dinsdag 2 juli 2024

WIE IS TOCH DIE VREEMDE HEER…?

`Door de weide stap, stap, stap, op z`n lange benen. Met z`n vleugels klap, klap, klap, vliegt hij ginds daar henen. Wie is toch die vreemde heer…`

Een paar regeltjes van een kinderversje uit mijn jeugd. Het liedje gaat eigenlijk meer over ooievaars, maar die willen niet echt op Te Werve wonen lijkt het. Er staat een prachtig `nieuwbouw`-paalnest op het veld bij de voormalige sintelbaan maar ik geloof niet dat het al eens werd bewoond door een echtpaar ooievaar.

Wie we wel veel zien op Te Werve zijn blauwe reigers. Dat zijn ook best wel vreemde heren… Of zijn het dames en hoe zie je het verschil?

Op de website van Vroege Vogels lees ik dat de mannetjes en vrouwtjes blauwe reiger een identiek uiterlijk hebben. Dat het voor de reigers zelf kennelijk ook moeilijk is om de andere sekse te herkennen. `De hofmakerij gaat gepaard met veel ceremoniële gebaren. Uit de reacties op zijn gebaren kan de reiger opmaken of hij met een mannetje of vrouwtje te maken heeft.` Als dat niet vreemd is...

Blauwe reigers zijn respectabele vogels, 80-102cm hoog en de vleugels hebben een spanwijdte van wel 110-145cm. Op hun website beschrijft de vogelbescherming de blauwe reiger als volgt; `staand op hoge poten is de blauwe reiger niet moeilijk te herkennen. De naam 'blauwe' is misschien wat teleurstellend; de vogels zijn vooral grijs. Een blauwe reiger - zeker jonge vogels - kunnen er verfomfaaid uitzien. Maar een volwassen vogel, aan het begin van het broedseizoen, is prachtig om te zien. Een paar lange, sierlijk afhangende veren vanaf de zwarte kopstreep. Geeloranje dolksnavel, afhangende sierveren over keel en op de rug. De vlucht is traag, daarbij houdt de blauwe reiger de nek ingetrokken en lijkt daardoor wat 'kop-zwaar'. De poten steken in vlucht duidelijk achter het lichaam uit.` Werkelijk prachtig om te zien zo`n traag en laag overvliegende reiger!

En ken je dat geluid dat die beesten maken? Uit het niets een harde verdragende schreeuw, ik schrik er telkens weer van op.

Deze indrukwekkende vogels op landgoed Te Werve zijn echt om van te genieten. Vaak zit er ééntje op de reling van het witte bruggetje te chillen. Pas nog, langs het grachtje bij de botenloods, zag ik er ééntje razendsnel met z`n kop het water in schieten om vervolgens de prooi naar binnen te werken. Aan de rand van het grote meer staan de blauwe reigers ook graag, met veel geduld speurend naar de niet te versmaden rivierkreeftjes en natuurlijk vis, het hoofdbestanddeel van hun maal. Mollen en muizen staan ook op het menu. Dus ik denk dat het op Te Werve goed toeven is voor deze gasten. 


Blauwe reigers maken hun nest hoog in de bomen, ook daar voorziet het landgoed in. Alhoewel er veel nesten zitten in het aangrenzende Rijswijkse Bos. Ze hebben een voorkeur voor plekken waar rovers niet of moeilijk bij kunnen. Het mannetje verzamelt de bouwmaterialen en het vrouwtje bouwt het nest. Het  wordt meerdere jaren gebruikt en bestaat uit takken, soms aangevuld met riet- en waterplanten. Het nest kan door een roofvogel worden `gekraakt`. Dat lijkt me niet ondenkbaar want op Te Werve huizen ook verschillende soorten roofvogels. 

Blauwe reigers broeden van februari tot en met mei meestal in hun slordige kolonies in de bomen, maar steeds vaker ook solitair. De eieren, meestal vier tot zes stuks, worden in 23 tot 28 dagen uitgebroed en na een week of zes fladderen de jongen al een beetje rond, maar blijven vaak nog anderhalf tot drie weken op en bij het nest.

