woensdag 16 september 2020

 

HAKKEN, ZAGEN ÉN KOESTEREN

“Bent u nou zo’n vrijwilliger? Ik dacht dat die uitgestorven waren”. We hebben als vrijwilligers niks te klagen over belangstelling van onze bezoekers. We krijgen regelmatig complimenten – dank, dank, dat doet ons goed! – en veel mensen grijpen de gelegenheid aan om een vraag te stellen over Te Werve. Ook wel eens een vreemde vraag, maar áltijd leuke ontmoetingen. Hoe zit het eigenlijk met die vrijwilligers? Wie bepaalt wat ze doen? Hoeveel zijn het er?

Goed om eens uit te leggen hoe het zit. Het terrein is eigendom van Event Company. Zij verhuren het grote landhuis en de tent voor vergaderingen, bruiloften, bedrijfsbijeenkomsten en allerlei andere bijzondere gelegenheden. Het onderhoud van de tuin gebeurt voor een aanzienlijk deel door vrijwilligers van de Stichting Vrienden van Landgoed Te Werve. Daarnaast worden regelmatig hoveniersbedrijven ingehuurd: voor het maaien van de grote gazons, het periodieke groot onderhoud, het onderhoud van de pompen in het water (voor beluchting, stroming, metingen). Dat alles wordt betaald uit de jaarlijks contributies van donateurs, incidentele giften, subsidies van Provincie en fondsen en bijdragen van de Event Company.

De groep vrijwilligers bestaat uit zo’n 50 mensen. Er zijn er die éénmaal per twee weken komen, of incidenteel voor de vogelnestkasten of de vleermuizen. Er zijn er die tweemaal per week komen, of als er grote bomen gezaagd moeten worden. Er is een fotograaf, er zijn toezichthouders. Kortom: all rounders en specialisten. De ervaring van deze mensen is vaak groot, ook professioneel. Er wordt – gewoonlijk in de ochtend – gewerkt. Elke maandag, dinsdag, donderdag. Soms op woensdag, vrijdag, zaterdag. Alle 52 weken van het jaar, weer of geen weer. Verreweg het meeste is handwerk, soms wordt er gewerkt met motoren. Of je nu werkt met de motorzaag, op een hoge ladder staat, met de zeis maait of een scherpe snoeischaar in je hand hebt: veiligheid staat altijd voorop.

 


Een terrein van 26 hectare schoffel je niet in één ochtend schoon. Zeker niet in voorjaar of zomer. Dan explodeert het groen overal tegelijk. Of in de winter, als in december en januari zo’n beetje alle blad tegelijk van de bomen dwarrelt.

Voor het werk is een uitgebreid werkschema gemaakt op basis van professioneel advies en eigen jarenlange ervaringen op het terrein. Inderdaad, we doen niet zomaar wat! Het gaat immers om een Rijksmonument, beter gezegd: een reeks van Rijksmonumenten. De tuin, de botenloods, de boomgaard, het pomphuis, etc. Daarin ligt ook de motivatie van veel vrijwilligers: we zijn trots op dit prachtige monumentale landgoed, deze zeldzame mooie oase midden in een verder zwaar verstedelijkt gebied met een overdaad aan steen, luchtvervuiling en lawaai. Wie even bij wil komen, veilig wil wandelen of af wil koelen in tijden van hittegolven gaat naar Te Werve. 

Daarom gaan we enthousiast door, met snoeien van uitlopers, het maaien van de bermen, het onderhoud van bloeiende planten, het afzagen van gevaarlijke takken, het uittrekken van brandnetels, het beheersen van de bramen. En halen we dagelijks lege bierblikjes, lege drankflessen, peuken, plastic, plastic, plastic en soms een zwerver uit de bosjes. En elke keer ziet het er na afloop weer prachtig uit en gaan we tevreden naar huis als “ons landgoed” er weer mooi bij staat.

MvL 120820

 

 

maandag 31 augustus 2020

 

BRAMEN, BRANDNETELS, BERENKLAUW EN DE MAXIMUMSNELHEID

Bezoekers van het terrein is het de afgelopen weken zeker opgevallen: een explosie van brandnetels en een veld vol witte schermen van de berenklauw. Elders sluipen onder, boven en achter al wat groeit en bloeit de lange uitlopers van de bramen om alles met een stekelig netwerk te omhullen.

