woensdag 6 juli 2022

 

ZE VRETEN ALLES KAAL!

“Ach, wat sneu, dat hele boompje wordt opgevreten. Wat jammer nou!” Tja, dat is een voor de hand liggende reactie als je de jonge appeltjes en de blaadjes helemaal ingepakt ziet met een web vol rupsjes. De spinselmot heeft toegeslagen! Je kunt het geknaag niet horen, maar reken erop dat ze vreten. Doodspuiten? Doe maar niet!

Het ene jaar wat meer, het andere jaar wat minder, maar de spinselmot is een terugkerend verschijnsel. En het gaat niet om een enkel rupsje, neen, de hele vriendenkring komt mee en ze blijven allemaal eten.

Wilt u bij kennissen en vrienden een geleerde indruk maken, dan vraagt u natuurlijk losjes om welke stippelmot het gaat. Er zijn namelijk – zo meldt Wikipedia – meer dan 700 soorten: de Amblyzancla araeoptila, de Anaphantis aurantiaca, de Calamotis prophracta en ga zo maar door. De genoemde website noemt er 443; gelukkig komen de meeste soorten alleen in de tropen voor. Maar ze hebben ook gewone namen: wit naaldkwastje, het grijze naaldkwastje, rode duifmot, de kardinaalsmutsstippelmot, de vogelkersstippelmot, meidoornstippelmot, wilgenstippelmot, appelstippelmot. Voor elke boom- of struikensoort lijkt er een eigen stippelmot te zijn. Kleine verschilletjes, maar wat ze gemeen hebben is dat ze flinke stukken struik, maar als het moet ook een ouwe fiets helemaal kunnen inpakken.

Dat doen ze niet zomaar: het web moet vijanden verhinderen dat ze opgevreten worden.

Maar ook daar – het is net de echte-mensenwereld – is wat op gevonden. Mezen en dan met name koolmezen weten daar handig mee om te gaan en lusten de rupsjes rauw.

Op Te Werve waren de afgelopen weken de appelbomen de pineut. Ze stonden in de volle belangstelling van de appelstippelmot.

Hoe komen ze daar terecht? Nou, niet van de ene op de andere dag. In de zomer zet de vlinder eitjes af op jonge takken. Die komen aan het eind van de zomer uit: minuscule rupsjes houden zich de hele winter schuil tot het voorjaarszonnetje gaat schijnen. Dat is voor hen het startsein om te gaan vreten aan de jonge blaadjes. En zoals iedereen weet zijn alle rupsen Rupsjes Nooitgenoeg die flink dooreten.

Na het stadium van het eitje en het stadium van rups worden de volgende fasen doorlopen: verpoppen en zich als vlinder uitvouwen. Nachtvlinders in dit geval. Wittig met bruine delen en zwarte stippeltjes. Spanwijdte zo’n 2 cm. En dan begint de hele cyclus weer overnieuw.

Zijn ze gevaarlijk voor mens, plant of dier? Nee, niks aan de hand. Vogels en dan vooral koolmezen vinden het lekkere hapjes. Mensen doen ze niets (“wij zijn geen eikenprocessierupsen, wat denk je wel”), de plant gaat er niet aan dood. Die overleeft deze aanslag wel. Misschien nog in hetzelfde seizoen, anders volgend jaar lopen de takken weer gewoon uit en komen er weer nieuwe appeltjes. Het is wel een treurig beeld, zo’n ingepakte afgevreten tak, dat wel.

Bestrijden? Laat maar. Chemisch doen we sowieso niet. Met een stevige waterstraal kun je er wel een heleboel van af spuiten. Aangetaste takken kun je afknippen. Je kunt ook de natuurlijke vijanden stimuleren: koolmezen verleiden met nestkastjes, oorwormen lokken met gepaste middelen omdat die de stippelmot zo lekker vinden.

Maar ja, zeg nou zelf: moeten we echt oorwormen gaan lokken?

