maandag 12 februari 2024

 

NOU WEER DIT, DAN WEER DAT

Op een terrein van 26 ha gebeurt altijd wel wat. Soms waait er een boom om door storm, dan weer blijft het wekenlang droog en warm. Altijd wel wat. Ook invloeden van buiten kunnen ons druk bezighouden. Zo worden we wel lastiggevallen door de Amerikaanse rivierkreeft die door heel Nederland kruipt en Te Werve niet overslaat. Of neem de Japanse Duizendknoop die het kopje probeert op te steken. Zulke dingen gebeuren niet alleen nu, maar ook in het verleden. Een goed voorbeeld wordt beschreven in het onderstaande verhaal. Het zat in één van de archiefmappen van de Natuur- en Cultuurhistorische Vereniging Te Werve. Geen naam (maar zeer vermoedelijk van Bart Tent), het jaartal is waarschijnlijk 1978, dus 46 jaar geleden. Leuk geschreven en daarom hier onverkort  geplaatst.

“Te Werve is in de loop der jaren bezocht door en aantal plagen. We hebben u al eens verteld over de witte mieren, die in het clubhuis gekomen waren via de hutkoffers van de Indië-gangers. Een ander voorbeeld is de nijlganzenplaag die heden ten dage aan de orde is. Elke plaag had haar eigen problemen, maar allemaal waren ze moeilijk te bestrijden en langdurig van aard.

Dat gold ook de spreeuwenplaag, die rond 1978 het landgoed Te Werve geteisterd heeft, het woord geteisterd wordt in dit verband niet ten onrechte gebruikt.

Iedere namiddag werd de lucht boven Te Werve verduisterd door, naar men zei, meer dan een millioen spreeuwen. De vogels hadden de hele dag, in grote groepen, op weilanden buiten Rijswijk naar voedsel gezocht, o.a. insecten, slakken etc. ’s Avonds werd er verzameld op het voetbalveld op Te Werve, daar vandaan zochten de spreeuwen de slaapplaatsen op. De slaapplaatsen waren toen op het landgoed, de vogels gaven de voorkeur aan groenblijvende bomen, zoals spar, taxus en lariks.

De vogels overnachtten vooral in bomen naast de oranjerie, naast het koetshuis en bij de verharde tennisbanen. De bomen en de grond eronder waren wit van de uitwerpselen, de stank die de uitwerpselen verspreidden waren, vooral bij vochtig weer, ondragelijk voor iedereen die maar in de buurt kwam. Er lag een centimeters dikke laag spreeuwenpoepjes op de grond, ook hier gold het gezegde vele kleintjes maken één grote.

Foto spreeuwen met dank aan Wijkbelang Westeinde

Iedereen die ‘s avonds voorbijkwam, als de vogels hun nachtverblijf hadden opgezocht, had kans dat zijn jas naar de stomerij moest. Bezoekers van de afdeling Bridge, die vanaf de parkeerplaats naar het clubhuis liepen, hielden met één hand hun neus dicht en met de andere hand een paraplui omhoog.

Bleef nog over het enorme gekwetter van de vogels, maar dat was nog het minst erg.

Geen tak van de bomen was onbezet, in een dichte massa zaten de vogels in de bomen, die veel schade ondervonden van de scherpe uitwerpselen van de vogels. Ook was er schade door afgebroken takken. In Delft zijn op een spreeuwenslaapplaats gave takken met een doorsnede van 15 cm afgebroken. Met schatte dat er minstens 1000 spreeuwen op één zo’n tak gezeten hadden. Een aantal bomen op Te Werve heeft het niet overleefd en moest gekapt worden. Het heeft lang geduurd voor er ter plaatse weer iets groeide. Er is van alles geprobeerd om de vogels weg te jagen, o.a. door geknal met jachtgeweren en met een tuinderskanon. Maar steeds kwamen de vogels na korte tijd terug, de brutale spreeuwen raakten aan alles gewend. Ook is er een bandopname gemaakt van een spreeuw die stiekum geknepen werd, versterkt afdraaien van de angstkreten van deze spreeuw mocht ook niet baten. Er kwam nog hulp uit onverwachte hoek, er verschenen plotseling een aantal ransuilen op Te Werve. Het sorteerde nauwelijks effect, de spreeuwen sloegen niet op de vlucht en ook een ransuil kan zijn maag maar één keer vullen.