Ook in de stad is er een grote kans dat je reigers tegenkomt. Er zijn mensen die helemaal niet gek zijn op deze langpotige brutale vliegbeesten, er wordt nog weleens geklaagd dat de vijvers leeggeroofd worden door deze hardnekkige volhouders. 

Op de balustrade van mijn piepkleine balkonnetje, op een steenworp afstand van landgoed Te Werve, krijg ik ook zeer regelmatig bezoek van een blauwe reiger. Ik moet eerlijk bekennen dat het best ongemakkelijk voelt, zo`n vreemde heer met van die priemende ogen zo dicht op mijn huid in mijn eigen territorium. Haast niet te geloven dat het vroeger schuwe vogels waren.

IG 25-6-2024


donderdag 6 juni 2024

 

DE GROENE SPECHT – BETER VOOR HET MILIEU?

Er zijn wat spechtensoorten! In Europa tellen we er tien: de kleine, de middelste en de grote bonte. De zwarte, de drieteen-, de witrug- en de Syrische bonte specht. De grijskopspecht en de draaihals. En… de groene specht.

U zult ze zeker niet allemaal te zien krijgen; sommige komen niet in ons deel van Europa voor, of vliegen hoogstens als dwaalgast een rondje boven de Nederlanden. Wij moeten het vooral doen met de grote bonte (die met dat rode kontje), de kleine bonte specht (ietsie groter dan een huismus), de zwarte specht (de grootste van alle spechten, denk qua formaat maar aan een kraai en helemaal zwart met rode alpino). En…. de groene specht. Daarover wat meer. Want we horen hem elke dag op Te Werve, maar bijna niemand van de bezoekers herkent hem. Daar komt bij dat ie erg schuw is, hij komt niet zomaar even langs vliegen.

Neen, het is geen milieuspecht, ingehuurd om een groen imago te geven aan het terrein. Hij was altijd al op het landgoed, ver vóór de stikstofproblemen.

Zijn verblijf heeft te maken met de gazons en onze open groene vlakten. Hij is namelijk gek op rode mieren die daarin zitten. Hij doet niets liever dan zijn zeer lange tong eens lekker door een mierennest te halen. Hoe meer van die kruipertjes eraan blijven hangen hoe beter! Last van mierenzuur? Daar heeft ie nog nooit van gehoord. Het probleem van afnemende aantallen rode mieren heeft ie opgelost door zijn menu uit te breiden met zwarte mieren. Ach, what’s in a name? Maar ook motten en andere insecten worden niet versmaad.

Waar hangt ie rond? Hij verschuilt zich in bomen bij open stukken grasland. Geen echte bosvogel, meer een bewoner van parken. En daar kun je ‘m aantreffen: aan de randen van ons terrein. Al van afstand kun je ‘m horen. Hij heeft een heel typerende roep: hij lacht! Ha, ha, ha, ha klinkt het. Niet te missen voor wie hem eenmaal heeft geïdentificeerd.

Maar ook zijn – of haar – speciale manier van vliegen is opvallend. Na elke drie of vier vleugelslagen laat ie die vleugels even hangen. Daardoor maakt de groene specht diepe golvende bewegingen als ie vliegt.   


Pasfoto van onze held: ongeveer zo groot als een stadsduif. De bovenkant is groengrijs, de onderkant is helemaal grijzig. De stuit is felgeel. Z’n kruin onmiskenbaar rood. Maar zo onschuldig als ie is heeft ie wel een “bandietenmaskertje” rond de ogen (is ie daarom zo onbekend?). Luid roffelen doet de groene specht niet. Dat is weggelegd voor andere familieleden.

De staart is kort en heel behulpzaam om tegen de boomstam steun te zoeken.  

Voor bijna alle spechten geldt dat de snavel het belangrijkste instrument is. Daar wordt voortdurend mee gehakt; dat vraagt om goed materiaal. De snavel heeft daarom een stevige hoornlaag en een harde beitelvormige punt. Maar er is meer nodig: de schedel van een specht is extra dik, het voorhoofdsbeen is versterkt en enkele spieren zitten vast aan schedel èn snavel. En dan heeft ie ook nog extra dikke nekspieren om hard te kunnen hakken; die werken tevens als schokdempers. Om stevig te staan heeft ie daarnaast nog scherpe tenen, vóór én achter. Zo’n type wil je ’s nachts niet tegenkomen in een donker straatje! Maar de specht is er blij mee; een nestje hakken in een boom blijft een hele klus, maar hij kan het aan zonder zware hoofdpijn te krijgen.

