woensdag 23 november 2022

 

AFGEZAAGD

Op Te Werve groeit en bloeit in voorjaar en zomer van alles: planten, struiken, maar zeker ook bomen. Ze worden hoger, dikker en zwaarder. In de herfst wordt bij de meeste bomen het blad afgestoten en worden wortel en tak in gereedheid gebracht voor het komende voorjaar. In de winter staat alles in de ruststand. Dat is het jaarlijkse ritme van de natuur.

Dat betekent dat er in deze tijd van het jaar weer volop gezaagd gaat worden: de motorzagen zullen af en toe weer jankend door het bos gaan. Dode bomen worden geruimd, takken die uit de boom dreigen te vallen worden weggehaald. Bij de ronde door het bos in de afgelopen maand zijn de bomen die om zullen gaan al gemarkeerd. De zaagploeg staat gereed.

Jammer van die bomen? Nee, zeker niet. Groen moet onderhouden worden en dat geldt zeker ook voor bomen. Dode bomen zijn gevaarlijk, ze kunnen omvallen en veel schade teweegbrengen. Maar ook gezonde bomen moeten er soms aan geloven. Waar de bomen te dicht op elkaar staan moet er worden gedund. Gebeurt dat niet dan krijg je een bos met sprietjes: hele hoge bomen die in concurrentie met elkaar zo snel mogelijk naar het licht groeien maar onvoldoende massa hebben en kwetsbaar zijn voor wind en storm.

De komende weken gaat de zaagploeg aan de slag; een groep mannen met levenslange ervaring in het werken met machines en motoren. Gepokt en gemazeld. Een team dat zeer goed op elkaar is ingesteld. Iedereen weet wat ie moet doen: de omgeving vrij maken, de ketting en de banden aanleggen en spannen om de boom precies in de goeie richting om te laten gaan. Pas dan gaat de motorzaag erin en valt de boom op de uitgestippelde plek tussen andere bomen in. Precisiewerk. Vakmanschap.

We prijzen ons gelukkig met die ervaren zaagploeg. Daarom is het ook zo belangrijk dat er jongere mensen zijn die nu geschoold worden en ervaring kunnen opdoen om die kwaliteit te behouden. Motorzagen mag je zelf wel in je achtertuin doen, maar op een terrein als Te Werve moet je daarvoor echt gecertificeerd zijn. Logisch, want het gaat om gevaarlijke klussen en een levensgevaarlijke machine.  

Begin november heeft Harold zijn certificaat behaald na een driedaagse Lentiz-opleiding. Theorie én praktijk. Theorie om de motorzaag in en uit elkaar te kunnen halen en te weten waar de gevaren op de loer liggen als een boom gaat vallen. Afgesloten met een examen. En dan nog het praktijkexamen: een boom omzagen en precies op een gemarkeerde plek laten neerkomen. We zijn trots op deze gecertificeerde vrijwilliger!

Daarbij horen dan nog het gezichtsmasker, de gehoorbeschermer, stevige handschoenen, een zaagbroek en speciale veiligheidsschoenen. Gefinancierd met subsidie van De Groene Motor, een programma van de Provincie Zuid-Holland – medegefinancierd door de Nationale Postcodeloterij - om groene vrijwilligers te ondersteunen.

Hoort u straks de motorzaag, dan weet u dat de boom wordt afgezaagd door een deskundige!

MvL 21112022

 

maandag 24 oktober 2022

ROOD MET WITTE STIPPEN

Met zijn 75 jaar ervaring wist Kees Kort het antwoord op alle vragen over Te Werve. Als je hem vroeg of een paddenstoel eetbaar was antwoordde hij steevast en met overtuiging: “Alle paddenstoelen zijn eetbaar, sommige maar één keer”. Tja, daar moest de vraagsteller dan nog even over nadenken…..

Laten we zijn antwoord maar vertalen in een praktisch advies voor jong en oud: laat de paddenstoelen staan. Niet eten.

Het blijven wonderlijke dingen, die paddenstoelen. In tal van kleuren komen ze op het landgoed voor; wit, geel, rood, bruin, zelfs zwarte paddenstoelen, zoals de dodemansvinger. Zo zie je de ene dag niets, zo staan ze de volgende morgen te pronken in het herfstzonnetje.