Na drie jaar hebben de spreeuwen, op even onverklaarbare wijze als ze gekomen waren, het landgoed weer verlaten. Op Te Werve kon men weer opgelucht adem halen, dat had jarenlang niet gekund”.

Tja, mooi verhaal. Het roept ook vraagtekens op: waarom zien we nu zo weinig spreeuwen? Een aantal ransuilen, waar zijn ze?

En “spreeuwtje knijpen”, dat doen we sindsdien al niet meer.

Mvl120224   


maandag 8 januari 2024

 

HENK

Henk is langs geweest. Neen, niet ónze Henk. Ja, die ook - Henk van de houtzaagploeg - maar hier gaat het over een andere Henk.

Nou, dat hebben we geweten! Overal heeft ie z’n sporen nagelaten. Ook bij ons.

Het KNMI en NOS hadden het er maar druk mee: ze kleurden het land in met code geel en oranje. “Henk”, aldus de NOS, “was de eerste storm van 2024. Onder meer in IJmuiden en Vlissingen werd ruim een uur lang gemiddeld windkracht 9 gemeten. Het KNMI waarschuwde voor lokaal zeer zware windstoten. Ook werd gevreesd voor wateroverlast”. We zijn wel wat gewend, maar wind en regen waren dit keer wel heel erg overvloedig aanwezig. Losgewaaide gevels, uitgerukte bomen en plassen, grote plassen water. De velden van de Tennisvereniging stonden grotendeels onder water, op de paden van Te Werve kon je overal grijze luchten weerspiegeld zien. Op Schiphol, vertelde NH Nieuws, viel de hinder mee. Daar is niet iedereen het mee eens. Mijn buurman, bijgekleurd tijdens een zonnig weekje Malaga, zag nog bleker dan toen ie vertrok, nadat de piloot het vliegtuig bij terugkomst twee keer moest doorstarten en pas bij de derde poging het toestel onder gejuich en applaus aan de grond kreeg. Soit. 

Duidelijk is dat het stormseizoen 2023-2024 open is. Een storm waarvoor het KNMI waarschuwt met code oranje of rood, krijgt een naam. Met die namen probeert men duidelijk te maken dat het gaat om een serieus gevaar. Heeft een storm een naam, dan gaat het dus uitdrukkelijk niet om een zomerbriesje. Kortom: meubilair vastzetten, de was binnen halen, ramen en deuren dicht. Het KNMI werkt daarbij samen met de weerdiensten van het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Nederland heeft dus ook een deel van de stormnamen bepaald: zoals de namen Gerrit en Henk. Die stormen hebben we inmiddels gehad. Maar wees gerust: de namen van de volgende stormen staan al klaar: Isha, Joycelyn, Kathleen, Lilian, Minnie, Nicolas, Olga, Piet, et cetera, tot Walid aan toe (website KNMI).

Op Te Werve heeft Henk zoals gezegd flink huisgehouden. Grote en kleine bomen waren het slachtoffer. Zoals een grote oude woudreus die dwars over het Laantje van Kort is gaan liggen. Alle hulde aan de vrijwilligers die binnen de kortste keren aan de slag gingen om de paden weer toegankelijk te maken. De zaagploeg stond met vier gierende motorzagen paraat. Een hele klus: de boom moet namelijk helemaal aan stukjes worden gezaagd om het hout uit het bos te kunnen halen.

          

 

Daarbij doen zich twee vragen voor: hadden we vooraf kunnen voorzien dat die bomen zouden omvallen bij forse wind? En: gaan we dit met de klimaatverandering vaker meemaken?

