maandag 23 januari 2023

 

SUIKERZOET

Om het landhuis heen ligt een tuin van 26 hectares groen en water. Een paradijselijke omhulling van een romantisch bouwwerk. Die tuin is de trots van de vrijwilligers van de Stichting Vrienden van Landgoed Te Werve. Elke week wordt er gewerkt aan het onderhoud, een niet aflatende klus, alle 52 weken van het jaar.

Maar ze doen het niet voor niks! Een prachtige natuur is de beloning. Alle tinten groen, vogels en vlinders, paddenstoelen en zoemende insecten.

En…. niet te vergeten: elk jaar trakteert Te Werve ons op een heerlijke lunch of diner.

Werkelijk uitstekend verzorgd, we voelen ons verwende gasten in een sterrenrestaurant.

Hulde aan Jeffrey, Mark, Leon en Ivar, koks die ook dit jaar de lat weer erg hoog hadden gelegd. Met zwier en stijl uitgeserveerd door Conrad, Paul en Noud die de bediening voor hun rekening namen, tip-top!  

Die traditie van koken op hoog niveau is één van de sterke punten van Te Werve.

Dat weten inmiddels al die echtparen die hun ja-woord gaven op het terrein en hun duizenden bezoekers. Bijna dagelijks arriveren ook de vergadertijgers om in de vertrekken hun ernstige vergaderingen te houden, volgens mij vooral om na afloop nog “een hapje te eten”.

 

Snuffelend in oude archieven blijkt dat die kookkunsten niet van vandaag of gisteren zijn. Precies 65 jaar geleden lieten de koks van Te Werve ook al een machtig staaltje vakmanschap zien: bij gebrek aan een wit romantisch Te Werve – er werd toen ook al vaak geklaagd over het ontbreken van sneeuw in de winter – produceerden zij een suikerzoete kopie van de Poortbrug en de Portierswoning bij de ingang. Vele kilo’s suiker, heel veel geduld en eendrachtige samenwerking waren nodig voor de productie van deze “bouwwerken-om-op-te-vreten”. Misschien herinnert u zich de namen nog: Mol, Mantel en Van Melzen waren de namen van het drietal dat vanaf dan bekend werd onder de naam “Winterkoningen”.

Zulke tafelversieringen worden vandaag de dag niet meer gemaakt, maar gelukkig hebben we de foto’s nog.

 


      

Mvl19012023

Foto gerecht Marielouise Lehr. Overige foto’s anonieme fotograaf.

Bron Maandblad Olie, bijlage bij februari 1958

 

woensdag 11 januari 2023

D’R ZIT HELEMAAL GEEN VISCH IN!

Tja, daar zit ie dan, de enthousiaste visser. Heeft ie net voor bijna 300 euro een hengel gekocht, een zitstoel, een schepnet, prachtig molentje, lokaas, haakjes en kunstaas, maar hij vangt niks! Uren zitten staren naar een onbeweeglijke dobber, niks gevangen, hoe kom je daarmee thuis?

U bent niet de enige die de vraag stelt: als je niks vangt, zit er dan geen vis in of kun je niet vissen?

De vraag is net zo oud als het Meer van Te Werve: al in 1924 werd er geklaagd. Maar niet iedereen was overtuigd: “Omdat enkele leden van de vischsportclub, die zich verbeeldden heele visscherspieten te zijn met hun puttes en petten, hengeltjes en emmertjes, de visch niet aan de haak konden krijgen, vertelden ze overal rond, dat er geen visch zat in den vijver van Te Werve”. 

Het bestuur had er genoeg van: “Het moest nu maar eens worden uitgemaakt, ineens en voorgoed. De ongeloovigen zouden zich met eigen oogen kunnen overtuigen, de kwaadsprekers met vischmassa’s den mond gestopt worden, want visch zàt er. Wat drommel”.

Klare taal van een bestuur dat de klagers wel eens een lesje zou leren!

En zo werd er een datum geprikt waarop de feiten – nou ja, de vissen - boven tafel – nou ja, in het net – zouden komen. Een (helaas onbekend gebleven) auteur zou verslag doen van deze “… belangrijke gebeurtenis op vischsportgebied”. De pers was uitgenodigd, in Scheveningen had men een reuzenet van 200 meter lang gevonden. Het Meer zou worden uitgekamd, van links tot rechts. Om de verwachte grote opbrengst af te zetten waren er afspraken gemaakt met lokale vishandelaren. Al vroeg toog men aan de slag: een paar man werd aan de ene kant geposteerd, een aantal aan de andere kant. Het net werd over het water gespannen. Trekken met vele handen, het net wordt ingehaald: “De zak nadert. Het is dieptreffend de aangezichten der visschers te zien. Wangspieren trillen van nauwelijks bedwongen hartstocht. De adem stokt – nog enige meters net. Plotseling een onderdrukte kreet. – Een lang zwart ding wordt even zichtbaar, duikt dan weer onder. Ontzettende spanning. Dan duikt een Scheveninger voorover en trekt naar zich een dikke zwarte plank. – Met verbeten woede wordt deze ver op den kant geworpen. Het wordt weer niets,……plotseling een zilverblinking, een plets op het water. Een wild stemmenrumour breekt los: ‘Ja, ja’, gillen eenigen. ‘Ze zitten erin’, hijgt een andere stem. Dan komt met een ruk het net geheel op den kant en … iemand …. werpt een flinke snoek en twee enorme karpers in het gras, waar zij geweldig tekeer gaan. ……..”.

Dus tóch vis, dan nog maar even door gaan: “Nu direct nog een trek. De strijdlust wakkert aan”. Ho ho, eerst even bijtanken: snert eten en sherry drinken om aan te sterken voor het vervolg. Inmiddels komt ook de burgemeester van Rijswijk de plechtigheid opluisteren, gevolgd door zijn “Rijswijcksen politieinspecteur”.  

In de boot waarin de journalist al die tijd wordt rondgevaren geniet de roeier intussen van het landschap: “Waarlijk, niemand die zich niet op een herfstdag als deze op het meer heeft laten drijven, weet wat Te Werve eigenlijk beteekent voor ons personeel. Een juweel, een staal echte Hollandsche schoonheid. Lucht, water, riet. Een goddelijke symphonie in kleur, in blauw, zilver en goud’. 

Ook de volgende dag wordt er nog een paar keer met het lange net gevist. De opbrengst bestaat uit een paar grote karpers, snoek, baarzen en brasems. Eén paartje karpers wordt gespaard; andere karpers gaan terug in het Meer. Het personeel mag het restant van de vangst meenemen. Ach, “Weinig visch, mooie dag!”

De afspraken met vischhandelaren om de verwachte grote opbrengst op te kopen kunnen worden afgezegd.

Mvl 09012023

Bron: De Bron, maandblad van het personeel der verbonden petroleum-maatschappijen. Nov 1924.

 


maandag 19 december 2022

 HONDERD JAAR GELEDEN


“In de tweede helft van het jaar 1922 werd in het kantoor in den Haag de mare vernomen, dat aan de employé’s, werkzaam bij de ‘Koninklijke’ of bij een daarmede verbonden maatschappij, een sportpark en clubhuis geschonken zou worden, zooals het Londensche personeel reeds in ‘Lensbury’ bezat”. 

Aan “bepaalde heeren” zou de opdracht zijn gegeven: “naar een oord uit te zien, waarvan voor ‘elck wat wils’ was te maken”.

Kort daarop liet de directie weten dat zij voor het personeel het landgoed ‘Te Werve’ in Rijswijk had aangekocht. 


En zo kon er worden begonnen met het maken van plannen voor de ontwikkeling van Te Werve als sport- en ontspanningsoord voor het Shell-personeel. Op 4 december 1922 werd de Vereeniging Clubhuis te Werve opgericht en werd er een bestuur gekozen. Met de feitelijke uitvoering van die plannen en de aanleg van de vele sportvelden kon echter pas worden begonnen nadat de familie Labouchere eind december was verhuisd en het terrein had verlaten. Aldus bericht het eerste Jaarverslag - over 1923 - van de Vereeniging Clubhuis te Werve. 

Maar toen ging de schop ook echt in de grond: het ene sportveld na het andere werd aangelegd, een voetbalveld, tennisbanen, basketbalveld, hockeyveld. Maar ook een plek om lunch of diner te gebruiken. Zelfs voor logies werd ruimte ingericht. Trots als een pauw kon het bestuur op 28 juni 1923 Te Werve openen en aan de Shell-directie presenteren. 

Dat er behoefte was aan een dergelijk terrein blijkt wel uit de cijfers over het aantal leden en uitgegeven kaarten in dat eerste jaar: 314 gewone leden, 275 sportleden. Aan echtgenoten werden 307 kaarten verstrekt, aan kinderen 458. Ook verloofden kwamen mee: 85 kaarten. Er werd niet minder dan 690 keer logies met ontbijt verstrekt; 1137 lunches en 1173 diners verdwenen in hongerige magen. 

Het Meer bleek al snel een geweldige attractie, in de zomer om te zwemmen, te varen en te vissen. In de winter om te schaatsen en dat kon al snel want “toen hadden we nog echte winters”. Nou ja, de laatste jaren waren er kwakkelwinters geweest. Maar kijk: 26 december was een Witte Kerstdag en snel daarna kwam de vorst. Dolle pret. Dat er half januari 1924 op de bevroren grond ook nog even een flinke regenbui viel valt natuurlijk buiten het Jaarverslag over 1923. Net als de luide welgekozen kreten die werden geslaakt toen op de terugweg naar huis de brug naar de Van Vredenburchweg voor velen een veel te gladde hindernis was geworden…..      

Mvl011222


woensdag 23 november 2022

 

AFGEZAAGD

Op Te Werve groeit en bloeit in voorjaar en zomer van alles: planten, struiken, maar zeker ook bomen. Ze worden hoger, dikker en zwaarder. In de herfst wordt bij de meeste bomen het blad afgestoten en worden wortel en tak in gereedheid gebracht voor het komende voorjaar. In de winter staat alles in de ruststand. Dat is het jaarlijkse ritme van de natuur.

Dat betekent dat er in deze tijd van het jaar weer volop gezaagd gaat worden: de motorzagen zullen af en toe weer jankend door het bos gaan. Dode bomen worden geruimd, takken die uit de boom dreigen te vallen worden weggehaald. Bij de ronde door het bos in de afgelopen maand zijn de bomen die om zullen gaan al gemarkeerd. De zaagploeg staat gereed.

Jammer van die bomen? Nee, zeker niet. Groen moet onderhouden worden en dat geldt zeker ook voor bomen. Dode bomen zijn gevaarlijk, ze kunnen omvallen en veel schade teweegbrengen. Maar ook gezonde bomen moeten er soms aan geloven. Waar de bomen te dicht op elkaar staan moet er worden gedund. Gebeurt dat niet dan krijg je een bos met sprietjes: hele hoge bomen die in concurrentie met elkaar zo snel mogelijk naar het licht groeien maar onvoldoende massa hebben en kwetsbaar zijn voor wind en storm.

De komende weken gaat de zaagploeg aan de slag; een groep mannen met levenslange ervaring in het werken met machines en motoren. Gepokt en gemazeld. Een team dat zeer goed op elkaar is ingesteld. Iedereen weet wat ie moet doen: de omgeving vrij maken, de ketting en de banden aanleggen en spannen om de boom precies in de goeie richting om te laten gaan. Pas dan gaat de motorzaag erin en valt de boom op de uitgestippelde plek tussen andere bomen in. Precisiewerk. Vakmanschap.

We prijzen ons gelukkig met die ervaren zaagploeg. Daarom is het ook zo belangrijk dat er jongere mensen zijn die nu geschoold worden en ervaring kunnen opdoen om die kwaliteit te behouden. Motorzagen mag je zelf wel in je achtertuin doen, maar op een terrein als Te Werve moet je daarvoor echt gecertificeerd zijn. Logisch, want het gaat om gevaarlijke klussen en een levensgevaarlijke machine.  

Begin november heeft Harold zijn certificaat behaald na een driedaagse Lentiz-opleiding. Theorie én praktijk. Theorie om de motorzaag in en uit elkaar te kunnen halen en te weten waar de gevaren op de loer liggen als een boom gaat vallen. Afgesloten met een examen. En dan nog het praktijkexamen: een boom omzagen en precies op een gemarkeerde plek laten neerkomen. We zijn trots op deze gecertificeerde vrijwilliger!

Daarbij horen dan nog het gezichtsmasker, de gehoorbeschermer, stevige handschoenen, een zaagbroek en speciale veiligheidsschoenen. Gefinancierd met subsidie van De Groene Motor, een programma van de Provincie Zuid-Holland – medegefinancierd door de Nationale Postcodeloterij - om groene vrijwilligers te ondersteunen.

Hoort u straks de motorzaag, dan weet u dat de boom wordt afgezaagd door een deskundige!

MvL 21112022

 

maandag 24 oktober 2022

ROOD MET WITTE STIPPEN

Met zijn 75 jaar ervaring wist Kees Kort het antwoord op alle vragen over Te Werve. Als je hem vroeg of een paddenstoel eetbaar was antwoordde hij steevast en met overtuiging: “Alle paddenstoelen zijn eetbaar, sommige maar één keer”. Tja, daar moest de vraagsteller dan nog even over nadenken…..

Laten we zijn antwoord maar vertalen in een praktisch advies voor jong en oud: laat de paddenstoelen staan. Niet eten.

Het blijven wonderlijke dingen, die paddenstoelen. In tal van kleuren komen ze op het landgoed voor; wit, geel, rood, bruin, zelfs zwarte paddenstoelen, zoals de dodemansvinger. Zo zie je de ene dag niets, zo staan ze de volgende morgen te pronken in het herfstzonnetje.

De allermooiste is natuurlijk de vliegenzwam. Die spreekt altijd tot de verbeelding. Vraag een kind een paddenstoel te tekenen en u krijgt een vliegenzwam. Wie kent het niet, het liedje:

Op een grote paddenstoel, rood met witte stippen
Zat kabouter Spillebeen, heen en weer te wippen
Krak, zei de paddenstoel, met een diepe zucht
Allebei de beentjes hoepla in de lucht

 


De vliegenzwam, dit jaar zelfs de paddenstoel van het jaar. Natuurorganisaties roepen het publiek op om waarnemingen door te geven. Zo willen ze de verspreiding van de goed herkenbare rood-witte zwam in kaart brengen.

Een vliegenzwam vind je alleen in de buurt van een boom. Sterker nog, de zwam en de boom wisselen met elkaar stoffen uit. De vliegenzwam levert de boom voedingsstoffen, de boom levert de zwam suikers. Samen sterk! Onder de hoed zitten rondom hele dunne plaatjes, daartussen zitten de sporen, “zaadjes” waaruit nieuwe zwammen kunnen groeien.

En wat is ie mooi! Felrood – de kleur die in de natuur altijd het meest opvalt - met talloze spierwitte stippen; een sprookjesachtig showfiguur. De paddenstoel begint zijn groei onder de oppervlakte en zit dan ter bescherming nog in een vlies. Boven de grond groeit de paddenstoel verder, maar het vlies niet. Dat scheurt in talloze stukjes uiteen: dat zijn de witte stippen op de rode hoed. Ook onder die hoed is nog een restant van dat vlies te zien: de ring die rond de steel zit.

Hoe mooi hij ook is, rond de vliegenzwam hangt toch altijd de vraag of ie giftig is. In Nederland zijn we altijd bang dat een paddo – hoe lekker die er ook uit ziet – eigenlijk heel giftig is. Nou is dit geen medische rubriek, de auteur is geen arts of apotheker, maar toch valt er wel iets over te zeggen uit de talloze bronnen die beschikbaar zijn.

De belangrijkste conclusie is: ze zijn niet dodelijk, maar je kunt er wel erg raar van gaan dromen. Aanraken kan geen kwaad. Na afloop handenwassen ook niet!

Maar er zitten in de zwam wel stofjes die je high kunnen maken. In sommige geloven en bijgeloven wordt de gedroogde vliegenzwam daarom toch gegeten om in een trance te komen. En heksen eten ze natuurlijk, die denken dat ze dan kunnen vliegen.

Wetenschappers hebben uit de Vliegenzwam het iboteninezuur kunnen isoleren, een insecticide. Door het te drogen wordt dat omgezet in muscimol. En dat is een stof inwerkt op het zenuwstelsel en hallucinaties veroorzaakt.

Wie er veel van inneemt kan er dus wel degelijk last van krijgen. Dat begint met verwardheid en hallucinaties. Daarna volgt een fase van diepe slaap. Na 24 uur ben je dan wel weer op de been. Tegengif is er niet, dus dat wordt uitzieken. Pas in veel grotere hoeveelheden is de stof dodelijk.

  

U begrijpt het wel: de vliegenzwam staat bij ons wél op het terrein, maar niet op de menukaart.

 

Mvl24102022

Meer lezen? Kijk op de site van de Nederlandse Mycologische Vereniging, of op www.antigifcentrum.be/


dinsdag 4 oktober 2022

 JARDIN TE WERVE, PARC á PARIJSWIJK

Zon mooi parkachtig landgoed als Te Werve vind je niet snel in onze omgeving. Dat maakt vergelijken met een gelijksoortig gebied moeilijk. Maar laten we eens verder kijken. Neem Parijs. Waarom niet? De meesten van ons zijn er wel eens of zelfs vaker geweest. De Franse hoofdstad, ruim twee miljoen inwoners, de voorsteden en buitenwijken niet meegerekend. Een stedelijk gebied, zonder twijfel. Al veel meer dan 100 jaar rijgen zich de flats aaneen, avenue na avenue, arrondissement na arrondissement. Door de straten gaan per dag tienduizenden mensen; sinds de komst van de doortastende burgemeester Anne Hidalgo steeds vaker op elektrische steppen en fietsen en aanzienlijk minder in auto’s.

Het is verrassend om te zien hoeveel parken er in die stad zijn. Van een klein buurtparkje tot hele grote parken, soms net zo groot als Te Werve: Jardin du Luxembourg is 23 ha groot, Jardin des Plantes 28 ha. De vele parken liggen verspreid over de hele stad. Elke Parijzenaar kan binnen een paar minuten naar een park lopen. En dat dóen ze ook, massaal. Duizenden mensen. Groen is voor de Parijzenaars erg belangrijk en wordt gekoesterd. Alle parken zijn omheind: soms met een eeuwenoud smeedijzeren hekwerk, vaak simpeler natuurlijk, maar wel effectief. ‘s Avonds gaan ze dicht en op slot, in de ochtend weer open. In alle parken wordt toezicht gehouden, in heel veel parken is een (schoon!) toilet aanwezig. Bijna altijd zie je er ook gemeentepersoneel werken aan het onderhoud: het groen wordt goed verzorgd. Voor de kleintjes is er meestal in het park nog een afgezonderd speeltuintje, voor de allerkleinsten zelfs een speciale plek, schoon zand, schepjes, met vriendelijk hekwerk afgescheiden van de rest. En wat zeker heel belangrijk is: in alle parken staan banken. Niet één, niet twee, maar talloze. Schoongemaakt en gelakt.

Werkenden gebruiken de ruimte om te pauzeren, hardlopers om te joggen, jongeren om te voetballen of te basketballen, verliefde paartjes om in het gras te liggen.

De meeste parken hebben ook een culturele en educatieve functie. Vaak staat er een beeld, heel vaak staat er een bord waarop de geschiedenis staat en de naam van het park wordt uitgelegd. Maar de stad vertelt ook vaak wat er voor bijzonders aan het groen is: bijvoorbeeld een zeer oude eik, of een ginkgo van meer dan dertig meter hoog. Ook de vogeltjes worden niet vergeten. In één van de parken staat een paal met een nestkastje en eronder een afbeelding van een koolmees met uitleg.

Natuurlijk is er niet altijd ruimte voor een flink park. Maar geen nood: veel straten in Parijs zijn erg breed en hebben in het midden ruimte genoeg voor de aanleg van een royale groene wandelstrook.

En als er op de grond niets geschikt is, nou, dan neem je een oud bovengronds traject van een opgeheven metrolijn. Zo is er de Coulée Verte, de Groene Riem, een voormalig metrospoor op zo’n 10 meter hoogte tussen de huizen door, dat al 30 jaar bestaat. 4,7 Km lang, ecopark, met drinkwater, wifi. Geen défibrilateur, open - afhankelijk van het seizoen - van 07 tot 20.30 uur. Met zoveel informatie, kan het makkelijker?

Te Werve is net zo’n groene oase in stedelijk gebied. Ook bij ons kun je er tot rust komen. Genieten van de natuur, bloemen, bomen, bijtjes, vogels en vlinders bekijken. Afkoelen in te hete zomers. Rijswijkers zouden er meer gebruik van kunnen maken.

Parijs zou Te Werve maar wat graag binnen haar stadsgrenzen hebben: Jardin Te Werve. Dat gaan we niet doen: Te Werve blijft in Parijswijk!

MvL230922

 

maandag 22 augustus 2022

’T IS BIJ DE KONIJNEN AF….OF NU NIET MEER?

Wie wordt er nou niet vertederd door zo’n lief konijntje? Elk kind wil zo’n beestje graag oppakken en aaien. Zelfs volwassenen blijven er niet onberoerd bij. Een mooi konijn is een plaatje, zéker als onze fotograaf Rob Mostert dat plaatje heeft geschoten van een konijntje op ons terrein.

Ze zijn er dus weer: konijnen op Te Werve. Lange tijd was er geen enkele te zien. Dat was “bij de konijnen af” zoals het officiële Nederlands gezegde luidt: “heel erg”. Nu huppelen er weer enkele rond. Er waren dit voorjaar zelfs drie jongen, maar die hebben het met onze roofdierenfauna helaas niet overleefd. Jammer. Opvallend is wel dat er twee kleuren zijn: het gebruikelijke bruingrijze konijn, maar ook een bijna geheel zwarte variant.

Wonderlijk, het kan een spontane mutatie zijn, maar ook een dier dat iemand kwijt wilde en op ons terrein heeft gezet (niet doen; een wild konijn is echt wat anders dan een tam huisdier!). Leuk is wel dat ze zeker in elkaar zijn geïnteresseerd, zoals uit onderstaande foto blijkt.                  


Vandaag de dag zijn konijnen hobbydieren: om naar te kijken, om ermee te spelen. Vroeger was dat wel anders. Toen er nog geen koelkasten waren (ja, lieve kindertjes, ook die tijd is er ooit geweest!) moest je tijdig zorgen voor voldoende voedsel om de winter door te komen. Erwten, duiven en konijnen. De eerste kon je drogen, de laatste twee kon je zo vers van het veld halen. Konijnen werden dus met andere ogen bekeken. Maar ook hun zachte vel voorzag in een zekere behoefte. En - tja, je kunt het je nu niet meer voorstellen – konijnen waren voor de adel zeker ook een speeltje voor hun jachthobby. Om altijd wel een paar huppelende schietschijfjes in de buurt te hebben werden Conijnen – want zo schreef je dat destijds – op een afgesloten terrein gezet: een Conijnenwarande. Een afgesloten terrein, vaak een heuvel, waar de dieren holen konden maken. Maar het terrein konden ze niet af. Ook Te Werve heeft ooit zo’n warande gehad: in de 17e eeuw schreef Simon van Leeuwen het volgende over Te Werve: “Dit Huys heeft behalven fijne schoone Thuynen en Boomgaarden een heerlijke Plantagie van sware en ouwe opgaande Boomen. Item een abondante Reygerye, en Warande van Conynen, en voorts andere deftigheden, tot soo een Riddermatich Huys behoorende”.* Die warande heeft waarschijnlijk gelegen direct rechts van de oprijlaan.

Met de konijnenstand in Nederland gaat het op- en afwaarts. Misschien leest u de Staatscourant niet elke dag, maar in nummer 56788 in 2020 was een nieuwe Rode Lijst Zoogdieren opgenomen met daarop óók het konijn. Niet direct als bedreigde soort, wel als “gevoelige” soort. De jacht is niet gesloten, maar jachthouders hebben wel de plicht om te zorgen voor een redelijke stand.

Warandes waren er ook elders in Nederland volop; voor konijnen of andere dieren. De Koekamp in De Haag was ooit de “Warande ghenaempt de Coe Camp”. Joost van den Vondel schreef in 1617 zijn “Vorstelijcke warande der dieren”**. Toen de adel zijn vorstelijke positie verloor, verdwenen ook de warandes. Vaak ze omgezet in parken of hertenkampjes.

Hmm, dat laatste had toch bij ons op Te Werve ook wel gekund? 

MVL10-8-22

Foto’s: Rob Mostert

*Batavia Illustrata over ‘t Huys te Werve. Bevattende  “de Verhandelinge van den Adel en Regeringe van Hollandt” samengesteld door Simon van Leeuwen

** Wikipedia