maandag 15 juni 2026

PECHVOGELFAMILIE HAVIK

De havik is een beschermde, inheemse, krachtige, honkvaste roofvogel. We zien hem vaak in een cirkelende vlucht boven Te Werve, waarbij alle geschikte plekken worden afgezocht om dan plots in een stootduik, een snelle loodrechte duikvlucht, zijn prooi te overrompelen. Op het menu van de havik staan vaak vogels, zoals duiven, spreeuwen, eksters en kraaiachtigen of zoogdieren zoals konijnen en eekhoorns. De havik verdrinkt zelfs eenden om ze daarna als prooi uit het water te slepen.
Om een partner aan te trekken en zijn territorium te markeren maakt de havik een baltsvlucht. Ook brengt hij een prooi naar een vrouwtje, wellicht wil hij aantonen dat hij een goede jager is. Wist je trouwens dat de vrouwtjes veel grotere prooien vangen dan de mannetjes. De paartjes blijven doorgaans trouw aan elkaar.
Een havikspaar bouwt doorgaans een stevig en groot nest hoog in een boom dat jarenlang gebruikt kan worden. Op Te Werve, achteraan op het pad van Labouchere, zat een aantal jaren een haviksnest. Het leek al een tijdje niet meer in gebruik. Inmiddels zijn de overblijfselen van dit onbewoonde nest uit de boom gewaaid.
Een paartje heeft vaak meerdere nesten in hun territorium, waar ze meestal hun hele leven verblijven. Om parasieten, zoals mijten en luizen, te vermijden, wisselen ze af en toe van nest. Vaak bouwen ze ook een nieuw nest. Het is dus zeer waarschijnlijk dat “ons” haviksstel een nieuwe woning heeft gebouwd en betrokken, hoog boven het zichtveld.
De havik legt meestal drie tot vier eieren en broedt van maart tot in mei, in juni vliegen de jongen uit. De jongen worden ongeveer drie maanden gevoed door de ouders. In die periode blijft moeder grotendeels op het nest en vader zorgt voor eten.
Het nieuwe haviksnest op Te Werve is niet onopgemerkt gebleven. Het wordt in de gaten gehouden door verschillende donateurs met fototoestellen en verrekijkers. We krijgen dan ook regelmatig een update van de gebeurtenissen.


Onze familie Havik lijkt niet een heel gelukkige periode te beleven. Het begon allemaal, in mei, met een melding van een donateur dat er een dode roofvogel in het haventje lag. De dierenambulance werd ingeschakeld en het bleek om een dode havik te gaan. Het betrof een wat kleiner exemplaar, daaruit is op te maken dat het om een mannetje gaat. Vrouwtjes haviken zijn veel groter dan mannetjes. Wij gaan ervan uit dat dit het mannetje moet zijn van het gezin dat woont in het nest.
Twee dagen later kwam er weer een melding; een jonge havik zou uit het nest zijn gevallen. Nou vallen haviken niet zomaar uit het nest. Als het stormt kan het nog wel eens gebeuren dat er een jong uit het nest raakt. Het kan ook zo zijn, als een jong ziek of zwak is, dat één van de ouders het uit het nest duwt. Op de website van de Vogelbescherming lees ik dat dit een natuurlijke selectie is. Het gevallen jong is naar De Wulp, opvangcentrum voor wilde vogels, gebracht en het gaat goed met hem.


Tot overmaat van ramp meldde een vrijwilliger vorige week dat er nòg een jong is neergestort, na een vlucht van ongeveer vijftig meter. Ook dit jong is opgehaald door de dierenambulance.
Ik heb even gebeld met opvangcentrum De Wulp om te horen hoe het gaat met de beide jonge haviken. Ze vertelden me dat de beide jongen het goed maken en inmiddels zijn overgedragen aan Vogelrevalidatiecentrum Zundert. Zij hebben de juiste faciliteiten voor deze roofvogeltjes. Als de jonge haviken volledig zijn hersteld en ze zichzelf kunnen redden, worden ze in de buurt van Zundert vrijgelaten.
De familie Havik op Te Werve is dus drastisch uitgedund, rest enkel nog een alleenstaande moeder met één jong.