Foto’s: Rob Mostert

Mvl05072022

donderdag 9 juni 2022

 
NOOIT MEER 1590
Ach, wat is het toch vredig op Te Werve: groene bomen, kabbelend water dat rustig stroomt onder romantische bruggetjes. Jonge gansjes, meerkoetjes en eendjes die de wereld verkennen, dromerige duiven die even rust nemen op een tak en kijken naar een gazon vol bloeiende madeliefjes. En natuurlijk onze bezoekers die zich wandelend ontspannen: “Wat een prachtig landhuis” en: “Kijk daar, die duiventoren. Wat staat er eigenlijk op dat bordje, met die gouden cijfers? Oh ja, 1590”.
Tja, zo hoort het. Daar mogen we heel gelukkig mee zijn. Ook, of juist nu elders in Europa door vechtende landen verwoestend wordt uitgehaald.


In 1590 zag de wereld er hier totaal anders uit. We zaten midden in de heftige periode van de 80-jarige oorlog met de Spanjaarden (1568-1648). Laten we ons even verplaatsen in de Rijswijkers van rond 1590. Ze hebben net de bovenbouw van de Duiventoren gebouwd op de dikke muren, restanten van een oude vermoedelijke verdedigingstoren. Met trots wordt het jaartal 1590 in goud aangebracht op de herdenkingssteen in de torenmuur.
Maar niemand was vergeten wat een drama zich een paar jaar geleden in Delft had afgespeeld. In zijn eigen hoofdkwartier, het Prinsenhof, wordt Willem van Oranje op 10 juli 1584 met twee schoten vermoord. De kogelgaten zullen nog eeuwenlang in de muur zichtbaar blijven. De dader, Balthasar Geraerts, wordt al snel aangehouden. Drie dagen lang wordt ie beestachtig gemarteld om daarna alsnog te worden onthoofd.

Doodstraffen waren in die tijd geen zeldzaamheid. De executies waren vaak gruwelijk. Soms werd - met vier paarden, één aan elk been en arm - de veroordeelde uit elkaar getrokken. Ophangen kwam ook regelmatig voor, óók in de Herenstraat van Rijswijk op het pleintje voor de Oude Kerk. Onder grote publieke belangstelling. Na de executie werd het lijk nog maandenlang tentoongesteld op het Galgenveld, dat was waar nu de Rijswijkseweg en de Laakweg elkaar kruisen. In januari van het jaar 1590 was op de Grote Markt van (inmiddels Belgisch) Lier Cathelyne van den Bulcke zelfs nog verbrand als heks. Tussen 1550 en 1650 werden in Europa tussen de vijftig- en honderdduizend mensen (bijna altijd vrouwen) als heks veroordeeld. Wreedheid en bijgeloof waren de normaalste zaken van de toenmalige wereld in onze streken.

Na de moord op Willem van Oranje werd zijn zoon prins Maurits – toen pas 18 jaar - de stadhouder van Holland en Zeeland. Een slimme jongen overigens die met een knappe list in 1590 Breda wist terug te veroveren op de veel sterkere Spanjaarden. Midden in de nacht had ie in een turfschip soldaten onopvallend de stad in gesmokkeld. Toen die van binnenuit de aanval ontketenden kon de rest van de troepen van Maurits rustig naar binnen lopen. Wat zich daar verder afspeelde laat zich raden.

Een vergelijkbare zaak had zich 16 jaar eerder al voorgedaan in Leiden. De Spanjaarden probeerden in 1574 Leiden te bezetten en omsingelden de stad. Talloze Leidenaren stierven van de honger. Gelukkig staken geuzen de dijken door. Bang voor het water gingen de Spanjaarden er hals over kop vandoor en kon de stad worden ontzet. Ze vieren het nog steeds elk jaar op 3 oktober.

Die aanvallen op steden waren geen uitzondering. Steden die Spanje veroverden werden meer dan eens terugveroverd. En omgekeerd.
Het Staatse leger (zeg maar het leger van Noord- en Zuid-Holland en Zeeland) voerde in 1589 een aanval uit op Nijmegen, waar toen de Spanjaarden nog zaten. De aanval mislukte, maar niet zonder slachtoffers.

In hetzelfde jaar werd Zoutkamp na een dagenlange belegering terugveroverd door de Friese troepen van Willem Lodewijk. Het beleg van Heusden moesten de Spanjaarden zonder resultaat weer opgeven.
Elders in Europa was het niet rustiger. In Frankrijk werd koning Hendrik III vermoord.
Een grote Spaanse zeevloot werd door de Engelsen verslagen. Een hevige storm deed de rest met de vloot: 9.000 doden.
Op bevel van koningin Elizabeth I van Engeland wordt de Schotse koningin Maria Stuart van hoogverraad beschuldigd en onthoofd. Zo ging dat.
 
In ons land werd Eindhoven eerst door het leger van de Staatsen ingenomen, kort daarna weer teruggepakt door de Spanjaarden. Door Engels verraad viel ook Deventer in de handen van Spanje. Sluis was in 1587 al veroverd door de hertog van Parma.
En zo was het doorgegaan: Den Bosch, Amerongen, Zutphen, Eindhoven, allemaal worden ze belegerd, veroverd of gewoon in brand gestoken.
 
Rijswijkers maakten een deel van die geschiedenis overigens van dichtbij mee. Hoge pieten uit het buitenland werden per boot vanuit Delft naar de Hoornbrug gevaren. Ondertussen liet Maurits zich per koets vanuit Den Haag naar die plek vervoeren. Bij de Hoornbrug werden de handen geschud en vandaar werden de gasten meegenomen naar het Binnenhof.
    


Tja, daar hoeft u allemaal niet meer aan te denken bij uw rondje op Te Werve. 1590: dat wordt het hier nooit meer.
 

Mvl 2-6-2022  Bronnen: Ende, W.P.C. van der, 'Het galgenveld in Rijswijk', in: Historische Vereniging Rijswijk, Jaarboek 2001 (Rijswijk, 2001). Diverse lemma’s Wikipedia

maandag 2 mei 2022

 

ZO ZIET DE HEMEL ER VAN BINNEN UIT

Je vraagt het je vaak af: hoe zou de hemel er van binnen uitzien? Zijn er kamers? Zalen? Gangen? Krijgen sommige mensen een hogere plaats dan anderen of zit je allemaal naast elkaar? Zitten of staan, of misschien wel lopen.

Berichten van boven (klopt dat, is het van boven?) hebben ons nooit bereikt. En toch hebben we een heel sterk beeld.

Want laten we eerlijk zijn, mooier dan een hele wand met bloeiende blauweregen kán gewoon niet. En laat er nu zo’n wand op Te Werve zijn! Wij weten het zeker: in de hemel zijn de wanden begroeid met Blauwe Regen. Moet wel, kan niet anders.

Onze blauweregen groeit aan de westkant van de muur bij de boomgaard. Ruim 85 jaar geleden geplant, weten we uit mondelinge overlevering. Elk jaar wordt ie zorgvuldig gesnoeid en zodra de primula’s en de narcissen hebben gebloeid weten we uit ervaring dat De Blauwe er aan komt. Beginnend bij de Oranjerie, snel uitlopend in de richting van het Meer tot de hele tuinmuur een zachtblauwe tint heeft gekregen. Elk jaar weer een wonder hoe uit onopvallende bruin getinte stengels zoveel tere schoonheid kan ontstaan: de wonderlijke wisteria. Ze kan zich met het grootste gemak winden om palen en bomen; doch bij het beklimmen van een muur wil ze graag een handje worden geholpen met tere latjes en zachte twijgjes. Vlijtige vrijwilligershanden vervullen die vriendentaak met verve; alles voor De Blauwe.

Het spreekt voor zich dat deze schoonheid niet onopgemerkt blijft:

Dichters, schrijvers, schilders;

paartjes jong en oud,

ze lopen langs de muur,

befluisteren de schoonheid,

genieten van dit blauwe avontuur.

Ook elders in de wereld wordt de wisteria geprezen om haar vorm en kleur. Vooral in Japan, dat naast Korea en China één van de oorsprongslanden van de blauweregen is. De natuurlijke schoonheid van bloemen en planten trekt daar elk jaar weer miljoenen mensen naar de parken. Prachtige meterslange pergola’s roepen een dromerige sfeer op waar Japanners uren naar kunnen kijken. Het Ashikaga Park is daar een befaamde toeristische attractie. Dichterbij zijn er natuurlijk de sublieme schilderijen van Monet en dan met name zijn beroemde werk Blauweregen: dat indrukwekkende meters grote werk waarin lucht, water en blauwpaarse bloemen in elkaar verstrengeld zijn geraakt raken.

 

Wie naar Parijs gaat moet Monets werken zeker eens bekijken in Museum Marmottan, niet ver van de Eiffeltoren.      

