maandag 19 augustus 2019

 Nachtblauwe berging voor Balik Papan en Tjepoe

Exotische taferelen in ons park? Jazeker en dat maakt duidelijk dat Te Werve een plek is met vele kanten: groen, schoon, betoverend mooi, een lange boeiende historie en lijntjes naar tal van plaatsen op de wereld.
Neem nu de botenloods. Wie regelmatig op het terrein komt zal het zijn opgevallen dat de verfkleur op z'n retour was en is vervangen door een nieuwe blauwzwarte verflaag: zwart als het donker is, blauw als de zon er op schijnt. Met witte vlakken in de fraaie vakwerkdeuren aan voor- en achterkant. Na zoveel jaren was het tijd voor een nieuwe verflaag. Zo komen onze monumenten nóg mooier in beeld. 

Want een monument is het. In 2006 is de botenloods opgenomen in het register van Rijksmonumenten. Vanwege "de architectonische vormgeving en het materiaalgebruik".
"Als gaaf voorbeeld van een botenhuis in een recreatiepark..." en "vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats", zo geeft het register aan. 

Een botenloods is bedoeld voor boten, dat mag helder zijn. En daarom is deze pas in 1925  gebouwd, 15 jaar nadat het meer was gegraven. In 1922 had de Bataafsche Petroleum Maatschappij het terrein gekocht om er een recreatiegebied van te maken voor haar personeel. De aankoop gaf ruimte aan de sportieve wensen van de medewerkers. Voor de Canadese kano's en de wherries van de roeiers was een bergplaats nodig. Vandaar de botenloods; zo konden de boten vanaf 1925 zorgvuldig worden opgeborgen. Elke boot had een eigen plaats in de loods, op de muren aan de binnenzijde aangeduid met hun namen: de Corona, de Woodriver, de Curaçao, de Balik Papan en de Tjepoe.  De namen verwijzen naar raffinaderijen van de Bataafsche in Curaçao, Illinois, op Java en op Borneo. Die namen staan nog steeds op de binnenwanden van de loods. Toch beviel die plek niet, al in 1929 werden de boten verplaatst naar de andere kant van het terrein, dichter bij het water. De botenloods werd opslag voor tuingereedschap. Twee keer nog werd er een deel aan bijgebouwd. Toen de Shell het terrein verliet werd een deel van de ruimte in gebruik genomen door de Event Company; de rest werd gebruikt door het Zuid-Hollands Landschap als stalling voor een tractor, boswerktuigen, pompen en ander materieel. Van botenloods naar landbouwschuur. Bedoeld voor een lange periode van tevreden rust. Maar op vrijdag 19 mei 2000, rond 3 uur in de middag, sloeg het....... (wordt vervolgd).  

Bronnen: Rijksmonumentenregister, Kees Kort en Te Werve Nieuws juni/juli 2000.

donderdag 27 juni 2019

LAST VAN HITTE? KOM NAAR TE WERVE!

Buiten bloedheet? Binnen snikheet? Trek de stoute schoenen aan en kom naar Te Werve! Door de talloze bomen is het daar een heel stuk koeler. Ook het ontbreken van bebouwde straten zorgt ervoor dat er veel minder warmte wordt vastgehouden. En door de verkwikkende regens van de afgelopen weken zijn overal op het terrein de bomen en de struiken tot in de hemel gegroeid. Het is voor de vrijwilligers nauwelijks bij te houden om de paden en de lanen een beetje open en opgeruimd te houden, zo hard groeit alles. Dus overal schaduwplekken, bankjes genoeg om het alles rustig te bekijken. Profiteer daarvan!


Hitte is geen nieuw probleem, maar door de klimaatverandering krijgen we steeds meer warme en steeds warmere dagen. In 2018 hadden we een voorlopig record: in drie eeuwen is het niet zo heet geweest. Hittegolven stapelen zich op sinds 1975, aldus de deskundigen van het KNMI. Wie de wetenschappelijke kaarten van de Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu bekijkt ziet dat tussen de hitte-eilanden Den Haag en Delft ons Rijswijk een heel stuk gunstiger afsteekt. En daarbinnen ligt Te Werve als een oase in de woestijn.  

