maandag 17 mei 2021

SNIP, SNAP, GESNIPPERD 

Alles wat groeit en bloeit……laat ook een keer het kopje hangen. Maar geen nood, er groeit weer iets nieuws voor in de plaats. Zeker weten. Zo gaat het al miljoenen jaren.

Die cyclus is zo’n groot succes dat het ons wel eens over de schoenen loopt: het groeit in zulk een enorm tempo dat het hele terrein zonder onderhoud binnen de kortste keren één groot onbegaanbaar oerwoud zou worden. Zeker, daar zijn liefhebbers genoeg voor, maar ons ideaal is het niet. Onderhoud is daarom onontkoombaar.

In de zomer zijn het de gazons en de struiken, maar in de winter en het voorjaar vragen de bomen alle aandacht. Bomen die dicht bij elkaar staan belemmeren elkaar in de groei als ze groter worden en nemen het zonlicht weg voor begroeiing op de bodem. Die bomen halen we daarom weg. Zware takken die bij storm kunnen afbreken moeten er ook aan geloven; geen risico’s voor onze bezoekers. Het dode en afgezaagde hout leggen we in het bos.


Maar ja, de natuur groeit harder dan de takken verteren. Brandstapels mogen al jaren niet meer. Dus overal in de bossen van Nederland zie je de stapels dood hout groeien. Goed voor de vogels, goed voor paddenstoelen. Op Te Werve vindt u op tal van plaatsen zulke “rillen” en halfverteerde boomstronken. Maar het houdt wel een keer op. We willen niet dat de bodem van ons terrein grotendeels bedekt wordt met dooie takken. Daarom laten we regelmatig een deel van het snoeihout afvoeren, of we gaan het zelf versnipperen.

Een deel van de snippers gebruiken we voor paden. De rest gaat het bos is. Houtsnippers verteren snel in het bos. Zo geelwit als ze zijn na het versnipperen, zo bruinzwart zijn ze al na een maand of drie. Binnen één tot twee jaar zijn ze helemaal verteerd: de draden van de schimmels gedijen er goed op. Insecten smikkelen mee bij dit afbraakproces. Dat lokt weer vogels naar het terrein, die maar al te graag een graantje – nou ja, een insectje - meepikken.

De snippers hebben nog een voordeel: ze houden vocht heel lang vast. Dat is niet verkeerd met hoogstwaarschijnlijk weer een warme droge zomer in aantocht.

Levert snoeihout dan geen geld op? Laten we u snel uit de droom helpen. Houtafval wordt inderdaad wel gebruikt als brandstof in industriële processen. Maar de kosten van transport van relatief kleine hoeveelheden staan in geen verhouding tot de opbrengst. Het laten afvoeren van ons snoeihout is echt een kostbare zaak. Daarom huren we eens in de zoveel jaar een paar dagen een versnipperaar. Een flinke groep vrijwilligers staat klaar om de hele dag door te snipperen, zodat de herrie zo kort mogelijk duurt en de huurkosten beperkt blijven. Snip-snap-gesnipperd!

 

Mvl 25-4-2021

maandag 3 mei 2021

Vernieuwd concept Pop-up restaurant Te Werve Buiten

De flextent in Rijswijk staat weer, de barcontainer is gevuld met lekkere dranken en de houtskool BBQ’s  worden weer opgestookt. Wij hebben er weer zin in en wij zijn er klaar voor om je te ontvangen in ons BBQ-restaurant. Het restaurant op Landgoed Te Werve is geopend van vrijdag tot en met zondag  vanaf 12.00 uur.




Wij hebben ons concept vernieuwd. Zowel voor de kleine trek als grote trek zijn er voldoende keuzes. Ons team serveert heerlijke streetfood gerechten vanaf €14,50, clubsandwich € 12,50 of Runderentrecôte van onze BBQ € 29,50. Maar je kan natuurlijk ook gewoon komen borrelen. Op onze site kan je reserveren en staat ook onze menu kaart. Je kan ook gewoon langskomen en vragen of we tafeltje beschikbaar hebben.