Bramen, brandnetels en berenklauw: zie hier hoe het stikstofprobleem zich ook op Te Werve laat voelen. Alle drie plantensoorten hunkeren naar stikstof, hun voedingsbron bij uitstek. Met man en macht zijn we nu bezig om ze te verwijderen. Zodat andere plantensoorten ook een kans krijgen om te groeien en te bloeien.

Hoe zit dat nu met stikstof? En wat hebben bramen, brandnetels en berenklauw te maken met de maximumsnelheid van 100 km/uur?

Stikstof: noodzakelijk én schadelijk

Stikstof is een veel voorkomende stof. Het zit in de lucht en niet zo weinig ook: 80% van de lucht die we inademen is stikstof.  Daar zit niet het probleem. Stikstof (N2) is op zich een onschadelijk gas.

Het probleem ligt bij verbindingen van stikstof. Zoals NOx , de stikstof-zuurstofverbinding die volop voorkomt in de uitlaatgassen van het verkeer en in de uitstoot van fabrieken.

NH3 is een andere verbinding van stikstof: ammoniak. Dat zit in de mest en de urine van onze miljoenen koeien en varkens. Die gassen vermengen zich in de lucht met andere deeltjes en vormen zo fijnstof. Dat slaat neer in een ruime omtrek. Deels op water, deels op de bodem, zoals op Te Werve. En daar weten de bramen, brandnetels en de berenklauw wel raad mee.  Natuurlijk waait een groot deel van dit fijnstof het land uit, maar aan de andere kant waait buitenlands fijnstof hier naar binnen. “Van de stikstof die wél in Nederland neerslaat ….komt 46% van de Nederlandse landbouw, 32% uit het buitenland en 6% van het Nederlandse wegverkeer” zo meldt Milieucentraal op grond van RIVM-cijfers.


Geen reden voor trots….

Als we ons land vergelijken met de rest van Europa komen we er niet best af: Nederland stoot, zo citeren we Milieucentraal: “ongeveer 4 keer zo veel uit als het EU-gemiddelde…... Op de kaart van het KNMI/Tropomi zie je de hoeveelheid NO2 in de lucht in Nederland en in de rest van Europa. Dit kun je zien in de afbeelding van het RIVM”:

Zoals zo vaak: te veel is verkeerd.

Stikstof is een noodzakelijke voedingsstof voor planten. Maar te veel is schadelijk. Door het teveel woekeren sommige planten (bramen, brandnetels, berenklauw, maar ook gras), terwijl andere soorten verstikken. En dat leidt weer tot een gevoelig verlies aan insecten- en vlindersoorten. De stikstof die in het water komt zorgt met de fosfaten voor stevige algengroei: slecht voor vissen en zwemmers.

Te veel stikstof is ook voor mensen erg ongezond; het vergroot de kans op problemen met de luchtwegen, op astma, hart- en vaatziekten.

Wat doe je eraan?

Zorgen voor minder uitstoot! Het kan niemand zijn ontgaan dat stikstof als maatschappelijk probleem in het midden van de belangstelling staat. Eén van de maatregelen om minder stikstof uit te stoten is het verlagen van de maximumsnelheid tot 100 km/uur. En de discussie over eiwit in veevoer is u ongetwijfeld bekend.

Op Te Werve leidt de hoge stikstofdepositie tot noeste arbeid: het wegtrekken van de bramen en de brandnetels; een prikkelende bezigheid kunnen we u verzekeren!

En bij de gewone bereklauw (de giftige reuzenberenklauw verwijderen we al veel eerder) halen we de bloemen eruit, zodat de zaden niet vrijkomen. Zo hopen we de gevolgen van het stikstofprobleem een ietsepietsie te verminderen.

MvL 25-8-2020

Bron: www.milieucentraal.nl

 

donderdag 6 augustus 2020

DE BRUGGENBOUWERS VAN TE WERVE

Met een brug met je toch altijd blijven opletten: is ie nog sterk genoeg?