U weet wat u bij hitte te doen staat: 
drinken, drinken, drinken!
ff rustig aan met fysieke inspanning.

Nou ja, het beste is eigenlijk om naar Te Werve te gaan, lekker rustig rond te lopen in de schaduw, u te verbazen over wat er allemaal groeit en bloeit, u de oren van het hoofd te laten kwetteren door de vogels en u te realiseren hoe aangenaam het hier is.
Vergeet niet om flink wat water mee te nemen. En natuurlijk uw Vriendenkaart*.

* Het mooie groen wordt u aangeboden door de Vrienden van Te Werve. Wordt ook Vriend: voor € 19,50 per (vol) jaar) hoort u erbij en kunt u met uw gezin elke dag genieten. Klik hier en wordt vriend van Te Werve. Het geld wordt tot de laatste cent gebruikt voor onderhoud van het terrein. 

MvL 25-6-2019

maandag 24 juni 2019

Pop-up asperges?

Een paar weken geleden organiseerde Te Werve een pop up aspergerestaurant: twee dagen achter elkaar werden op Te Werve Buiten - met uitzicht op het water - aspergediners geserveerd. Geen alledaagse gebeurtenis. En geen alledaagse groente.  Watertanden, jazeker, van het witte goud. Een goeie aanleiding om eens wat nauwkeuriger naar de aspergeplant te kijken. Om te ontdekken dat de uitdrukking "het witte goud" niet alleen gekozen is om de smaak, maar óók om de plant zelf.




Een asperge is een kostbare plant, een forse investering van de teler. Het proces begint bij de zaadveredelaar, die probeert zoveel mogelijk mannelijke zaden te verkrijgen. Want alleen die leveren de asperges op. De zaden - die duizenden euro's per kilo kunnen kosten -  gaan eerst naar een kweker, die ze gedurende een jaar opkweekt  tot planten met een royaal wortelstelsel. Dan worden ze voorzichtig geoogst. Ze hebben dan de vorm van een knol met knoppen en met wortels tot een meter lang. Daarna gaan ze naar de aspergeteler. Die zorgt allereerst voor geschikte grond, voldoende droog, zonder grind (want dan groeien de asperges krom), met een lage waterstand. De wortels kunnen immers wel tot 2 meter lang worden. Die grond wordt een meter diep omgeploegd, voordat de planten er voorzichtig in worden gelegd, met de kopjes ruim 20 centimeter onder het maaiveld en ruim 1,5 meter ruimte tussen de rijen. Zeker 15.000 planten per hectare. In het voorjaar lopen de knoppen uit. Het eerste jaar wordt er nog niet geoogst, in het tweede jaar een beetje, gedurende een hele korte tijd. Het derde jaar al meer en van het vierde tot en met het 10e jaar zijn de planten vol in productie. Dan loopt de kwaliteit terug, na twaalf jaar is het over en uit.

Dat oogsten begint eind april en gaat door tot 24 juni. In het katholieke zuiden spreken ze over Sint Jan, die dan immers herdacht wordt. Daarna groeit de plant bovengronds door met een royale bos groen. Die is buitengewoon belangrijk, omdat daarmee de suikers worden gevormd die in de wortels en de ondergrondse knoppen worden opgeslagen en noodzakelijk zijn voor de productie volgend jaar.

Tijdens het oogstseizoen is aan de verhoogde heuvels waarin de planten staan goed te zien of de asperge volgroeid is: de aarde barst dan open. Met een lange, bijna rechte steel met mes onderaan wordt de asperge afgestoken en de grond weer aangeklopt.  Asperges groeien één voor één, tot zo'n 20 per plant. Bij warm weer wel 10 centimeter per dag, zodat er 's ochtend en 's middags laat moet worden geoogst. Afgeschermd van het zonlicht, want daarvan verkleuren de asperges heel snel.

