillaria imperialis) Deze staat ook al te bloeien op Te Werve. Net als de kievitsbloem komt deze uit de leliefamilie (Liliaceae). De keizerskroon is ook een bolgewas. De stevige snel groeiende stengel wordt wel 90-120 cm hoog. De grote klokvormige gele bloemen zijn in cirkelvormige bloeiwijze gerangschikt.

De rode kelkzwam, tot mijn vreugde veelvuldig aanwezig dit jaar, is alweer een beetje op z’n retour. Wat hebben we weer genoten van deze prachtige glimmend rode kleur in hun beige kommetjes.

Het zaagseizoen is voorbij en de houtsnippers zijn verdeeld over de binnenpaden. De buitenpaden zijn voorzien van een nieuwe laag schelpen. Alles ziet er weer spic en span uit op Te Werve.

Tijdens de rondleiding voor de donateurs vorige week zagen we een eend een zojuist gevangen rivierkreeftje verorberen.

Ook de dieren hebben het voorjaar in hun kop. Hé, wat doet die eend daar in de struiken? Wordt daar al een nest gebouwd? De hamerende specht laat zich weer veelvuldig horen. Er zijn al baltsende ijsvogeltjes gesignaleerd. De havik is gezien en de buizerds. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Het is weer lente!

IG 248-03-2025

foto’s JG

bron: Wikipedia, Obsidentify, IVN en Landschap Overijssel