Dus als u op Te Werve een beetje hinnikend gelach hoort, dan weet u waar het geluid vandaan komt!

Zie ook: www.natuurmonumenten.nl

mvl 05062024

maandag 13 mei 2024

 

VOORJAARSSCHOONMAAK

Ken je dat gevoel? De dagen beginnen te lengen, de winterblues lijken voorbij en zomaar ineens ben je spontaan bezig met opruimen en schoonmaken. Voor je het weet heb je kasten overhoop gehaald om eens grondig op te ruimen. Het voorjaar hangt in de lucht!

Of is de voorjaarsschoonmaak een ouderwets idee, niet meer van deze tijd? Laten we het dan maar lentekriebels noemen.

Hoe we het ook noemen, klaarblijkelijk kennen we dat gevoel wel op Te Werve. Er wordt naar hartenlust gepoetst, geruimd, geschuurd, geschilderd, gesnipperd en gesnoeid.

Het witte bruggetje is met een milieuvriendelijk sopje ontdaan van de groene aanslag. Al poetsend is gelijk de brug geïnspecteerd om te zien of er onderhoud nodig is.

De betonblokken, die de auto’s wijzen waar ze de bocht kunnen nemen, om de parkeerplaats op te rijden zijn weer opnieuw in frisse gele verf gezet.

Het grote landhuis staat al een tijdje in de steigers en wordt zo te zien flink onderhanden genomen.

Het doek van de flex-tent van Te Werve Buiten is vervangen.

De botenloods vertoont lelijke plekken. Tijd om gewapend met schuurmachines, plamuurmessen, kwasten en potten beits met een intens blauwzwarte kleur, deze eens grondig aan te pakken.

Nog voor dat al het groen weer gaat uitlopen, nog even een keer over het terrein met vuilniszak en knijper om rondzwervend vuil te verwijderen. Resultaat is nog geen halve vuilniszak….valt best mee hè. Sinds er statiegeld op flesjes èn blikjes zit slingert er beduidend minder van dit soort rommel rond. Er wordt wel van alles gevonden, laatst nog werd er een complete brommerhelm uit het water gevist.

De tuin bij de orangerie wordt grondig aangepakt. Een heg was enorm breed geworden en is inmiddels tot de helft teruggesnoeid. Een aantal stronken en een lelijk stuk gras zijn weggehaald. Dat was flink hakken en spitten. Ondertussen worden al plannen gemaakt hoe de ontstane ruimte weer kan worden opgevuld. De klimop langs de muur is weer in fatsoen gebracht en een aantal overwoekerde struiken en bomen worden ontdaan van deze enthousiaste klimplant.

Heb je trouwens gezien hoe mooi de blauwe regen staat te zijn tegen de oude muur?

Afgelopen maanden zijn over het hele terrein afgebroken takken verzameld en op zogenaamde rillen gelegd. Niet alles blijft liggen want dan wordt het een rommeltje. Een ander gedeelte van het losliggende en gezaagde hout wordt op stapels langs de paden verzameld. De mooie grillige takken, met of zonder zwammen laten we natuurlijk liggen.

Aan het einde van het zaagseizoen, in de “snipperweek”, worden al deze klaargelegde stapels hout langs de paden met veel kabaal opgevreten door een ontzagwekkende machine. Een heel schema wordt gemaakt, wie helpt er welk dagdeel mee met snipperen. De hakselaar wordt gehuurd voor een week en in die tijd moeten alle stapels hout versnipperd worden tot heel veel bergen keurige snippers.

De houtsnippers zijn inmiddels her en der over het terrein verspreid. Dat was nog een hele klus. Snippers vervoeren naar een visplekje om dat wat netter maken. Snippers aanbrengen op gedeeltes van paden die behoorlijk modderig zijn geworden door de overvloedige regen van afgelopen tijd.  En zo komen alle snippers op hun uiteindelijke bestemming terecht.

