donderdag 16 mei 2019

Een I-phone, maar dan anders

Anno 2019 is Te Werve ruim 25 hectares groot. Vroeger was dat méér: diverse eigenaren uit vervlogen tijden hadden land bijgekocht voor eigen gebruik of om te verpachten.  Grond waarop inmiddels huizen staan: de wijk Te Werve.
Maar als nu de landheer of de dame een ommetje maakte op eigen terrein en er meldde zich een bezoeker aan de deur van het landhuis. Hoe kon je dan laten weten dat het bezoek gearriveerd was?  Of neem de kok die het eten klaar had voor het middagmaal. Hoe informeerde je de tuinarbeiders om te zeggen dat de pannen inmiddels op tafel stonden? Vandaag de dag zou je met je I-phone even bellen of Whats-appen. Maar toen? 

Vergeleken met nu was daar een veel romantischer methode voor: dan luidde je de klok. Voor de landheer, voor het personeel van het landhuis en voor de tuinlieden: voor elk van de drie was er een aparte klok. Die bengelklokjes zijn er nog steeds. En goed zichtbaar, al moet je even weten waar ze hangen.


Op het Koetshuis hangt er één: bedoeld voor het tuinpersoneel. Aan het Landhuis hangen er twee: een grote voor de landheer en zijn familie (de Heerenklok), een kleine voor het huispersoneel.


klok koetshuis voor het tuinpersoneel

Heerenklok

klok huispersoneel

Op de grote klok staat een tekst: Soli Deo Gloria. En een jaartal: 1729. Die tekst - te vertalen als "alle eer aan god" - was in de 18e eeuw zeker niet ongebruikelijk. En nog steeds niet: wie Soli Deo Gloria zoekt op Google krijgt 6,5 miljoen hits. Talloze koren zijn er nog altijd naar vernoemd. 
Het jaar 1729: Johan Sebastiaan Bach was toen 44 jaar. In zijn composities vind je heel vaak de akkoorden Es-D-G als een voortdurende lofprijzing van god. De Johannes Passion is daarvan een goed voorbeeld: die begint zelfs met dat trio van akkoorden! Die tekst hoeft dus niet te verwonderen. De vraag is eerder of de klok toen al werd opgehangen aan het Landhuis. Niemand die het weet, geen enkel archief geeft tot nu toe uitsluitsel.

Datzelfde geldt voor de andere klokjes. Op het kleine klokje naast de Heerenklok staat geen randschrift. Op het klokje aan het Koetshuis staat: "Rotterdam". Maar waarom? In Rotterdam was geen klokkenfabrikant. Waren de klokken tweedehandsjes? Uit oude kerktorens? Uit afgedankte carillons?  
Zeker is wel dat de klokken er al meer dan 77 jaar hangen. Want zo lang werkt Kees Kort al op Te Werve. Hij heeft ze overigens nooit horen luiden om de landheer of het personeel op te roepen. In 1992 heeft de toen pas opgerichte Natuur- en Cultuurhistorische Vereniging Te Werve één van de klokken wel eens gebruikt als startsignaal voor een lezing of een wandeling. Maar sindsdien is het stil........ 
Veel onzekerheid dus, tijd om eens te onderzoeken of de klepels er nog aan zitten. 

Tekst en foto's MvL  14-5-19

woensdag 8 mei 2019

Heden in theater Te Werve: de schubwortel

De scrubwortel? Nee, bijna goed: de schubwortel. De paarse schubwortel om precies te zijn.  Lathraea clandestina, de verborgene. Op dit moment prachtig in bloei, in de hoek van de Eiklaan, zeg maar recht tegenover de ingang van de Portierswoning. Als je vandaar door het groepje bomen kijkt zie je 'm, net boven de grond. Hoger komt ie niet. Hij is er altijd, maar alleen zichtbaar als ie bloeit. De rest van het jaar wacht de plant rustig af onder de grond, verborgen voor onze ogen.

Op school leerden we dat alle planten bladgroen maken, chlorophyl. Nou, deze niet: het is een parasiet die zijn voedsel haalt uit de wortels van andere planten. Dat is goed te zien op de tekening van de Lathraea squamaria, het zusje van onze "Clandestina". Die toont de schubben op de wortels. En op die schubben zitten haren die insecten doden en verteren. Tja, de natuur: eten of gegeten worden. In het voorjaar toont de plant zich met paarse bloemen, net boven de bodem. Zodra de vruchtvorming is afgerond verdwijnt het bovengrondse deel weer. Dus áls u de paarse schubwortel wilt zien bloeien, dan moet u snel zijn..... 