In het Italiaanse Genua kunnen ze daar van alles over vertellen. Maar op Te Werve blijven we alert. De acht bruggen op het terrein worden regelmatig geïnspecteerd, hersteld, geverfd, gelakt. De zeventiende-eeuwse monumentale Poortbrug – de oudste brug in Rijswijk - is al in 2016 grondig gerestaureerd. Kort daarop is de houten brug bij het pomphuisje vervangen. Nu was de beurt aan de voorste brug over de Serpentinegracht: een complete vervanging. Hij ligt er weer mooi bij; de stalen binten glimmen bijkans nog, de duurzame planken stralen in de zomerzon. De bouwploeg wist het zweet van het voorhoofd, maar blijft er verder stoïcijns bij: een klus is een klus. Die klaar je. 

Foto Rob Mostert

Bruggen zijn altijd een verbinding tussen twee delen. Dat geldt zeker voor deze fraaie brug, die zich met een bescheiden boogje over de romantische Serpentinegracht vleit om wandelaars te leiden van het Pad van Labouchere naar het open Plein voor het Landhuis. Een gracht die zich - geheel in de eind achttiende-, begin negentiende-eeuwse stijl van de Engelse Tuin - als een zwierige slinger beweegt lang een keur van geurende planten, exotische bomen en kwakende kikkers die kalm blijven kijken naar smakelijke libellen die zoemend rond de bloeiende waterlelies de aandacht trekken van de verwende mijmerende wandelaar. U begrijpt nu meteen waarom Te Werve de meest populaire trouwlocatie van Zuid-Holland is! En hoe belangrijk dus de brug.

Genoeg romantiek voor dit moment. De Zaagploeg – Aad, Cees, Henk, nog een Henk, Ben, Max (hun leeftijden houden ze angstvallig geheim, maar neem van ons aan dat het hier gaat om een gecumuleerde ervaring van zeker drie eeuwen) – heeft de klus geklaard in slechts twee weken. Zij worden bij dit werk direct opgevolgd door Ruud, onze houtdeskundige en leuningspecialist die gaat zorgen voor stevig houvast aan beide zijden van de brug. Een knap staaltje werk van deze vrijwilligers!

Voor de geschiedschrijvers onder ons: de drie bogen zijn van gegalvaniseerd staal, de brugdelen van duurzaam en schimmelbestendig bankiraihout. Dat alles gefixeerd met 280 slotbouten en stalen kikkers. Dat zit geheid goed voor de komende vijfentwintig jaar!

7-8-2020 MvL  

dinsdag 28 juli 2020


SMITH, VOOR AL UW KLUSSEN

Of het nu gaat om het verkopen van ijs, het opduiken van granaten, het houden van toezicht of het snoeien van wilgen: voor al die klussen is hij uw man. Onthoud de naam: Wim Smith, een all rounder bij uitstek.
Misschien dat u al vijf jaar op Te Werve komt. Tien jaar misschien, of zelfs vijfentwintig.
Prima, heel mooi! Maar het haalt het niet bij onze vrijwilliger Wim die al zeker 65 jaar te vinden is op het landgoed. Hij is er nog net niet geboren.