Wat de eerste vraag betreft: elk jaar lopen we rond en bekijken we het bomenbestand. Wat is goed, waar dreigen grote takken af te vallen? Bij de vraag of een boom om moet spelen diverse vragen: wat is het risico voor bezoekers als ie omgaat of als de tak afbreekt? Welke schade richt de boom aan als ie omvalt (andere bomen of takken die afbreken). Is de boom belangrijk voor vleermuizen? Voor spechten? Sommige van die vragen zijn snel en simpel te beantwoorden, andere vragen overweging en afweging. Een boom kan er onberispelijk uitzien en toch slecht zijn. Maar ook: elk seizoen is er veel zaagwerk. En het zaagseizoen duurt maar tot half maart (vanwege de vogels). We moeten dus bepalen wat het belangrijkste is. Kortom, zo eenduidig is het niet. Aan de omgevallen woudreus was van buiten af niet te zien dat ie slecht was en kon omvallen.

Dan de vraag of we meer van zulke stormen kunnen verwachten door klimaatverandering. “Neen”, zegt het KNMI en niet voor het eerst. “De kans op stormen wordt niet groter door klimaatverandering”…”Klimaatmodellen laten voor de toekomst geen toename zien van de windsterkte. De waarnemingen laten een afname van de wind zien in het binnenland. Deze afname komt deels door de verruwing van het landschap: meer gebouwen remmen de wind af”.

Kan dan straks eindelijk de rust op het terrein terugkeren? Niks ervan: het asfalt is op veel plaatsen versleten en moet worden verwijderd. Er komen kleischelpen voor terug. Nog even afzien dus….    

MvL5-1-2023       

Foto motorzagers: Ruud Driessen

 

 

maandag 18 december 2023

 

BOMEN DIE RESPECT VERDIENEN

Oh dennenboom, oh dennenboom….. dat kennen we allemaal. Mooi liedje; een beetje eigenaardig want bijna alle kerstbomen zijn……sparren. Maar een kniesoor die daarop let.

Het laat wel zien dat een boom betekenis voor ons kan hebben, mensen kan aanspreken, respect kan afdwingen.

Er is nog zo een boom, minder bekend, maar met een reputatie die niet onder doet voor de kerstboom: de Ginkgo Biloba. Ook die staat op Te Werve1.

De Ginkgo, vaak genoemd, altijd een beetje mysterieus gebleven. Geen van oorsprong Nederlandse boom; hij stamt waarschijnlijk uit China, maar bereikte ons via Japan. Her en der wordt de boom ook wel de heilige tempelboom of Japanse notenboom genoemd.

Aan extracten van de boom, de bladeren of de noten worden wel geneeskrachtige werkingen toegeschreven. Maar laten we terugkeren naar Moeder Aarde: dergelijke medicinale krachten zijn nog nooit onomstotelijk aangetoond in wetenschappelijk onderzoek. Voor dat heilige karakter is ook wel een verklaring: in Japan worden vele goden verondersteld. Die wonen niet in de hemel maar kunnen overal zitten: in bomen, bergen, stenen, in de natuur dus. Dat is zeker één van de redenen dat Japanners zo omzichtig omgaan met hun natuur: er kan een godheid in gehuisvest zijn!

Laten we ons buiten dit soort discussies en theorieën houden. De Ginkgo is al bijzonder genoeg. Dat blijkt al direct bij het blad, of is het wel een blad? Zijn het naalden? De boom zit tussen beide in! Een zeldzaamheid.

De blad/naaldvorm is een belangrijke reden voor z’n artistieke karakter: hoe vaak is niet de vorm van het blad gebruikt in sieraden?

Het dubbelzinnige van de boom heeft Johann Wolfgang von Goethe ruim 200 jaar geleden verleid tot een prachtig sonnet voor zijn geliefde2:



Dieses Baums Blatt, der von Osten

Meinem Garten anvertraut,

Gibt geheimen Sinn zu kosten,

Wie's den Wissenden erbaut.

Ist es ein lebendig Wesen,

Das sich in sich selbst getrennt?

Sind es zwei, die sich erlesen,

Dasz man sie als Eines kennt?

Solche Frage zu erwidern,

Fand ich wohl den rechten Sinn:

Fühlst du nicht an meinen Liedern,

Dasz ich Eins und doppelt bin?

 

Zie dit kleinood in mijn gaarde, Boomblad uit de oriënt.

Siert met zijn geheime waarde, Ingewijden wel bekend. 

Leeft het als een enkel wezen, Innerlijk in twee gedeeld?