De allermooiste is natuurlijk de vliegenzwam. Die spreekt altijd tot de verbeelding. Vraag een kind een paddenstoel te tekenen en u krijgt een vliegenzwam. Wie kent het niet, het liedje:

Op een grote paddenstoel, rood met witte stippen
Zat kabouter Spillebeen, heen en weer te wippen
Krak, zei de paddenstoel, met een diepe zucht
Allebei de beentjes hoepla in de lucht

 


De vliegenzwam, dit jaar zelfs de paddenstoel van het jaar. Natuurorganisaties roepen het publiek op om waarnemingen door te geven. Zo willen ze de verspreiding van de goed herkenbare rood-witte zwam in kaart brengen.

Een vliegenzwam vind je alleen in de buurt van een boom. Sterker nog, de zwam en de boom wisselen met elkaar stoffen uit. De vliegenzwam levert de boom voedingsstoffen, de boom levert de zwam suikers. Samen sterk! Onder de hoed zitten rondom hele dunne plaatjes, daartussen zitten de sporen, “zaadjes” waaruit nieuwe zwammen kunnen groeien.

En wat is ie mooi! Felrood – de kleur die in de natuur altijd het meest opvalt - met talloze spierwitte stippen; een sprookjesachtig showfiguur. De paddenstoel begint zijn groei onder de oppervlakte en zit dan ter bescherming nog in een vlies. Boven de grond groeit de paddenstoel verder, maar het vlies niet. Dat scheurt in talloze stukjes uiteen: dat zijn de witte stippen op de rode hoed. Ook onder die hoed is nog een restant van dat vlies te zien: de ring die rond de steel zit.

Hoe mooi hij ook is, rond de vliegenzwam hangt toch altijd de vraag of ie giftig is. In Nederland zijn we altijd bang dat een paddo – hoe lekker die er ook uit ziet – eigenlijk heel giftig is. Nou is dit geen medische rubriek, de auteur is geen arts of apotheker, maar toch valt er wel iets over te zeggen uit de talloze bronnen die beschikbaar zijn.

De belangrijkste conclusie is: ze zijn niet dodelijk, maar je kunt er wel erg raar van gaan dromen. Aanraken kan geen kwaad. Na afloop handenwassen ook niet!

Maar er zitten in de zwam wel stofjes die je high kunnen maken. In sommige geloven en bijgeloven wordt de gedroogde vliegenzwam daarom toch gegeten om in een trance te komen. En heksen eten ze natuurlijk, die denken dat ze dan kunnen vliegen.

Wetenschappers hebben uit de Vliegenzwam het iboteninezuur kunnen isoleren, een insecticide. Door het te drogen wordt dat omgezet in muscimol. En dat is een stof inwerkt op het zenuwstelsel en hallucinaties veroorzaakt.

Wie er veel van inneemt kan er dus wel degelijk last van krijgen. Dat begint met verwardheid en hallucinaties. Daarna volgt een fase van diepe slaap. Na 24 uur ben je dan wel weer op de been. Tegengif is er niet, dus dat wordt uitzieken. Pas in veel grotere hoeveelheden is de stof dodelijk.

  

U begrijpt het wel: de vliegenzwam staat bij ons wél op het terrein, maar niet op de menukaart.

 

Mvl24102022

Meer lezen? Kijk op de site van de Nederlandse Mycologische Vereniging, of op www.antigifcentrum.be/


dinsdag 4 oktober 2022

 JARDIN TE WERVE, PARC á PARIJSWIJK

Zon mooi parkachtig landgoed als Te Werve vind je niet snel in onze omgeving. Dat maakt vergelijken met een gelijksoortig gebied moeilijk. Maar laten we eens verder kijken. Neem Parijs. Waarom niet? De meesten van ons zijn er wel eens of zelfs vaker geweest. De Franse hoofdstad, ruim twee miljoen inwoners, de voorsteden en buitenwijken niet meegerekend. Een stedelijk gebied, zonder twijfel. Al veel meer dan 100 jaar rijgen zich de flats aaneen, avenue na avenue, arrondissement na arrondissement. Door de straten gaan per dag tienduizenden mensen; sinds de komst van de doortastende burgemeester Anne Hidalgo steeds vaker op elektrische steppen en fietsen en aanzienlijk minder in auto’s.

