donderdag 26 maart 2020


Toegang tot het Landgoed voor donateurs



Landgoed Te Werve is geopend voor donateurs. Zeker in deze tijd is het fijn als u even kunt genieten van de natuur op Landgoed Te Werve. Alles staat er prachtig bij. Wij vragen u wel om 1,5 meter afstand te houden van de andere wandelaars. Wij wensen u veel wandelplezier!


VIA TUNNEL SNEL NAAR TE WERVE!

Eindelijk een tunnel naar Te Werve, goed voor een snelle verbinding. Aan de ene kant erin, aan de andere kant er weer uit. Geen omwegen, geen stoplichten, geen verkeer van rechts, neen, een vliegensvlugge kaarsrechte verbinding. Er is één “maar”: de maximale doorgangshoogte is nog geen 50 centimeter.

Op voorstel van de stadsecoloog Michel Barendse heeft de Gemeente Rijswijk besloten een faunapassage aan te leggen tussen de wijk Te Werve en Landgoed Te Werve. Met financiële steun van de Provincie Zuid-Holland is het project onlangs gerealiseerd. Binnenkort vindt de afronding plaats, maar nu al kan de passage worden gebruikt.


Wat kunnen we zoal aan verkeer verwachten? Egels, wezels, misschien een hermelijn. De gewone muis natuurlijk, maar ook de spitsmuis, kikkers, bruine padden. Af en toe zal er ook wel eens kat een kijkje komen nemen. En….naar we hopen ook de vos.
Met de doorgang komt voor deze dieren een groter gebied beschikbaar. Een terrein dat door wegen en bebouwing steeds verder was verkleind, maar met deze faunapassages weer wordt geopend. De reconstructie van de Generaal Spoorlaan bood in dit geval de kans om de tunnelbuis aan te leggen. Daarbij blijft het niet; er wordt ook gedacht aan een verbinding naar de Sir Winston Churchilllaan en later naar het Wilhelminapark. Ook Den Haag is op deze manier actief. Daar is een verbinding gemaakt tussen de Koekamp en het Haagsche Bos. Je kunt je voorstellen dat uiteindelijk de hele provincie op een bepaald moment is ontsloten; een prachtig idee als er in ons sterk verstedelijkt gebied veilige routes zijn voor kleine dieren.

“Ja, ja”, hoor ik wel eens, “en dan komt er per jaar één egel door de tunnel”. Nou zal dat wel meevallen, maar zelfs dan is het waardevol. Want op die manier vindt er toch genetische vermenging plaats, wordt de soort sterker en uitsterven voorkomen.
Kortom, Te Werve wordt ook nu weer een stukje mooier en interessanter!

MvL 26-3-20
Foto Rob Mostert

donderdag 12 maart 2020

VRIJ TE BETREKKEN: PASSENDE WOONRUIMTE IN GROENE OMGEVING

Wie wil dat nu niet: gratis wonen op een prachtig landgoed? Inschrijven hoeft niet, een sleutel is niet nodig. U vliegt gewoon naar binnen…


Inderdaad, dit aanbod geldt alleen voor vrije vogels. En de man die ervoor zorgt dat de nestkasten er puntgaaf uitzien en spic-en-span schoon zijn is Richard Holtkamp.
Op Te Werve hangen ongeveer 45 kasten. Hoofdzakelijk in het bosgedeelte westelijk en zuidelijk van het landhuis. De bewoners zijn voor ca. 60% kleine (zang)vogels. Nestkasten worden bij voorkeur zuidoostelijk opgehangen omdat regen en wind vaak uit westelijke richting komt. “Vogels”, zegt Richard, “hebben een duidelijke voorkeur voor nestkasten die gunstig hangen. Maar het is niet altijd mogelijk om ze zo te hangen, of de aanvliegroute is anders”. De openingen in de kasten verschillen nogal: mussen vragen om gaten van 40 mm, koolmezen willen 32 mm maar pimpelmezen kruipen door 28 mm. In 2019 zijn er op Te Werve ook mussenhotels opgehangen: lege houten wijnkistjes waar tussenschotten in zijn gemaakt. 
Ondanks de riante huisvesting is er niet altijd succes; soms blijven in de verlaten kasten eieren achter, of zelfs een klein vogellijkje. Dat kan diverse oorzaken hebben: moeder overleden, onbevruchte eieren, eieren te koud geweest, enz.

De nestkasten op Te Werve worden in maart en oktober schoon gemaakt en nagekeken. In oktober om de nestresten weg te halen en de kast goed schoon te maken. Belangrijk, want ‘s winters overnachten vogels regelmatig in leegstaande nestkasten als het erg koud, regenachtig of guur weer is. Bij een leeg nest kunnen nog aanwezige parasieten (denk aan bloedluizen, teken) toeslaan bij verzwakte, slapende of schuilende vogels. Ook kan je dan mooi tellen hoeveel kasten bezet zijn geweest. In maart wordt de kast alleen maar schoongeveegd met een borsteltje. Aan de aanwezige poepjes kun je zien of de kast gebruikt is in de winter. 

Niet alle vogelsoorten broeden in een nestkast. Grote roofvogels bijvoorbeeld maar ook een aantal kleinere soorten. Merels en roodborstje maken zelf een nest redelijk laag bij de grond in struiken met doornen. Deze vogels zijn dan ook enorm territoriaal, vooral in de broedtijd. Een kleine vogel als de roodborst zal ALLES uit de buurt wegjagen als hij een nestje heeft, ook vogels die veel groter zijn dan hij/zijzelf. Een nestkast kan deels veiligheid bieden: rovers kunnen vaak niet naar binnen door het kleine gat, maar omgekeerd: als de rover binnen kan is er ook geen ontsnappen aan! Ook weten rovers als de gaaien en eksters feilloos wanneer de jongen uitvliegen. Ze zitten soms uren bovenop een nestkast te wachten; een dak met uitstekend luifeltje wil wel eens helpen. Maar ja, zulke vogels hebben ook jongen die gevoerd moeten worden….. 
Mezen krijgen in verhouding veel jongen per jaar. Ze worden ongeveer 10 jaar oud dus zouden een explosie in aantal kunnen veroorzaken. Twee tot drie broedsels per jaar is niet ongewoon, maar veel van de jongen vallen ten prooi aan jagers…. 
Een aantal uilensoorten broedt ook in een nestkast, maar dat vraagt wel een wat groter maatje!

Richard Holtkamp en MvL
11-3-20


donderdag 5 maart 2020

Statig en waardig, de Duiventoren van Te Werve

De duiventoren, ónze Duiventoren, heeft het “Compliment voor het Monument” gekregen. Hanneke Nuijten heeft namens de Provincie Zuid-Holland dat compliment als blijk van erkenning gegeven aan de huidige kasteelheer Mirco Cuppens. Daarmee is de restauratie van dit prachtige monument formeel en feestelijk afgerond.


En wat staat ie er trots bij, de toren! De kap met duivengaten is weer in goede staat gebracht, kozijnen zijn vervangen, het voegwerk is hersteld, het verfwerk vernieuwd. Binnen de toren zijn alle slechte houten delen vervangen. De komende decennia kan ie er weer tegen, de oudste duiventoren van Nederland.

“Duiventoren”, dat klinkt heel lieflijk en past ook prima bij het romantische karakter en de huidige functie van Te Werve, zeker als zeer populaire trouwlocatie.

Maar wie zijn ogen dicht doet en zich voorstelt wat deze toren in de loop van de geschiedenis heeft gezien en meegemaakt! Razend spannende tijden, onvoorstelbare taferelen, ridders, paarden, sloop, brandstichting. Hollywood in Rijswijk, niks minder! Maar dan echt en véél erger.

Laten we beginnen bij het bouwwerk: de onderste 1 meter 70 heeft een muurdikte van 43 centimeter. Dat is geen frivool tuinhuisje geweest, maar gewoon een gepantserd gebouw. Het waren dan ook roerige tijden in de veertiende en vijftiende eeuw1. Van ongeveer 1350 tot 1500 waren er voortdurend gevechten in onze regio: de Hoekse en Kabeljauwse Twisten. Felle gevechten tussen de legers van Albrecht van Beieren en de stad Delft. Ruzie om Albrechts vriendin Aleida van Poelgeest die uit de weg werd geruimd. Het nabije kasteel Te Blothinge dat tijdens een strafexpeditie steen voor steen werd afgebroken. Ook kasteel Te Werve kreeg meer dan rake klappen. 

Tussen 1480 en 1490 was er in onze regio een enorme overstroming. Alsof dat nog niet genoeg was volgde een muizenplaag, die leidde tot hongersnood omdat de oogst vernietigd was. Plunderingen door de hongerlijdende bevolking, rovende Hoeken die Rijswijk kort en klein sloegen. Een paar decennia later was het weer raak: troepen van Maarten van Rossum roofden de woningen in Rijswijk leeg voordat zij de boedel in brand staken.

En dan hebben we het nog niet gehad over de Tachtigjarige Oorlog tussen Nederland en Spanje (1568-1648, weet u het nog?). De gevechten zijn Rijswijk en Te Werve bepaald niet stilletjes voorbijgegaan. Voortdurend werd er de eerste jaren gevochten met grote schades als gevolg. Pas tegen het jaar 1600 keerde de rust terug.

Op dat moment is onze toren – toneel van veel strijd - weer verhoogd. Nu met muren van een normale dikte, zo’n 21 centimeter en verbouwd tot de lieflijke duiventoren die het nu is. Het bordje met het jaartal van de verbouwing – 1590 – is nog altijd op de oostelijke muur van de toren terug te vinden.

De Tweede Wereldoorlog was opnieuw een periode van heftige beschietingen op en rond Te Werve. Vanuit het nabijgelegen Rijswijkse Bos zijn diverse V-2’s gelanceerd, de Engelse RAF heeft met stevige bombardementen getracht de Duitsers te verjagen van Te Werve. De tuinmuur en een kastanjeboomtop gingen aan flarden, maar de duiventoren heeft zijn rust en waardigheid weten te bewaren. 
En zo staat hij daar, kalm en statig. Maar tot de nok gevuld met verhalen…. 

MvL 04032020
1 Zie Verhalen van Rijswijk, Lizette de Koning. Stichting Rijswijkse Historische Projecten 2007

maandag 10 februari 2020


Vrienden met veren

Te Werve is een ideaal gebied voor mensen, dat wisten we al. Maar omdat het een gevarieerd terrein is – struiken, bomen, grasland, het meer, gebouwen, geen honden en katten, vaak weinig mensen – is het ook een paradijs voor vogels. Als er iemand is die daar van geniet én veel van weet dan is het Richard Holtkamp wel. Met hem lopen over het terrein. We hebben het over de soorten en over de nestkasten die hij verzorgt. Na afloop vertelt hij nog tal van leuke weetjes, over levensduur van vogels en hun gedrag. Vandaag zullen we het hebben over soorten, in volgende afleveringen over de nestkasten en de ‘weetjes’. 



Je hoeft Richard niet aan te sporen, hij steekt meteen van wal als we een stevig gekras boven ons horen: “Dit is een vogel die we allemaal snel herkennen, de zwarte kraai. Kraaiachtigen zijn brutaal of slim, net wat je ervan vindt. Ze zijn volledig zwart – de kraai en de roek -  of zwart met grijze-witte delen, het kauwtje. De zwarte kraai is graag alleen of met een partner, kauwen vliegen in groepjes en struinen de buurt af op zoek naar alles, maar dan ook álles wat eetbaar is”. Hij is nog niet uitgesproken of er klinkt een harde schreeuw vlak boven ons: een blauwe reiger zeilt met veel bravoure op de oever van het meer af. Het is duidelijk dat ie ons niet direct een lang en gelukkig leven toewenst! Nee, zo’n blauwe reiger zie je niet gauw over het hoofd. Hoog in de bomen op het grote nest, of op het grasland langs het water op zoek naar iets lekkers.

