maandag 16 februari 2026

LAAT NIET ALS DANK…
zwerfafval

Heb je het ook gemerkt…de lente laat zich af en toe al even zien, voelen en ruiken. De sneeuwklokjes staan op veel plaatsen weer heel erg mooi te zijn. Enkele narcissen staan al volop in bloei, terwijl andere knoppen, heel voorzichtig, nog maar net boven de aarde uitkomen.

Afgelopen weken hebben de vrijwilligers flink opgeruimd. Na maanden blad te hebben geharkt is het nu weer tijd om de losliggende takken bij elkaar te rapen. We leggen de takken op stapels langs het pad. Eind februari worden ze versnipperd.
Ook zijn we met vuilknijpers en vuilniszakken op jacht gegaan naar zwerfafval.

Tijdens al dat vuil rapen moest ik denken aan een affiche van de ANWB, die met dat bekende rijmpje. Het is al lang geleden, dat wel. Op het affiche, in 1928 gemaakt door Willie Sluiter, staat een jong stel, gekleed volgens de laatste mode. Zij wandelen in een parkachtig landschap. Achter hen, rond het bankje waar ze hebben gezeten, zie je hun afval op de grond liggen. De ANWB verspreidde vele duizenden van die affiches met daarop het bekende rijmpje:

“laat niet als dank
voor `t aangenaam verpoozen
den eigenaar van `t bosch
de schillen en de doozen!”

De slogan werd zo bekend dat in latere jaren enkel maar de eerste regel op de affiches werd afgedrukt. Nu, bijna honderd jaar later, is er niet heel veel veranderd. Nog steeds ligt er zwerfvuil. We komen van alles tegen, ook op Te Werve. Van blikjes en drankflessen tot snoeppapiertjes. 

We hebben tennisballen geraapt, handschoenen, vele stukken plastic en ook een dikke stapel folders van een plaatselijke restaurant. De bezorger heeft vast de tralies van het hek aan de Generaal Spoorlaan aangezien voor een hele grote brievenbus.

Tijdens het takkenrapen kwamen we prachtige judasoren tegen. We vinden ze bijna altijd op losliggende takken. Echt judasoor is een roodbruin gelei achtig zwammetje. Bij droog weer krimpt het en wordt het donkerder van kleur, soms bijna zwart. Bij vochtige omstandigheden herstelt de zwam weer naar de oorspronkelijke staat. Echt judasoor heeft voorkeur voor de vlier en doet het goed op schaduwrijke plekken. Het is een algemene, zich uitbreidende soort. Het zwammetje lijkt op een oor en heeft zijn naam te danken aan Judas Iskariot, de bijbelse figuur, die zich aan een vlier zou hebben opgehangen nadat hij Jezus verraden had.

                                                        

                                                                    Judasoor

Het viltige judasoor, uit dezelfde familie (Auriculariaceae), hebben we ook gespot. Deze eenjarige zwam kan je het hele jaar tegenkomen. Het viltige judasoor houdt van essen en iepen. Viltig judasoor is ruigharig, viltig, en grijs van kleur, met een witte rand. Het komt voor op veel plaatsen in de wereld maar noordelijker in Europa wordt het zeldzamer.


          Viltige judasoor

Verder kijken we in deze tijd altijd of op de bekende plekken de rode kelkzwam al is verschenen. En ja hoor, ongeveer twee weken later dan vorig jaar steekt de frisse beige en rode kleur van het wonderschone zwammetje weer mooi af tegen het donkerbruin van de op de grond liggende wilgentakken. Ik ben een enorme fan van dit rode kelkzwammetje en kon het niet nalaten dit nog even te melden.


                Rode kelkzwam

IG 10-2-2026

bron: ANWB, Wikipedia, foto`s: JG





woensdag 7 januari 2026

TE WERVE, WITTE BRUID

 

Heel ingetogen

onder haar witte kleed

ligt zij daar

haast onbewogen

 

de stilte is neergedaald

onder heel veel zachte vlokken

buigen haar takken

als serene winter-lokken

 

vol verwondering en traag

waart zij hier rond

geluid van stappen

in een witte zachte laag


sneeuw op haar gelaat

kon dit maar altijd blijven

en als zij toch tevoorschijn komt

uit deze onverstoorde staat

 


vraag ik haar hand

nieuwe start en nieuw begin

het zal voelen als herboren

na dit magisch witte land

 

IG 7-

maandag 5 januari 2026

 

ALLE GOEDS VOOR 2026

Een tijdje geleden liep ik met een collega vrijwilliger toezicht te houden op Te Werve. Wat is het rustig, zeiden we tegen elkaar. Laten we een rondje om het meer lopen.