Of vormt juist het uitgelezen Tweetal één herkenbaar beeld? 

Langzaam rijpende ideeën, Werpen op die vragen licht.

Voel je niet dat ik in tweeën, Eenling ben in mijn gedicht?


De boom is ook in Japan legendarisch: zes exemplaren hebben de atoomaanval in Hiroshima overleefd en staan daar nog steeds…. een boom die respect afdwingt.

Mvl17122023

1 Op Te Werve staan enkele Ginkgo’s bij elkaar, op het gazon vlak voor het landhuis. Je herkent ze aan de gele blaadjes op de grond.

2 Het gedicht komt uit Goethes Suleika. De vertaling is van Mimi Laman.

 

                                         

 

maandag 4 december 2023

 

WEG IS WEG………OF TOCH NIET?

We zijn een keurig volkje. Altijd de rommel die overblijft netjes opruimen. Geen schillen of patatzakken op het terrein. Gewoon verwijderen die rommel. Doe je thuis toch ook?

Jaja, zo zijn we. Zeker weten? Nou, daar valt nog wel wat over te zeggen. Niet over de snippers en de schillen. Neen, we praten hier over grotere zaken. En niet zo’n klein beetje groter. Vandaag de dag zouden we het schaamrood op de kaken krijgen. Waar hebben we het over?

In mei 1940 wordt ons land ernstig bedreigd met oorlogsgeweld.

Op een stuk grond van Te Werve – verhuurd aan Piet Kruyf - komt afweergeschut te staan. Vliegveld Ypenburg wordt bedreigd dus dat moet worden verdedigd. De luchtdoelbatterij wordt royaal voorzien van granaten. Maar Nederland wordt binnen de kortste keren bezet en het leger capituleert, heel begrijpelijk.

Vanuit de legerleiding komt het bevel de wapens onklaar te maken. Dat gebeurt met mokers. De kisten met munitie worden op wagens geladen en in het Meer gedumpt.

Shell had destijds op Te Werve nog flinke stapels documenten en tekeningen die ze te laat in veiligheid hadden gebracht: ze hadden de boot naar Engeland gemist. Geen nood: bij elkaar binden, inpakken in postzakken en het zaakje in het Meer laten afzinken. Dat gebeurde op 14 en 15 mei 1940. Maar ja, papier is lichter dan water, dus hier en daar kwam een pakket vrolijk bovendrijven. Om de pakken te verzwaren werden er nog wat overgebleven granaten bijgestopt. En hup: alsnog het Meer in!

 In de tijd dat de SS-ers op het park waren hadden ze af en toe wel zin in een verzetje: hup, daar gingen nog wat granaten in het water om de vissen dood in het water te laten drijven. Kon je ze makkelijker vangen.

 De geallieerden hebben Te Werve diverse malen bestookt met hun Spitfires. Het doel was het Landhuis met daarin de militaire bezetters. Er zijn heel wat bommen en granaten neergekomen, maar het Landhuis is niet geraakt. Wel de tamme kastanje en de oude tuinmuur. De sporen daarvan zijn nog steeds te zien. En ongetwijfeld is er heel veel munitie terecht gekomen in: het Meer.

Dan zijn we er nog niet: Abel Labouchere was een chique en zeker niet onvermogende man. Toen zijn dochter Cornélie Jacqueline in 1914 in het huwelijk trad werd zij heel deftig vanaf het Landhuis van Te Werve naar de Oude Kerk in Oud Rijswijk gereden in de prachtige eigen auto van haar vader: een DelaHaye model 440.  Maar ja, zo’n auto blijft niet altijd meegaan. Toen in 1916 een deel van de gracht rondom het Landhuis werd gedempt, werden eerst grote delen van de landaulette erin geduwd. Zand erover, klaar is Kees.

Zou het echt zo zijn? Kun je zulke dingen gewoon afdanken door ze in het Meer of in de slotgracht te gooien? “Wat je niet ziet dat is er niet”?

Nee dus. De aap komt altijd uit de mouw.

Laten we het rijtje nog eens langslopen. De nazi’s waren nog maar nauwelijks gearriveerd of ze zagen toch wat glinsteren in het heldere water van het Meer.