Het zaagseizoen met z’n takkenherrie is nu echt voorbij, de rust is weergekeerd. De vogels kunnen hopelijk in een onverstoord en opgeruimd Te Werve hun nesten gaan bouwen. Niet dat ik er iets over te zeggen heb, maar wat mij betreft kan het broedseizoen beginnen.

foto landhuis: Dirk Verveda

IG 12-04-2024

 


maandag 8 april 2024

 

BEWAKINGSNIVEAU TE WERVE OMHOOG?

Het gebeurt maar weinig dat we spontaan een foto krijgen toegestuurd. Meestal weten we direct van wie en wat het precies voorstelt. Soms kost het behoorlijk wat moeite om erachter te komen. Zoals in dit geval. In de onderstaande tekst leiden we u langs enkele gedachten die in ons opkwamen.

Beveiligingsniveau verhoogd?

Tja, dat was de eerste gedachte! Niet zo verbazingwekkend. Te Werve is een gebied vol schatten. En je leest – zeg nou zelf – tegenwoordig de meest wilde dingen die mensen doen.

Kijk bovendien eens naar de foto: de één heeft een onschuldig lijkende hark in zijn hand, maar dan heb je de tanden nog niet gezien. De ander heeft niets minder dan een zware bijl in de vuisten. Kan alles kort en klein slaan: één verkeerd woord en je bent de sjaak!

We werden pas gerustgesteld toen iemand ons vertelde dat de schatten van Te Werve bestaan uit schitterende bloemen, struiken, paden en een kasteel. Voor ons kostbaarheden, maar op dark websites kun je zulke zaken niet vinden! Gelukkig maar!

Dolende bejaarden?

Dan moet er dus wat anders aan de hand zijn. Grote kans dat het dolende bejaarden zijn. Rondje gelopen op Te Werve en gelijk al de weg kwijt! Zou ons niet verbazen. Hoe meer oudere mensen er zijn en hoe ouder ze worden, des te groter de kans op eigenaardige typetjes. Zo is’t maar net. Waarom ze met bijl en hark op pad zijn gegaan is ons niet direct duidelijk, maar ja, het zijn niet voor niets dolende bejaarden.

Hmm, toch een beetje eigenaardig.

Gezellig praatje?

Het kan ook heel wat anders geweest zijn: twee vaste bezoekers zijn elkaar hier toevallig tegengekomen en kletsen even bij. “Goh, jíj hier, da’s lang geleden! Hoe heet je ook alweer?” Helemaal niets vreemds aan, gebeurt veel vaker op Te Werve. En toevallig is er sinds kort een gerieflijk bankje op die plek gekomen, dus vanzelfsprekend dat je hier even gaat zitten! Bovendien is het uitzicht vanaf deze plaats fantastisch. Het zou ons niet verbazen als iemand er een fotootje van heeft gemaakt.

Een beeldengroep?

Ja, kan ook nog: een beeldengroep. “Rustende reizigers”, in brons gegoten. De feestelijke onthulling met muziek en vlagvertoon moet nog plaatsvinden, maar het transportbedrijf heeft het beeld alvast neergezet. Wat een goed initiatief! Een kunstwerk om het terrein nóg mooier te maken. Culturele verrijking te midden van de prachtige natuur. En moet je die koppen zien. Levensecht! Alsof je ze zó op straat tegen zou kunnen komen.

Nou……ech nie!

Terwijl wij in het Koetshuis – onderdak voor de vrijwilligers na zwoegen en ploegen  - rustig door fantaseerden over deze foto kwam de zaagploeg van Te Werve net binnen: de onverschrokken mannen met hun motorzagen, gehoorbeschermers, beschermbrillen, helmen, veiligheidsbroeken, touwen, haken, kettingen én…. een hark en een bijl. “Hé laat’s zien, geinige foto van Henk en Aad!”


                                            Foto Harold Planting

Blijkt dat we zitten te kijken naar een intieme familiefoto van de broertjes Aad en Henk, 83 en 91 jaar. Ruim anderhalve eeuw ervaring. Net terug van de jaarlijkse zaagronde over het terrein. Zweet op de rug, houtsnippers op de kleren.