Aan de overkant staat een oude knotwilg tussen een aantal soortgenoten. Kijk nou toch, het lijkt wel of hier een bever heeft zitten knagen. Een enorm gat is onder in de stam te zien, maar we ontdekken geen sporen van bever tandjes. Nee, hier leven geen bevers. De boom is van binnenuit verrot en erg onstabiel, we geven hem een klein zetje en….krak, daar gaat ie. Het is zijn tijd.



We lopen verder. Het meer van Te Werve is in nevelen gehuld…werkelijk prachtig om te zien. Ook in de winter is het hier mooi. Contouren van bomen aan de overkant van het meer weerspiegelen vaag in het bijna roerloze water, één en al verstilling.

Geen bevers op Te Werve, maar welke zoogdieren leven hier wel? Aan het aantal molshopen te zien moeten er op Te Werve verschillende mollen leven.

Mollen zijn over het algemeen niet zo geliefd omdat veel mensen die zandhopen in het gazon niet kunnen waarderen. Dat is jammer want veel molshopen betekent een goede bodem. Mollen zijn een indicator voor bodemkwaliteit. Zij houden met hun gegraven gangen de bodem luchtig. Lastige larven en insecten worden gegeten en hierdoor in toom gehouden door deze zwartgrijze bijna blinde beestjes met hun grote “graafhanden”.

Door klimaatverandering moeten mollen bij droogte steeds dieper graven om voedsel te vinden. Soms wel tot twee meter diep, om een lekkere worm te kunnen scoren.

Mollen laten zich bijna nooit zien. Een hele tijd geleden zag ik er eentje dood langs het pad liggen. Zo’n beestje is best klein, ongeveer 10-15 cm lang en het weegt bijna niks. Het molletje heb ik op een beschut plekje achter een boom gelegd.

Toch zijn mollen bij tijden ook wel populair, ken je ze nog? Momfer de mol uit de fabeltjeskrant en Henk de Mol, de pleegvader van Alfred Jodokus Kwak.

Aan het einde van de dag loop ik over het laantje van Kort naar huis, zie ik opeens een eekhoorntje langs de stam van een dikke boom naar boven roetsjen. Wat een vertederend beeld is dat toch. Het valt me op dat zijn roodbruine vacht wat grijzer is geworden. De kleur kan in de winter of naarmate de beestjes ouder worden wat grijsachtiger zijn.

Er woont nog zeker één ander exemplaar op Te Werve. Ik zag ze een tijd geleden achter elkaar aan sjezen en acrobatische toeren uithalen in de bomen op het pad van Labouchere. De prachtige pluimstaart dient als roer waarmee eekhoorns hun sprongen kunnen sturen.

Eekhoorns zijn echte boombewoners maar ook op de bosbodem voelen ze zich goed thuis. In de herfst eten eekhoorns extra veel om vetreserves aan te leggen voor de winter. Ook verstoppen zij voedsel in de grond en in boomholtes. Eekhoorns houden geen winterslaap maar zijn wel minder actief in die periode. Zij voeden zich met noten en zaden. Verder houden ze ook van knoppen, paddenstoelen, stukken boomschors, vogeleieren en af en toe wat insecten. Soms eten eekhoorns aarde om mineralen binnen te krijgen.

Eekhoorns zijn dagdieren en vooral actief rond de opkomst en ondergang van de zon.

De lezers van dit blog wens ik alle goeds voor 2026!!

 

IG 3-1-2026

bron: wikipedia, IVN

 

donderdag 4 december 2025

Bladaarde
Ook op landgoed Te Werve gebruiken de gevallen bladeren! De vrijwilligers hebben het er nu heel druk mee: vegen, vegen, vegen, verzamelen en afvoeren naar de speciale plek.
                                            
Als de bladeren vallen, zijn we geneigd om die zo snel mogelijk op te ruimen. In een ‘ecologische’ tuin is dat niet nodig. Het is immers een heel natuurlijk fenomeen dat gevallen bladeren de grond tijdens de herfst en winter bedekken. Maar waar hou je het best rekening mee als je bladeren in je (moes-)tuin wilt gebruiken?
Diverse soorten: taai, mals, zuur, ziek?
Verschillende bladeren verschillen in tempo van composteren, maar uiteindelijk verteren ze allemaal.