IG 12-6-2026

bron: vogelbescherming, wikipedia en natuurpunt

foto volwassen havik: met dank aan een bezoeker/donateur van Te Werve

foto gevallen jonge havik: dank aan JG


donderdag 30 april 2026


INBREKERS EN PROFITEURS

Is het je ook opgevallen, dat op veel verschillende plekken op Te Werve pinksterbloemen staan? Het zijn er flink meer dan vorig jaar. Ik word daar helemaal blij van want ze schijnen in aantallen flink achteruit te gaan in Nederland en België.
De pinksterbloem, Cardamine pratensis, is een vaste kruidachtige plant. Anders dan de naam doet vermoeden ligt het hoogtepunt van de bloei in april. Dat is ruim voor Pinksteren.  In een publicatie uit 1898 is te lezen dat de pinksterbloem, in die tijd, eind mei bloeide. Die bloei is dus behoorlijk vervroegd.



Familie van de pinksterbloem is bolletjeskers, dit plantje groeit in de bostuin. Het bijzondere van bolletjeskers is dat het in de oksels van de stengelbladeren, zwartpaarse knobbeltjes heeft, ook wel broedbolletjes of bulbil genoemd. Uit  een broedbolletje kan weer een hele nieuwe plant groeien. Dit is een vorm van ongeslachtelijke voortplanting.
Bolletjeskers, Cardamine bulbifera, ook wel knoldragende tandveldkers genoemd, komt van nature voor in Midden- en Zuid-Europa en Zuidwest Azië. Het komt zeldzaam voor in Nederland en België.



In de bostuin staan ook verschillende soorten varens. Ik ben fan van varens. Prachtig om te zien hoe het blad zich uitrolt bij de struisvaren, een schitterende plant met gevederde bladeren. Aan de struisvaren komen twee verschillende soorten bladeren voor, vruchtbare en onvruchtbare. De onvruchtbare bladeren vormen een trechter, waarbinnen later de vruchtbare bladeren verschijnen.
De struisvaren, Matteuccia struthiopteris, heeft zijn naam te danken aan de groeiwijze van de vruchtbare bladeren. Het Latijnse struthio betekent struisvogel en het Oudgriekse pteris of varen is afgeleid van vleugel of veer.


Vorige week liep ik met mijn naamgenoot Ingrid te wandelen op Te Werve en stonden we even stil bij het bruggetje onder de drie watercipressen. Daar staat aan de waterkant een grote groep smeerwortelplanten met crème-witte bloemen. Volgens Obsidentify, een fotoherkenningsapp, is dit de kruipende smeerwortel, Symphytum grandiflorum. Kruipende of gewone smeerwortel, het is mij om het even. Ze zijn sowieso prachtig, mede omdat het echte hommelplanten zijn.
Het is daar, in die hoek, een gezoem van jewelste, want die hommels moeten heel wat moeite doen om nectar uit de smeerwortel te bemachtigen. Zo schommelen en rommelen ze heel wat heen en weer in die bloemkelken. Met als gevolg dat hun hele hommellijf vol zit met stuifmeel. Wat weer heel erg handig is, bij een bezoek aan een volgende bloem, om zo de bestuiving te bewerkstelligen.  
De bloemetjes van de smeerwortel zijn smalle hangende klokjes van ongeveer twee tot vier centimeter lang. Veel hommels passen daar niet in met hun dikke lijf. Ingrid vertelde me dat de hommels, die niet in de bloemkelken passen, daar iets op gevonden hebben. Ze bijten vanaf de buitenkant een gaatje in de bloem om zo, op een makkelijke manier, bij de nectar te komen. Slimme beestjes dus. Jac. P. Thijsse noemde dit “diefstal na inbraak”, omdat de hommels op deze manier zonder bestuiving de nectar stelen. Dat bestuiven mogen ze best wel doen, als dank voor de verrukkelijke nectar, vind je niet? Dus… zie je kleine gaatjes in de smeerwortelbloem, met vaak een bruin randje, dan weet je dat er een hommel profiteur langs is geweest.
 
IG 25-4-2026
bron: Wikipedia, Sprinklr en Flora van Nederland

woensdag 1 april 2026

 Baltsende Futen


Wat zijn futen toch leuk! Terwijl we op Te Werve bezig zijn om de laatste houtsnippers over de binnenpaden te verspreiden, wijst een collega vrijwilliger me op een baltsend paar op het meer.



Het futenpaar gaat zij aan zij over het wateroppervlak, dit is de eerste dans. Daarna volgt er nog een dans. Ze duiken onder water en komen boven met een bek vol slierten waterplanten, die ze aan elkaar geven. Dan zwemmen ze naar elkaar toe, met de hals gestrekt, en zwemmen tegen elkaar op, borst tegen borst, met schuddende koppen. Ze zwemmen van elkaar af om elkaar daarna weer te naderen. Wat een fantastisch gezicht is dat.



