maandag 17 juni 2019

ZIET U ZE VLIEGEN? WIJ WEL!

Tweede Pinksterdag, wij waren erbij: de grote roofvogelshow. Een prachtige dag op een prachtige plek. Een mooi zonnetje; een groot groen gazon vóór het landhuis, de prachtigste roofvogels. Vlak voor je neus. 

De begeleiders begonnen met het tonen van hun kostbare vogels, door een kennismakingsrondje te maken langs het publiek, met de vogels op hun gehandschoende hand. De dieren zijn weliswaar in grote volières geboren en gewend aan mensen, het zijn bepaald geen tamme kanaries! Het maakt wel even indruk als zo'n enorme haviksneus aan je gezicht voorbij gaat.

Daarna volgden mooie demonstraties van vogels die met hun zware vleugelslag traag net boven het publiek vlogen. Kinderen mochten met z'n allen een tunnel vormen op het grasveld waar de vogel vervolgens doorheen vloog; voor een lekker hapje deden ze alles wat van ze werd gevraagd.


En zo kwamen ze allemaal aan de beurt, de woestijnbuizerd, de Europese oehoe, de valken, de kuifcaracara, noem maar op. Met achter je de middeleeuwse toren van het landhuis hoefde je er zelf alleen nog maar een ridder bij te denken en een schone jonkvrouw naast je te ervaren. Zo ging je helemaal op in het sprookje dat Te Werve heet. Het publiek kon het zéér waarderen. Er was nóg een toeschouwer: hoog in de lucht kwam onze eigen Te Werve-buizerd af en toe even kijken wat die vreemde snuiters deden in zijn territorium.  
   
Mvl 10-6-2019

maandag 3 juni 2019


De roodborst en de groensnuit

We kennen hem allemaal, de roodborst. Trouwe bewoner van struweel en bos. Met z'n korte tikken laat ie zich duidelijk horen. Zijn roep klinkt als een watervalletje.

Te Werve is - met zijn vele bosschages - een biotoop bij uitstek voor deze Erithacus rubecula, zoals zijn officiële naam luidt. Elke vierkante meter van ons terrein is dan ook in gebruik genomen door deze vrolijke vogels. Een beetje eigenaardige naam heeft deze zanger wel, want zijn borst is overduidelijk oranje, niet rood. Nou goed, daar maken we geen probleem van.

De vrijwilligers van Te Werve komen 'm vaak tegen. Als je ergens aan het werk bent komen ze er altijd bij staan, steevast. Bij voorkeur op je gereedschap. Kleine priemoogjes kijken je aan. 
We vragen ons dan altijd af: wat doet ie daar op je schoffel, je hark, je spade? Is het puur gezelligheid, interesse:  "Hé, ken ik jou niet ergens van? Wat leuk dat je er weer bent".
Of komt ie af op de wormpjes en de zaadjes die je boven woelt met je gereedschap: "Hé, dat ziet er lekker uit, mag ik effe toehappen? Kun je nóg een stukje grond open harken"?
Of staat de roodborst daar ter verdediging van zíjn territorium: "Wat mot dat? Weg wezen jij, dit gebied is van mij!". En daarbij zet ie dan zijn borst op zodat er een groot en dreigend oranje schild zichtbaar wordt. Je weet het niet, het blijft gissen.




Heel anders is dat bij die soort die ook op Te Werve te vinden is, al is het niet alle dagen: de groensnuit. Officieel de Rudolphus Driessonius genaamd. Je kunt hem overal op het terrein aantreffen, maar zijn karakteristieke kleur krijgt ie vooral als ie met een schuurmachine op de nu nog groene botenloods aan de slag is.
Er zijn duidelijke overeenkomsten maar ook grote verschillen tussen de twee soorten. De roodborst trekt elke winter zuidwaarts: onze zomerse borsten gaan dan naar Zuid-Europa, de Scandinavische komen naar ons gebied. De groensnuit daarentegen is een honkvaste blijver, hij is dag in, dag uit in het gebied; hij is - zeg maar gerust - winterhard. Waar de roodborst zo'n 10-13 jaar kan worden, wordt ie royaal overtroffen door de groensnuit die op z'n sloffen de negentig haalt.
Beide soorten werken keihard, elke dag opnieuw, snipperdagen kennen ze niet.
    
Allebei zijn het beschermde soorten. Opzettelijk doden mag dus niet. De ene niet vanwege de Wet natuurbescherming (artikel 3.1) , de ander niet vanwege het Wetboek van strafrecht (artikel 287).
Voor alle bezoekers geldt daarom het advies: wel kijken, maar niet vangen. De ene soort mag weliswaar gevoerd worden, maar de andere liever niet.
Gewoon met rust laten, dat is het beste.   