  • De zachte bladeren van wilg, linde of berk zijn tegen het eind van de winter al bijna helemaal vergaan.
  • Heel taaie bladeren (hulst, laurierkers) en zure bladeren (eik, beuk, notenboom) en naalden van coniferen verteren ook, maar langzamer.       
  • Maar ook bladeren met schimmels, insectenvraat of gallen kun je gerust als mulch gebruiken.


Hoe maak je bladcompost?
Met veel boombladeren en wat geduld maak je die zelf zo:
  1. Verzamel afgevallen blad op een vochtige dag. Droog blad is ook goed, maar dat moet je dan wel natmaken. Het blad van de meeste bomen verteert heel snel. Blad van beuk en eik composteert langzamer, maar werkt ook. Meng bij voorkeur verschillende soorten blad.
  2. Stop het vochtige blad in een grote plastic zak of iets dergelijks.
  3. Prik enkele gaten onder in de zak en zet hem weg.
  4. Schud die zak om de maand eens door elkaar, en geef ook wat water als het materiaal te droog is.
  5. Na twee jaar heb je een perfecte vervanger voor turf of kokosvezels. De hoeveelheid bladcompost is niet groot: je houdt ongeveer 20% over van je oorspronkelijke massa. Je kunt ook houtsnippers of een mengsel van bladeren en snippers in een paar jaar laten verteren tot potgrond.

Gerda Idsinga. Bron: Velt.nu

donderdag 20 november 2025

 

HEKSENKRINGEN

Tijdens een van mijn vele wandelingen op Te Werve kwam ik heel veel prachtige koraalzwammen tegen, een paar robuuste plooivoetzwammen en een groepje teer ogende porseleinzwammen. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Over de hoeveelheid verschillende soorten paddenstoelen kan ik me blijven verbazen. Eigenlijk ben ik die dag op zoek naar heksenkringen. Onder de bomen waar ik vorig jaar een heksenkring had aangetroffen is ook dit jaar weer zo'n fascinerende cirkel van nevelzwammen uit de grond tevoorschijn gekomen. De kring is zo groot, dat het onmogelijk blijkt om deze in zijn geheel fatsoenlijk op een foto vast te leggen.

                                         



Omdat paddenstoelen zo plotseling, op mysterieuze wijze, kunnen verschijnen werden ze  vroeger vaak geassocieerd met magie en hekserij. Gisteren was er nog niets te zien en vandaag staan er ineens heel veel paddenstoelen en dan ook nog in een cirkel. Hoe kan dat? Zijn hier bovennatuurlijke krachten aan het werk? Hebben hier, op deze plek, heksen gedanst? De Engelse naam fairy ring, baseert zich op een rondedans van elfen of feeën. Aan al deze verhalen kwam een eind toen in 1807 door ene Wollaston werd vastgesteld dat heksenkringen werden veroorzaakt door schimmels.
Achter het verschijnsel heksenkring gaat een complex en fascinerend biologisch systeem schuil. Dat wat boven de grond te zien is, de paddenstoel, is slechts een klein deel van een veel groter organisme. Het grootste deel, het mycelium of zwamvlok, bevindt zich onder de aarde. Dit netwerk van ragfijne schimmeldraden groeit tussen de planten- en boomwortels door en speelt een belangrijke rol in het ecosysteem.

Het mycelium staat in verbinding met bijvoorbeeld een boom. Op deze manier krijgt de boom extra voedingsstoffen in de vorm van mineralen, die de schimmels uit de bodem halen. In ruil daarvoor ontvangen de schimmels weer suikers van de boom, aangemaakt door middel van fotosynthese. Fotosynthese is het proces waarbij groene planten zonlicht gebruiken om suikers en zuurstof te produceren. Deze samenwerking is van levensbelang voor veel soorten.
 Als de weersomstandigheden gunstig zijn, d.w.z. voldoende vocht en een gematigde temperatuur, dan ontstaat aan het einde van zo’n schimmeldraad een paddenstoel. De paddenstoelen zorgen op hun beurt, door middel van het verspreiden van sporen, dat er weer nieuwe schimmeldraden ontstaan.