In het broedseizoen, van maart tot oktober, kunnen futen behoorlijk luidruchtig zijn. Ze hebben een verdragende territoriumroep. De meeste broedsels worden in mei-juni gelegd. Na het broedseizoen wordt het gebied meestal verlaten.
Wist je, als futen zin hebben om naar andere wateren te gaan, ze daar bij voorkeur 's nachts naar toe vliegen.

In hun zomerkleed zijn het werkelijk schitterende vogels met hun slanke witte nek, wit gemaskerde kop met een roodbruine kraag, die ze opzetten tijdens het baltsritueel. Ook heel karakteristiek zijn de zwarte kopveren.
In de nazomer vind je grote groepen futen in de rui op grote open wateren, zoals de Randmeren, het IJsselmeer, Grevelingen en de Waddenzee.

De Fuut werd vroeger ook wel Pronkvogel, Keizer, Bonte Visscher of Aarsvoet genoemd. Uit die laatste naam is waarschijnlijk de naam Fuut ontstaan; Aarsvoet…Foet…Fuut.

De naam Aarsvoet is bedacht omdat de poten van de fuut vrij ver naar achteren in het lichaam zitten. Het lijkt of de poten uit de billen steken, lees ik op de site van het IVN. Dit blijkt in de praktijk trouwens  erg handig bij hun snel duikende en zwemmende levenswijze.

Op de kant voelen futen zich duidelijk ongemakkelijk. Ze kunnen best een kort stukje rennen, maar ze vallen makkelijk om.

Futen zijn echte watervogels, uitstekende zwemmers en nog betere duikers. De Fuut steekt zijn kop onder water om te kijken of er een lekker maal voorbij komt. In een korte snelle duikvlucht, van ongeveer dertig seconden, achtervolgt hij zijn prooi pijlsnel onder water. Futen leven hoofdzakelijk van visjes. Ook op het menu staan kreeften, kikkers, spinnen en insecten. De lange snavel die ze hebben is erg geschikt voor het verorberen van zo’n maal.

In het voorjaar bouwt het futenpaar eerst een speelnest op het water waarop ze paren. Daarna maakt het paar samen, van waterplanten, een steviger drijvend nest. Ze verankeren dit nest meestal aan oeverbegroeiing. Vorig jaar was een nest losgeraakt en dreef het rond vlak bij het witte bruggetje. Zo konden wij de familie Fuut goed bekijken.



De ouders verdelen de taken, ze broeden afwisselend. Het broedsel bestaat meestal uit drie of vier eieren. Als de jonge futen uit het ei zijn gekropen, liften ze vaak mee op de rug van hun ouders. Geweldig om te zien hoe die kleintjes, in hun zwart wit gestreepte pakjes, eigenwijs hun koppies boven de veren van de ouder uitsteken. Ze kunnen zelf, na enkele dagen, al goed zwemmen maar op de rug van pa of ma is het warmer en bovendien veiliger. Ook als de ouder een duik neemt om een maaltje te vangen blijven de kleintjes op hun rug zitten.
De kleintjes worden tien tot elf weken gevoed door de ouders.


IG 11-3-2026

bron: IVN, Vogelbescherming, Wikipedia

foto’s: GI, EJ en IG


maandag 16 februari 2026

LAAT NIET ALS DANK…
zwerfafval

Heb je het ook gemerkt…de lente laat zich af en toe al even zien, voelen en ruiken. De sneeuwklokjes staan op veel plaatsen weer heel erg mooi te zijn. Enkele narcissen staan al volop in bloei, terwijl andere knoppen, heel voorzichtig, nog maar net boven de aarde uitkomen.

Afgelopen weken hebben de vrijwilligers flink opgeruimd. Na maanden blad te hebben geharkt is het nu weer tijd om de losliggende takken bij elkaar te rapen. We leggen de takken op stapels langs het pad. Eind februari worden ze versnipperd.
Ook zijn we met vuilknijpers en vuilniszakken op jacht gegaan naar zwerfafval.

Tijdens al dat vuil rapen moest ik denken aan een affiche van de ANWB, die met dat bekende rijmpje. Het is al lang geleden, dat wel. Op het affiche, in 1928 gemaakt door Willie Sluiter, staat een jong stel, gekleed volgens de laatste mode. Zij wandelen in een parkachtig landschap. Achter hen, rond het bankje waar ze hebben gezeten, zie je hun afval op de grond liggen. De ANWB verspreidde vele duizenden van die affiches met daarop het bekende rijmpje:

“laat niet als dank
voor `t aangenaam verpoozen
den eigenaar van `t bosch
de schillen en de doozen!”