Geen vergissing mogelijk: munitie. Een duiker trok een stevig duikpak aan en nam een leiding met zuurstof mee. Heel voorzichtig deed ie de munitie in zandzakjes en nam het mee naar boven. Maar…. hij zag onder water ook postzakken! Ook die werden bovengehaald. De inhoud werd – we spreken over mei 1940 – in het zonnetje te drogen gelegd. Nou goed, dat was in ieder geval het Meer uit.

Maar niet alles werd verwijderd! Tuinlieden en jongens wisten dat er méér lag. Die jongens, die veel in het Meer zwommen, doken granaten op, haalden de koppen eraf en rolden met de kardoezen over de betonnen rand van het zwembad. Gaf een lekker geluidje, alsof het gillende keukenmeiden waren. Je moet er toch niet aan denken!

Daarmee hield het nog niet op. Op 26 november 1949 “ontdekte een der tuinlieden dat er in het Te Werve-meer talloze granaten van diverse kalibers lagen”. 1  Drie dagen later was er een ploeg soldaten om het gevaarlijke spul uit het water te halen en definitief op te ruimen. Twee maanden later berichtte het blad Olie dat het ging om “ongeveer 250 granaten, waaronder mortier- en vliegtuiggranaten, vele geweer- en karabijnpatronen, dozen met slaghoedjes, handgranaten en zelfs een normaalfilm in een cassette, die uit het meer van Te Werve werden opgevist tot eind december 1949.

Want de Hulpverleningsdienst van het Departement van Binnenlandse Zaken heeft haar werk grondig aangepakt”.

Gelukkig bleven we er wel nuchter onder: “de Rijswijkse mosselen, waarmede de granaten grotendeels waren bedekt, worden thans bij opbod verkocht”. Andere tijden, zullen we maar zeggen.

 


(Samengestelde) Foto uit bijlage Olie, februari 1950. Fotograaf onbekend.

Maar nog was het werk niet klaar: “In 1983 is er opnieuw naar wapentuig gezocht in het Meer van Te Werve. Een duikploeg van de marine heeft toen in de directe omgeving van de zwemplaats naar wapens gezocht en nog vele granaten boven water gehaald.

Er is dus een aantal keren in het meer gezocht naar wapentuig. Vooral veel granaten werden boven water gehaald, men verbaasde zich er wel over dat de koperen hulzen ontbraken. Jaren later is bekend geworden dat de koperen hulzen al in de eerste jaren na de oorlog zijn opgevist. Een aantal jongelui had ontdekt dat er veel granaten in het meer lagen, die meestal rechtop stonden. Er werd een lange pijp gemaakt met een grijparm waarmee de granaten uit het meer werden getild. De koppen van de granaten werden eraf gehaald en in het diepste deel van het meer teruggegooid. Deze zijn bij het latere zoeken naar wapens teruggevonden en uit het meer gehaald”

Sindsdien zijn er gaan meldingen meer geweest. We gaan ervan uit dat het Meer nu vrij is van dit soort tuig.


Foto onderdelen Delahaye.

En de Delahaye? Ook dat verhaal heeft een staartje. Toen Shell het terrein verliet zijn de sportaccommodaties verwijderd en is het terrein in oude staat teruggebracht. De slotgracht is weer gedeeltelijk open gegraven. En wat kwam er tevoorschijn: koplampen, een uitlaatdemper en meer onderdelen van de Delahaye! Nou, die hebben een plaatsje gekregen in het Koetshuis. Daar staan ze uitgestald in wat we met een veel te groot woord “Het Museum” noemen.

Opgeruimd staat netjes, laten we het daar maar op houden.

1 Bijlage “Olie” bij blad Shellpersoneel, februari 1950 

2 Uit Bart Tent, Landgoed en vereniging Te Werve in de Tweede Wereldoorlog compleet. Ongepubliceerd.

MvL 27112023

 

maandag 30 oktober 2023

 

DE VERBORGEN WERELD VAN TE WERVE

Als bezoekers ons een gevonden muts, een kinderhandschoen of een afgetrapte plastic voetbal komen brengen, dan schudden we bedroefd en meelevend het hoofd. Maar als iemand aan komt zetten met een valse hanenkam, een witte taailing of zelfs een gesluierde dame, dan spitsen we meteen onze oren. Prachtige vondsten! Want de Valse hanenkam, de Witte taailing en zeker de Gesluierde dame, dat zijn enkele van de prachtige zwammen die er op ons terrein te vinden zijn.