Op z’n vijfde zet Wimpie zijn eerste stappen op Te Werve, vader werkt bij de Shell, het gezin maakt met veel plezier gebruik van de recreatiemogelijkheden van het gebied. Hij blijkt een waterratje dat graag in het Meer duikt. Een begaafde leerling van zwemleraar Croese, die hem het fijne leert van school-en rugslag, crawl en duiken. Op een gegeven moment duikt de jonge sportman zowat elke ochtend in het water. Maar eerst langs Japie de Portier zien te komen. En dat is geen gemakkelijke barrière leert Wim al snel. De man die hem elke dag langs ziet komen weigert de toegang als ie op een ochtend zijn Te Werve-lidmaatschapskaart is vergeten. Ja, Wim heeft geen makkelijke jeugd gehad! En dan het water in: “Als kind vond ik het water altijd zo koud, ik stond te bibberen” zegt ie nu met een grijns. Maar hij hield stug vol. ’s Winters ging ie met de Bataafse Zwemvereniging van Te Werve zelfs naar De Regentes om verder te trainen. Elke derde zaterdag van augustus deed Wim mee aan de 1 kilometer langebaanwedstrijd. De zondag daarna waren er de meerprestatiewedstrijden. Met die ervaring werd ie een succesvol waterpoloër. Toen ie een jaar of 10 was haalde hij méér uit het water dan de wedstrijdbal: samen met een vriendje vonden ze onder de duikplank een mooi glimmend voorwerp. Met vereende krachten legde ze vondst op de wal: een heuse granaat! “Nooit heb ik de zwemmers zó snel het water zien verlaten!” De granaat is op deskundige wijze onklaar gemaakt en afgevoerd. Wees niet bang: ze liggen er niet meer. De Mijnopruimingsdienst heeft een aantal malen het Meer minutieus doorzocht en alles opgeruimd. Later is het Meer zelfs nog voor een deel leeggepompt, zodat er langs de oever een paar meter droog kwamen te liggen en alles nauwgezet onderzocht kon worden op munitie. Hoe dat er kwam? De nazi’s hebben een aantal keren vis uit het Meer gevangen door er een granaat in te gooien en tegen het eind van de oorlog heeft de RAF nogal wat afgevuurd op het Landhuis waarin de SS huisde. Landhuis gemist, tuinmuur en kastanjeboom wel geraakt en ook het Meer.

Inmiddels was Wim op zonnige dagen tussen het zwemmen door ook ijsverkoper op Te Werve. Stilzitten is zijn stijl niet. Nog steeds niet; elke dinsdagmorgen werkt hij met een ploegje vrijwilligers op het terrein: wilgen knotten, struweel maaien, schoffelen, paden schonen. En op de andere dagen kun je hem aantreffen als toezichthouder: “Mag ik even uw lidmaatschapskaart zien”? Zou ie dat van Japie de Portier hebben geleerd?                

MvL 26-7-2020

maandag 13 juli 2020



VREEMDE SNUITER AAN DE WATERKANT

Het gebeurt niet elke dag, maar wel regelmatig: dat er vreemde snuiters lopen over het terrein. Bij sommigen ben je geneigd te denken: “wat mot dat?”. Bij anderen is er vooral verbazing: “Hé, hoe kom jij hier?”. Dat laatste geldt zeker voor de vogel die begin juli een paar keer werd waargenomen. Niet alleen op Te Werve, maar ook in de omgeving van ons landgoed: een zwarte reiger.



Een zwarte reiger, dat wekt verbazing. We kennen allemaal de blauwe en de witte. De eerste is een vaste klant van ons. Ze staan graag langs de rand van het meer, een beetje op afstand van elkaar, maar wel zo dat ze elkaar in het oog kunnen houden. Onverminderd stoïcijns: vooral niet laten merken dat je scherp in de gaten houdt wat er in je omgeving gebeurt. Als je achter een reiger langsloopt draait de kop langzaam mee, tot de rek eruit is. Dan wordt heel snel over de andere schouder verder gekeken.
De witte reiger laat zich niet gauw op Te Werve zien, maar is geen zeldzaamheid in Zuid-Holland.

En dan ineens staat daar, aan de rand van de slotgracht, vlak voor de bamboe tegenover de keuken van het Landhuis, een zwarte reiger. Ik weet uit ervaring dat de onze koks echt voortreffelijk koken, maar dat kan de reden niet zijn van de komst van deze vreemde vogel.

Toch maar eens even zoeken in de vogelboeken. De zwarte reiger bestaat wel degelijk, maar…. niet in onze contreien. Het is een bewoner van het midden van Afrika, over de volle breedte van dat continent ten zuiden van de Sahara. Ook in het oosten van Afrika en op Madagaskar is de vogel thuis. Alles kan natuurlijk en iedere vogel is welkom, maar dat dit een echte Afrikaan is, dat geloven we niet.