MvL 30-5-2019

maandag 27 mei 2019


DE SNOESHAAN

Wie op Te Werve wil wandelen is altijd van harte welkom, maar..... wel met een donateurkaart. Er is er één voor wie dat niet geldt: de Snoeshaan. Die mag vrij rondstappen. Ook andere regels - blijf op de paden, geen bloemen plukken, niet poepen op de gazons - gelden niet voor deze heer. En al zouden ze gelden, dan lapte hij ze meteen aan z'n laars. Figuurlijk dan, want hij gaat altijd op blote voeten.
Onze Snoeshaan is een opvallende heer. Hij heeft een heldere zangstem en gebruikt die ook héél vaak. Het repertoire is beperkt en ook qua tekst lijkt ie niet op Duncan, onze nationale trots. Meestal begint onze eigen zanger met enkele groepjes van drie rustige driekwartsmaten - een beetje soto voce gezongen om ons gerust te stellen - en dan subito die lange hoge uithaal, fortissimo! En opnieuw, en nog eens. Eigenlijk heel overdreven. Bepaald geen opera. Zeker geen Voice of Holland!
En dan die snoes van hem: die opvallende neus in dat trotse bekkie. Hij steekt het graag omhoog, strak in de lucht, vlammende kam op z'n kop. Wie doet me wat! Een lefgozer. Maar bang! Doe een stap in zijn richting en meneer duikt gebukt het struweel in, wegwezen.


Foto: Rob Mostert

Waar ie vandaan komt? Niemand die het weet. Opeens was ie er. Een vaste woon- of verblijfplaats heeft ie niet. Nu eens hoor je 'm aan de kant van het spoor, bij het Oude Nest, dan weer in de buurt van het Paviljoen. Zo probeert ie uit handen te blijven van het bevoegd gezag van Te Werve. Toezichthouders? Hij lacht ze uit!
In een vriendelijke bui heeft één van de vrijwilligers hem in contact gebracht met twee jonge dames. Ach, je probeert wat. Die twee zijn maar héél kort op bezoek geweest. Het was meneer niet naar de zin, ze waren "zijn soort niet". Een snoeshaan kan zó arrogant zijn. Waar de jonge dames zijn gebleven? Niet bekend. Het was overigens in de tijd dat Reinaert ook nog wel eens langs kwam...... . Inmiddels zijn twee nieuwe dames gearriveerd. Die hebben de haan stante pede het hoofd op hol gebracht. Hij heeft er geen gras over laten groeien, zo hebben enkele van onze vrijwilligers kunnen constateren.

We hebben op het terrein nog zo'n vrolijk type. Ook een opvallend hoofd en een kleurige jas aan, maar waar de Snoeshaan zijn versiering van achteren omhoog steekt, sleept die ander de versiering achter zich aan. Ze kennen elkaar wel, verkeren ook wel eens in elkaars buurt, maar een relatie is het tot nu toe niet geworden. Ach, ze gaan hun gang maar. 

MvL23-5-2019

donderdag 16 mei 2019

Een I-phone, maar dan anders

Anno 2019 is Te Werve ruim 25 hectares groot. Vroeger was dat méér: diverse eigenaren uit vervlogen tijden hadden land bijgekocht voor eigen gebruik of om te verpachten.  Grond waarop inmiddels huizen staan: de wijk Te Werve.
Maar als nu de landheer of de dame een ommetje maakte op eigen terrein en er meldde zich een bezoeker aan de deur van het landhuis. Hoe kon je dan laten weten dat het bezoek gearriveerd was?  Of neem de kok die het eten klaar had voor het middagmaal. Hoe informeerde je de tuinarbeiders om te zeggen dat de pannen inmiddels op tafel stonden? Vandaag de dag zou je met je I-phone even bellen of Whats-appen. Maar toen? 

Vergeleken met nu was daar een veel romantischer methode voor: dan luidde je de klok. Voor de landheer, voor het personeel van het landhuis en voor de tuinlieden: voor elk van de drie was er een aparte klok. Die bengelklokjes zijn er nog steeds. En goed zichtbaar, al moet je even weten waar ze hangen.