Maar misschien heeft u de blauweregens al gezien in het Kunstmuseum in Den Haag dat er in 2019 een speciale tentoonstelling (“Monet – Tuinen van verbeelding”) aan wijdde.  

Net zo mooi als Te Werve? Nou, het spant erom!

 

MvL29-4-2022

 

 

 

 

 

donderdag 21 april 2022

 

SNIPPERDAGEN VOOR VRIJWILLIGERS

Zo, de snipperdagen voor de vrijwilligers zitten er weer op. Altijd weer een hele gebeurtenis.

Want voor de vrijwilligers zijn het geen dagen waarop je een beetje bij kunt komen van de voorjaarswerkzaamheden. Integendeel. Snipperdagen betekenen voor ons keihard werken:

vijf dagen achter elkaar ’s ochtends en ’s middags met de versnipperaar door het hele park trekken om alle takken in de rammelende machine te steken en te versnipperen. Onder de hels krijsende geluiden van een stampende dieselmotor in weer en wind – op vrijdag zelfs met sneeuw – met kar en aanhanger de paden op, de lanen in.

We weten dat niet iedereen dit toejuicht: het lawaai, het versnipperen, houtsnippers in het bos. Een toelichting is dus op zijn plaats.

Waarom die radicale opruiming van takken in alle soorten en maten? Daarvoor zijn twee redenen. De eerste is het opruimen van de stormschade. Bij die recente stormen zijn nogal wat bomen omgewaaid. De kleintjes, ach, da’s niet zo’n probleem. Maar er zijn ook enkele fenomenale woudreuzen omgegaan. In het bos, over paden, vlak langs het landhuis dat er met enkele kapotte ramen en een flink beschadigde tuinmuur gunstig vanaf kwam. Bomen op wandelpaden zagen we zo snel mogelijk weg: Te Werve is geen klimbaan. Maar onze zaagploeg let ook op bomen die uit het lood zijn geraakt. En op zware takken die hoog in de boom zijn blijven hangen maar elk moment los kunnen raken. En van al die bomen komt ongelooflijk veel hout af: bergen en nog eens bergen hout dat opgeruimd moet worden. En dan is er het jaarlijkse snoeihout. Waarschijnlijk door de klimaatverandering én door de vele stikstof in de lucht en bodem zijn bomen en struiken flink gegroeid. We willen van Te Werve geen donker bos maken maar een redelijk open landschap waarin je goed én veilig kunt wandelen en genieten. Dat snoeihout ging vroeger allemaal op rillen: rijtjes hout in het bos. Dat doen we nog steeds, maar bomen en struiken groeien veel harder dan ze verteren. Zonder hakselen is het hele terrein binnen enkele jaren bezaaid met zulke houtrillen: een houtopslagterrein. Dat doen we niet.

We laten overigens een heleboel rillen intact en we leggen ook nieuwe aan: meer dan genoeg voor insecten, vlinders en vogels. (Dat vinden de roofvogels overigens ook!)

 

Foto: Mirco Cuppens

En dan het lawaai. Zelf werken we met gehoorbeschermers en met beschermingsbrillen. Enkelen met een kap die ook het gezicht beschermt, want soms schieten de houtsnippers in het rond. Maar om bezoekers een plezier te doen kiezen we het vroege voorjaar: dan vallen we de minste mensen lastig. Op 1 april hebben we de snipperwerkzaamheden voor dit jaar afgerond. Wel kan het zijn dat we nog enkele omgevallen reuzenbomen verder in stukken moeten zagen om ze te kunnen afvoeren.

Tot slot de mycologen: de liefhebbers en kenners van zwammen of schimmels. We weten dat het er velen zijn onder onze donateurs en zij weten dat Te Werve honderden soorten herbergt. Ook hun bezwaren snijden hout! Voor hen is het goed om te weten dat we praktisch geen zacht hout zoals wilgen of populieren hebben gesnipperd. Op de overige soorten kunt u misschien al de komende (natte) herfst soorten verwachten als de stinkzwam of het hazenpootje. Later mogelijk gevolgd door verschillende soorten leemhoeden.

Houtsnippers worden veel gebruikt in tuinen, vooral op de paden. Ze houden de groei van onkruid tegen. Nu hebben wij als tuinliefhebbers op Te Werve vanzelfsprekend helemaal geen onkruid (toch?), maar de snippers zijn zo goed mogelijk verspreid. Daar zullen we geen last van krijgen.

