maandag 10 augustus 2026

 
ZICHTVELD, ZICHTASSEN EN DOORKIJKJES
 
In het vorige blog over de familie Havik, meldde ik dat er een nieuw haviksnest is gebouwd hoog boven het zichtveld. Een collega vrijwilliger vraagt zich af of het voor iedereen duidelijk is wat ik met “het zichtveld” bedoel. Mooie aanleiding voor een nieuw blog.
We gaan een heel stuk terug in de tijd.

Al in 1281 werd vermeld dat Te Werve deel uitmaakt van een reeks kastelen, die op de rand van de strandwal werden gebouwd.
Er braken roerige tijden aan voor Holland en Zeeland, met de Hoekse en Kabeljauwse twisten en rond 1350 werd het kasteel verwoest.
Bijna honderd jaar later, in 1448 werd Te Werve, door de Graaf van Holland, te leen gegeven aan ridder Jan Ruychrock. Hij bouwde een nieuw kasteel op de puinhopen en breidde het grondgebied uit.
Hoe in de middeleeuwen de tuin van het kasteel eruitzag, is lastig te achterhalen. Aannemelijk is dat er een boomgaard, een kruiden- en moestuin zijn geweest voor het produceren van eigen voedsel, wat in die tijd gebruikelijk was.

We maken een sprong naar de 17e eeuw. Het kasteel werd gemoderniseerd en het park werd in formele stijl aangelegd met rechthoekige compartimenten. Het idee achter die formele stijl is dat de mens de natuur volledig beheerst. De natuur werd in strakke vormen gedwongen, onder andere door het snoeien van strakke hagen. Op een kaart uit 1611 is een lange rechte oprijlaan vanaf de huidige Van Vredenburchweg naar het kasteel te zien en op de kaart van Kruikius uit 1712 staat een kaarsrechte Serpentine Gracht aangegeven. Hier is dus duidelijk te zien dat Te Werve is aangelegd in de formele- of Franse stijl.

 


Vanuit het toenmalige kasteel waren er oorspronkelijk twee strategische zichtassen, die verder reikten dan het landgoed zelf, een historisch recht op vrij uitzicht. Dit zogenaamde servituut of erfdienstbaarheid verplichtte de eigenaren van omliggende landerijen hun gronden onbebouwd te laten om het zicht vrij te houden.

Het zichtveld waar ik op doelde i.v.m. het haviksnest, betreft het grote open veld achter het landhuis, aan de kant van de Van Vredenburchweg, de oorspronkelijke zichtas richting Grote- of Jacobskerk in Den Haag. De andere zichtas, het veld aan de voorkant van het landhuis, aan de kant van het meer, bood uitzicht op de toren van de Oude Jan in Delft.

Pas in 1954 werd dit laatste recht op vrij uitzicht, met toestemming van de toenmalige eigenaar, afgeschaft om uitbreiding van de gemeente Rijswijk (Plaspoelpolder en woonwijk Te Werve) mogelijk te maken.

Vanaf ongeveer 1810 veranderde de stijl van het landgoed langzamerhand in een Engelse landschapsstijl, waarin men de oorspronkelijke natuur terug liet komen. De rechte strakke lijnen werden vervangen door glooiende lijnen. Er werden doorkijkjes of informele zichtlijnen en open ruimtes gecreëerd die uitzicht boden op prachtige bomengroepen en schilderachtige bruggetjes over een inmiddels meanderende Serpentine Gracht. Op een kaart van Noordaa uit 1848 is de landschapsstijl duidelijk herkenbaar.



Nadat Abel Labouchere het landgoed kocht en De Put was gegraven, ontstonden er nieuwe doorkijkjes of informele zichtlijnen over het water. 

Het huidige park is nog steeds te ervaren zoals het begin negentiende eeuw bedoeld was, terwijl je door de bostuin of langs het meer wandelt, kun je genieten van schilderachtige open ruimtes en verrassende doorkijkjes. En als je goed kijkt kun je her en der nog een aantal overblijfselen uit de formele stijl ontdekken.


IG 3-8-2026

bronnen: monumenten.nl, AI, “Rondom de duiventoren", boekje ter gelegenheid van het 75-jarige bestaan van de Kon. Shell,”Doen in het Historisch groen” van Deyke van Donkelaar. Afbeeldingen van de landkaarten komen uit een publicatie van de natuur- en cultuurhistorische vereniging Te Werve.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten