maandag 2 mei 2022

 

ZO ZIET DE HEMEL ER VAN BINNEN UIT

Je vraagt het je vaak af: hoe zou de hemel er van binnen uitzien? Zijn er kamers? Zalen? Gangen? Krijgen sommige mensen een hogere plaats dan anderen of zit je allemaal naast elkaar? Zitten of staan, of misschien wel lopen.

Berichten van boven (klopt dat, is het van boven?) hebben ons nooit bereikt. En toch hebben we een heel sterk beeld.

Want laten we eerlijk zijn, mooier dan een hele wand met bloeiende blauweregen kán gewoon niet. En laat er nu zo’n wand op Te Werve zijn! Wij weten het zeker: in de hemel zijn de wanden begroeid met Blauwe Regen. Moet wel, kan niet anders.

Onze blauweregen groeit aan de westkant van de muur bij de boomgaard. Ruim 85 jaar geleden geplant, weten we uit mondelinge overlevering. Elk jaar wordt ie zorgvuldig gesnoeid en zodra de primula’s en de narcissen hebben gebloeid weten we uit ervaring dat De Blauwe er aan komt. Beginnend bij de Oranjerie, snel uitlopend in de richting van het Meer tot de hele tuinmuur een zachtblauwe tint heeft gekregen. Elk jaar weer een wonder hoe uit onopvallende bruin getinte stengels zoveel tere schoonheid kan ontstaan: de wonderlijke wisteria. Ze kan zich met het grootste gemak winden om palen en bomen; doch bij het beklimmen van een muur wil ze graag een handje worden geholpen met tere latjes en zachte twijgjes. Vlijtige vrijwilligershanden vervullen die vriendentaak met verve; alles voor De Blauwe.

Het spreekt voor zich dat deze schoonheid niet onopgemerkt blijft:

Dichters, schrijvers, schilders;

paartjes jong en oud,

ze lopen langs de muur,

befluisteren de schoonheid,

genieten van dit blauwe avontuur.

Ook elders in de wereld wordt de wisteria geprezen om haar vorm en kleur. Vooral in Japan, dat naast Korea en China één van de oorsprongslanden van de blauweregen is. De natuurlijke schoonheid van bloemen en planten trekt daar elk jaar weer miljoenen mensen naar de parken. Prachtige meterslange pergola’s roepen een dromerige sfeer op waar Japanners uren naar kunnen kijken. Het Ashikaga Park is daar een befaamde toeristische attractie. Dichterbij zijn er natuurlijk de sublieme schilderijen van Monet en dan met name zijn beroemde werk Blauweregen: dat indrukwekkende meters grote werk waarin lucht, water en blauwpaarse bloemen in elkaar verstrengeld zijn geraakt raken.

 

Wie naar Parijs gaat moet Monets werken zeker eens bekijken in Museum Marmottan, niet ver van de Eiffeltoren.      

Maar misschien heeft u de blauweregens al gezien in het Kunstmuseum in Den Haag dat er in 2019 een speciale tentoonstelling (“Monet – Tuinen van verbeelding”) aan wijdde.  

Net zo mooi als Te Werve? Nou, het spant erom!

 

MvL29-4-2022

 

 

 

 

 

donderdag 21 april 2022

 

SNIPPERDAGEN VOOR VRIJWILLIGERS

Zo, de snipperdagen voor de vrijwilligers zitten er weer op. Altijd weer een hele gebeurtenis.

Want voor de vrijwilligers zijn het geen dagen waarop je een beetje bij kunt komen van de voorjaarswerkzaamheden. Integendeel. Snipperdagen betekenen voor ons keihard werken:

vijf dagen achter elkaar ’s ochtends en ’s middags met de versnipperaar door het hele park trekken om alle takken in de rammelende machine te steken en te versnipperen. Onder de hels krijsende geluiden van een stampende dieselmotor in weer en wind – op vrijdag zelfs met sneeuw – met kar en aanhanger de paden op, de lanen in.

We weten dat niet iedereen dit toejuicht: het lawaai, het versnipperen, houtsnippers in het bos. Een toelichting is dus op zijn plaats.

Waarom die radicale opruiming van takken in alle soorten en maten? Daarvoor zijn twee redenen. De eerste is het opruimen van de stormschade. Bij die recente stormen zijn nogal wat bomen omgewaaid. De kleintjes, ach, da’s niet zo’n probleem. Maar er zijn ook enkele fenomenale woudreuzen omgegaan. In het bos, over paden, vlak langs het landhuis dat er met enkele kapotte ramen en een flink beschadigde tuinmuur gunstig vanaf kwam. Bomen op wandelpaden zagen we zo snel mogelijk weg: Te Werve is geen klimbaan. Maar onze zaagploeg let ook op bomen die uit het lood zijn geraakt. En op zware takken die hoog in de boom zijn blijven hangen maar elk moment los kunnen raken. En van al die bomen komt ongelooflijk veel hout af: bergen en nog eens bergen hout dat opgeruimd moet worden. En dan is er het jaarlijkse snoeihout. Waarschijnlijk door de klimaatverandering én door de vele stikstof in de lucht en bodem zijn bomen en struiken flink gegroeid. We willen van Te Werve geen donker bos maken maar een redelijk open landschap waarin je goed én veilig kunt wandelen en genieten. Dat snoeihout ging vroeger allemaal op rillen: rijtjes hout in het bos. Dat doen we nog steeds, maar bomen en struiken groeien veel harder dan ze verteren. Zonder hakselen is het hele terrein binnen enkele jaren bezaaid met zulke houtrillen: een houtopslagterrein. Dat doen we niet.

We laten overigens een heleboel rillen intact en we leggen ook nieuwe aan: meer dan genoeg voor insecten, vlinders en vogels. (Dat vinden de roofvogels overigens ook!)

 

Foto: Mirco Cuppens

En dan het lawaai. Zelf werken we met gehoorbeschermers en met beschermingsbrillen. Enkelen met een kap die ook het gezicht beschermt, want soms schieten de houtsnippers in het rond. Maar om bezoekers een plezier te doen kiezen we het vroege voorjaar: dan vallen we de minste mensen lastig. Op 1 april hebben we de snipperwerkzaamheden voor dit jaar afgerond. Wel kan het zijn dat we nog enkele omgevallen reuzenbomen verder in stukken moeten zagen om ze te kunnen afvoeren.

Tot slot de mycologen: de liefhebbers en kenners van zwammen of schimmels. We weten dat het er velen zijn onder onze donateurs en zij weten dat Te Werve honderden soorten herbergt. Ook hun bezwaren snijden hout! Voor hen is het goed om te weten dat we praktisch geen zacht hout zoals wilgen of populieren hebben gesnipperd. Op de overige soorten kunt u misschien al de komende (natte) herfst soorten verwachten als de stinkzwam of het hazenpootje. Later mogelijk gevolgd door verschillende soorten leemhoeden.

Houtsnippers worden veel gebruikt in tuinen, vooral op de paden. Ze houden de groei van onkruid tegen. Nu hebben wij als tuinliefhebbers op Te Werve vanzelfsprekend helemaal geen onkruid (toch?), maar de snippers zijn zo goed mogelijk verspreid. Daar zullen we geen last van krijgen.

Misschien vraagt u zich af waarom we ze niet verkopen: de takken en de snippers. Houtblokken verkopen we op hele kleine schaal zolang het er is. Voor takken en snippers zijn de transportkosten (en de milieukosten van het vervoer) veel te hoog. Dat levert geen enkele bijdrage aan het milieu.

De takkenherrie is voorbij; ook wij zijn blij!

Mvl2-4-2022

 

 

  

   

         

woensdag 23 februari 2022

 

GEBIEDSVERBOD VOOR CORRIE, DUDLEY, EUNICE EN 

FRANKLIN

“Wij verwachten dat alle bezoekers (de) huisregels respecteren. Alleen dan kan het landgoed open blijven voor haar donateurs. Bezoekers die zich niet houden aan de huisregels wordt de toegang ontzegd. Bij herhaaldelijk negeren van deze huisregels heeft het bestuur van de stichting het recht om het donateurschap te beëindigen”. Zo staat het in de huisregels van de Stichting Vrienden van Landgoed Te Werve. Het gebeurt zelden of nooit dat het zo ver komt, maar nu is de maat vol: Corrie, Dudley, Eunice en Franklin is de toegang tot het terrein voorgoed ontzegd.

U weet vast en zeker wel wie we bedoelen: de vier recente stormen die tussen 31 januari en 20 februari over het land raasden en ook neerstreken op ons landgoed.

Daarbij vielen slachtoffers: beuken en eiken van respectabele leeftijd. Maar ook die bijzonder mooie Anna Paulownaboom die pal naast het terras voor het landhuis stond. U weet wel, die boom die al in april en mei zijn prachtige blauw-roze gekleurde bloemen toonde, met gele strepen aan de binnenkant. Opvallend ruikend. Aan het eind van de zomer en het begin van de herfst kreeg ie van die bruine doosjes waarin de gevleugelde zaden lagen opgeborgen. Een opmerkelijke boom, genoemd naar “onze Anna Paulowna”, de vrouw van koning Willem II.

Stormen komen veel vaker voor en het is zeker niet voor het eerst dat op Te Werve bomen plat gaan. Soms omdat ze uit de grond worden gerukt, vaker nog omdat ze – bij ziekte of hoge ouderdom – op tijd door onze zaagploeg worden omgelegd om te voorkomen dat ze gevaar of schade zouden kunnen opleveren. In het laatste geval worden ze door de zaagploeg bij hun val keurig in de gewenste richting geleid; een precisiewerk dat vakmanschap verraadt. Zo is bijvoorbeeld de boom naast de Duiventoren op tijd verwijderd en tot planken verzaagd. Dat is natuurlijk anders bij de recente stormen. Aan de foto’s kunt u zien dat ze argeloos zijn neergekwakt. De dagen direct nadat de storm was afgezwakt is een ploeg vrijwilligers aan de slag te gaan om de boel weer op de rails te krijgen.

 


Moeten we vrezen dat we vaker zulke stormen krijgen nu het klimaat onmiskenbaar verandert? Daar lijkt het niet direct op. Het KNMI geeft in haar Klimaatsignaal ’21 van 25 oktober 2021 aan welke veranderingen we kunnen verwachten. Ze kunnen we rekenen op een stijging van de zeespiegel, op extreme zomerbuien, kans op valwinden, droogte in lente en zomer. De rivieren in ons land zullen vaker last hebben van laagwater in de zomer en hoogwater in de winter. Maar wat het aantal stormen op de Noordzee betreft melden de deskundigen van het weerinstituut dat geen sprake is van een toename. Evenmin kan een toename van de windsterkte worden vastgesteld.

Tja, een beter onderbouwd beeld van het weer in de komende jaren hebben we niet. We moeten er dus van uitgaan dat Corrie, Dudley, Eunice en Franklin toevallige passanten zijn geweest. Helemaal gerust zijn we er niet op. Daarom is het goed dat ze een gebiedsverbod hebben gekregen!

MvL 8-02-2022

donderdag 10 februari 2022

 

INSPIRATIE VOOR KUNSTENAARS

Als groot, mooi en oud natuurterrein met een prachtig landhuis verbaast het niet dat Te Werve heel aantrekkelijk is voor liefhebbers van alles wat groeit en bloeit: vogels, planten, paddenstoelen, vlinders, vleermuizen en bomen. Ook voor kunstenaars is het gebied een bron van inspiratie, tot op de dag van vandaag. We hoeven alleen maar te wijzen op de Rijswijkse fotograaf Rob Mostert die op schitterende wijze tal van paddenstoelen betoverend in beeld weet te krijgen.

Eerder al hebben we gewezen op Louis Apol, de Haagse schilder die een fantastisch winterlandschap op doek zette met de toegangsbrug als centraal punt. Zó’n winters beeld dat je het al koud krijgt als je ernaar kijkt.  

Vandaag een andere kunstenaar in beeld: Leon Senf. Geboren in Delft in 1860, veelzijdig kunstenaar: schilderde, maakte etsen en litho’s, ontwierp keramiek. En juist als keramist is hij in contact gekomen met Abel Labouchere. Geboren in hetzelfde jaar (1860). Overigens ook overleden in hetzelfde jaar 1940: leeftijdsgenoten dus. De twee konden elkaar goed aanvullen. Abel werd op zijn 23ste mede-eigenaar van de Delftsche Aardewerkfabriek De Porceleyne Fles en wilde daar de zaak flink opschudden. De kunstenaar Leon Senf was plateelschilder en ontwerper en werd in Delft hoofd van het atelier. Samen brachten ze het Nieuw Delfts aardewerk tot stand, wat de Porceleyne Fles een flinke impuls gaf.

Zoals bekend liet Abel in 1909-1910 het Meer van Te Werve graven. Toen het klaar was ontwierp Leon een prachtig tegeltableau van het Meer. Rob Mostert fotografeerde het jaren geleden al:


Achterop het tableau zit een briefje waaruit duidelijk wordt dat Abel Labouchere het schonk aan Gerard Veth van de bank Schill & Capadose (in 1952 opgegaan in Pierson, Heldring & Pierson). Hij deed dat uit dank voor zijn hulp bij de financiële afwikkeling van het graven van het Meer.

Het tableau is nu eigendom van Museum Rijswijk, dat het op de kop wist te tikken bij het Zeeuws Veilinghuis in Middelburg. Ook op andere plaatsen is werk van Senf te vinden: in het Vredespaleis, in de Schouwburg in Haarlem, in Museum Boijmans van Beuningen, in het Stadhuis van Rotterdam.

In 1918 verhuisde de schilder naar Noordwijk, waar hij inspiratie vond in de dorpsbewoners en in de visserswoningen. Museum Noordwijk heeft veel van zijn werk aangekocht; in 2008 werd daar een speciale tentoonstelling aan hem gewijd. Gerrit Kalff schilderde een fraai portret van Senf.

Leonardus Johannes Senf heeft veel ontwerpen gemaakt voor borden, vazen, schalen, etc. die bij De Porceleyne Fles zijn geproduceerd. Van die producten zijn er zeker honderden gemaakt. Daarvan zijn er nog vele beschikbaar. Wie zo een origineel bord wil kopen, geen probleem: de kleindochter van Abel Labouchere biedt uit de verzameling van haar moeder diverse borden aan op Marktplaats. Zo komt de geschiedenis wel heel dichtbij!

MvL10-1-22

woensdag 19 januari 2022

 

DE VERBORGEN WERELD VAN TE WERVE

Wie over Te Werve loopt ziet bomen, struiken, vogels, onze fazant (“Hendrik-Jan”), een enkel konijn, volop vogels. De opgewoelde grond wijst op de aanwezigheid van mollen, een meeuw trekt met kracht een worm tevoorschijn.

Je ziet zeker ook het meer: 10 hectare spiegelend water. Maar…….je ziet alleen de oppervlakte. Onzichtbaar blijven de tientallen miljoenen liters water, met duizenden vissen! Van heel groot tot hartstikke klein. Voor de meesten onder ons een volkomen onbekende wereld. Niet voor de vissers van Te Werve. Die weten al bijna 100 jaar wat zich onder het wateroppervlak afspeelt. Michael Voormeulen, een visser in hart en nieren, weet er alles van.

In 1910 kreeg eigenaar Abel Labouchere van het Hoogheemraadschap vergunning om het Meer te graven. Het zand werd verkocht aan Den Haag dat het nodig had voor zijn stadsuitbreiding. Van het Meer zelf heeft Labouchere niet lang genoten: in 1922 werd het terrein verkocht aan de Bataafse Petroleum Maatschappij. Die richtte het in als sportterrein voor haar personeel. Eén jaar later al, in 1923 werd de afdeling Hengelsport opgericht.

Sindsdien wordt – tot op de dag van vandaag - de visstand met liefde beheerd. Met zo’n honderd leden, waaronder een man of 15 echte die hards. Het visbestand bestaat, zo leert de website van de vereniging voor ongeveer 30% uit witvis (voorn, brasem, in grote aantallen), voor 10% uit roofvis en voor 60% uit karper. Je moet dan niet alleen denken aan aantallen, maar ook aan volume: heel veel kleine vissen, zo’n 200 karpers. Die verhoudingen zijn belangrijk voor het in tact houden van de visstand. Het Meer is een afgesloten water, de vissen kunnen niet weg: de visbestanden moeten elkaar in evenwicht houden. Voor wat betreft de karpers lukt dat niet zonder ingrepen. Elk jaar moet er zo’n 20 nieuwe karpers worden ingekocht om het aantal op peil te houden. Da’s geen klein bier: voor een karper van zo’n 3-4 kilo moet toch wel 50-60 euro worden neergeteld. Je kunt je dan goed voorstellen dat de vissers erop gebrand zijn stropers van het terrein af te houden. Binnen de vereniging geldt de regel “catch & release”: vangen mag, maar de vis gaat onherroepelijk weer terug in het water.

De populairste jongens en de knapste meisjes zijn toch echt de karpers. Zeg nou zelf: wie is niet onder de indruk van zo’n dier:


 
Die populariteit heeft de karper al eeuwenlang. In Midden- en Oost-Europa wordt de vis in mening restaurant nog altijd dagelijks geserveerd. Ook in Nederland is ie vaak gegeten. Dat is nog terug te zien in de naam “De Gouden Karper” die op de gevel van menig restaurant is te vinden. Dat hoeft niet te verbazen: karpers zijn goed te kweken en ze kunnen een flinke omvang bereiken. Ook de adel wist er wel raad mee. Daar begrepen ze hoe je de vis een chique uitstraling kunt geven: door ‘m te serveren met een zilveren opscheplepel. Zoals dit exemplaar dat Van Kempen en Zonen in 1903 aan haar kapitaalkrachtige clientèle aanbood.

In Rijswijk was de karper zo’n 65 jaar geleden nog de bron van een hevig conflict. De Prinsenvijver (de brede sloot tussen het Rijswijkse Bos en de Burgemeester Elsenlaan) – vol vette karpers - was verpacht aan een zekere heer Wijsman. Toen hij overleed verviel zijn contract; dat zou gaan naar de Rijswijkse Hengelsportvereniging. “Geen sprake van”, zo wist onze Bart Tent te vertellen, de familie “was daar zo boos over, dat ze besloot ‘hun’ vis niet over te dragen aan de nieuwe concessiehouder”. Een afgedamd deel van het water werd leeggepompt en de karpers werden uit het water gehaald. Liggend op nat gras werden de vissen met kruiwagens naar het Meer van Te Werve gebracht!

Karpers speelden ook elders in de Nederlandse geschiedenis een heldenrol: bij de overgang van de Zuiderzee naar het IJsselmeer. Nadat in 1932 de Afsluitdijk gereedkwam, verdween langzaam maar zeker het zout uit het water. Met het zout verdwenen de zoutwatervissen. Het zoete water deed geleidelijk zijn intrede, maar dat kostte tijd. In die overgangsperiode ontstond in 1937 een geweldige plaag: miljarden muggen! Gekweekte karper en brasem werd in grote aantallen uitgezet om muggenlarven op te eten voordat ze konden uitkomen[1]. Zo zie je maar: onder het wateroppervlak spelen zich soms ongemerkt grote drama’s af!  

Nee, onberoerd naar het Meer kijken is er niet meer bij…..

MvL 1-1-2022


[1] Bron: Bas Sleeuwenhoek, Het schrale land, Uitgeverij De Grintfisker 2006.

woensdag 8 december 2021

 

WALGEN …. VAN DE BLAUWALGEN

Op 1 juli 2020 zijn er twee containers geplaatst in het Meer van Te Werve. Wie naar het water kijkt kan ze niet missen! Dagelijks zuigen ze water op door een grote zandzak onder de container en pompen het dan het Meer in. Een experimentele aanpak om de blauwalg te bestrijden. “Hoe staat het ermee?” vragen we projectleider Joep de Koning van het Hoogheemraadschap Delfland.


Voordat we de deskundige aan het woord laten maken we eerst nog wat woorden vuil aan die blauwalg: hoe komen we eraan? Is het erg?Gek genoeg is de blauwalg geen alg, maar een bacterie. Een hele gewone, die in elk natuurlijk water voorkomt. Al duizenden jaren. Ze komen elk jaar weer terug in een vaste volgorde: eerst de kiezelwieren, dan de groenalgen en tot slot – aan het eind van de zomer - de blauwalgen. Net als de bloemetjes: sneeuwklok, krokus, paardenbloem, etc. Niks aan de hand, zou je zeggen. Het probleem ontstaat als het er teveel worden en de groenblauwe slierten op het water liggen. Dan wordt het water erg ongezond: wie erin zwemt kan last krijgen van huidirritatie, hoofdpijn, oorpijn, keelpijn, misselijkheid, diarree, koorts en zere ogen, waarschuwt het Hoogheemraadschap op zijn website. Dan gaat de lol er gauw van af. Dat probleem is er niet alleen op Te Werve maar op elk open water; in Rijswijk en in de rest van de wereld!

Alle reden om de blauwalg aan te pakken. Dat begint met de vraag waar die enorme en snelle groei vandaan komt. Heel simpel: voedsel! En dan hebben we het vooral over fosfaten. Die komen uit verschillende bronnen: van het brood dat de eendjes niet opeten, van de poep van vogels, van het lokvoer dat al te gulle vissers in het water gooien om hun stekkie tot een visparadijs te maken. En, niet onbelangrijk, van bagger dat lang geleden in het Meer is geloosd. Tja, vandaag de dag hebben we Avalex, maar toen niet. En omdat het Meer lekker diep was en je er toch niet in kon kijken was de bagger snel uit het zicht verdwenen. Door al deze oorzaken werd – en wordt! - jaar na jaar de sliblaag dikker en dikker. Op het diepste punt van de bodem van het Meer ligt nu naar schatting zo’n twee meter slib! Vol fosfaten. Tel uit je winst. Dat is zóveel dat het wegzuigen met een baggerzuiger miljoenen zou kosten. Nog afgezien van de vraag hoe je zo’n apparaat in het Meer zet. Daarom wordt er geëxperimenteerd met andere methoden. En daar komt het project van Jeroen de Koning in beeld. Vanuit de wetenschap dat fosfor zich bindt aan ijzerzand zijn er medio 2020 twee containers in het Meer gelegd. Die pompen water op, persen dat in een grote zak vol ijzerzand die op de bodem ligt en spuiten het water weer uit. De Visvereniging en de Zwemvereniging hebben regelmatig watermonsters genomen en opgestuurd naar het Hoogheemraadschap. En daar bleek ….. dat de hoeveelheid fosfor nauwelijks vermindert.



De onderzoekers van technologisch instituut Deltares uit Delft hebben uitgezocht waarom: ijzerzand heeft een buitenschil die maar langzaam fosfor doorlaat naar de kern van de zandkorrel waar het fosfaat wordt gebonden. Eigenlijk zouden de pompen steeds even aan en uit moeten gaan om de zandkern de tijd te geven om het fosfaat op te nemen. Maar met deze aanpak gaat het veel te lang duren om de enorme hoeveelheid fosfaat uit het Meer te krijgen. Misschien is deze methode wel geschikt voor andere gebieden, voor de oplossing van het probleem op Te Werve lijkt deze aanpak helaas onvoldoende. Deltares, zo sluit Joep de Koning af, doet nog nader onderzoek voordat het Hoogheemraadschap beslist of de pompen blijven of niet.

Intussen blijft het zaak om verder vervuiling van het water te voorkomen. Geen brood voor de eenden, geen lokdis voor de vis. Omdat we walgen van de blauwalgen.

 

Mvl21112021

maandag 25 oktober 2021

 

EEN PRIKKELEND PLANTJE

 Op Te Werve groeien talloze plantensoorten, maar van weinig soorten zijn zóveel exemplaren te vinden als van de brandnetel. Tienduizenden. Klein, groot en hartstikke groot. In randen en hoekjes, groeiend onder de banken, hangend over de paden. Het is opvallend is hoeveel tongen de brandnetel weet los te maken: iedereen heeft er wel een gevoel bij. De één vervloekt ze vanwege de pijnlijke aanraking, de ander ziet er een geboortecentrum in van de prachtigste vlinders. Sommigen prijzen de heerlijke thee die je ervan schijnt te kunnen maken, anderen roemen de smakelijke bijdrage die een brandnetel geeft aan een zomerse salade. En dan hebben we het nog niet gehad over de geneeskundige krachten die aan de plant worden toegekend. Laten we eens verder kijken naar dit fenomeen.

Hoewel ze sprekend op elkaar lijken, zijn er – in ons land - twee soorten brandnetels. De kleine wordt hoogstens een halve meter, de grote kan wel vijf keer zo hoog worden. De kleine wortelt op een klein plekje. Wie een grote brandnetel met wortel en al uit de grond wil halen trekt slierten omhoog van wel drie tot vier meter. Die lopen de hele tuin door. Het meest opvallend aan beide soorten zijn de naaldjes op het blad: de brandharen. Niet die haartjes zijn het probleem, het is het mierenzuur dat in je huid komt. Een minuscule hoeveelheid, maar genoeg om je humeur een uur lang uit de comfortzone te trekken.

Mierenzuur, dat is de boosdoener. Nou ja, boosdoener, de stof komt voor in talloze dieren en planten als verdedigingsmiddel, maar wordt soms zelfs toegevoegd aan levensmiddelen als conserveermiddel of om de zuurgraad te regelen. Denk aan vruchtensap, groente en fruit in blik. Dan heeft het de onschuldige naam E236: een door de Europese Voedselveiligheidsautoriteit geaccepteerde stof die wordt toegevoegd aan levensmiddelen. Maar zuur blijft het. En dat prikkelt. Ook bijen en wespen zijn daarvan op de hoogte en gebruiken het om ons op afstand te houden.

En toch zijn er dieren die de brandnetelblaadjes met smaak verorberen. Dat verklaart de liefde van vlinderliefhebbers voor de brandnetel: de rupsen van de atalanta, de dagpauwoog, de kleine vos, de gehakkelde aurelia, het landkaartje. Zij laten zich volgens de Vlinderstichting de blaadjes goed smaken. Maar ja, die blaadjes zitten ook vol mineralen en vitaminen. De rupsjes Nooitgenoeg, je hoort ze bijna smakken. Flink dooreten zou ik zeggen! 

Misschien zit daarin ook de waarde voor de brandneteltheedrinkers. Volgens de site mens-en-gezondheid zijn er mensen die in het voorjaar een paar kopjes brandnetelthee per dag drinken om hun lichaam te ontgiften. Lijders aan “reuma, spit, jicht of ischias zouden baat hebben bij het drinken van brandnetelthee omdat brandnetel de uitscheiding van urinezuur stimuleert, ontstekingsremmend en pijnstillend” is. Te Werve als apotheek!

Maar wat eet de brandnetel zelf? Ook daar raken we een gevoelig punt. Want dan komt het grote actuele probleem naar voren: stikstof. Daar moeten we preciezer in zijn. Stikstof en stikstofgas zit gewoon in de lucht: het vormt zo’n 80% van de lucht om ons heen. Het probleem zit ‘m niet in de stikstof, maar in de stikstofoxiden, de stikstofdioxiden en de stikstof-waterstofverbinding ammoniak. Je ruikt ze niet allemaal, maar ze zijn er wel! Stikstof is goed voor planten, maar ook hier geldt: te veel is verkeerd. Door een teveel aan stikstof groeien sommige soorten (denk aan de brandnetel en de braam) veel harder dan andere soorten en verdringen die. In meren en plassen leidt al die stikstof tot algengroei en daardoor tot een gebrek aan zuurstof in het water. De biodiversiteit neemt af: minder soorten planten en dieren.

Raakt dat ook Te Werve? Nou, ik denk van wel. Kijk eens op onderstaand kaartje van het KNMI/ESA dat Milieucentraal.nl publiceerde. Zoek op waar Te Werve ligt en kijk naar de kleur van dat gebied. Nederland stoot 4x zoveel uit als het EU-gemiddelde. Tel uit je winst……………. 

 


Mvl25-10-2021