Misschien vraagt u zich af waarom we ze niet verkopen: de takken en de snippers. Houtblokken verkopen we op hele kleine schaal zolang het er is. Voor takken en snippers zijn de transportkosten (en de milieukosten van het vervoer) veel te hoog. Dat levert geen enkele bijdrage aan het milieu.

De takkenherrie is voorbij; ook wij zijn blij!

Mvl2-4-2022

 

 

  

   

         

woensdag 23 februari 2022

 

GEBIEDSVERBOD VOOR CORRIE, DUDLEY, EUNICE EN 

FRANKLIN

“Wij verwachten dat alle bezoekers (de) huisregels respecteren. Alleen dan kan het landgoed open blijven voor haar donateurs. Bezoekers die zich niet houden aan de huisregels wordt de toegang ontzegd. Bij herhaaldelijk negeren van deze huisregels heeft het bestuur van de stichting het recht om het donateurschap te beëindigen”. Zo staat het in de huisregels van de Stichting Vrienden van Landgoed Te Werve. Het gebeurt zelden of nooit dat het zo ver komt, maar nu is de maat vol: Corrie, Dudley, Eunice en Franklin is de toegang tot het terrein voorgoed ontzegd.

U weet vast en zeker wel wie we bedoelen: de vier recente stormen die tussen 31 januari en 20 februari over het land raasden en ook neerstreken op ons landgoed.

Daarbij vielen slachtoffers: beuken en eiken van respectabele leeftijd. Maar ook die bijzonder mooie Anna Paulownaboom die pal naast het terras voor het landhuis stond. U weet wel, die boom die al in april en mei zijn prachtige blauw-roze gekleurde bloemen toonde, met gele strepen aan de binnenkant. Opvallend ruikend. Aan het eind van de zomer en het begin van de herfst kreeg ie van die bruine doosjes waarin de gevleugelde zaden lagen opgeborgen. Een opmerkelijke boom, genoemd naar “onze Anna Paulowna”, de vrouw van koning Willem II.

Stormen komen veel vaker voor en het is zeker niet voor het eerst dat op Te Werve bomen plat gaan. Soms omdat ze uit de grond worden gerukt, vaker nog omdat ze – bij ziekte of hoge ouderdom – op tijd door onze zaagploeg worden omgelegd om te voorkomen dat ze gevaar of schade zouden kunnen opleveren. In het laatste geval worden ze door de zaagploeg bij hun val keurig in de gewenste richting geleid; een precisiewerk dat vakmanschap verraadt. Zo is bijvoorbeeld de boom naast de Duiventoren op tijd verwijderd en tot planken verzaagd. Dat is natuurlijk anders bij de recente stormen. Aan de foto’s kunt u zien dat ze argeloos zijn neergekwakt. De dagen direct nadat de storm was afgezwakt is een ploeg vrijwilligers aan de slag te gaan om de boel weer op de rails te krijgen.

 


Moeten we vrezen dat we vaker zulke stormen krijgen nu het klimaat onmiskenbaar verandert? Daar lijkt het niet direct op. Het KNMI geeft in haar Klimaatsignaal ’21 van 25 oktober 2021 aan welke veranderingen we kunnen verwachten. Ze kunnen we rekenen op een stijging van de zeespiegel, op extreme zomerbuien, kans op valwinden, droogte in lente en zomer. De rivieren in ons land zullen vaker last hebben van laagwater in de zomer en hoogwater in de winter. Maar wat het aantal stormen op de Noordzee betreft melden de deskundigen van het weerinstituut dat geen sprake is van een toename. Evenmin kan een toename van de windsterkte worden vastgesteld.

Tja, een beter onderbouwd beeld van het weer in de komende jaren hebben we niet. We moeten er dus van uitgaan dat Corrie, Dudley, Eunice en Franklin toevallige passanten zijn geweest. Helemaal gerust zijn we er niet op. Daarom is het goed dat ze een gebiedsverbod hebben gekregen!