Het is verrassend om te zien hoeveel parken er in die stad zijn. Van een klein buurtparkje tot hele grote parken, soms net zo groot als Te Werve: Jardin du Luxembourg is 23 ha groot, Jardin des Plantes 28 ha. De vele parken liggen verspreid over de hele stad. Elke Parijzenaar kan binnen een paar minuten naar een park lopen. En dat dóen ze ook, massaal. Duizenden mensen. Groen is voor de Parijzenaars erg belangrijk en wordt gekoesterd. Alle parken zijn omheind: soms met een eeuwenoud smeedijzeren hekwerk, vaak simpeler natuurlijk, maar wel effectief. ‘s Avonds gaan ze dicht en op slot, in de ochtend weer open. In alle parken wordt toezicht gehouden, in heel veel parken is een (schoon!) toilet aanwezig. Bijna altijd zie je er ook gemeentepersoneel werken aan het onderhoud: het groen wordt goed verzorgd. Voor de kleintjes is er meestal in het park nog een afgezonderd speeltuintje, voor de allerkleinsten zelfs een speciale plek, schoon zand, schepjes, met vriendelijk hekwerk afgescheiden van de rest. En wat zeker heel belangrijk is: in alle parken staan banken. Niet één, niet twee, maar talloze. Schoongemaakt en gelakt.

Werkenden gebruiken de ruimte om te pauzeren, hardlopers om te joggen, jongeren om te voetballen of te basketballen, verliefde paartjes om in het gras te liggen.

De meeste parken hebben ook een culturele en educatieve functie. Vaak staat er een beeld, heel vaak staat er een bord waarop de geschiedenis staat en de naam van het park wordt uitgelegd. Maar de stad vertelt ook vaak wat er voor bijzonders aan het groen is: bijvoorbeeld een zeer oude eik, of een ginkgo van meer dan dertig meter hoog. Ook de vogeltjes worden niet vergeten. In één van de parken staat een paal met een nestkastje en eronder een afbeelding van een koolmees met uitleg.

Natuurlijk is er niet altijd ruimte voor een flink park. Maar geen nood: veel straten in Parijs zijn erg breed en hebben in het midden ruimte genoeg voor de aanleg van een royale groene wandelstrook.

En als er op de grond niets geschikt is, nou, dan neem je een oud bovengronds traject van een opgeheven metrolijn. Zo is er de Coulée Verte, de Groene Riem, een voormalig metrospoor op zo’n 10 meter hoogte tussen de huizen door, dat al 30 jaar bestaat. 4,7 Km lang, ecopark, met drinkwater, wifi. Geen défibrilateur, open - afhankelijk van het seizoen - van 07 tot 20.30 uur. Met zoveel informatie, kan het makkelijker?

Te Werve is net zo’n groene oase in stedelijk gebied. Ook bij ons kun je er tot rust komen. Genieten van de natuur, bloemen, bomen, bijtjes, vogels en vlinders bekijken. Afkoelen in te hete zomers. Rijswijkers zouden er meer gebruik van kunnen maken.

Parijs zou Te Werve maar wat graag binnen haar stadsgrenzen hebben: Jardin Te Werve. Dat gaan we niet doen: Te Werve blijft in Parijswijk!

MvL230922

 

maandag 22 augustus 2022

’T IS BIJ DE KONIJNEN AF….OF NU NIET MEER?

Wie wordt er nou niet vertederd door zo’n lief konijntje? Elk kind wil zo’n beestje graag oppakken en aaien. Zelfs volwassenen blijven er niet onberoerd bij. Een mooi konijn is een plaatje, zéker als onze fotograaf Rob Mostert dat plaatje heeft geschoten van een konijntje op ons terrein.

