Baltsende Futen
Wat zijn futen toch leuk! Terwijl we op Te Werve bezig zijn om de laatste houtsnippers over de binnenpaden te verspreiden, wijst een collega vrijwilliger me op een baltsend paar op het meer.
Het futenpaar gaat zij aan zij over het wateroppervlak, dit is de eerste dans. Daarna volgt er nog een dans. Ze duiken onder water en komen boven met een bek vol slierten waterplanten, die ze aan elkaar geven. Dan zwemmen ze naar elkaar toe, met de hals gestrekt, en zwemmen tegen elkaar op, borst tegen borst, met schuddende koppen. Ze zwemmen van elkaar af om elkaar daarna weer te naderen. Wat een fantastisch gezicht is dat.
In het broedseizoen, van maart tot oktober, kunnen futen behoorlijk luidruchtig zijn. Ze hebben een verdragende territoriumroep. De meeste broedsels worden in mei-juni gelegd. Na het broedseizoen wordt het gebied meestal verlaten.
Wist je, als futen zin hebben om naar andere wateren te gaan, ze daar bij voorkeur 's nachts naar toe vliegen.
In hun zomerkleed zijn het werkelijk schitterende vogels met hun slanke witte nek, wit gemaskerde kop met een roodbruine kraag, die ze opzetten tijdens het baltsritueel. Ook heel karakteristiek zijn de zwarte kopveren.
In de nazomer vind je grote groepen futen in de rui op grote open wateren, zoals de Randmeren, het IJsselmeer, Grevelingen en de Waddenzee.
De Fuut werd vroeger ook wel Pronkvogel, Keizer, Bonte Visscher of Aarsvoet genoemd. Uit die laatste naam is waarschijnlijk de naam Fuut ontstaan; Aarsvoet…Foet…Fuut.
De naam Aarsvoet is bedacht omdat de poten van de fuut vrij ver naar achteren in het lichaam zitten. Het lijkt of de poten uit de billen steken, lees ik op de site van het IVN. Dit blijkt in de praktijk trouwens erg handig bij hun snel duikende en zwemmende levenswijze.
Op de kant voelen futen zich duidelijk ongemakkelijk. Ze kunnen best een kort stukje rennen, maar ze vallen makkelijk om.
Futen zijn echte watervogels, uitstekende zwemmers en nog betere duikers. De Fuut steekt zijn kop onder water om te kijken of er een lekker maal voorbij komt. In een korte snelle duikvlucht, van ongeveer dertig seconden, achtervolgt hij zijn prooi pijlsnel onder water. Futen leven hoofdzakelijk van visjes. Ook op het menu staan kreeften, kikkers, spinnen en insecten. De lange snavel die ze hebben is erg geschikt voor het verorberen van zo’n maal.
In het voorjaar bouwt het futenpaar eerst een speelnest op het water waarop ze paren. Daarna maakt het paar samen, van waterplanten, een steviger drijvend nest. Ze verankeren dit nest meestal aan oeverbegroeiing. Vorig jaar was een nest losgeraakt en dreef het rond vlak bij het witte bruggetje. Zo konden wij de familie Fuut goed bekijken.
De ouders verdelen de taken, ze broeden afwisselend. Het broedsel bestaat meestal uit drie of vier eieren. Als de jonge futen uit het ei zijn gekropen, liften ze vaak mee op de rug van hun ouders. Geweldig om te zien hoe die kleintjes, in hun zwart wit gestreepte pakjes, eigenwijs hun koppies boven de veren van de ouder uitsteken. Ze kunnen zelf, na enkele dagen, al goed zwemmen maar op de rug van pa of ma is het warmer en bovendien veiliger. Ook als de ouder een duik neemt om een maaltje te vangen blijven de kleintjes op hun rug zitten.
De kleintjes worden tien tot elf weken gevoed door de ouders.
IG 11-3-2026
bron: IVN, Vogelbescherming, Wikipedia
foto’s: GI, EJ en IG
Geen opmerkingen:
Een reactie posten