Bij de waterkant komen we nog meer bekende types tegen: de Nijl- of Vosgans. Daarvan lopen er heel wat rond op Te Werve. Richard: “Niet een allemansvriend, is het niet om het eentonige gegak dan wel om de uitwerpselen die overal liggen. Ze kunnen nogal verdedigend zijn om gebied of jongen, klapwiekend en sissend op je afkomen is niet ongewoon! De Nijlgans is oorspronkelijk afkomstig uit Egypte, maar na een lange reis via Engeland ook in ons land neergestreken. Hij heet wel gans, maar eigenlijk is het een eend. Ganzen zijn er overigens meer dan genoeg op Te Werve: brandganzen, rotganzen, Canadese ganzen”. En natuurlijk zijn er eenden; “Veel soorten gebruiken de Put als standplaats of tussenstation tijdens de jaarlijkse trek. Eenden en ganzen kunnen hier waterplanten eten naar hartenlust, ook gras is een goede voedselbron”. Daar gáát ons mooie gazon denk ik maar zeg het niet hardop.

Niet te missen zijn de duiven rond de duiventoren: “Duiven worden ook wel de ratten van de vogels genoemd. In de steden zien we regelmatig duiven die een teen of voetje missen, zijn blijven haken achter een scherp voorwerp waarmee ze helaas te maken hebben, wij mensen gooien veel ‘zomaar’ om ons heen weg, zo kunnen ze blijven leven maar prettig is anders”. In de buurt van het parkeerterrein zien we nog een gaai en twee eksters. Richard: “Ze worden als brutaal weggezet, het zijn omnivoren, vooral opruimers. Wroeten graag tussen bladeren en omgeploegd land om een graantje mee te pikken”. En de mussen? “Hun aantal neemt landelijk sterk af, op Te Werve kom ik ze niet vaak meer tegen. Als je ze ziet dan in groepjes kwetterend op zoek naar eten”.

En dan hebben we het nog niet gehad over de spechten en de roodborsten, de buizerds en de merels, de koolmezen, de pimpels en vele andere: Te Werve is voor Richard een onuitputtelijke bron van verhalen. Daarover meer in een volgend blog.

MvL

30-1-2020

maandag 27 januari 2020



TE KOUD OM TE VRIJEN

Buiten is het koud. Bezoekers van de Vrijersheuvel op het terrein zijn in geen velden of wegen te bekennen. Logisch: wie wil er nou vrijen bij dit weer?
Misschien is dit dan een goed moment om uit te leggen dat de Vrijersheuvel helemaal niet is bedoeld om te vrijen. De heuvel héét ook niet zo. De echte naam is “Kaagberg”. Dat vraagt om enige uitleg.

Het terrein van Te Werve zag er vóór 1910 heel anders uit. Gezien vanaf het landhuis kon je zelfs tot Delft kijken. Allemaal landerijen. Een deel daarvan behoorde tot Te Werve. De eigenaar, Abel Labouchere, besloot in 1910 een deel van het zand te verkopen en liet om die reden het meer graven. Bij dat graafwerk is als grens de sloot aangehouden die liep langs het huidige gazon voor het landhuis. Daarin zat al een bocht: een kromming die om deze heuvel liep. De heuvel was kunstmatig en had een doel: een schuilplaats bieden voor het vee als het weiland onder water liep. Een waardevol bezit. Zo’n verhoging in het landschap heet een kaag. De Vrijersheuvel heet daarom eigenlijk de Kaagberg. De berg is heel bewust gehandhaafd bij het graven van het meer. Een historisch element in het landschap en ongetwijfeld één van de redenen waarom de tuin vanwege zijn “Historische tuin- en parkaanleg” later tot rijksmonument werd verklaard. Daar willen we dus heel erg zuinig op zijn.
Waar die heuvel is? Precies tegenover de voorkant van het pomphuisje met de rood-witte luiken. U heeft achter het heuveltje een prachtig uitzicht op het water.



Het woord “kaag” kennen we allemaal: wie is er nog nooit in Kaagdorp geweest? Of op de Kagerplassen? Al in de dertiende eeuw werd het woord gebruikt in de betekenis van “buitendijks land”. Hollandse Friezen kennen het als koog: Koog aan de Zaan, De Koog op Texel.
Enfin, u bent weer wat wijzer. Graag even luid kuchen als u langs de heuvel loopt…...  