MvL 8-02-2022

donderdag 10 februari 2022

 

INSPIRATIE VOOR KUNSTENAARS

Als groot, mooi en oud natuurterrein met een prachtig landhuis verbaast het niet dat Te Werve heel aantrekkelijk is voor liefhebbers van alles wat groeit en bloeit: vogels, planten, paddenstoelen, vlinders, vleermuizen en bomen. Ook voor kunstenaars is het gebied een bron van inspiratie, tot op de dag van vandaag. We hoeven alleen maar te wijzen op de Rijswijkse fotograaf Rob Mostert die op schitterende wijze tal van paddenstoelen betoverend in beeld weet te krijgen.

Eerder al hebben we gewezen op Louis Apol, de Haagse schilder die een fantastisch winterlandschap op doek zette met de toegangsbrug als centraal punt. Zó’n winters beeld dat je het al koud krijgt als je ernaar kijkt.  

Vandaag een andere kunstenaar in beeld: Leon Senf. Geboren in Delft in 1860, veelzijdig kunstenaar: schilderde, maakte etsen en litho’s, ontwierp keramiek. En juist als keramist is hij in contact gekomen met Abel Labouchere. Geboren in hetzelfde jaar (1860). Overigens ook overleden in hetzelfde jaar 1940: leeftijdsgenoten dus. De twee konden elkaar goed aanvullen. Abel werd op zijn 23ste mede-eigenaar van de Delftsche Aardewerkfabriek De Porceleyne Fles en wilde daar de zaak flink opschudden. De kunstenaar Leon Senf was plateelschilder en ontwerper en werd in Delft hoofd van het atelier. Samen brachten ze het Nieuw Delfts aardewerk tot stand, wat de Porceleyne Fles een flinke impuls gaf.

Zoals bekend liet Abel in 1909-1910 het Meer van Te Werve graven. Toen het klaar was ontwierp Leon een prachtig tegeltableau van het Meer. Rob Mostert fotografeerde het jaren geleden al:


Achterop het tableau zit een briefje waaruit duidelijk wordt dat Abel Labouchere het schonk aan Gerard Veth van de bank Schill & Capadose (in 1952 opgegaan in Pierson, Heldring & Pierson). Hij deed dat uit dank voor zijn hulp bij de financiële afwikkeling van het graven van het Meer.

Het tableau is nu eigendom van Museum Rijswijk, dat het op de kop wist te tikken bij het Zeeuws Veilinghuis in Middelburg. Ook op andere plaatsen is werk van Senf te vinden: in het Vredespaleis, in de Schouwburg in Haarlem, in Museum Boijmans van Beuningen, in het Stadhuis van Rotterdam.

In 1918 verhuisde de schilder naar Noordwijk, waar hij inspiratie vond in de dorpsbewoners en in de visserswoningen. Museum Noordwijk heeft veel van zijn werk aangekocht; in 2008 werd daar een speciale tentoonstelling aan hem gewijd. Gerrit Kalff schilderde een fraai portret van Senf.

Leonardus Johannes Senf heeft veel ontwerpen gemaakt voor borden, vazen, schalen, etc. die bij De Porceleyne Fles zijn geproduceerd. Van die producten zijn er zeker honderden gemaakt. Daarvan zijn er nog vele beschikbaar. Wie zo een origineel bord wil kopen, geen probleem: de kleindochter van Abel Labouchere biedt uit de verzameling van haar moeder diverse borden aan op Marktplaats. Zo komt de geschiedenis wel heel dichtbij!

MvL10-1-22

woensdag 19 januari 2022

 

DE VERBORGEN WERELD VAN TE WERVE

Wie over Te Werve loopt ziet bomen, struiken, vogels, onze fazant (“Hendrik-Jan”), een enkel konijn, volop vogels. De opgewoelde grond wijst op de aanwezigheid van mollen, een meeuw trekt met kracht een worm tevoorschijn.

Je ziet zeker ook het meer: 10 hectare spiegelend water. Maar…….je ziet alleen de oppervlakte. Onzichtbaar blijven de tientallen miljoenen liters water, met duizenden vissen! Van heel groot tot hartstikke klein. Voor de meesten onder ons een volkomen onbekende wereld. Niet voor de vissers van Te Werve. Die weten al bijna 100 jaar wat zich onder het wateroppervlak afspeelt. Michael Voormeulen, een visser in hart en nieren, weet er alles van.