Maar best wel uitgerust: ze hadden effe uitgepuft op het nieuwe bankje achter op het terrein!

Het werd nog héél gezellig.


maandag 25 maart 2024

EEN ROOD RAADSEL

Het is  één van de eerste dagen dat ik als vrijwilliger aan de slag ga op het landgoed Te Werve. Een collega vrijwilliger wijst me op een klein rood iets tussen het groen en het losliggende hout. 

Ik ben opgetogen, heb dit nog nooit gezien en vraag me af wat het is. Van verschillende kanten krijg ik namen te horen als bekermos en rood bekertjesmos. Dus ik op zoek in diverse apps en in Google. Prachtige foto’s kom ik tegen van diverse soorten bekermos maar er zit niet iets tussen dat lijkt op wat ik daar op Te Werve heb gezien.

Gewapend met mijn mobiele telefoon opnieuw op pad om het wonderschone rode zwammetje op te zoeken en een foto te nemen. Ik hoop dat het er nog staat en dat ik de plek terug kan vinden. 

En ja… de app obsidentify herkent het als de Rode kelkzwam sl, incl. Krulhaarkelkzwam.

Mysterie opgelost?

De rode kelkzwam of Sarcoscypha coccinea, soms ook rode bekerzwam of vermiljoenbekerzwam genoemd is een paddenstoel die voorkomt in loofbossen en parken vermeldt Wikipedia. De rode kelkzwam is te vinden op vochtige, voedselrijke grond vaak op mos of op verterend hout. Eind twintigste eeuw stond deze nog als zeldzaam te boek maar sinds 2010 komt deze kelkzwam vrij algemeen voor.

‘De zwam kan 1 tot 5 centimeter groot worden. Aan een dunne en taaie tot 2 cm lange witte en viltige steel bevindt zich een soms ingedeukte of ingesneden kelkachtige bol. In aanvang is deze nog bijna gesloten. De kleur van de gladde binnenkant is fel rood. De van een korte franje voorziene bovenrand is bleek. Aan de buitenzijde is de zwam dun witviltig met bij het verouderen vaak kale plekken. De kleur van de binnenzijde schemert er duidelijk doorheen. 

Er worden ook albino's en tussenvormen gevonden. De geur van de zwam is onopvallend.’

‘Bronnen spreken elkaar tegen over de eetbaarheid van de soort.(…) De zwam wordt in Scarborough [een plaats in het Engelse graafschap North Yorkshire] gebruikt als tafelversiering, samen met mos en takjes.’ 

‘Behalve de rode kelkzwam is er de krulhaarkelkzwam(Sarcoscypha austriaca) die ongeveer even vaak en op dezelfde plaatsen voorkomt. De twee soorten zijn alleen onder een microscoop van elkaar te onderscheiden.’

Dus nu weet ik nog niet zeker welke van de twee ik heb gezien…


IG 08-03-2024



maandag 4 maart 2024

 

DOE JE MEE, DOE JE MEE, SCHELPEN ZOEKEN LANGS DE ZEE?

Wie kent ze niet, de woorden van de dichter Hans Andreus? Zon, zee en schelpen. Zo’n weldadige combinatie. Wandelen op een schelpenpad, uitrusten op een zonnig plekje, genieten van de natuur.

Het kan vanaf nu allemaal weer, op Te Werve.

De asfaltpaden zijn vervangen door schitterende schelpen. Romantisch slingert het paadje zich langs het rimpelloze Meer, waar meerkoeten en reigers hun plek verdedigen tegen de brutale nijlganzen en de luid gakkende Canadese ganzen. Overal lopen struiken en bomen uit, ze geven nog meer kleur aan de gazons waar krokussen en fresia’s nu de show stelen. Merels en koolmezen zorgen voor de begeleidende muziek, op de maat van de roffels die de spechten laten horen.

Tja…. voorjaar en zomer komen er echt aan!

Wie Te Werve regelmatig bezoekt zal het ongetwijfeld al weten: het afbrokkelende asfalt is afgevoerd. Het werd niet alleen slecht waardoor je er gemakkelijk over struikelde, maar het bleek ook PFAS te bevatten. Weg met die rommel. In plaats daarvan zijn er schelpen gekomen. De werkzaamheden zijn nog niet klaar; de vervanging gebeurt in twee of drie grote slagen, waarvan de eerste nu is afgerond. Er zijn al elf vrachtwagens van elk 40 ton aangevoerd en uitgereden. In het najaar komen er nog eens veertien vrachtwagens met zo’n lading. Dan wordt het werk verder aangepakt.