Ze zijn er dus weer: konijnen op Te Werve. Lange tijd was er geen enkele te zien. Dat was “bij de konijnen af” zoals het officiële Nederlands gezegde luidt: “heel erg”. Nu huppelen er weer enkele rond. Er waren dit voorjaar zelfs drie jongen, maar die hebben het met onze roofdierenfauna helaas niet overleefd. Jammer. Opvallend is wel dat er twee kleuren zijn: het gebruikelijke bruingrijze konijn, maar ook een bijna geheel zwarte variant.

Wonderlijk, het kan een spontane mutatie zijn, maar ook een dier dat iemand kwijt wilde en op ons terrein heeft gezet (niet doen; een wild konijn is echt wat anders dan een tam huisdier!). Leuk is wel dat ze zeker in elkaar zijn geïnteresseerd, zoals uit onderstaande foto blijkt.                  


Vandaag de dag zijn konijnen hobbydieren: om naar te kijken, om ermee te spelen. Vroeger was dat wel anders. Toen er nog geen koelkasten waren (ja, lieve kindertjes, ook die tijd is er ooit geweest!) moest je tijdig zorgen voor voldoende voedsel om de winter door te komen. Erwten, duiven en konijnen. De eerste kon je drogen, de laatste twee kon je zo vers van het veld halen. Konijnen werden dus met andere ogen bekeken. Maar ook hun zachte vel voorzag in een zekere behoefte. En - tja, je kunt het je nu niet meer voorstellen – konijnen waren voor de adel zeker ook een speeltje voor hun jachthobby. Om altijd wel een paar huppelende schietschijfjes in de buurt te hebben werden Conijnen – want zo schreef je dat destijds – op een afgesloten terrein gezet: een Conijnenwarande. Een afgesloten terrein, vaak een heuvel, waar de dieren holen konden maken. Maar het terrein konden ze niet af. Ook Te Werve heeft ooit zo’n warande gehad: in de 17e eeuw schreef Simon van Leeuwen het volgende over Te Werve: “Dit Huys heeft behalven fijne schoone Thuynen en Boomgaarden een heerlijke Plantagie van sware en ouwe opgaande Boomen. Item een abondante Reygerye, en Warande van Conynen, en voorts andere deftigheden, tot soo een Riddermatich Huys behoorende”.* Die warande heeft waarschijnlijk gelegen direct rechts van de oprijlaan.

Met de konijnenstand in Nederland gaat het op- en afwaarts. Misschien leest u de Staatscourant niet elke dag, maar in nummer 56788 in 2020 was een nieuwe Rode Lijst Zoogdieren opgenomen met daarop óók het konijn. Niet direct als bedreigde soort, wel als “gevoelige” soort. De jacht is niet gesloten, maar jachthouders hebben wel de plicht om te zorgen voor een redelijke stand.

Warandes waren er ook elders in Nederland volop; voor konijnen of andere dieren. De Koekamp in De Haag was ooit de “Warande ghenaempt de Coe Camp”. Joost van den Vondel schreef in 1617 zijn “Vorstelijcke warande der dieren”**. Toen de adel zijn vorstelijke positie verloor, verdwenen ook de warandes. Vaak ze omgezet in parken of hertenkampjes.

Hmm, dat laatste had toch bij ons op Te Werve ook wel gekund? 

MVL10-8-22

Foto’s: Rob Mostert

*Batavia Illustrata over ‘t Huys te Werve. Bevattende  “de Verhandelinge van den Adel en Regeringe van Hollandt” samengesteld door Simon van Leeuwen

** Wikipedia

 

 

woensdag 6 juli 2022

 

ZE VRETEN ALLES KAAL!

“Ach, wat sneu, dat hele boompje wordt opgevreten. Wat jammer nou!” Tja, dat is een voor de hand liggende reactie als je de jonge appeltjes en de blaadjes helemaal ingepakt ziet met een web vol rupsjes. De spinselmot heeft toegeslagen! Je kunt het geknaag niet horen, maar reken erop dat ze vreten. Doodspuiten? Doe maar niet!

Het ene jaar wat meer, het andere jaar wat minder, maar de spinselmot is een terugkerend verschijnsel. En het gaat niet om een enkel rupsje, neen, de hele vriendenkring komt mee en ze blijven allemaal eten.