 


maandag 12 april 2021

 

DE KLEURENSTAALKAART VAN TE WERVE

Of de zon nu wel of niet schijnt (liever wel!), of het nu regent of niet (liever niet!), de dagen worden langer en dús steken planten de kopjes weer op. Struiken en bomen openen de knoppen van blad en bloem. Het voorjaar komt er aan, óók in coronatijd. Dat nieuwe begin gaat – net als bij de mode – gepaard met een staalkaart van de nieuwe seizoenskleuren.



En kies: het jonge groen? Of liever blauw, of wit. Geel doet het goed in het voorjaar. Met rood maak je een mooi statement! Bruin gevlamd kan natuurlijk ook. Kies maar, Te Werve biedt van alles aan! Kom kijken en keuren.                                                                                                                                               

 Mvl060421

maandag 29 maart 2021

In Memoriam: Bart Tent

Op zaterdag 20 maart 2021 is onze zeer trouwe vrijwilliger Bart Tent op 91 jarige leeftijd overleden.



Bart was een belangrijke spil in de organisatie van de vrijwilligers op Landgoed Te Werve. Samen met Kees Kort en Chris Goetjahr waren ze tot enkele jaren geleden altijd wel te vinden in de Oranjerie. Ieder met zijn eigen interesse en expertise. Bart was degene die ontelbaar veel publicaties heeft geschreven en vol passie kon vertellen over de cultuurhistorie van het landgoed. Het waren een beetje “de 3 musketiers” in heel veel opzichten. Met het overlijden van Bart is de laatste van deze 3 musketiers helaas overleden. Het voelt als het einde van een tijdperk. 

Gelukkig is er veel geschiedenis door hem vastgelegd, waardoor dit nooit verloren zal gaan en beschikbaar blijft voor vele toekomstige generaties. Daar zijn we Bart heel dankbaar voor. Daarnaast was het een bescheiden en aimabele man waar we met veel plezier mee hebben mogen samenwerken in de gemeenschappelijke passie voor ons mooie landgoed.

Wij wensen de familie veel sterkte toe met het verwerken van dit verlies.

Op de website “geschiedenis van Zuid Holland” (verhalen uit de landgoederenzone) zijn 3 filmjes te zien, waarin Bart enthousiast verhalen vertelt over de cultuurhistorie van Landgoed Te Werve. Dit was Bart ten volle uit. We gaan hem missen.


Uit het rijke geheugen van Bart Tent

KRUIWAGENS VOL KARPER

Ach, wat ziet het er vandaag de dag allemaal vredig uit. De Burgemeester Elsenlaan met daarnaast het brede water, eindigend bij de kinderboerderij met tamme herten, een kalme Lakenvelder koe, schuchtere schapen en parmantige pauwen. 

Neem van mij aan: dat is wel eens anders geweest! En ook Te Werve was daarbij betrokken.

Voor dit blog putten we uit het rijke geheugen van de onlangs overleden Bart Tent. Een man met honderden verhalen, gebaseerd op eigen waarneming en uit oneindig bronnenonderzoek. Gelukkig schreef ie alles op wat de moeite waard was. Soms in eigen publicaties die in het Koetshuis van de stencilmachine rolden, soms in druk van een vereniging of andere organisatie, soms op de website van Te Werve. Hier maken we gebruik van een verhaal dat hij publiceerde in het jaarboek 2003 van de Rijswijkse Historische Vereniging.

Het verhaal begint met het Balkengat. Dat was de populaire naam van dat brede water naast de huidige Burgemeester Elsenlaan. De eigenlijke naam was Prinsenvijver. Omdat het Prins Frederik Hendrik was die de sloot (die er al lag) had laten verbreden tot 10 meter. 