En wat komt er nu dan te liggen? Kleischelpen, bruine kleischelpen. Een natuurproduct bij uitstek,

opgevist uit het water. Kleischelpen? Ja, deze schelpen zijn met aanhangende klei gewonnen uit zee. De klei is er niet uitgewassen. Dat heeft het grote voordeel dat het materiaal na een paar maanden zó is ingeklonken en aan elkaar gehecht dat het een stevig bodempakket oplevert. Eerst dus nog een beetje los en glibberig, daarna een prachtig en hard wandelpad. Het wordt op allerlei plaatsen in Nederland al langer gebruikt voor wandel- en zelfs fietspaden (maar fietsen op Te Werve: niks ervan!).

Kleischelpen, door kenners ook wel “vette schelpen” genoemd, zijn er in verschillende kleuren. Op Te Werve liggen bruine exemplaren, maar blauwe komen elders ook veel voor. Het verschil? De plek waar ze gedolven worden. De kleur is namelijk afhankelijk van het sediment in de bodem. Zit daar zwavel in, dan kleuren de schelpen blauw. Zit er ijzerhoudend sediment in de bodem dan worden de schelpen bruin. Maar gelig of meer rood kan ook.

De blauwe schelpen komen uit de Waddenzee, de bruine uit de Noordzee.

Het effect van de klei is in beide gevallen hetzelfde: de kalk van de schelpen en de aanhangende klei gaan een verbinding met elkaar aan. Dat zorgt voor het ontstaan van een harde laag.

Het winnen van schelpen (en zand) mag niet zomaar! Wie grote hoeveelheden uit het water wil halen moet daarvoor vergunning krijgen van Rijkswaterstaat. Dat moet gepaard gaan met een Milieueffectrapportage (MER).

Dat is de meeste gevallen geen probleem. De schelpenwinning is een flinke industrie geworden. Maar, u voelt ‘m al aankomen, voor de Waddenzee ligt dat toch een beetje anders. Verderop in de Noordzee mag je flink uit de bodem scheppen: prima, dan is er meer ruimte voor het water. Maar in de Waddenzee is dat gevoelig: het is Werelderfgoed en bijna elk deel van de Waddenzee is beschermd natuurgebied. Met strenge regels en beperkingen als gevolg.

In het “DOELENDOCUMENT, behorend bij het Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026. Agenda voor het Waddengebied 2050. Versie februari 2023”, lezen we zelfs als één van de doelen:

“Schelpenwinning in de Waddenzee is beperkt tot maximaal 90k m3 per jaar. Voor 2024 is onderzocht of het wenselijk en mogelijk is de schelpenwinning in de Waddenzee en de Noordzeekustzone af te bouwen en alternatieven te benutten op andere locaties. In dit onderzoek wordt ook de invloed van schelpenwinning op de zuurgraad van de Waddenzee meegenomen”.

Kortom: blauwe schelpen worden schaars en steeds moeilijker te krijgen. De toekomst is aan de bruine schelp. De schelpenpaden op ons terrein laten zien hoe mooi dat natuurproduct past in de weelderige natuur van Te Werve! Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door Provincie Zuid-Holland.

Mvl04032024

 

 

 

 

 

 

maandag 12 februari 2024

 

NOU WEER DIT, DAN WEER DAT

Op een terrein van 26 ha gebeurt altijd wel wat. Soms waait er een boom om door storm, dan weer blijft het wekenlang droog en warm. Altijd wel wat. Ook invloeden van buiten kunnen ons druk bezighouden. Zo worden we wel lastiggevallen door de Amerikaanse rivierkreeft die door heel Nederland kruipt en Te Werve niet overslaat. Of neem de Japanse Duizendknoop die het kopje probeert op te steken. Zulke dingen gebeuren niet alleen nu, maar ook in het verleden. Een goed voorbeeld wordt beschreven in het onderstaande verhaal. Het zat in één van de archiefmappen van de Natuur- en Cultuurhistorische Vereniging Te Werve. Geen naam (maar zeer vermoedelijk van Bart Tent), het jaartal is waarschijnlijk 1978, dus 46 jaar geleden. Leuk geschreven en daarom hier onverkort  geplaatst.

