donderdag 30 april 2026
woensdag 1 april 2026
Wist je, als futen zin hebben om naar andere wateren te gaan, ze daar bij voorkeur 's nachts naar toe vliegen.
In de nazomer vind je grote groepen futen in de rui op grote open wateren, zoals de Randmeren, het IJsselmeer, Grevelingen en de Waddenzee.
De Fuut werd vroeger ook wel Pronkvogel, Keizer, Bonte Visscher of Aarsvoet genoemd. Uit die laatste naam is waarschijnlijk de naam Fuut ontstaan; Aarsvoet…Foet…Fuut.
De naam Aarsvoet is bedacht omdat de poten van de fuut vrij ver naar achteren in het lichaam zitten. Het lijkt of de poten uit de billen steken, lees ik op de site van het IVN. Dit blijkt in de praktijk trouwens erg handig bij hun snel duikende en zwemmende levenswijze.
Op de kant voelen futen zich duidelijk ongemakkelijk. Ze kunnen best een kort stukje rennen, maar ze vallen makkelijk om.
Futen zijn echte watervogels, uitstekende zwemmers en nog betere duikers. De Fuut steekt zijn kop onder water om te kijken of er een lekker maal voorbij komt. In een korte snelle duikvlucht, van ongeveer dertig seconden, achtervolgt hij zijn prooi pijlsnel onder water. Futen leven hoofdzakelijk van visjes. Ook op het menu staan kreeften, kikkers, spinnen en insecten. De lange snavel die ze hebben is erg geschikt voor het verorberen van zo’n maal.
De kleintjes worden tien tot elf weken gevoed door de ouders.
IG 11-3-2026
bron: IVN, Vogelbescherming, Wikipedia
foto’s: GI, EJ en IG
maandag 16 februari 2026
zwerfafval
Afgelopen weken hebben de vrijwilligers flink opgeruimd. Na maanden blad te hebben geharkt is het nu weer tijd om de losliggende takken bij elkaar te rapen. We leggen de takken op stapels langs het pad. Eind februari worden ze versnipperd.
Ook zijn we met vuilknijpers en vuilniszakken op jacht gegaan naar zwerfafval.
Tijdens al dat vuil rapen moest ik denken aan een affiche van de ANWB, die met dat bekende rijmpje. Het is al lang geleden, dat wel. Op het affiche, in 1928 gemaakt door Willie Sluiter, staat een jong stel, gekleed volgens de laatste mode. Zij wandelen in een parkachtig landschap. Achter hen, rond het bankje waar ze hebben gezeten, zie je hun afval op de grond liggen. De ANWB verspreidde vele duizenden van die affiches met daarop het bekende rijmpje:
“laat niet als dank
voor `t aangenaam verpoozen
den eigenaar van `t bosch
de schillen en de doozen!”
De slogan werd zo bekend dat in latere jaren enkel maar de eerste regel op de affiches werd afgedrukt. Nu, bijna honderd jaar later, is er niet heel veel veranderd. Nog steeds ligt er zwerfvuil. We komen van alles tegen, ook op Te Werve. Van blikjes en drankflessen tot snoeppapiertjes.

Het viltige judasoor, uit dezelfde familie (Auriculariaceae), hebben we ook gespot. Deze eenjarige zwam kan je het hele jaar tegenkomen. Het viltige judasoor houdt van essen en iepen. Viltig judasoor is ruigharig, viltig, en grijs van kleur, met een witte rand. Het komt voor op veel plaatsen in de wereld maar noordelijker in Europa wordt het zeldzamer.
Verder kijken we in deze tijd altijd of op de bekende plekken de rode kelkzwam al is verschenen. En ja hoor, ongeveer twee weken later dan vorig jaar steekt de frisse beige en rode kleur van het wonderschone zwammetje weer mooi af tegen het donkerbruin van de op de grond liggende wilgentakken. Ik ben een enorme fan van dit rode kelkzwammetje en kon het niet nalaten dit nog even te melden.