Op het Koetshuis hangt er één: bedoeld voor het tuinpersoneel. Aan het Landhuis hangen er twee: een grote voor de landheer en zijn familie (de Heerenklok), een kleine voor het huispersoneel.


klok koetshuis voor het tuinpersoneel

Heerenklok

klok huispersoneel

Op de grote klok staat een tekst: Soli Deo Gloria. En een jaartal: 1729. Die tekst - te vertalen als "alle eer aan god" - was in de 18e eeuw zeker niet ongebruikelijk. En nog steeds niet: wie Soli Deo Gloria zoekt op Google krijgt 6,5 miljoen hits. Talloze koren zijn er nog altijd naar vernoemd. 
Het jaar 1729: Johan Sebastiaan Bach was toen 44 jaar. In zijn composities vind je heel vaak de akkoorden Es-D-G als een voortdurende lofprijzing van god. De Johannes Passion is daarvan een goed voorbeeld: die begint zelfs met dat trio van akkoorden! Die tekst hoeft dus niet te verwonderen. De vraag is eerder of de klok toen al werd opgehangen aan het Landhuis. Niemand die het weet, geen enkel archief geeft tot nu toe uitsluitsel.

Datzelfde geldt voor de andere klokjes. Op het kleine klokje naast de Heerenklok staat geen randschrift. Op het klokje aan het Koetshuis staat: "Rotterdam". Maar waarom? In Rotterdam was geen klokkenfabrikant. Waren de klokken tweedehandsjes? Uit oude kerktorens? Uit afgedankte carillons?  
Zeker is wel dat de klokken er al meer dan 77 jaar hangen. Want zo lang werkt Kees Kort al op Te Werve. Hij heeft ze overigens nooit horen luiden om de landheer of het personeel op te roepen. In 1992 heeft de toen pas opgerichte Natuur- en Cultuurhistorische Vereniging Te Werve één van de klokken wel eens gebruikt als startsignaal voor een lezing of een wandeling. Maar sindsdien is het stil........ 
Veel onzekerheid dus, tijd om eens te onderzoeken of de klepels er nog aan zitten. 

Tekst en foto's MvL  14-5-19

woensdag 8 mei 2019

Heden in theater Te Werve: de schubwortel

De scrubwortel? Nee, bijna goed: de schubwortel. De paarse schubwortel om precies te zijn.  Lathraea clandestina, de verborgene. Op dit moment prachtig in bloei, in de hoek van de Eiklaan, zeg maar recht tegenover de ingang van de Portierswoning. Als je vandaar door het groepje bomen kijkt zie je 'm, net boven de grond. Hoger komt ie niet. Hij is er altijd, maar alleen zichtbaar als ie bloeit. De rest van het jaar wacht de plant rustig af onder de grond, verborgen voor onze ogen.

Op school leerden we dat alle planten bladgroen maken, chlorophyl. Nou, deze niet: het is een parasiet die zijn voedsel haalt uit de wortels van andere planten. Dat is goed te zien op de tekening van de Lathraea squamaria, het zusje van onze "Clandestina". Die toont de schubben op de wortels. En op die schubben zitten haren die insecten doden en verteren. Tja, de natuur: eten of gegeten worden. In het voorjaar toont de plant zich met paarse bloemen, net boven de bodem. Zodra de vruchtvorming is afgerond verdwijnt het bovengrondse deel weer. Dus áls u de paarse schubwortel wilt zien bloeien, dan moet u snel zijn..... 




Mooi verhaal, mooie plant, maar hoe is ie op Te Werve gekomen? Zo'n 35 jaar geleden was Kees Kort ook al de tuinbaas van ons landgoed. Op zoek naar bijzondere planten is hij ook langs geweest bij de Cultuurtuin in Delft. Daar heeft hij een paar plantjes gekregen en die ingegraven aan de rand van Te Werve, langs de vaart. Je kon ze toen alleen zien bloeien vanaf de Van Vredenburchweg. Geleidelijk is de plant aan de wandel gegaan, om zo'n tien jaar geleden op te duiken op de plek waar ie nu staat: langs de Eiklaan. Langzaam maar zeker verschuift de plant verder richting het Zicht, het open veld tussen Landhuis en Van Vredenburchweg (de "midgetgolfbaan" voor Shell-veteranen).
Maar dat was allemaal nooit gebeurd als we vroeger niet in Indonesië hadden gezeten! Om kennis te verwerven over planten en gewassen en de mogelijkheden van land- en tuinbouw in "Indië" werd rond 1917 in Delft, als onderdeel van de Technische Universiteit, de Botanische Tuin opgericht. Later kreeg die de naam Cultuurtuin. Die tuin heeft zich in de loop der jaren verder ontwikkeld en alle veranderingen doorstaan: de dalende belangstelling voor tropische landbouw, de opkomst van de gespecialiseerde Landbouwuniversiteit Wageningen, het gebrek aan mogelijkheden om in Delft uit te breiden. En zo kromp de tuin steeds meer, letterlijk en figuurlijk. Maar gelukkig ontstond een netwerk van botanische tuinen, waarbij die van Delft wist aan te haken. In 1988 werd de Stichting Nederlandse Plantentuinen opgericht; samen beheren ze de Nationale Plantencollectie. De tuin in Delft bleef bestaan. En zó kon Kees aan zijn schubwortel komen. Eind goed, al goed!