Waarschijnlijker is dat het gaat een blauwe reiger met melanisme. Dat is het tegenovergestelde van albinisme. Gaat het bij dat laatste om een gebrek aan pigment, bij melanisme is er juist een teveel van. Het komt weinig voor, maar echt zeldzaam is het niet. Bij zeehonden en herten is het bekend. En we kennen het allemaal van schapen: het zwarte schaap. Ook bij vossen komt het voor; zwarte vossen worden dan heel chique zilvervos genoemd.
Voor dat melanisme als verklaring gelden een paar argumenten. Onze eigen vreemde vogel heeft duidelijk toch iets meer wit op zijn kop dan een echte zwarte reiger. Het tweede argument is de houding van onze vogel: zwarte reigers spreiden hun vleugels uit bij het foerageren. “Klokreigers” worden ze daarom in het Duits wel genoemd. Onze reiger hebben we zo niet zien staan.  

Nou ja, het blijft gissen. Een bijzondere ervaring was het wel. Ook een medewerker van het hoveniersbedrijf - toevallig werkzaam op ons terrein - was de vogel direct opgevallen. Hij heeft er meteen een foto van genomen. Bedankt Ger!

MvL 13-7-2020                 

   

donderdag 2 juli 2020



BLAUWALG AANPAKKEN – EXPERIMENT OP TE WERVE
“Zwemwater gesloten wegens blauwalg”, een bekend bericht in de zomer. Ook het Meer van Te Werve is niet vrij van zulke algen. Maar… er gloort hoop. Op 1 juli 2020 is op Te Werve een experiment gestart om de blauwalg op een nieuwe manier te bestrijden.

Vreemd eigenlijk, die naam. Want de blauwalg is niet blauw maar groen. De deftige naam van de plaaggeest is cyanobacterie. Geen nieuweling: het is een bacterie die waarschijnlijk al meer dan 3 miljard jaar bestaat. Maar van recenter datum is de veelvuldige overlast. Als het warm is – en dat is het steeds vaker – dan kunnen blauwalgen zich snel en sterk vermeerderen. Warmte is op zich nog niet genoeg, er moet ook voedsel zijn voor de alg: stikstof en fosfaten. En dat is er steeds meer. Over stikstof hoeven we u niets te vertellen, daar staan de kranten dagelijks vol van. Fosfaten komen uit meststoffen. Je herkent de sterke algengroei aan de slierten op het wateroppervlak. Zulke grote hoeveelheden zien er niet gezond uit en dat zijn ze ook niet. De alg produceert giftige stoffen die je maar beter niet op je huid kan krijgen, laat staan in je lichaam. Misselijkheid, hoofdpijn, pijn in de ogen. Alle reden om de overmaat aan blauwalg tegen te gaan. Ook de Europese richtlijn voor zwemwater vraagt om actie.



Op de foto is te zien hoe de containers in het water worden geplaatst.


Maar de bestrijding van de alg is geen sinecure. Er is in ons land al van alles geproduceerd: het water continu in beweging brengen, er lucht in blazen, ultrasone trillingen, besproeien, driehoeksmosselen uitzetten, een meer leegpompen en de bodem met fosfaten en nitraten afgraven (zoals elders in Rijswijk is gedaan). Toch is het ei van Columbus nog niet gevonden. Des te interessanter is het experiment op Te Werve.  Op verzoek van de hengelsportvereniging en de zwemvereniging heeft het Hoogheemraadschap een nieuw idee van Arcadis uitgewerkt om de fosfaten uit het water te halen. Joep de Koning van het Hoogheemraadschap vertelt met enthousiasme: “Het water wordt onder hoge druk door een grote zak (zie foto) met ijzerzand geleid. Dat zand neemt de fosfaten op. Of en hoe succesvol het is gaan we meten. De visclub en de zwemvereniging nemen de watermonsters, wij gaan die analyseren. Hoe snel het proces gaat en hoelang het ijzerzand fosfaat opneemt moet in de praktijk blijken. Misschien moeten de korrels ijzerzand al na twee maanden worden vervangen, misschien gaan ze twee jaar lang mee”. Op 1 juli zijn de twee containers in het meer gezet. De zakken hangen daaronder, diep in het meer.
Het Hoogheemraadschap en de Provincie Zuid-Holland financieren het experiment.  
En nu maar hopen dat de blauwalg fors wordt teruggedrongen. Spannend!
     