MvL
21-1-2020

donderdag 16 januari 2020

TE WERVE GESLOOPT? DAT SCHEELDE NIET VEEL!

We schrijven 1892. De locatie is hotel Kuijs Witsenburg, op de hoek van de Herenstraat en de Haagweg. Mannen met grote donkere snorren en zwarte hoeden – nors voor zich uit kijkend, de sigaar strak in de mond - komen één voor één het pand binnen. De meesten kennen elkaar; een lichte knik is voldoende. Het zijn opkopers van grote stukken land. Projectontwikkelaars zouden ze later worden genoemd. De notaris heeft al plaats genomen  achter zijn tafel. Een veiling, een belangrijke veiling: grote stukken Rijswijks land worden te koop aangeboden. Bijna 20 kavels. De veilingmeester heet de aanwezigen welkom, vertelt wat er zo al zal worden aangeboden. Het eerste kavel komt aan bod, het tweede, het derde. Langzaam maar zeker vordert de bijeenkomst. 

Dan wordt kavel 15 aangeboden: een stuk grond van 7 hectare, met daarop een huis. Een pand in hele matige staat maar wel aangeprezen als “riddermatige hofstad Huis te Werve”. Interessant voor de projectontwikkelaars: slopen die handel, weg ermee. Ruimte maken voor een nieuwe woonwijk in het dorp Rijswijk. Ze ruiken winst! Maar wie is daar aan het bieden, aan het overbieden zelfs? Ziet die kansen die zij niet zien? De veilingmeester vraagt de aanwezigen om nog een laatste bod, niemand steekt zijn hand omhoog. De hamer komt met een klap neer: “Eenmaal, andermaal, verkocht”.
Pas weken later, bij de afhandeling van de transactie, blijkt wie de man was achter de koper: Abel Labouchere, wonende aan de Oude Delft 141, eigenaar-fabrikant van De Porceleyne Fles.


              
        
 In maart 1893 trekken hij en zijn vrouw in het opgeknapte pand om er dertig jaar te blijven wonen. Abel heeft zijn droom gerealiseerd: royaal wonen buiten de stad. Als kind uit een bankiersgeslacht gewend aan grote statige stadspanden – in Amsterdam, Delft – zoekt hij het liever buiten, in het groen. Later zal hij er nog flink wat grond bij kopen. 
Werken in Delft, wonen in Rijswijk: onze Abel wordt forens. Dagelijks gaat hij vanuit Te Werve lopen over zijn landgoed – het paadje zal later Pad van Labouchere gaan heten – naar het Rijswijks treinstation vlak naast zijn terrein, bij de Van Vredenburgweg. 
Maar als eigenaar en directeur wil hij wel graag altijd bereikbaar zijn. Voor eigen rekening laat hij een telefoonlijn aanleggen van de fabriek in Delft tot aan Te Werve. (Hebben de huizen langs die route om die reden nog altijd “Delftse” telefoon: kengetal 015?).

                                                                          


En zo kwam alles toch nog goed: geen woonwijk (die zou later aan de zuidkant komen) maar een prachtig landgoed, een monumentaal Rijksmonument. 
Helaas eindigde dit sprookje niet met het gebruikelijke “Lang en gelukkig ….”. 
In 1923 verhuisden Abel en zijn vrouw Cornelie de Bruyn Kops (zie foto, geschilderd door de beroemde Thérèse Schwartze) naar Bloemendaal. Een jaar later overleed zij. Nog weer een jaar later kwam zoon Juste om het leven bij een vliegtuigongeluk. Bij een KLM lijnvlucht van Amsterdam naar Parijs raakte de Fokker III een heuvel en verongelukte. In april 1926 hertrouwde Abel Labouchere. Met Pauline Agneta van Wickevoort Crommelin leefde hij nog veertien jaar tot zijn overlijden op tachtigjarige leeftijd, in 1940. 
Hulde aan de man die met zijn aankoop de sloop van Huis Te Werve wist te voorkomen!

MvL, 3-2-2020

Bron: Gyon Labouchere, Abel Labouchere 1860-1940. Stichting Rijswijkse Historische Projecten. Rijswijk, 2007