“Te Werve is in de loop der jaren bezocht door en aantal plagen. We hebben u al eens verteld over de witte mieren, die in het clubhuis gekomen waren via de hutkoffers van de Indië-gangers. Een ander voorbeeld is de nijlganzenplaag die heden ten dage aan de orde is. Elke plaag had haar eigen problemen, maar allemaal waren ze moeilijk te bestrijden en langdurig van aard.

Dat gold ook de spreeuwenplaag, die rond 1978 het landgoed Te Werve geteisterd heeft, het woord geteisterd wordt in dit verband niet ten onrechte gebruikt.

Iedere namiddag werd de lucht boven Te Werve verduisterd door, naar men zei, meer dan een millioen spreeuwen. De vogels hadden de hele dag, in grote groepen, op weilanden buiten Rijswijk naar voedsel gezocht, o.a. insecten, slakken etc. ’s Avonds werd er verzameld op het voetbalveld op Te Werve, daar vandaan zochten de spreeuwen de slaapplaatsen op. De slaapplaatsen waren toen op het landgoed, de vogels gaven de voorkeur aan groenblijvende bomen, zoals spar, taxus en lariks.

De vogels overnachtten vooral in bomen naast de oranjerie, naast het koetshuis en bij de verharde tennisbanen. De bomen en de grond eronder waren wit van de uitwerpselen, de stank die de uitwerpselen verspreidden waren, vooral bij vochtig weer, ondragelijk voor iedereen die maar in de buurt kwam. Er lag een centimeters dikke laag spreeuwenpoepjes op de grond, ook hier gold het gezegde vele kleintjes maken één grote.

Foto spreeuwen met dank aan Wijkbelang Westeinde

Iedereen die ‘s avonds voorbijkwam, als de vogels hun nachtverblijf hadden opgezocht, had kans dat zijn jas naar de stomerij moest. Bezoekers van de afdeling Bridge, die vanaf de parkeerplaats naar het clubhuis liepen, hielden met één hand hun neus dicht en met de andere hand een paraplui omhoog.

Bleef nog over het enorme gekwetter van de vogels, maar dat was nog het minst erg.

Geen tak van de bomen was onbezet, in een dichte massa zaten de vogels in de bomen, die veel schade ondervonden van de scherpe uitwerpselen van de vogels. Ook was er schade door afgebroken takken. In Delft zijn op een spreeuwenslaapplaats gave takken met een doorsnede van 15 cm afgebroken. Met schatte dat er minstens 1000 spreeuwen op één zo’n tak gezeten hadden. Een aantal bomen op Te Werve heeft het niet overleefd en moest gekapt worden. Het heeft lang geduurd voor er ter plaatse weer iets groeide. Er is van alles geprobeerd om de vogels weg te jagen, o.a. door geknal met jachtgeweren en met een tuinderskanon. Maar steeds kwamen de vogels na korte tijd terug, de brutale spreeuwen raakten aan alles gewend. Ook is er een bandopname gemaakt van een spreeuw die stiekum geknepen werd, versterkt afdraaien van de angstkreten van deze spreeuw mocht ook niet baten. Er kwam nog hulp uit onverwachte hoek, er verschenen plotseling een aantal ransuilen op Te Werve. Het sorteerde nauwelijks effect, de spreeuwen sloegen niet op de vlucht en ook een ransuil kan zijn maag maar één keer vullen.

Na drie jaar hebben de spreeuwen, op even onverklaarbare wijze als ze gekomen waren, het landgoed weer verlaten. Op Te Werve kon men weer opgelucht adem halen, dat had jarenlang niet gekund”.

Tja, mooi verhaal. Het roept ook vraagtekens op: waarom zien we nu zo weinig spreeuwen? Een aantal ransuilen, waar zijn ze?

En “spreeuwtje knijpen”, dat doen we sindsdien al niet meer.

Mvl120224