Mooi verhaal, mooie plant, maar hoe is ie op Te Werve gekomen? Zo'n 35 jaar geleden was Kees Kort ook al de tuinbaas van ons landgoed. Op zoek naar bijzondere planten is hij ook langs geweest bij de Cultuurtuin in Delft. Daar heeft hij een paar plantjes gekregen en die ingegraven aan de rand van Te Werve, langs de vaart. Je kon ze toen alleen zien bloeien vanaf de Van Vredenburchweg. Geleidelijk is de plant aan de wandel gegaan, om zo'n tien jaar geleden op te duiken op de plek waar ie nu staat: langs de Eiklaan. Langzaam maar zeker verschuift de plant verder richting het Zicht, het open veld tussen Landhuis en Van Vredenburchweg (de "midgetgolfbaan" voor Shell-veteranen).
Maar dat was allemaal nooit gebeurd als we vroeger niet in Indonesië hadden gezeten! Om kennis te verwerven over planten en gewassen en de mogelijkheden van land- en tuinbouw in "Indië" werd rond 1917 in Delft, als onderdeel van de Technische Universiteit, de Botanische Tuin opgericht. Later kreeg die de naam Cultuurtuin. Die tuin heeft zich in de loop der jaren verder ontwikkeld en alle veranderingen doorstaan: de dalende belangstelling voor tropische landbouw, de opkomst van de gespecialiseerde Landbouwuniversiteit Wageningen, het gebrek aan mogelijkheden om in Delft uit te breiden. En zo kromp de tuin steeds meer, letterlijk en figuurlijk. Maar gelukkig ontstond een netwerk van botanische tuinen, waarbij die van Delft wist aan te haken. In 1988 werd de Stichting Nederlandse Plantentuinen opgericht; samen beheren ze de Nationale Plantencollectie. De tuin in Delft bleef bestaan. En zó kon Kees aan zijn schubwortel komen. Eind goed, al goed!

Bronnen: Kees Kort, Wikipedia en www.tudelft.nl/botanischetuin/de-tuin/historie. Illustratie: Anton Joseph Kerner von Marilaun, Adolf Hansen: Pflanzenleben: Erster Band: Der Bau und die Eigenschaften der Pflanzen, 1913. Foto: MvL


maandag 15 april 2019

Kun jij héél hard lopen?

Sta je een mooi bosje bloemen bij elkaar te plukken, word je op je schouder getikt: een Toezichthouder van Te Werve. "Waar zijn we mee bezig? Mag ik uw donateurspas even zien?" Het zal je gebeuren! Treurige zaak als je met het schaamrood op de kaken het terrein moet verlaten. Nagestaard door de echte vrienden van Te Werve.......

Te Werve is een particulier terrein. Al meer dan 700 jaar. Particulier terrein, dat betekent dat je niet zomaar het terrein mag betreden. Maar wie wil, kan toch élke dag op Te Werve komen. Voor nog geen 20 euro ben je Vriend van Te Werve. Dan ben je met je hele gezin 365 dagen per jaar dag welkom op de 25 hectares van het allermooiste terrein in de wijde omgeving. 

Dan nog moet je van de bloemetjes, de appeltjes en de pruimen afblijven. Mooi plantje uitsteken? Niks ervan. Bierblikje achter de rododendrons gooien? Wat denk je wel! Daslook afsnijden? Néé, afblijven!

Daarom zijn er toezichthouders. Een aantal mensen op Te Werve heeft speciale bevoegdheden en instructies gekregen om bezoekers naar hun pas te vragen. En om in te grijpen als de regels met voeten worden getreden. 
Wie het zijn? U herkent ze aan hun kleding en hun badge. Er zijn oudere mensen bij, maar ook hele jonge. En.... hele snelle. Alleen als u héél erg hard kunt lopen heeft u kans om tijdig weg te rennen en zo te ontsnappen. 



De methoden van toezicht verschillen. De ene manier geeft meer succes dan de andere. Zo was er eens een toezichthouder die van boom tot boom sloop tot ie vlak bij iemand stond die verdacht voorovergebogen was over een heel mooi plantje. Nog drie, twee, nog één meter afstand en toen........... ging zijn eigen mobiele telefoon af. De opgeschrikte "dader", een vriendelijke oude dame en al jaren trouwe donateur, was met haar camera een bijzondere foto aan het maken. Nou ja, het werd gelukkig toch nog een vrolijk gesprek.   

Wat er gebeurt met het geld van de donateurs? Wij als vrijwilligers zijn er dolblij mee. We kopen er ons gereedschap van: de harken en de schoffels, de scheppen en de schoppen. We betalen er de huur mee van motorzagen om dooie eiken om te zagen en af te voeren, de grasmaaier, de bladblazer. Wie zelf een tuin heeft weet waar we het over hebben! 