In 1910 kreeg eigenaar Abel Labouchere van het Hoogheemraadschap vergunning om het Meer te graven. Het zand werd verkocht aan Den Haag dat het nodig had voor zijn stadsuitbreiding. Van het Meer zelf heeft Labouchere niet lang genoten: in 1922 werd het terrein verkocht aan de Bataafse Petroleum Maatschappij. Die richtte het in als sportterrein voor haar personeel. Eén jaar later al, in 1923 werd de afdeling Hengelsport opgericht.

Sindsdien wordt – tot op de dag van vandaag - de visstand met liefde beheerd. Met zo’n honderd leden, waaronder een man of 15 echte die hards. Het visbestand bestaat, zo leert de website van de vereniging voor ongeveer 30% uit witvis (voorn, brasem, in grote aantallen), voor 10% uit roofvis en voor 60% uit karper. Je moet dan niet alleen denken aan aantallen, maar ook aan volume: heel veel kleine vissen, zo’n 200 karpers. Die verhoudingen zijn belangrijk voor het in tact houden van de visstand. Het Meer is een afgesloten water, de vissen kunnen niet weg: de visbestanden moeten elkaar in evenwicht houden. Voor wat betreft de karpers lukt dat niet zonder ingrepen. Elk jaar moet er zo’n 20 nieuwe karpers worden ingekocht om het aantal op peil te houden. Da’s geen klein bier: voor een karper van zo’n 3-4 kilo moet toch wel 50-60 euro worden neergeteld. Je kunt je dan goed voorstellen dat de vissers erop gebrand zijn stropers van het terrein af te houden. Binnen de vereniging geldt de regel “catch & release”: vangen mag, maar de vis gaat onherroepelijk weer terug in het water.

De populairste jongens en de knapste meisjes zijn toch echt de karpers. Zeg nou zelf: wie is niet onder de indruk van zo’n dier:


 
Die populariteit heeft de karper al eeuwenlang. In Midden- en Oost-Europa wordt de vis in mening restaurant nog altijd dagelijks geserveerd. Ook in Nederland is ie vaak gegeten. Dat is nog terug te zien in de naam “De Gouden Karper” die op de gevel van menig restaurant is te vinden. Dat hoeft niet te verbazen: karpers zijn goed te kweken en ze kunnen een flinke omvang bereiken. Ook de adel wist er wel raad mee. Daar begrepen ze hoe je de vis een chique uitstraling kunt geven: door ‘m te serveren met een zilveren opscheplepel. Zoals dit exemplaar dat Van Kempen en Zonen in 1903 aan haar kapitaalkrachtige clientèle aanbood.

In Rijswijk was de karper zo’n 65 jaar geleden nog de bron van een hevig conflict. De Prinsenvijver (de brede sloot tussen het Rijswijkse Bos en de Burgemeester Elsenlaan) – vol vette karpers - was verpacht aan een zekere heer Wijsman. Toen hij overleed verviel zijn contract; dat zou gaan naar de Rijswijkse Hengelsportvereniging. “Geen sprake van”, zo wist onze Bart Tent te vertellen, de familie “was daar zo boos over, dat ze besloot ‘hun’ vis niet over te dragen aan de nieuwe concessiehouder”. Een afgedamd deel van het water werd leeggepompt en de karpers werden uit het water gehaald. Liggend op nat gras werden de vissen met kruiwagens naar het Meer van Te Werve gebracht!

Karpers speelden ook elders in de Nederlandse geschiedenis een heldenrol: bij de overgang van de Zuiderzee naar het IJsselmeer. Nadat in 1932 de Afsluitdijk gereedkwam, verdween langzaam maar zeker het zout uit het water. Met het zout verdwenen de zoutwatervissen. Het zoete water deed geleidelijk zijn intrede, maar dat kostte tijd. In die overgangsperiode ontstond in 1937 een geweldige plaag: miljarden muggen! Gekweekte karper en brasem werd in grote aantallen uitgezet om muggenlarven op te eten voordat ze konden uitkomen[1]. Zo zie je maar: onder het wateroppervlak spelen zich soms ongemerkt grote drama’s af!  

Nee, onberoerd naar het Meer kijken is er niet meer bij…..

MvL 1-1-2022


[1] Bron: Bas Sleeuwenhoek, Het schrale land, Uitgeverij De Grintfisker 2006.