De naam Balkengat is in zwang gekomen toen de firma Visbach van de houtzaagmolen aan de Vliet op die plek bomen in het water ging leggen. Als ze goed doorwaterd waren, konden ze weer terug naar het Jaagpad. Daar werden ze gezaagd en gedroogd in open houten loodsen op de werf. Pas in 1979 zou de molen (of wat daar nog van over was) worden gesloopt. 

In dat Balkengat was een dam aangelegd. In de jaren twintig, zo meldde Bart, had een zekere  heer Wijsman daar water gepacht van Domeinen om er een viswater van te maken. Het pachtcontract werd gesloten voor zes jaar. Het contract, vermeldde onze Bart, stond op naam van Wijsman en zou na zijn dood niet zomaar overgaan op naam van de erfgenamen. Er is daar veel vis gevangen. “Een bijzonder gezicht, sommige Rijswijkers herinneren zich dat nog, was de grote schuur waar de koppen van de gevangen snoeken als trofeeën waren bevestigd… De kieuwen werden iets uitgebogen en daardoorheen werden ze vastgespijkerd”, aldus Bart. 


In 1956 overleed de heer Wijsman. De vergunning ging nu naar de Rijswijkse Hengelsportvereniging. Dat was tegen het zere been van de familie Wijsman. De familie, zo gaf Bart aan, “was daar zo boos over, dat ze besloot ‘hun’ vis niet over te dragen aan de nieuwe concessiehouder”. Dus moesten de karpers uit het water worden gehaald. Het afgedamde deel werd daarom leeggepompt. Tja, daar zit je dan met die karpers! Het Meer van Te Werve, dáár konden ze heen. Het vervoer gebeurde met kruiwagens, waar nat gras in werd gelegd, zodat de vissen in leven bleven tijdens het korte ritje. 

Sensatie in de Rijswijkse viswereld, dat mag duidelijk zijn. Maar de karpers waren veilig op Te Werve! Tot op de dag van vandaag. 

Bronnen: Bart Tent, Karpers. In Jaarboek 2002 Historische Vereniging Rijswijk

Het Rijswijkse Bos, groene enclave met rijk verleden. Stichting Rijswijkse Historische Projecten. Silvia Roes 


donderdag 4 maart 2021

BUURMAN VAN TE WERVE: DE PRINS VAN ORANJE

Wie in Nederland woont heeft altijd buren. Op korte of iets langere afstand, maar altijd is er een adres waar je even langs kunt gaan om een kopje suiker te lenen.

Dat geldt dus ook voor de bewoners van Te Werve. De toenmalige bewoner - Jacob van der Wiele van de Werve – heeft er waarschijnlijk niet eens vreemd van opgekeken toen hij een nieuwe buurman kreeg: in 1630 kwam het Huys ter Nieuburch in handen van prins Frederik Hendrik van Oranje. Bij de rijken en machtigen gold immers ook toen al “ons kent ons”.

Geen grijze muis, die Frederik Hendrik. Naast prins zou ie in de loop der jaren nog wat titels krijgen: graaf van Nassau, stadhouder, kapitein-generaal en admiraal-generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Hoe ging dat destijds tussen buren? Kwamen ze wel eens bij elkaar op bezoek, babbeltje over het tuinhek als je daar het onkruid wiedde?

Nou nee. Wat Te Werve betreft, van Jacob van der Wiele weten we niet zoveel. Geboren in Den Haag, 61 jaar oud geworden, bewoner van Te Werve sinds 1593. Voor eigenaars van Te Werve was het huis lang niet altijd hun permanente verblijfplaats. Soms was het niet meer dan een chique buiten, om de wereld te laten zien dat je rijk was. Of om er in de zomer de stank van de steden (riolering was er nog niet) te kunnen ontvluchten. Van deze brave Jacob is in Rijswijk niet meer overgebleven dan de naam van een onbeduidende straat tussen De Put en het NS-baanvak Rijswijk-Den Haag. Een foto in “Groot Rijswijk” bijvoorbeeld heeft ie nooit gehaald, om het eens beeldend te zeggen.