De slogan werd zo bekend dat in latere jaren enkel maar de eerste regel op de affiches werd afgedrukt. Nu, bijna honderd jaar later, is er niet heel veel veranderd. Nog steeds ligt er zwerfvuil. We komen van alles tegen, ook op Te Werve. Van blikjes en drankflessen tot snoeppapiertjes. 

We hebben tennisballen geraapt, handschoenen, vele stukken plastic en ook een dikke stapel folders van een plaatselijke restaurant. De bezorger heeft vast de tralies van het hek aan de Generaal Spoorlaan aangezien voor een hele grote brievenbus.

Tijdens het takkenrapen kwamen we prachtige judasoren tegen. We vinden ze bijna altijd op losliggende takken. Echt judasoor is een roodbruin gelei achtig zwammetje. Bij droog weer krimpt het en wordt het donkerder van kleur, soms bijna zwart. Bij vochtige omstandigheden herstelt de zwam weer naar de oorspronkelijke staat. Echt judasoor heeft voorkeur voor de vlier en doet het goed op schaduwrijke plekken. Het is een algemene, zich uitbreidende soort. Het zwammetje lijkt op een oor en heeft zijn naam te danken aan Judas Iskariot, de bijbelse figuur, die zich aan een vlier zou hebben opgehangen nadat hij Jezus verraden had.

                                                        

                                                                    Judasoor

Het viltige judasoor, uit dezelfde familie (Auriculariaceae), hebben we ook gespot. Deze eenjarige zwam kan je het hele jaar tegenkomen. Het viltige judasoor houdt van essen en iepen. Viltig judasoor is ruigharig, viltig, en grijs van kleur, met een witte rand. Het komt voor op veel plaatsen in de wereld maar noordelijker in Europa wordt het zeldzamer.


          Viltige judasoor

Verder kijken we in deze tijd altijd of op de bekende plekken de rode kelkzwam al is verschenen. En ja hoor, ongeveer twee weken later dan vorig jaar steekt de frisse beige en rode kleur van het wonderschone zwammetje weer mooi af tegen het donkerbruin van de op de grond liggende wilgentakken. Ik ben een enorme fan van dit rode kelkzwammetje en kon het niet nalaten dit nog even te melden.


                Rode kelkzwam

IG 10-2-2026

bron: ANWB, Wikipedia, foto`s: JG





woensdag 7 januari 2026

TE WERVE, WITTE BRUID

 

Heel ingetogen

onder haar witte kleed

ligt zij daar

haast onbewogen

 

de stilte is neergedaald

onder heel veel zachte vlokken

buigen haar takken

als serene winter-lokken

 

vol verwondering en traag

waart zij hier rond

geluid van stappen

in een witte zachte laag


sneeuw op haar gelaat

kon dit maar altijd blijven

en als zij toch tevoorschijn komt

uit deze onverstoorde staat

 


vraag ik haar hand

nieuwe start en nieuw begin

het zal voelen als herboren

na dit magisch witte land

 

IG 7-

maandag 5 januari 2026

 

ALLE GOEDS VOOR 2026

Een tijdje geleden liep ik met een collega vrijwilliger toezicht te houden op Te Werve. Wat is het rustig, zeiden we tegen elkaar. Laten we een rondje om het meer lopen.

Aan de overkant staat een oude knotwilg tussen een aantal soortgenoten. Kijk nou toch, het lijkt wel of hier een bever heeft zitten knagen. Een enorm gat is onder in de stam te zien, maar we ontdekken geen sporen van bever tandjes. Nee, hier leven geen bevers. De boom is van binnenuit verrot en erg onstabiel, we geven hem een klein zetje en….krak, daar gaat ie. Het is zijn tijd.



We lopen verder. Het meer van Te Werve is in nevelen gehuld…werkelijk prachtig om te zien. Ook in de winter is het hier mooi. Contouren van bomen aan de overkant van het meer weerspiegelen vaag in het bijna roerloze water, één en al verstilling.

Geen bevers op Te Werve, maar welke zoogdieren leven hier wel? Aan het aantal molshopen te zien moeten er op Te Werve verschillende mollen leven.

Mollen zijn over het algemeen niet zo geliefd omdat veel mensen die zandhopen in het gazon niet kunnen waarderen. Dat is jammer want veel molshopen betekent een goede bodem. Mollen zijn een indicator voor bodemkwaliteit. Zij houden met hun gegraven gangen de bodem luchtig. Lastige larven en insecten worden gegeten en hierdoor in toom gehouden door deze zwartgrijze bijna blinde beestjes met hun grote “graafhanden”.

