donderdag 30 april 2026


INBREKERS EN PROFITEURS

Is het je ook opgevallen, dat op veel verschillende plekken op Te Werve pinksterbloemen staan? Het zijn er flink meer dan vorig jaar. Ik word daar helemaal blij van want ze schijnen in aantallen flink achteruit te gaan in Nederland en België.
De pinksterbloem, Cardamine pratensis, is een vaste kruidachtige plant. Anders dan de naam doet vermoeden ligt het hoogtepunt van de bloei in april. Dat is ruim voor Pinksteren.  In een publicatie uit 1898 is te lezen dat de pinksterbloem, in die tijd, eind mei bloeide. Die bloei is dus behoorlijk vervroegd.



Familie van de pinksterbloem is bolletjeskers, dit plantje groeit in de bostuin. Het bijzondere van bolletjeskers is dat het in de oksels van de stengelbladeren, zwartpaarse knobbeltjes heeft, ook wel broedbolletjes of bulbil genoemd. Uit  een broedbolletje kan weer een hele nieuwe plant groeien. Dit is een vorm van ongeslachtelijke voortplanting.
Bolletjeskers, Cardamine bulbifera, ook wel knoldragende tandveldkers genoemd, komt van nature voor in Midden- en Zuid-Europa en Zuidwest Azië. Het komt zeldzaam voor in Nederland en België.



In de bostuin staan ook verschillende soorten varens. Ik ben fan van varens. Prachtig om te zien hoe het blad zich uitrolt bij de struisvaren, een schitterende plant met gevederde bladeren. Aan de struisvaren komen twee verschillende soorten bladeren voor, vruchtbare en onvruchtbare. De onvruchtbare bladeren vormen een trechter, waarbinnen later de vruchtbare bladeren verschijnen.
De struisvaren, Matteuccia struthiopteris, heeft zijn naam te danken aan de groeiwijze van de vruchtbare bladeren. Het Latijnse struthio betekent struisvogel en het Oudgriekse pteris of varen is afgeleid van vleugel of veer.


Vorige week liep ik met mijn naamgenoot Ingrid te wandelen op Te Werve en stonden we even stil bij het bruggetje onder de drie watercipressen. Daar staat aan de waterkant een grote groep smeerwortelplanten met crème-witte bloemen. Volgens Obsidentify, een fotoherkenningsapp, is dit de kruipende smeerwortel, Symphytum grandiflorum. Kruipende of gewone smeerwortel, het is mij om het even. Ze zijn sowieso prachtig, mede omdat het echte hommelplanten zijn.
Het is daar, in die hoek, een gezoem van jewelste, want die hommels moeten heel wat moeite doen om nectar uit de smeerwortel te bemachtigen. Zo schommelen en rommelen ze heel wat heen en weer in die bloemkelken. Met als gevolg dat hun hele hommellijf vol zit met stuifmeel. Wat weer heel erg handig is, bij een bezoek aan een volgende bloem, om zo de bestuiving te bewerkstelligen.  
De bloemetjes van de smeerwortel zijn smalle hangende klokjes van ongeveer twee tot vier centimeter lang. Veel hommels passen daar niet in met hun dikke lijf. Ingrid vertelde me dat de hommels, die niet in de bloemkelken passen, daar iets op gevonden hebben. Ze bijten vanaf de buitenkant een gaatje in de bloem om zo, op een makkelijke manier, bij de nectar te komen. Slimme beestjes dus. Jac. P. Thijsse noemde dit “diefstal na inbraak”, omdat de hommels op deze manier zonder bestuiving de nectar stelen. Dat bestuiven mogen ze best wel doen, als dank voor de verrukkelijke nectar, vind je niet? Dus… zie je kleine gaatjes in de smeerwortelbloem, met vaak een bruin randje, dan weet je dat er een hommel profiteur langs is geweest.
 
IG 25-4-2026
bron: Wikipedia, Sprinklr en Flora van Nederland

Geen opmerkingen:

Een reactie posten