 


Van Prins Frederik Hendrik weten we meer. Alleen al omdat ie een telg was van de Oranje-Nassau dynastie. En omdat ie getrouwd was met Amalia van Solms, een naam die iedereen wel eens heeft gehoord. Hun huwelijk werd pas gesloten in 1625 toen onze man al 41 was. Er speelde een opvolgingskwestie en er moest snel worden getrouwd. Amalia – dochter van zijn volle neef – was toen al drie jaar zijn secret love. Ze kregen negen kinderen, waarvan er vier jong stierven.

Tja, wat doe je overdag als prins? Onze man ging in de lente, zomer en herfst regelmatig op oorlog. Hij trok er op uit met een eigen leger. Zijn specialiteit was het belegeren en vervolgens veroveren van steden. Op die manier werd ie heerser van plaatsen als Breda, Hulst, Groenlo, Maastricht, Den Bosch. En verwierf hij de dubieuze bijnaam “Stedendwinger”. Zó iemand was de buurman van Te Werve. Héél vaak zal hij dus niet thuis zijn geweest.

Het toenmalige pand dat Frederik Hendrik in 1630 kocht liet ie overigens meteen slopen. Hij kocht er nog 19 ha grond bij en liet er een zeer breed paleis bouwen. Dat paleis werd vooral bekend door de Vrede van Rijswijk, die er in 1697 werd gesloten, 50 jaar na zijn dood. Aan beide kanten van zijn terrein liet ie een gracht graven: één van 17 meter breed (aan de kant van de Burgemeester Elsenlaan), één van 10 meter breed aan de andere kant (tussen zijn terrein en Te Werve).

Fraaie tuinen, mooie boomlanen en schitterende vijvers; het moet een lustoord zijn geweest. Aan de kant van de Burgemeester Elsenlaan liet Frederik Hendrik een toren bouwen waarin water naar boven werd geheveld (door in de toren rondlopende ezels?) om te zorgen voor druk op de fonteinen op het terrein. Nog niet zo lang geleden zijn van die toren restanten gevonden in de sloot die er nog altijd is.

Hoe dit afliep? Onze man overleed in 1647, één jaar voor het einde van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648, weet u het nog?). Hij ligt begraven in de Nieuwe Kerk in Delft. Amalia stierf in 1675 in Den Haag. Huys ter Nieuburch zou nog beroemd worden door de Vrede van Rijswijk die er in 1679 werd gesloten. Daarna kwam het geleidelijk in verval; in 1791 werd het in opdracht van stadhouder Willem V gesloopt. Ter herinnering werd van het sloopmateriaal De Naald gebouwd; beetje sneu bouwwerkje, vind u ook niet?

Te Werve heeft sinds 1250 bij al die gebeurtenissen fier stand gehouden. Oók bedreigd en herhaaldelijk verbouwd. Maar wij zijn er nog! Mooier dan ooit.

Mvl2-3-2021.

Schilderij: Frederik Hendrik en Amalia van Solms, door Gerard van Honthorst, 1637.

Bronnen: Sylvia Roes. Het Rijswijkse Bos. Stichting Rijswijkse Historische Projecten, 2011. En: Wikipedia, diverse lemma’s.      

 

 

  

 

 

 

 

 

donderdag 11 februari 2021


….En zo werd het nog heel gezellig!


We hebben het niet makkelijk, dit jaar. Corona hier, corona daar. Blijf op afstand, was je handen, ga vooral niet op bezoek. Nóóit in een groepje lopen. Eén meter 50 is goed, twee meter is beter.

Tja, wie heeft er inmiddels geen behoefte aan ontspanning?

Dat is goed te zien in het park; het is er druk. En met de sneeuw nog veel drukker. Gelukkig kun je op 26 hectare de nodige afstand bewaren, geen enkel probleem.