Door klimaatverandering moeten mollen bij droogte steeds dieper graven om voedsel te vinden. Soms wel tot twee meter diep, om een lekkere worm te kunnen scoren.

Mollen laten zich bijna nooit zien. Een hele tijd geleden zag ik er eentje dood langs het pad liggen. Zo’n beestje is best klein, ongeveer 10-15 cm lang en het weegt bijna niks. Het molletje heb ik op een beschut plekje achter een boom gelegd.

Toch zijn mollen bij tijden ook wel populair, ken je ze nog? Momfer de mol uit de fabeltjeskrant en Henk de Mol, de pleegvader van Alfred Jodokus Kwak.

Aan het einde van de dag loop ik over het laantje van Kort naar huis, zie ik opeens een eekhoorntje langs de stam van een dikke boom naar boven roetsjen. Wat een vertederend beeld is dat toch. Het valt me op dat zijn roodbruine vacht wat grijzer is geworden. De kleur kan in de winter of naarmate de beestjes ouder worden wat grijsachtiger zijn.

Er woont nog zeker één ander exemplaar op Te Werve. Ik zag ze een tijd geleden achter elkaar aan sjezen en acrobatische toeren uithalen in de bomen op het pad van Labouchere. De prachtige pluimstaart dient als roer waarmee eekhoorns hun sprongen kunnen sturen.

Eekhoorns zijn echte boombewoners maar ook op de bosbodem voelen ze zich goed thuis. In de herfst eten eekhoorns extra veel om vetreserves aan te leggen voor de winter. Ook verstoppen zij voedsel in de grond en in boomholtes. Eekhoorns houden geen winterslaap maar zijn wel minder actief in die periode. Zij voeden zich met noten en zaden. Verder houden ze ook van knoppen, paddenstoelen, stukken boomschors, vogeleieren en af en toe wat insecten. Soms eten eekhoorns aarde om mineralen binnen te krijgen.

Eekhoorns zijn dagdieren en vooral actief rond de opkomst en ondergang van de zon.

De lezers van dit blog wens ik alle goeds voor 2026!!

 

IG 3-1-2026

bron: wikipedia, IVN

 

donderdag 4 december 2025

Bladaarde
Ook op landgoed Te Werve gebruiken de gevallen bladeren! De vrijwilligers hebben het er nu heel druk mee: vegen, vegen, vegen, verzamelen en afvoeren naar de speciale plek.
                                            
Als de bladeren vallen, zijn we geneigd om die zo snel mogelijk op te ruimen. In een ‘ecologische’ tuin is dat niet nodig. Het is immers een heel natuurlijk fenomeen dat gevallen bladeren de grond tijdens de herfst en winter bedekken. Maar waar hou je het best rekening mee als je bladeren in je (moes-)tuin wilt gebruiken?
Diverse soorten: taai, mals, zuur, ziek?
Verschillende bladeren verschillen in tempo van composteren, maar uiteindelijk verteren ze allemaal.


  • De zachte bladeren van wilg, linde of berk zijn tegen het eind van de winter al bijna helemaal vergaan.
  • Heel taaie bladeren (hulst, laurierkers) en zure bladeren (eik, beuk, notenboom) en naalden van coniferen verteren ook, maar langzamer.       
  • Maar ook bladeren met schimmels, insectenvraat of gallen kun je gerust als mulch gebruiken.


Hoe maak je bladcompost?
Met veel boombladeren en wat geduld maak je die zelf zo:
  1. Verzamel afgevallen blad op een vochtige dag. Droog blad is ook goed, maar dat moet je dan wel natmaken. Het blad van de meeste bomen verteert heel snel. Blad van beuk en eik composteert langzamer, maar werkt ook. Meng bij voorkeur verschillende soorten blad.
  2. Stop het vochtige blad in een grote plastic zak of iets dergelijks.
  3. Prik enkele gaten onder in de zak en zet hem weg.
  4. Schud die zak om de maand eens door elkaar, en geef ook wat water als het materiaal te droog is.
  5. Na twee jaar heb je een perfecte vervanger voor turf of kokosvezels. De hoeveelheid bladcompost is niet groot: je houdt ongeveer 20% over van je oorspronkelijke massa. Je kunt ook houtsnippers of een mengsel van bladeren en snippers in een paar jaar laten verteren tot potgrond.

Gerda Idsinga. Bron: Velt.nu