Wilt u bij kennissen en vrienden een geleerde indruk maken, dan vraagt u natuurlijk losjes om welke stippelmot het gaat. Er zijn namelijk – zo meldt Wikipedia – meer dan 700 soorten: de Amblyzancla araeoptila, de Anaphantis aurantiaca, de Calamotis prophracta en ga zo maar door. De genoemde website noemt er 443; gelukkig komen de meeste soorten alleen in de tropen voor. Maar ze hebben ook gewone namen: wit naaldkwastje, het grijze naaldkwastje, rode duifmot, de kardinaalsmutsstippelmot, de vogelkersstippelmot, meidoornstippelmot, wilgenstippelmot, appelstippelmot. Voor elke boom- of struikensoort lijkt er een eigen stippelmot te zijn. Kleine verschilletjes, maar wat ze gemeen hebben is dat ze flinke stukken struik, maar als het moet ook een ouwe fiets helemaal kunnen inpakken.

Dat doen ze niet zomaar: het web moet vijanden verhinderen dat ze opgevreten worden.

Maar ook daar – het is net de echte-mensenwereld – is wat op gevonden. Mezen en dan met name koolmezen weten daar handig mee om te gaan en lusten de rupsjes rauw.

Op Te Werve waren de afgelopen weken de appelbomen de pineut. Ze stonden in de volle belangstelling van de appelstippelmot.

Hoe komen ze daar terecht? Nou, niet van de ene op de andere dag. In de zomer zet de vlinder eitjes af op jonge takken. Die komen aan het eind van de zomer uit: minuscule rupsjes houden zich de hele winter schuil tot het voorjaarszonnetje gaat schijnen. Dat is voor hen het startsein om te gaan vreten aan de jonge blaadjes. En zoals iedereen weet zijn alle rupsen Rupsjes Nooitgenoeg die flink dooreten.

Na het stadium van het eitje en het stadium van rups worden de volgende fasen doorlopen: verpoppen en zich als vlinder uitvouwen. Nachtvlinders in dit geval. Wittig met bruine delen en zwarte stippeltjes. Spanwijdte zo’n 2 cm. En dan begint de hele cyclus weer overnieuw.

Zijn ze gevaarlijk voor mens, plant of dier? Nee, niks aan de hand. Vogels en dan vooral koolmezen vinden het lekkere hapjes. Mensen doen ze niets (“wij zijn geen eikenprocessierupsen, wat denk je wel”), de plant gaat er niet aan dood. Die overleeft deze aanslag wel. Misschien nog in hetzelfde seizoen, anders volgend jaar lopen de takken weer gewoon uit en komen er weer nieuwe appeltjes. Het is wel een treurig beeld, zo’n ingepakte afgevreten tak, dat wel.

Bestrijden? Laat maar. Chemisch doen we sowieso niet. Met een stevige waterstraal kun je er wel een heleboel van af spuiten. Aangetaste takken kun je afknippen. Je kunt ook de natuurlijke vijanden stimuleren: koolmezen verleiden met nestkastjes, oorwormen lokken met gepaste middelen omdat die de stippelmot zo lekker vinden.

Maar ja, zeg nou zelf: moeten we echt oorwormen gaan lokken?

Foto’s: Rob Mostert

Mvl05072022

donderdag 9 juni 2022

 
NOOIT MEER 1590
Ach, wat is het toch vredig op Te Werve: groene bomen, kabbelend water dat rustig stroomt onder romantische bruggetjes. Jonge gansjes, meerkoetjes en eendjes die de wereld verkennen, dromerige duiven die even rust nemen op een tak en kijken naar een gazon vol bloeiende madeliefjes. En natuurlijk onze bezoekers die zich wandelend ontspannen: “Wat een prachtig landhuis” en: “Kijk daar, die duiventoren. Wat staat er eigenlijk op dat bordje, met die gouden cijfers? Oh ja, 1590”.
Tja, zo hoort het. Daar mogen we heel gelukkig mee zijn. Ook, of juist nu elders in Europa door vechtende landen verwoestend wordt uitgehaald.