IG
10-2-2026
bron: ANWB,
Wikipedia, foto`s: JG
woensdag 7 januari 2026
TE WERVE, WITTE BRUID
Heel ingetogen
onder haar witte kleed
ligt zij daar
haast onbewogen
de stilte is neergedaald
onder heel veel zachte vlokken
buigen haar takken
als serene winter-lokken
vol verwondering en traag
waart zij hier rond
geluid van stappen
in een witte zachte laag
sneeuw op haar gelaat
kon dit maar altijd blijven
en als zij toch tevoorschijn komt
uit deze onverstoorde staat
vraag ik haar hand
nieuwe start en nieuw begin
het zal voelen als herboren
na dit magisch witte land
maandag 5 januari 2026
ALLE GOEDS VOOR 2026
Een tijdje geleden liep ik met een collega vrijwilliger toezicht te houden op Te Werve. Wat is het rustig, zeiden we tegen elkaar. Laten we een rondje om het meer lopen.
Aan de overkant staat een oude knotwilg tussen een aantal
soortgenoten. Kijk nou toch, het lijkt wel of hier een bever heeft zitten
knagen. Een enorm gat is onder in de stam te zien, maar we ontdekken geen
sporen van bever tandjes. Nee, hier leven geen bevers. De boom is van binnenuit
verrot en erg onstabiel, we geven hem een klein zetje en….krak, daar gaat ie.
Het is zijn tijd.
We lopen verder. Het meer van Te Werve is in nevelen gehuld…werkelijk prachtig om te zien. Ook in de winter is het hier mooi. Contouren van bomen aan de overkant van het meer weerspiegelen vaag in het bijna roerloze water, één en al verstilling.
Geen bevers op Te Werve, maar welke zoogdieren leven hier wel? Aan het aantal molshopen te zien moeten er op Te Werve verschillende mollen leven.
Mollen zijn over het algemeen niet zo geliefd omdat veel
mensen die zandhopen in het gazon niet kunnen waarderen. Dat is jammer want
veel molshopen betekent een goede bodem. Mollen zijn een indicator voor
bodemkwaliteit. Zij houden met hun gegraven gangen de bodem luchtig. Lastige
larven en insecten worden gegeten en hierdoor in toom gehouden door deze
zwartgrijze bijna blinde beestjes met hun grote “graafhanden”.
Door klimaatverandering moeten mollen bij droogte steeds
dieper graven om voedsel te vinden. Soms wel tot twee meter diep, om een
lekkere worm te kunnen scoren.
Mollen laten zich bijna nooit zien. Een hele tijd geleden zag
ik er eentje dood langs het pad liggen. Zo’n beestje is best klein, ongeveer
10-15 cm lang en het weegt bijna niks. Het molletje heb ik op een beschut
plekje achter een boom gelegd.
Toch zijn mollen bij tijden ook wel populair, ken je ze nog?
Momfer de mol uit de fabeltjeskrant en Henk de Mol, de pleegvader van Alfred
Jodokus Kwak.
Aan het einde van de dag loop ik over het laantje van Kort naar huis, zie ik opeens een eekhoorntje langs de stam van een dikke boom naar boven roetsjen. Wat een vertederend beeld is dat toch. Het valt me op dat zijn roodbruine vacht wat grijzer is geworden. De kleur kan in de winter of naarmate de beestjes ouder worden wat grijsachtiger zijn.
Er woont nog zeker één ander exemplaar op Te Werve. Ik zag ze
een tijd geleden achter elkaar aan sjezen en acrobatische toeren uithalen in de
bomen op het pad van Labouchere. De prachtige pluimstaart dient als roer
waarmee eekhoorns hun sprongen kunnen sturen.
Eekhoorns zijn echte boombewoners maar ook op de bosbodem
voelen ze zich goed thuis. In de herfst eten eekhoorns extra veel om
vetreserves aan te leggen voor de winter. Ook verstoppen zij voedsel in de
grond en in boomholtes. Eekhoorns houden geen winterslaap maar zijn wel minder
actief in die periode. Zij voeden zich met noten en zaden. Verder houden ze ook
van knoppen, paddenstoelen, stukken boomschors, vogeleieren en af en toe wat
insecten. Soms eten eekhoorns aarde om mineralen binnen te krijgen.
Eekhoorns zijn dagdieren en vooral actief rond de opkomst en
ondergang van de zon.
De lezers van dit blog wens ik alle goeds voor 2026!!