MvL2-7-2020

woensdag 17 juni 2020

HEIMWEE NAAR HET LEVEN OP TE WERVE

Te Werve heeft vele bewoners gehad. De landheren en hun gezinnen, maar natuurlijk ook personeel dat op het terrein woonde. Hoe was dat leven? Dagboeken zijn er nauwelijks, maar via achterkleinkind Eddie van Roon kunnen we toch een uniek inkijkje krijgen! 

Johannes Coenraad Werner was geboren en getogen in Opijnen, idyllisch gelegen in de Tielerwaard aan de Waal. Met tuinbouw en fruitteelt was hij van kinds af aan in aanraking gekomen. Eind jaren zeventig van de 19e eeuw zocht hij zijn geluk ver van huis, in het stedelijke westen van het land. Daar ontmoette hij Petronella Biesmeijer, uit het centrum van Delft. Destijds al een mooie, maar door kleine behuizingen, grachten, industrie en nijverheid stinkende stad. Kort vóór de Eerste Wereldoorlog namen zij als eerste bewoners hun intrek in de tuinmanswoning bij de ingang van Te Werve. 
Voor mijn overgrootvader – ooit begonnen als tuinknecht – ging daarmee op 53-jarige leeftijd een lang gekoesterde wens in vervulling. Wonen en werken kwamen samen op het landgoed. Mijn overgrootmoeder zal niet minder hebben genoten van dit buitenleven. Mijn moeder vertelde me ooit dat haar oma een hele sterke binding had met Te Werve. Haar liefde voor het landgoed kun je je goed voorstellen bij een vrouw die als dochter van een sigarenmaker haar jeugd had doorgebracht in de nauwe bedompte stegen van Delft.  


Intussen industrialiseerde en moderniseerde de wereld in een rap tempo; mijn overgrootouders zagen voor hun ogen veel veranderen. Op Te Werve was er de grote verbouwing van 1910, waar de tuinmanswoning een indirect gevolg van was. En kort daarvoor, in 1909, was begonnen met de afgraving van een onbebouwd stuk grond ten zuiden van het beboste deel van het landgoed. Een indrukwekkende onderneming die resulteerde in het grootste particuliere zwemwater van de regio: De Put. De aanblik van het landgoed werd met het grote meer voor het landhuis heel anders dan daarvoor.

Ook de onderlinge sociale verhoudingen tussen de mensen werden anders. Enerzijds leefde de oude standensamenleving voort. Zo wandelde de heer Labouchere vrijwel dagelijks vanaf zijn landhuis naar het oude stationnetje van Rijswijk. Vandaar nam hij de trein naar zijn aardewerkfabriek De Porceleyne Fles in Delft. De tuinlieden hadden de opdracht het paadje waarover hij liep (het huidige Pad van Labouchere) wekelijks onberispelijke schoon te maken. Anderzijds werden sociale barrières geslecht; personeel werd mondiger. Mijn overgrootvader zal vreemd hebben opgekeken toen de jonge tuinknecht Nico Hauser het niet pikte dat hij niet dezelfde loonsverhoging kreeg als de oudere tuinlieden. Nico dreigde met ontslag en kreeg uiteindelijk zijn gelijk.

Na de komst van de Bataafse Petroleum Maatschappij verhuisden mijn overgrootouders in 1924 naar de net aangelegde Geraniumstraat, waar hun twee zonen een bouwbedrijf waren begonnen. De drukte in de nieuwe straat zal het oudere echtpaar niet altijd even gemakkelijk zijn gevallen. In 1929 overleed mijn overgrootvader. Slechts enkele maanden later mijn overgrootmoeder. Toeval? Een gevolg van verdriet om het verlies van haar man? Of speelde er meer? Vlak na zijn dood verhuisde ze naar de Beetsstraat in Spoorwijk, een ander deel van de uitdijende stad. Ruim vijf kilometer weg van haar zonen, maar via het Julialaantje slechts een half uurtje lopen naar haar geliefde landgoed…...

Eddie van Roon 

14-6-2020
Met dank aan Guyon Labouchere, Bart Tent, Mike Werner, Rens Werner en Lia Boshoven (Rijswijks Historisch Informatiecentrum). Bron: particulier archief A.W.J. Meijer (nr. 828) in Gemeentearchief Schiedam. Zie ook: Hovenier als tuinbaas, www.historie-hovenier.nl