In een heksenkring breidt het mycelium zich uit vanaf één centraal punt. De ondergrondse draden groeien in alle richtingen ongeveer met dezelfde snelheid uit. Daar waar de organische voedingsstoffen in de grond uitgeput raken, sterft de zwamvlok af. Alleen in het buitenste gedeelte van de zwamvlok is de schimmel dus actief. Aan het einde van de schimmeldraden ontstaan de vruchtlichamen in de vorm van paddenstoelen. Het groeipatroon van het mycelium wordt op deze manier boven de grond zichtbaar, zie daar een heksenkring!
De cirkels van heksenkringen worden dus ieder jaar groter. Heksenkringen die in symbiose leven met een boom, blijven meestal kleiner dan de kringen in bijvoorbeeld een grasveld. Een van de oudst bekende heksenkringen leeft in een grasveld in Frankrijk, een kring van waarschijnlijk zevenhonderd jaar oud met een diameter van meer dan zeshonderd meter.

Wanneer het einde van het paddenstoelenseizoen in zicht is, vaak in november, verschijnen er grote heksenkringen van nevelzwammen op Te Werve. Deze grijze paddenstoelen zorgen ervoor dat het dichte bladerdek waar ze op leven verteerd wordt.



IG 17-11-2025

bron: wikipedia, IVN, Resource, Nature today

donderdag 2 oktober 2025

 
STRANDWAL EN HET MEER VAN TE WERVE
 
Afgelopen week vond voor de 16e keer het Strandwalfestival plaats in Rijswijk. Waar komt die naam eigenlijk vandaan en wat heeft deze met landgoed Te Werve te maken?

Ongeveer tienduizend jaar geleden kwam er een eind aan de laatste ijstijd. Door het smeltwater begon het water in de oceanen te stijgen. Het duurde nog vijfduizend jaar voordat de drooggevallen Noordzee weer werd gevuld met water. Bij deze “doorbraak” werden enorme hoeveelheden zand verplaatst. Door de stroming van het water ontstond een muur van zandbanken, van Monster tot Bergen aan Zee.

De Rijswijkse strandwal stak een meter boven het water uit en was ongeveer vierhonderd meter breed. Door aanhoudende westenwinden ontstonden er duinen op de strandwal.
Pas vijfhonderd jaar later ontstond de Haagse strandwal, hierdoor verplaatste de zee zich westwaarts en kwam er een eind aan de duinvorming op de Rijswijkse strandwal.
Tussen de Haagse en Rijswijkse strandwal vormde zich een veengebied, waar heel veel later de Schilderswijk en Laakkwartier gebouwd werden.

De zee slaagde erin om bij vloed op sommige plekken het land weer binnen te dringen, daardoor ontstonden diepe geulen in het veengebied. In en nabij de geulen werd zand en lichte klei afgezet.
Een grote geul bij Rijswijk, de Gantel, had een uitloper die doodliep op de strandwal. Op deze later verzandde uitloper zou Te Werve gebouwd worden.

Vanaf het jaar 1000 begon men, eerst op primitieve wijze, het water weg te laten lopen en de landzijde van de strandwal te ontginnen. Deze laaggelegen gebieden werden gebruikt als weidegrond. Op de hoger gelegen delen werd landbouw bedreven en er ontstonden bossen. Op het strandwal gedeelte en de omringende weidegronden is de landgoederenzone ontstaan waarvan Te Werve onderdeel is. Op Te Werve zijn nu nog restanten te vinden van het duingebied.



De duinen van de strandwal werden in de loop der tijden nagenoeg allemaal afgegraven en gebruikt voor ophoging van de lage veengebieden.

De laatste bewoner van Te Werve was Abel Labouchere. Hij was eigenaar van aardewerkfabriek “De Porceleyne Fles” in Delft. Buurman aan de Van Vredenburchweg,  was vleeshandelaar Joh.H.H. Moll.

Op een ochtend in 1908 zag Labouchere, op het land van zijn buurman, een bouwkeet verrijzen. Bij navraag bleek dat er zand afgegraven zou worden. Het verhaal ging dat nadien de zandput gevuld zou worden met Haags huisvuil. Dat vond Abel Labouchere helemaal geen goed idee.

Hoe het precies is gegaan is niet helemaal duidelijk maar buurman Moll en Labouchere dienen een tijdje later samen een verzoekschrift in bij het Hoogheemraadschap van Delfland voor het uitkleien en ontgronden van een aantal percelen. Als de Put eenmaal is uitgegraven is Abel Labouchere de enige eigenaar.

Het uitgegraven zand dient voor het ophogen en bouwrijp maken van de Laakhaven terreinen waar de gemeente Den Haag een abattoir wil bouwen.


Met een enorme machine, “De ijzeren man”, werd het zand uitgegraven en zo ontstond het meer van Te Werve.