Kortom: vlieg er eens uit…..de natuur in……… op naar Te Werve!

Dat gouden idee hebben niet alleen mensen. Wie op het terrein loopt zal verbaasd zijn over de grote aantallen vogels die er op dit moment zijn: Canadese ganzen, nijlganzen, kraaien, duiven, spechten, meerkoeten, grauwe ganzen, ooievaars, halsbandparkieten, roodborsten, eenden, koperwieken om de meest voorkomende van dit moment te noemen. Ze zijn bovendien minder schuw dan gewoonlijk en laten zich dus goed zien. Een korte kennismaking met een paar van deze gezelligheidsdieren.

 

Illustratie: Naumann, Naturgeschichte der Vögel Mitteleuropas, 1905.

De ooievaar laat zich wel vaker bij ons zien. In het voorjaar om het nest te inspecteren om vervolgens toch weer terug te gaan naar Don Bosco. Of als het voormalig voetbalveld wordt gemaaid en de kikkers zo in je bek springen. Maar nu er sneeuw ligt kwamen er drie kijken. Ze stonden de situatie luid klepperend met elkaar te bespreken. Deze lange lummels (een ooievaar wordt ruim een meter groot) was vroeger een zomergast; de winter bracht ie door in aangenamer streken in het Zuiden. Nu laat ie zich verrassen door de sneeuw en grond die veel te hard is om in te pikken.

De Nijlgans maakt met zijn naam al snel duidelijk waar ie oorspronkelijk vandaan komt: het gebied van de Nijl. Bij zijn komst zo’n 40 jaar geleden een zeer agressieve vogel die geen andere soorten om zich heen duldde en ook nog eens twee tot drie keer per jaar veel eieren legde. Inmiddels is dit opgewonden standje een beetje bedaard. Wat ie nog steeds goed weet te verbergen is dat ie geen gans is, maar een eendensoort. Een nepper, zou je kunnen zeggen, maar dat geldt voor veel meer soorten. Omdat ie van elders komt en nog altijd boos kijkt naar andere soorten wordt de nijlgans gerekend tot de invasieve exoten.

De roodborst kennen we allemaal. Héél Te Werve is verdeeld in vele kleine territoria die elk worden beheerd door één roodborst. Dat beheer is zeer actief. Kom in de buurt en u wordt argwanend bekeken: “mot dat hier? Mijn terrein!”. Gewoon een knipoog geven en de roodborst laat u verder geheel met rust.

Halsbandparkieten, nog zo’n exoot, afkomstig uit de tropen van Afrika en Azië. Maar waarschijnlijk toch geen echte bedreiging voor andere vogelsoorten, al is er wel concurrentie om de beste boomholtes. Nou ja, er zijn zojuist nieuwe – teakhouten! – nestkasten opgehangen, dus woonruimte genoeg. Opvallende vogel, een beauty. Daarom lang geleden meegevoerd om in een kooitje te zetten als pronkjuweel. Maar iemand heeft het kooitje opengezet……. De vraag is hoe deze papagaai de strenge winterdagen doorkomt. Mogelijk neemt hun aantal af, maar dat zal niet meer dan tijdelijk zijn.

De Canadese gans loopt ons over de schoenen, zomer en winter, houdt het gras kort, bemest elke vierkante meter, houdt altijd geluid in de lucht, een opschepper, patser. Weinig vrienden. Geen woorden meer aan vuil maken.

Van geheel andere aard is de koperwiek. Zoals zijn naam zegt heeft ie een koperkleurig wiekje. Het is een lijstersoort, ietsje kleiner dan de gewone lijster of de merel. Je ziet ‘m vooral in de winter, dan trekt ie zuidwaarts of zoekt een beschut plekje. Je ziet ze zelden alleen, altijd in een groep. En maar spitten: sneeuw opzij, op zoek naar voedsel tussen de bladeren. En zeg nou zelf, die koperwieken, dan zijn toch plaatjes!

MvL, 11-2-2021