Ook een echte Vriend van Te Werve worden: http://www.vriendenvantewerve.nl/word-vriend.html


 Mvl 12-3-19   

woensdag 10 april 2019

OOIEVAARS OP INSPECTIE

Nee, niet te vroeg juichen, maar wel een mooi teken aan de hemel: de ooievaar is op Te Werve gesignaleerd. Een paartje in de huwelijkse leeftijd heeft het nest op het voormalige voetbalveld geïnspecteerd. Van de kant van Te Werve is het liefdesnest onmiddellijk in gereedheid  gebracht met mooie takken en voedselrijk materiaal: gastvrijheid is ons kenmerk. Of er daadwerkelijk genesteld gaat worden ligt niet alleen aan het nest, maar ook aan de omgeving: is er voldoende voedsel beschikbaar? Basisvoedsel zijn muizen, mollen en natuurlijk kikkers. Maar als tussendoortje snacken ze graag een wormpje, een jong vogeltje, een hagedisje. Tja, de komende weken maar eens goed kijken in de folders van de supermarkten of er zoiets lekkers wordt aangeboden.

Een ooievaar boven Te Werve is natuurlijk op zich geen vreemde zaak. Ze pendelen immers voortdurend tussen Den Haag - waar ze in het wapen van de stad staan - en het ADO-stadion - waar ze onderdeel zijn van het logo. Te Werve is dan toch een mooi tussenstation. Kunnen ze alle kanten op. Niet dan?
   

MvL 6-4-2019

maandag 1 april 2019


MET EEN OUDE BEKENDE AAN TAFEL

Weet u het nog: de reusachtige, prachtige oude eik die bij de Duiventoren stond? Rond 1990 getroffen door de bliksem. Die heeft de boom in het hart geraakt. Met een scheur, instroom van water en de groei van zwammen als gevolg. En dan wordt het geleidelijk te riskant. Afbrekende takken, risico dat de boom bij een storm afbreekt en de historische Duiventoren beschadigt. Gevaar voor wandelaars. En zo werd het vonnis geveld: kappen. Dat was nog een hele klus: het was geen kleine jongen! Een doorsnee van 1.60 meter, een stammetje van 15.000 kilo, geplant rond 1815 -1820. In een totaal andere tijd: Franz Schubert componeerde destijds het Forellenkwintet, Koning Willem I richtte in Leiden het Rijksmuseum voor Oudheden op, Karl Marx werd geboren. Ja, zo'n boom kan verhalen vertellen.

En dan nu het goede nieuws: de boom  komt terug! Er zijn inmiddels stevige planken van gezaagd. Ze zijn gestoomd en worden nu gedroogd. Met een modern proces kan het in zeven maanden, waar de droogtijd vroeger zeven jaar zou zijn. En als de planken klaar zijn worden er fraaie tafels van gemaakt. Straks kunt u te midden van het groene lover - misschien wel met uw eigen lover - mijmeren over de tijd waarin de tafel op Te Werve ontkiemde........




ORANJERIE: NOG EVEN GEDULD

Nog zo'n pronkjuweel van Te Werve: de Oranjerie. Gebouwd in het midden van de achttiende eeuw. Een prachtig gebouwtje met zadeldak en aan de voorkant een steekkapje met een halfrond venster. Een zeldzaamheid in ons land. Vanwege de ouderdom en unieke vormgeving is het verklaard tot Rijksmonument, één van de tien monumenten op Te Werve.
Elke bezoeker heeft inmiddels gezien dat de Oranjerie wordt opgeknapt. Héél zorgvuldig en met historisch besef: de hoge deuren en zelfs de scharnieren zijn speciaal gemaakt om het gebouw in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Onlangs is het terras er vóór aangelegd. Daarmee is de buitenkant (dak, houtwerk, metselwerk, deuren, ramen en terras) klaar. De komende periode zal verder worden gewerkt aan de binnenkant: elektrische bedrading, betimmering van de wanden en het plafond, inrichting. Nog even geduld dus.      
En dan staat ook deze parel weer te schitteren op ons terrein!




VERHUISBERICHT

Een landgoed dat al eeuwen bestaat verandert voortdurend. Altijd wat aan de hand, altijd nieuws. Dit keer gaat het over het Pomphuisje: het zwarte huisje met de rode dakpannen en de rood-witte luiken. Het is al meer dan 100 jaar oud; gebouwd in 1915, een paar jaar nadat het meer was gegraven. Toenmalig eigenaar Abel Labouchere liet het bouwen over een slootje heen. Zo konden zijn kinderen er vanaf het meer onderdoor varen en daar uit hun kano stappen. In de vijftiger jaren van de vorige eeuw is die onderdoorgang afgesloten. Sindsdien konden de vissers er hun kostbare vistuig opbergen. Daaraan is sinds kort een eind gekomen. De sportvissers verhuizen naar een bergruimte naast het Paviljoen. Daar waar ooit het pluimvee liep. Inmiddels hebben de harken en de schoffels hun plek gekregen in het pomphuisje. Vandaar rukken de vrijwilligers voortaan uit met hun kruiwagens om weer een deel van het park aan te pakken.

Nog een bericht voor de kleinste kinderen: maak je geen zorgen. De zeven dwergen wonen nog steeds in het pomphuisje en blijven daar ook. Ze staan elke ochtend héél vroeg op - voor dag en dauw - om aan de slag te gaan. Soms hoor je ze in de verte zingen en zagen........