De jongere planten, zo'n vier tot zeven jaar oud, leveren de beste asperges op, van latere asperges  worden de onderste delen wat houteriger. De beste kwaliteit gaat naar de beste restaurants; als u ze in de supermarkt voor € 1,99 per pond ziet liggen weet u dus dat u een ietsie pietsie mindere kwaliteit in huis haalt! En na die 12 jaar wordt de hele zaak opgeruimd; op dat land kunnen dan de eerste 20-25 jaar géén asperges meer worden geplant. Wel natuurlijk maïs, gras. Saaie kost.

Kostbaar plantje, die asperge. Echt wit goud!



MvL 21-6-2019

maandag 17 juni 2019

ZIET U ZE VLIEGEN? WIJ WEL!

Tweede Pinksterdag, wij waren erbij: de grote roofvogelshow. Een prachtige dag op een prachtige plek. Een mooi zonnetje; een groot groen gazon vóór het landhuis, de prachtigste roofvogels. Vlak voor je neus. 

De begeleiders begonnen met het tonen van hun kostbare vogels, door een kennismakingsrondje te maken langs het publiek, met de vogels op hun gehandschoende hand. De dieren zijn weliswaar in grote volières geboren en gewend aan mensen, het zijn bepaald geen tamme kanaries! Het maakt wel even indruk als zo'n enorme haviksneus aan je gezicht voorbij gaat.

Daarna volgden mooie demonstraties van vogels die met hun zware vleugelslag traag net boven het publiek vlogen. Kinderen mochten met z'n allen een tunnel vormen op het grasveld waar de vogel vervolgens doorheen vloog; voor een lekker hapje deden ze alles wat van ze werd gevraagd.


En zo kwamen ze allemaal aan de beurt, de woestijnbuizerd, de Europese oehoe, de valken, de kuifcaracara, noem maar op. Met achter je de middeleeuwse toren van het landhuis hoefde je er zelf alleen nog maar een ridder bij te denken en een schone jonkvrouw naast je te ervaren. Zo ging je helemaal op in het sprookje dat Te Werve heet. Het publiek kon het zéér waarderen. Er was nóg een toeschouwer: hoog in de lucht kwam onze eigen Te Werve-buizerd af en toe even kijken wat die vreemde snuiters deden in zijn territorium.  
   
Mvl 10-6-2019

maandag 3 juni 2019


De roodborst en de groensnuit

We kennen hem allemaal, de roodborst. Trouwe bewoner van struweel en bos. Met z'n korte tikken laat ie zich duidelijk horen. Zijn roep klinkt als een watervalletje.

Te Werve is - met zijn vele bosschages - een biotoop bij uitstek voor deze Erithacus rubecula, zoals zijn officiële naam luidt. Elke vierkante meter van ons terrein is dan ook in gebruik genomen door deze vrolijke vogels. Een beetje eigenaardige naam heeft deze zanger wel, want zijn borst is overduidelijk oranje, niet rood. Nou goed, daar maken we geen probleem van.

De vrijwilligers van Te Werve komen 'm vaak tegen. Als je ergens aan het werk bent komen ze er altijd bij staan, steevast. Bij voorkeur op je gereedschap. Kleine priemoogjes kijken je aan. 
We vragen ons dan altijd af: wat doet ie daar op je schoffel, je hark, je spade? Is het puur gezelligheid, interesse:  "Hé, ken ik jou niet ergens van? Wat leuk dat je er weer bent".
Of komt ie af op de wormpjes en de zaadjes die je boven woelt met je gereedschap: "Hé, dat ziet er lekker uit, mag ik effe toehappen? Kun je nóg een stukje grond open harken"?
Of staat de roodborst daar ter verdediging van zíjn territorium: "Wat mot dat? Weg wezen jij, dit gebied is van mij!". En daarbij zet ie dan zijn borst op zodat er een groot en dreigend oranje schild zichtbaar wordt. Je weet het niet, het blijft gissen.