In 1590 zag de wereld er hier totaal anders uit. We zaten midden in de heftige periode van de 80-jarige oorlog met de Spanjaarden (1568-1648). Laten we ons even verplaatsen in de Rijswijkers van rond 1590. Ze hebben net de bovenbouw van de Duiventoren gebouwd op de dikke muren, restanten van een oude vermoedelijke verdedigingstoren. Met trots wordt het jaartal 1590 in goud aangebracht op de herdenkingssteen in de torenmuur.
Maar niemand was vergeten wat een drama zich een paar jaar geleden in Delft had afgespeeld. In zijn eigen hoofdkwartier, het Prinsenhof, wordt Willem van Oranje op 10 juli 1584 met twee schoten vermoord. De kogelgaten zullen nog eeuwenlang in de muur zichtbaar blijven. De dader, Balthasar Geraerts, wordt al snel aangehouden. Drie dagen lang wordt ie beestachtig gemarteld om daarna alsnog te worden onthoofd.

Doodstraffen waren in die tijd geen zeldzaamheid. De executies waren vaak gruwelijk. Soms werd - met vier paarden, één aan elk been en arm - de veroordeelde uit elkaar getrokken. Ophangen kwam ook regelmatig voor, óók in de Herenstraat van Rijswijk op het pleintje voor de Oude Kerk. Onder grote publieke belangstelling. Na de executie werd het lijk nog maandenlang tentoongesteld op het Galgenveld, dat was waar nu de Rijswijkseweg en de Laakweg elkaar kruisen. In januari van het jaar 1590 was op de Grote Markt van (inmiddels Belgisch) Lier Cathelyne van den Bulcke zelfs nog verbrand als heks. Tussen 1550 en 1650 werden in Europa tussen de vijftig- en honderdduizend mensen (bijna altijd vrouwen) als heks veroordeeld. Wreedheid en bijgeloof waren de normaalste zaken van de toenmalige wereld in onze streken.

Na de moord op Willem van Oranje werd zijn zoon prins Maurits – toen pas 18 jaar - de stadhouder van Holland en Zeeland. Een slimme jongen overigens die met een knappe list in 1590 Breda wist terug te veroveren op de veel sterkere Spanjaarden. Midden in de nacht had ie in een turfschip soldaten onopvallend de stad in gesmokkeld. Toen die van binnenuit de aanval ontketenden kon de rest van de troepen van Maurits rustig naar binnen lopen. Wat zich daar verder afspeelde laat zich raden.

Een vergelijkbare zaak had zich 16 jaar eerder al voorgedaan in Leiden. De Spanjaarden probeerden in 1574 Leiden te bezetten en omsingelden de stad. Talloze Leidenaren stierven van de honger. Gelukkig staken geuzen de dijken door. Bang voor het water gingen de Spanjaarden er hals over kop vandoor en kon de stad worden ontzet. Ze vieren het nog steeds elk jaar op 3 oktober.

Die aanvallen op steden waren geen uitzondering. Steden die Spanje veroverden werden meer dan eens terugveroverd. En omgekeerd.
Het Staatse leger (zeg maar het leger van Noord- en Zuid-Holland en Zeeland) voerde in 1589 een aanval uit op Nijmegen, waar toen de Spanjaarden nog zaten. De aanval mislukte, maar niet zonder slachtoffers.

In hetzelfde jaar werd Zoutkamp na een dagenlange belegering terugveroverd door de Friese troepen van Willem Lodewijk. Het beleg van Heusden moesten de Spanjaarden zonder resultaat weer opgeven.
Elders in Europa was het niet rustiger. In Frankrijk werd koning Hendrik III vermoord.
Een grote Spaanse zeevloot werd door de Engelsen verslagen. Een hevige storm deed de rest met de vloot: 9.000 doden.
Op bevel van koningin Elizabeth I van Engeland wordt de Schotse koningin Maria Stuart van hoogverraad beschuldigd en onthoofd. Zo ging dat.
 
In ons land werd Eindhoven eerst door het leger van de Staatsen ingenomen, kort daarna weer teruggepakt door de Spanjaarden. Door Engels verraad viel ook Deventer in de handen van Spanje. Sluis was in 1587 al veroverd door de hertog van Parma.
En zo was het doorgegaan: Den Bosch, Amerongen, Zutphen, Eindhoven, allemaal worden ze belegerd, veroverd of gewoon in brand gestoken.
 