IG 2-10-2025

 bron en foto`s: publicatie(2015) Natuur- en Cultuurhistorische Vereniging Te Werve en het boekje “Het Meer van Te Werve”, Stichting Rijswijkse Historische Projecten 2011 en “De Santvaerders van Rijswijk”, een publicatie van de natuur- en cultuurhist. vereniging Te Werve

maandag 11 augustus 2025

 

OVERVLOED

Te Werve is een plek met een rijke geschiedenis. Naast de vele verhalen en herinneringen laten ook de seizoenen hun rijkdom zien. De herfst en winter met enorme hoeveelheden vallende bladeren, de geur van verteerde aarde en vele soorten paddenstoelen. Het voorjaar met uitbarstende knoppen, tere bloesems, bloeiende stinzenplanten en… niet te vergeten, de geur van daslook. En dan nu, de zomer, met prachtig bloeiende bloemen en een overvloed aan rijp fruit.

De kerspruimen hangen dit jaar boordevol met prachtig geel-oranje-rood gekleurde vruchten. Aan de overkant van het meer, langs het binnenpad, hebben we flink moeten ingrijpen en opruimen. Sommige takken van een kerspruim hangen tot op de grond of dreigen af te scheuren omdat ze lood en loodzwaar zijn van de overvloed aan vruchten.

 


De Nederlandse naam, Kerspruim, is bijna een letterlijke vertaling van Prunus cerasifera, de wetenschappelijke naam. Cerasifera, afgeleid van het Latijnse cerasi(kers) en fero(dragen). Prunus komt van het Latijnse pruina, dat geur betekent en verwijst naar de geur van de rijpe vruchten.

Ook bramen zijn weer volop aanwezig. In het voorjaar hebben we achter op het tweede hockeyveld een enorme kerspruim (inmiddels ook overvol met vruchten) bevrijd van een dek aan bramenstruiken. De boom was bijna helemaal aan het zicht onttrokken. Bramenstruiken worden om deze reden regelmatig ingedamd.

Dit jaar zijn berenklauwen massaal aanwezig. Heracleum is een geslacht van ongeveer zestig soorten tweejarigen en overblijvende kruiden in de schermbloemfamilie. Ze zijn werkelijk prachtig, deze planten met hun indrukwekkende bloemschermen. Zoals de naam al doet vermoeden heeft de berenklauw klauwvormige bladeren.


Gewone berenklauw (Heracleum sphondylium) komt van nature voor in Europa, op stikstofrijke vochtige grond in de volle zon en in halfschaduw. Gewone berenklauw kan anderhalf tot twee meter hoog worden en kun je vinden langs dijken, in bermen langs wegen, in graslanden en ruigten.

Tussen de gewone berenklauwen komen we ook wel de reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) tegen. De reuzenberenklauw komt oorspronkelijk uit de Kaukasus en hoort hier niet thuis. Hij kan wel vijf meter hoog worden. Met zijn enorme bladeren overwoekert hij alle inheemse plantensoorten. Hij verspreidt zich snel door de grote hoeveelheid zaden die hij produceert.

We weten dat de reuzenberenklauw, vanwege gezondheidsrisico’s, bestreden moet worden. Als mensen in aanraking komen met het sap van deze plant kan dat heftige jeukende vlekken op de huid veroorzaken, vooral onder invloed van zonlicht. De vlekken zien eruit als brandwonden. Oppassen geblazen dus!

 Het is dus belangrijk dat we onderscheid kunnen maken tussen de inheemse soort en de invasieve exoot. Deze laatste, de reuzenberenklauw moet dus verwijderd worden.

De stengel van de reuzenberenklauw, met een diameter van soms wel vijf à tien centimeter, heeft paarsrode strepen en vlekken en ruwe stijve haren. De stengel van de gewone berenklauw is twee à drie cm dik, is éénkleurig groen tot paars en zacht behaard.

Nu we het dan toch over overvloed hebben wil ik, tot slot, de vele ganzen die op Te Werve rondscharrelen nog even noemen. Ganzen hebben bijna geen natuurlijke vijanden. Vooral de Canadese en Nijlganzen zijn massaal aanwezig.

Laatst zagen we twee volwassen ganzen met wel 20 kuikens. We vroegen ons af of deze moderne ganzen ook aan samengestelde gezinnen doen… want zoveel eieren passen toch echt niet allemaal onder één moeder gans.

IG 1-8-2025; foto ganzenkuikens EJ; foto Berenklauw GI

bronnen: obsidentify, waarneming.nl, west-vlaanderen.be en wikipedia.