IG 3-1-2026
bron:
wikipedia, IVN
donderdag 4 december 2025
Ook op landgoed Te Werve gebruiken de gevallen bladeren! De vrijwilligers hebben het er nu heel druk mee: vegen, vegen, vegen, verzamelen en afvoeren naar de speciale plek.
Als de bladeren vallen, zijn we geneigd om die zo snel mogelijk op te ruimen. In een ‘ecologische’ tuin is dat niet nodig. Het is immers een heel natuurlijk fenomeen dat gevallen bladeren de grond tijdens de herfst en winter bedekken. Maar waar hou je het best rekening mee als je bladeren in je (moes-)tuin wilt gebruiken?
Diverse soorten: taai, mals, zuur, ziek?
Verschillende bladeren verschillen in tempo van composteren, maar uiteindelijk verteren ze allemaal.
- De zachte bladeren van wilg, linde of berk zijn tegen het eind van de winter al bijna helemaal vergaan.
- Heel taaie bladeren (hulst, laurierkers) en zure bladeren (eik, beuk, notenboom) en naalden van coniferen verteren ook, maar langzamer.
- Maar ook bladeren met schimmels, insectenvraat of gallen kun je gerust als mulch gebruiken.
Met veel boombladeren en wat geduld maak je die zelf zo:
- Verzamel afgevallen blad op een vochtige dag. Droog blad is ook goed, maar dat moet je dan wel natmaken. Het blad van de meeste bomen verteert heel snel. Blad van beuk en eik composteert langzamer, maar werkt ook. Meng bij voorkeur verschillende soorten blad.
- Stop het vochtige blad in een grote plastic zak of iets dergelijks.
- Prik enkele gaten onder in de zak en zet hem weg.
- Schud die zak om de maand eens door elkaar, en geef ook wat water als het materiaal te droog is.
- Na twee jaar heb je een perfecte vervanger voor turf of kokosvezels. De hoeveelheid bladcompost is niet groot: je houdt ongeveer 20% over van je oorspronkelijke massa. Je kunt ook houtsnippers of een mengsel van bladeren en snippers in een paar jaar laten verteren tot potgrond.
Gerda Idsinga. Bron: Velt.nu
donderdag 20 november 2025
HEKSENKRINGEN
Tijdens een van mijn vele wandelingen op Te Werve kwam ik heel veel prachtige koraalzwammen tegen, een paar robuuste plooivoetzwammen en een groepje teer ogende porseleinzwammen. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Over de hoeveelheid verschillende soorten paddenstoelen kan ik me blijven verbazen. Eigenlijk ben ik die dag op zoek naar heksenkringen. Onder de bomen waar ik vorig jaar een heksenkring had aangetroffen is ook dit jaar weer zo'n fascinerende cirkel van nevelzwammen uit de grond tevoorschijn gekomen. De kring is zo groot, dat het onmogelijk blijkt om deze in zijn geheel fatsoenlijk op een foto vast te leggen.
Het mycelium staat in verbinding met bijvoorbeeld een boom. Op deze manier krijgt de boom extra voedingsstoffen in de vorm van mineralen, die de schimmels uit de bodem halen. In ruil daarvoor ontvangen de schimmels weer suikers van de boom, aangemaakt door middel van fotosynthese. Fotosynthese is het proces waarbij groene planten zonlicht gebruiken om suikers en zuurstof te produceren. Deze samenwerking is van levensbelang voor veel soorten.
De cirkels van heksenkringen worden dus ieder jaar groter. Heksenkringen die in symbiose leven met een boom, blijven meestal kleiner dan de kringen in bijvoorbeeld een grasveld. Een van de oudst bekende heksenkringen leeft in een grasveld in Frankrijk, een kring van waarschijnlijk zevenhonderd jaar oud met een diameter van meer dan zeshonderd meter.
Wanneer het einde van het paddenstoelenseizoen in zicht is, vaak in november, verschijnen er grote heksenkringen van nevelzwammen op Te Werve. Deze grijze paddenstoelen zorgen ervoor dat het dichte bladerdek waar ze op leven verteerd wordt.
IG
17-11-2025
bron:
wikipedia, IVN, Resource, Nature today
