Rijswijkers maakten een deel van die geschiedenis overigens van dichtbij mee. Hoge pieten uit het buitenland werden per boot vanuit Delft naar de Hoornbrug gevaren. Ondertussen liet Maurits zich per koets vanuit Den Haag naar die plek vervoeren. Bij de Hoornbrug werden de handen geschud en vandaar werden de gasten meegenomen naar het Binnenhof.
    


Tja, daar hoeft u allemaal niet meer aan te denken bij uw rondje op Te Werve. 1590: dat wordt het hier nooit meer.
 

Mvl 2-6-2022  Bronnen: Ende, W.P.C. van der, 'Het galgenveld in Rijswijk', in: Historische Vereniging Rijswijk, Jaarboek 2001 (Rijswijk, 2001). Diverse lemma’s Wikipedia

maandag 2 mei 2022

 

ZO ZIET DE HEMEL ER VAN BINNEN UIT

Je vraagt het je vaak af: hoe zou de hemel er van binnen uitzien? Zijn er kamers? Zalen? Gangen? Krijgen sommige mensen een hogere plaats dan anderen of zit je allemaal naast elkaar? Zitten of staan, of misschien wel lopen.

Berichten van boven (klopt dat, is het van boven?) hebben ons nooit bereikt. En toch hebben we een heel sterk beeld.

Want laten we eerlijk zijn, mooier dan een hele wand met bloeiende blauweregen kán gewoon niet. En laat er nu zo’n wand op Te Werve zijn! Wij weten het zeker: in de hemel zijn de wanden begroeid met Blauwe Regen. Moet wel, kan niet anders.

Onze blauweregen groeit aan de westkant van de muur bij de boomgaard. Ruim 85 jaar geleden geplant, weten we uit mondelinge overlevering. Elk jaar wordt ie zorgvuldig gesnoeid en zodra de primula’s en de narcissen hebben gebloeid weten we uit ervaring dat De Blauwe er aan komt. Beginnend bij de Oranjerie, snel uitlopend in de richting van het Meer tot de hele tuinmuur een zachtblauwe tint heeft gekregen. Elk jaar weer een wonder hoe uit onopvallende bruin getinte stengels zoveel tere schoonheid kan ontstaan: de wonderlijke wisteria. Ze kan zich met het grootste gemak winden om palen en bomen; doch bij het beklimmen van een muur wil ze graag een handje worden geholpen met tere latjes en zachte twijgjes. Vlijtige vrijwilligershanden vervullen die vriendentaak met verve; alles voor De Blauwe.

Het spreekt voor zich dat deze schoonheid niet onopgemerkt blijft:

Dichters, schrijvers, schilders;

paartjes jong en oud,

ze lopen langs de muur,

befluisteren de schoonheid,

genieten van dit blauwe avontuur.

Ook elders in de wereld wordt de wisteria geprezen om haar vorm en kleur. Vooral in Japan, dat naast Korea en China één van de oorsprongslanden van de blauweregen is. De natuurlijke schoonheid van bloemen en planten trekt daar elk jaar weer miljoenen mensen naar de parken. Prachtige meterslange pergola’s roepen een dromerige sfeer op waar Japanners uren naar kunnen kijken. Het Ashikaga Park is daar een befaamde toeristische attractie. Dichterbij zijn er natuurlijk de sublieme schilderijen van Monet en dan met name zijn beroemde werk Blauweregen: dat indrukwekkende meters grote werk waarin lucht, water en blauwpaarse bloemen in elkaar verstrengeld zijn geraakt raken.

 

Wie naar Parijs gaat moet Monets werken zeker eens bekijken in Museum Marmottan, niet ver van de Eiffeltoren.      

Maar misschien heeft u de blauweregens al gezien in het Kunstmuseum in Den Haag dat er in 2019 een speciale tentoonstelling (“Monet – Tuinen van verbeelding”) aan wijdde.  

Net zo mooi als Te Werve? Nou, het spant erom!

 

MvL29-4-2022