Heel anders is dat bij die soort die ook op Te Werve te vinden is, al is het niet alle dagen: de groensnuit. Officieel de Rudolphus Driessonius genaamd. Je kunt hem overal op het terrein aantreffen, maar zijn karakteristieke kleur krijgt ie vooral als ie met een schuurmachine op de nu nog groene botenloods aan de slag is.
Er zijn duidelijke overeenkomsten maar ook grote verschillen tussen de twee soorten. De roodborst trekt elke winter zuidwaarts: onze zomerse borsten gaan dan naar Zuid-Europa, de Scandinavische komen naar ons gebied. De groensnuit daarentegen is een honkvaste blijver, hij is dag in, dag uit in het gebied; hij is - zeg maar gerust - winterhard. Waar de roodborst zo'n 10-13 jaar kan worden, wordt ie royaal overtroffen door de groensnuit die op z'n sloffen de negentig haalt.
Beide soorten werken keihard, elke dag opnieuw, snipperdagen kennen ze niet.
    
Allebei zijn het beschermde soorten. Opzettelijk doden mag dus niet. De ene niet vanwege de Wet natuurbescherming (artikel 3.1) , de ander niet vanwege het Wetboek van strafrecht (artikel 287).
Voor alle bezoekers geldt daarom het advies: wel kijken, maar niet vangen. De ene soort mag weliswaar gevoerd worden, maar de andere liever niet.
Gewoon met rust laten, dat is het beste.   

MvL 30-5-2019

maandag 27 mei 2019


DE SNOESHAAN

Wie op Te Werve wil wandelen is altijd van harte welkom, maar..... wel met een donateurkaart. Er is er één voor wie dat niet geldt: de Snoeshaan. Die mag vrij rondstappen. Ook andere regels - blijf op de paden, geen bloemen plukken, niet poepen op de gazons - gelden niet voor deze heer. En al zouden ze gelden, dan lapte hij ze meteen aan z'n laars. Figuurlijk dan, want hij gaat altijd op blote voeten.
Onze Snoeshaan is een opvallende heer. Hij heeft een heldere zangstem en gebruikt die ook héél vaak. Het repertoire is beperkt en ook qua tekst lijkt ie niet op Duncan, onze nationale trots. Meestal begint onze eigen zanger met enkele groepjes van drie rustige driekwartsmaten - een beetje soto voce gezongen om ons gerust te stellen - en dan subito die lange hoge uithaal, fortissimo! En opnieuw, en nog eens. Eigenlijk heel overdreven. Bepaald geen opera. Zeker geen Voice of Holland!
En dan die snoes van hem: die opvallende neus in dat trotse bekkie. Hij steekt het graag omhoog, strak in de lucht, vlammende kam op z'n kop. Wie doet me wat! Een lefgozer. Maar bang! Doe een stap in zijn richting en meneer duikt gebukt het struweel in, wegwezen.


Foto: Rob Mostert

Waar ie vandaan komt? Niemand die het weet. Opeens was ie er. Een vaste woon- of verblijfplaats heeft ie niet. Nu eens hoor je 'm aan de kant van het spoor, bij het Oude Nest, dan weer in de buurt van het Paviljoen. Zo probeert ie uit handen te blijven van het bevoegd gezag van Te Werve. Toezichthouders? Hij lacht ze uit!
In een vriendelijke bui heeft één van de vrijwilligers hem in contact gebracht met twee jonge dames. Ach, je probeert wat. Die twee zijn maar héél kort op bezoek geweest. Het was meneer niet naar de zin, ze waren "zijn soort niet". Een snoeshaan kan zó arrogant zijn. Waar de jonge dames zijn gebleven? Niet bekend. Het was overigens in de tijd dat Reinaert ook nog wel eens langs kwam...... . Inmiddels zijn twee nieuwe dames gearriveerd. Die hebben de haan stante pede het hoofd op hol gebracht. Hij heeft er geen gras over laten groeien, zo hebben enkele van onze vrijwilligers kunnen constateren.