Bronnen: Kees Kort, Wikipedia en www.tudelft.nl/botanischetuin/de-tuin/historie. Illustratie: Anton Joseph Kerner von Marilaun, Adolf Hansen: Pflanzenleben: Erster Band: Der Bau und die Eigenschaften der Pflanzen, 1913. Foto: MvL


maandag 15 april 2019

Kun jij héél hard lopen?

Sta je een mooi bosje bloemen bij elkaar te plukken, word je op je schouder getikt: een Toezichthouder van Te Werve. "Waar zijn we mee bezig? Mag ik uw donateurspas even zien?" Het zal je gebeuren! Treurige zaak als je met het schaamrood op de kaken het terrein moet verlaten. Nagestaard door de echte vrienden van Te Werve.......

Te Werve is een particulier terrein. Al meer dan 700 jaar. Particulier terrein, dat betekent dat je niet zomaar het terrein mag betreden. Maar wie wil, kan toch élke dag op Te Werve komen. Voor nog geen 20 euro ben je Vriend van Te Werve. Dan ben je met je hele gezin 365 dagen per jaar dag welkom op de 25 hectares van het allermooiste terrein in de wijde omgeving. 

Dan nog moet je van de bloemetjes, de appeltjes en de pruimen afblijven. Mooi plantje uitsteken? Niks ervan. Bierblikje achter de rododendrons gooien? Wat denk je wel! Daslook afsnijden? Néé, afblijven!

Daarom zijn er toezichthouders. Een aantal mensen op Te Werve heeft speciale bevoegdheden en instructies gekregen om bezoekers naar hun pas te vragen. En om in te grijpen als de regels met voeten worden getreden. 
Wie het zijn? U herkent ze aan hun kleding en hun badge. Er zijn oudere mensen bij, maar ook hele jonge. En.... hele snelle. Alleen als u héél erg hard kunt lopen heeft u kans om tijdig weg te rennen en zo te ontsnappen. 



De methoden van toezicht verschillen. De ene manier geeft meer succes dan de andere. Zo was er eens een toezichthouder die van boom tot boom sloop tot ie vlak bij iemand stond die verdacht voorovergebogen was over een heel mooi plantje. Nog drie, twee, nog één meter afstand en toen........... ging zijn eigen mobiele telefoon af. De opgeschrikte "dader", een vriendelijke oude dame en al jaren trouwe donateur, was met haar camera een bijzondere foto aan het maken. Nou ja, het werd gelukkig toch nog een vrolijk gesprek.   

Wat er gebeurt met het geld van de donateurs? Wij als vrijwilligers zijn er dolblij mee. We kopen er ons gereedschap van: de harken en de schoffels, de scheppen en de schoppen. We betalen er de huur mee van motorzagen om dooie eiken om te zagen en af te voeren, de grasmaaier, de bladblazer. Wie zelf een tuin heeft weet waar we het over hebben! 

Ook een echte Vriend van Te Werve worden: http://www.vriendenvantewerve.nl/word-vriend.html


 Mvl 12-3-19   

woensdag 10 april 2019

OOIEVAARS OP INSPECTIE

Nee, niet te vroeg juichen, maar wel een mooi teken aan de hemel: de ooievaar is op Te Werve gesignaleerd. Een paartje in de huwelijkse leeftijd heeft het nest op het voormalige voetbalveld geïnspecteerd. Van de kant van Te Werve is het liefdesnest onmiddellijk in gereedheid  gebracht met mooie takken en voedselrijk materiaal: gastvrijheid is ons kenmerk. Of er daadwerkelijk genesteld gaat worden ligt niet alleen aan het nest, maar ook aan de omgeving: is er voldoende voedsel beschikbaar? Basisvoedsel zijn muizen, mollen en natuurlijk kikkers. Maar als tussendoortje snacken ze graag een wormpje, een jong vogeltje, een hagedisje. Tja, de komende weken maar eens goed kijken in de folders van de supermarkten of er zoiets lekkers wordt aangeboden.

Een ooievaar boven Te Werve is natuurlijk op zich geen vreemde zaak. Ze pendelen immers voortdurend tussen Den Haag - waar ze in het wapen van de stad staan - en het ADO-stadion - waar ze onderdeel zijn van het logo. Te Werve is dan toch een mooi tussenstation. Kunnen ze alle kanten op. Niet dan?
   

MvL 6-4-2019