Alas, het is zéker niet de bedoeling paddenstoelen te plukken (laat anderen er ook van genieten!), maar laten we zeggen dat ze met een foto ervan komen. Dit drietal exemplaren is zeker niet alleen: sinds 1970 zijn er op Te Werve 825 verschillende soorten zwammen waargenomen. Dat is een prachtige score! Dat wil niet zeggen dat al die soorten paddenstoelen er nu nog steeds te vinden zijn. Of liever gezegd: het mycelium, want de paddenstoel is als het ware de bloem; het mycelium is het hele stelsel eronder dat in de grond of in de plant of boom zit. Een paddenstoel of zwam kan het ene jaar wel opkomen en het andere jaar niet, omdat het te nat, te droog, te koud is. En er gaan ook zwammen dood; de meeste kunnen slecht tegen stikstofverbindingen. Die stikstof komt nog steeds in grote hoeveelheden uit de lucht en hoopt zich op in de bodem en verandert zo de biotoop. Als het mycelium verdwenen is dan zie je de paddenstoelen van die schimmel natuurlijk ook niet meer. Er zit zoveel stikstof in de bodem en er groeien daardoor zoveel bramen en brandnetels dat nieuwe paddenstoelen nauwelijks een kans krijgen. Dat is de belangrijkste reden waarom er in de Nederlandse bossen en velden steeds minder paddenstoelen en ook minder soorten te vinden zijn. Dat geldt in grote lijnen ook voor de situatie bij Te Werve. Waarin Te Werve zich positief onderscheidt van andere locaties is de wijze van beheer en dat al heel lang: afvoeren van de stikstofrijke bramen en brandnetels, geen mest aan de grond toevoegen en geen honden op het terrein. Dat maakt dat onze locatie nog steeds bijzonder rijk is aan soorten in vergelijking met andere landgoederen of groene gebieden in de omgeving. Dat er soorten terugkomen of nieuwe soorten opkomen komt omdat de lucht vol zit met minuscule sporen. Als die op een gunstige plek landen en de omstandigheden zijn goed, dan kunnen ze daar opkomen.

André Jongeling, Coördinator Team Paddenstoelen van Natuurlijk Delfland, houdt als vuistregel aan dat een zwam die al 6 jaar niet meer is aangetroffen, op dit moment niet meer aanwezig is. Maar als we de vondsten van de laatste zes jaren bij elkaar optellen komen toch we tot het fraaie aantal van ruim 330 soorten!

Het laat opnieuw zien hoe rijk ons oude landgoed is: in de lucht talloze vogels en vleermuizen, in het water waar het onder het oppervlak een druk gebeuren is van allerlei vissoorten, in de grond waar talloze mycelium-netwerken zitten die regelmatig hun aanwezigheid tonen met paddenstoelen in alle kleuren van en variaties op de regenboog.

De inventarisatie van die zwammen gebeurt eigenlijk doorlopend. Het KNNV Den Haag, Natuurlijk Delfland en de KNNV-afdeling Zoetermeer zijn regelmatig op ons terrein te vinden. Getraind, geschoold, ervaren, beladen met kennis om in alle hoeken en gaten zwammen te herkennen. Sommige van die zwammen zijn algemeen, of zeer algemeen, maar andere zeldzaam of zeer zeldzaam. Op Te Werve staan ook enkele soorten die op de Rode Lijst vermeld staan. Op die lijst (uit 2008, gepubliceerd in de Staatscourant in 2009 voor wie het na wil lezen) staan de paddenstoelensoorten die gevoelig zijn, kwetsbaar, bedreigd, ernstig bedreigd, verdwenen, etc. Voor Te Werve gaat het om roodnetboleten, een bloedsteelmycena en een russula.

Mag je paddenstoelen plukken? In het algemeen geldt in Nederland dat je paddenstoelen mag plukken. Maar als het gaat om soorten op de Rode Lijst mag dat alleen als dat plukken gebeurt voor het wetenschappelijk determineren. Voor commerciële doelen mag het niet.