We hebben op het terrein nog zo'n vrolijk type. Ook een opvallend hoofd en een kleurige jas aan, maar waar de Snoeshaan zijn versiering van achteren omhoog steekt, sleept die ander de versiering achter zich aan. Ze kennen elkaar wel, verkeren ook wel eens in elkaars buurt, maar een relatie is het tot nu toe niet geworden. Ach, ze gaan hun gang maar. 

MvL23-5-2019

donderdag 16 mei 2019

Een I-phone, maar dan anders

Anno 2019 is Te Werve ruim 25 hectares groot. Vroeger was dat méér: diverse eigenaren uit vervlogen tijden hadden land bijgekocht voor eigen gebruik of om te verpachten.  Grond waarop inmiddels huizen staan: de wijk Te Werve.
Maar als nu de landheer of de dame een ommetje maakte op eigen terrein en er meldde zich een bezoeker aan de deur van het landhuis. Hoe kon je dan laten weten dat het bezoek gearriveerd was?  Of neem de kok die het eten klaar had voor het middagmaal. Hoe informeerde je de tuinarbeiders om te zeggen dat de pannen inmiddels op tafel stonden? Vandaag de dag zou je met je I-phone even bellen of Whats-appen. Maar toen? 

Vergeleken met nu was daar een veel romantischer methode voor: dan luidde je de klok. Voor de landheer, voor het personeel van het landhuis en voor de tuinlieden: voor elk van de drie was er een aparte klok. Die bengelklokjes zijn er nog steeds. En goed zichtbaar, al moet je even weten waar ze hangen.


Op het Koetshuis hangt er één: bedoeld voor het tuinpersoneel. Aan het Landhuis hangen er twee: een grote voor de landheer en zijn familie (de Heerenklok), een kleine voor het huispersoneel.


klok koetshuis voor het tuinpersoneel

Heerenklok

klok huispersoneel

Op de grote klok staat een tekst: Soli Deo Gloria. En een jaartal: 1729. Die tekst - te vertalen als "alle eer aan god" - was in de 18e eeuw zeker niet ongebruikelijk. En nog steeds niet: wie Soli Deo Gloria zoekt op Google krijgt 6,5 miljoen hits. Talloze koren zijn er nog altijd naar vernoemd. 
Het jaar 1729: Johan Sebastiaan Bach was toen 44 jaar. In zijn composities vind je heel vaak de akkoorden Es-D-G als een voortdurende lofprijzing van god. De Johannes Passion is daarvan een goed voorbeeld: die begint zelfs met dat trio van akkoorden! Die tekst hoeft dus niet te verwonderen. De vraag is eerder of de klok toen al werd opgehangen aan het Landhuis. Niemand die het weet, geen enkel archief geeft tot nu toe uitsluitsel.

Datzelfde geldt voor de andere klokjes. Op het kleine klokje naast de Heerenklok staat geen randschrift. Op het klokje aan het Koetshuis staat: "Rotterdam". Maar waarom? In Rotterdam was geen klokkenfabrikant. Waren de klokken tweedehandsjes? Uit oude kerktorens? Uit afgedankte carillons?  
Zeker is wel dat de klokken er al meer dan 77 jaar hangen. Want zo lang werkt Kees Kort al op Te Werve. Hij heeft ze overigens nooit horen luiden om de landheer of het personeel op te roepen. In 1992 heeft de toen pas opgerichte Natuur- en Cultuurhistorische Vereniging Te Werve één van de klokken wel eens gebruikt als startsignaal voor een lezing of een wandeling. Maar sindsdien is het stil........ 
Veel onzekerheid dus, tijd om eens te onderzoeken of de klepels er nog aan zitten. 

Tekst en foto's MvL  14-5-19