Maar waarom zou je ze plukken? Ze zijn er maar een paar dagen en ook anderen willen ze dolgraag zien. Op Te Werve is de regel simpel: plukken is áltijd verboden. Een heldere regel.

KNNV: Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging. Bestaat sinds 1901 en kent tal van afdelingen, waaronder Natuurlijk Delfland, Den Haag en Zoetermeer. 

Met dank aan de inventariserende KNNV-afdelingen en de toelichting en tekstbijdrage van André Jongeling. 

Foto: Rob Mostert

Mvl291023


 

maandag 9 oktober 2023

 
Stichting Vrienden van Te Werve verwelkomt haar 2000e donateur!

Op vrijdag 6 oktober heeft Stichting Vrienden van Te Werve met veel trots, samen met haar vrijwilligers, de komst van haar 2000e donateur gevierd. Mevrouw van Schie is als 2000e donateur in het zonnetje gezet door Mirco Cuppens (lid van het bestuur). Dit gebeurde tijdens een feestelijke borrel in Te Werve Buiten, de grote flex-tent aan het water op Landgoed Te Werve.


De stichting
De Stichting Vrienden van Te Werve is opgericht in 2011 nadat Event Company het landgoed had overgenomen van Shell. De Stichting stelt zich tot doel om het landgoed te onderhouden en de flora en fauna te verbeteren. In de afgelopen jaren is tevens de tuin- en parkaanleg hersteld, mede mogelijk gemaakt door de Provincie Zuid-Holland en het Prins Bernard Cultuurfonds.

Vrijwilligers
Gelukkig kan de stichting “ Vrienden van Landgoed Te Werve” een beroep doen op een grote groep enthousiaste vrijwilligers, die veelal dagelijks op het landgoed te vinden zijn. Het is hun passie om ervoor te zorgen dat het landgoed prachtig onderhouden blijft. Daar zijn wij als Stichting enorm trots op en hebben ook hen weer hartelijk bedankt voor al hun werk het afgelopen jaar.


Donateurs
Voor slechts € 22,00 per jaar kan een gezin onbeperkt genieten van 26 hectare natuur en rust, middenin de Randstad. Ze steunt daarmee ook de stichting “Vrienden van Landgoed Te Werve” in haar doelstelling om het landgoed goed te onderhouden en te verbeteren. Want het onderhoud van zo’n landgoed kost veel geld. Tevens kunnen donateurs 2x per jaar gratis deelnemen aan één van de rondleidingen, die verzorgd worden door gepassioneerde vrijwilligers.

maandag 18 september 2023

 

EEN PRIKKELENDE ZAAK…..

Tja, we moeten het er toch een keer over hebben. Het kan onmogelijk altijd maar onbesproken blijven. Verzwegen worden in de hoop dat het allemaal vanzelf voorbijgaat. Alles moet aan de orde kunnen komen, toch? Ook prikkelende problemen.

U heeft het al lang in de gaten. Het gaat natuurlijk over de brandnetel. Misschien wel de meest succesvolle plant van ons Landgoed. Dat gunnen we ‘m niet, maar we zijn niet over alles de baas!

We gaan niet diep in de geschiedenis van de plant kijken; ze prikken gemeen, dat is voorlopig een duidelijk kenmerk. In ons land zijn er twee soorten: de Kleine Brandnetel en de Grote Brandnetel. De Kleine, de Urtica urens L., is een éénjarige soort. Wordt maar een half metertje hoog. Maar vergis u niet: hij kan een paar keer per jaar kiemen, groeien, zaad afzetten en weer opkomen. En hij heeft alles zelf in huis: mannelijke en vrouwelijke bloemen. Zoeken naar een partner hoeft dus niet. Modern gezegd: een zelf-Tinderende plant. “Eénhuizig” heet dat in de plantkunde. Gevolg is dat ze blijven komen, ook al trek je er nog zoveel uit de grond. Dat uittrekken is niet zo’n probleem, want de Kleine heeft een penwortel: een klein stokje in de grond. Met een stevige handschoen heb je ze zó weg. Maar achter je rug om groeien er meteen weer nieuwe. Op alle delen van de plant zitten brandharen, dus tel uit je winst! 

De andere vriend heet heel verrassend, zoals gezegd, de Grote Brandnetel. Deftig gezegd de Urtica dioica, wie kent ‘m niet? Deze is in een aantal opzichten toch heel anders. Hier heb je aparte vrouwelijke en mannelijke planten. En die kunnen héél erg groot worden. Ze hebben beide namelijk een wortelstelsel dat zich in de grond vertakt en alle kanten uitgroeit. Als je hiervan een plant uit de grond trekt merk je dat goed: die ene plant blijkt onderdeel te zijn van een hele grote reeks. Aan alle kanten zitten er familieleden vastgegroeid. Niet alleen wordt de plant groot in de grond, hij of zij steekt ook makkelijk ruim twee meter de lucht in. Stevige dames en heren, die ook nog eens jarenlang blijven bestaan. Zelfs al knip je ze tot de grond toe af. Ook deze brandnetel heeft niet veel moeite met de voortplanting. Weliswaar moeten vrouwtjes en mannetjes naar elkaar op zoek, maar de wind helpt een handje mee: de Utica dioica is een zogenaamde windbestuiver.


FOTO ROB MOSTERT

Het lijkt er sterk op dat we steeds meer brandnetels - kleine of grote - krijgen op Te Werve. Dat hoeft niet te verbazen. Beide soorten zijn gek op fosfaten en nitraten. En ja, daarvan zijn er steeds meer in de lucht en op de grond door menselijk handelen. De auto’s, de industrie en de boeren zorgen voor de stikstofverbindingen (nitraten), wij laten rond bankjes en prullenbakken vaak afval liggen. Lekkere hapjes voor beide Utica’s!

Maar… er zitten ook leuke kanten aan de brandnetel. Grote brandnetels zijn door hun lange vezels geschikt om er neteldoek van te maken. Geen grote industrie meer, maar wel een leuk historisch feit. En de brandnetel blijkt in haar bladeren ook veel vitamine C te bevatten. Dus als u een vitamine-C tekort heeft nodigen we u van harte uit een hapje mee te eten….

Natuurlijk heeft u wel eens gehoord van brandnetelthee: een aftreksel van jonge brandnetelbladeren. Er zijn tal van recepten in omloop. Maar… wij zijn geen diëtisten, apothekers of maagspecialisten. Brandnetel bevat meer soorten vitamines en andere stoffen. De één roemt de geneeskrachtige kanten, de ander waarschuwt voor onaangename gevolgen. Van onze kant dus geen adviezen!

De vlinders. Kleine vos, Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia, Atalanta, de Bruine snuituil, het Landkaartje, ze zijn gek op de brandnetel. Nou ja, zegt vlinderdeskundige Kars Veling, de rupsjes. Zodra die uit de eitjes komen beginnen ze te knagen (Rupsje Nooitgenoeg, u kent het wel). Die rupsjes hebben geen last van het prikkelende zuur van de brandnetel: ze zijn daarop gebouwd. Dus knagen ze rustig door tot ze verpoppen en het prachtige vlinders worden.

Na zoveel goed nieuws is het dus de vraag hoe wij het in hemelsnaam aandurven om de brandnetel regelmatig met harde hand aan te pakken. Nou, we zijn met vele vrijwilligers maar we krijgen het hier niet voor elkaar om een grote deuk in het pakje boter te slaan. Anders gezegd, er blijven nog zó ontzettend veel brandnetels over dat er voor de rupsjes en de nestjes van kleine vogels meer dan genoeg overblijft. Want niet de brandnetel is het probleem, het is de overstelpende hoeveelheid brandnetels waardoor andere planten overwoekerd worden. Die gunnen we óók een groeiplek!

Bent u nu heel enthousiast geworden over de brandnetel? Overweeg dan om een keer mee te doen met de World Stinging Nettle Eating Championship in Dorset in Engeland: wie eet de meeste brandnetels? Een paar maanden geleden, op 24 juni  2023 vond er weer zo’n wedstrijd plaats. Beeldverslag te vinden op internet!

mvl140923