maandag 30 maart 2015

Lente op Te Werve

Gewone sneeuwklokjes (Galanthus nivalis)
 
Sterhyacint (Scilla spec.)
 
Lenteklokje (Leucojum vernum)
 
Lenteklokjes (Leucojum vernum)
 
Boerenkrokussen (Crocus tommasinianus)
 
Bosanemoon (Anemone nemorosa) 

Bostulp (Tulipa sylvestris)
 
Daslook (Allium ursinum)
 
Slanke sleutelbloem (Primula elatior)
 
Kievitsbloem (Fritillaria meleagris)


Foto's: Rob Mostert
 
 

zaterdag 18 oktober 2014

Politiek-groene belangstelling


Zaterdag 11 oktober jl gaven Myra Meijering en Marjo Hess op verzoek van GroenLinks Rijswijk een rondleiding voor  leden en niet-leden. Ruim twintig deelnemers lieten zich de bijzondere aspecten van het landgoed vertellen en deden zelf enthousiast mee in het ontdekken van allerlei schoonheid:
 

de gingko boom, de zaaddozenvan de Anna Paulownaboom,
een verborgen schat aan aardsterren. Niet velen zullen weten dat er zo’n 700 paddenstoelen zijn geinventariseerd in Te Werve! Natuurlijk ging het ook over het beheer en het behoud van het landgoed, een beheer waarin vrijwilligers een voorname rol spelen.  Een landgoed dat langs de Put in het voorjaar orchideeën  en kievitsbloemen laat zien, terwijl dat zelfde seizoen elders in het gebied de zeldzame Paarse schubwortel te bewonderen is.
 

De gemeente heeft in 2008 een onderzoek laten doen naar de condities voor verschillende vleermuissoorten in de landgoederenzone waar Te Werve deel van uitmaakt.  De  holtedichtheid in Te Werve bleek van de landgoederenzone het grootst; hoe het er nu exact voorstaat met de vleermuizen op dit moment in Te Werve, is onbekend.


De deelnemers bleken zeker niet allen bekend met de Stichting Vrienden van Te Werve en de mogelijkheid om donateur te worden en daarmee toegang tot Te Werve te krijgen. Dus was het naast aandacht voor de natuur een mooie gelegenheid die stichting meer bekendheid te geven. Het laatste stuk van de wandeling, door het Luk van de wandeling, door het l. aantje van Kort, liet een geanimeerd gesprek zien tussen gidsen en deelnemers: een gesprek dat wellicht later hopelijk nog verder binnen de gemeente(politiek) wordt voortgezet.

 
Marjo Hess

dinsdag 2 september 2014

Opgegraven auto-onderdelen op Te Werve


Opgegraven auto-onderdelen op Te Werve
 

Op het landgoed Te Werve zijn een aantal jaren geleden onderdelen van de Delahaye-auto van Abel Labouchere, bewoner van Te Werve van 1890-1922, tevoorschijn gekomen.

In 1997 kwam er een eind aan de sportactiviteiten op Te Werve, daarna werd het landgoed teruggebracht in de staat van 1922. Toen werd ook een oude gracht, die in 1916 gedempt was, opnieuw opengegraven. Daarbij werden een aantal voorwerpen gevonden, het betrof  twee grote koperen koplampen, twee kleine koplampen, een uitlaatdemper, vijf koppelingsplaten, een zware aandrijfrol, twee brandblussers en nog wat kleinere auto-onderdelen. Met degene die de gracht heeft opengegraven was de afspraak gemaakt dat hij zich zou melden als er voorwerpen zouden worden gevonden. Hij bracht de voorwerpen ‘verpakt’ in de zware blauwe klei van de gracht. Pas na schoonspuiten bleek dan wat de inhoud was. Als eerste werd de uitlaatdemper gevonden.

 Labouchere had zich in 1910 een auto aangeschaft, een Delahaye van het model 440. Het was een landaulette, de auto had aan de achterzijde de mogelijkheid tot extra zitplaatsen onder een soort opvouwbare kap. In 1914 werd het huwelijk van dochter Cornélie Jacqueline met de heer Gerard Haitsma-Mulier gesloten. Het bruidspaar werd met deze auto naar de plechtigheid in de Oude Kerk in Rijswijk gereden.
 
 

Na enige studie van automobielhistorie bleek dat het elektrische autolampje in 1912 werd uitgevonden. Men kon daarna op bestelling de, niet ongevaarlijke en bewerkelijke, carbidverlichting laten vervangen door elektrische verlichting. Abel Labouchere, directeur van de aardewerkfabriek ‘De Porceleijne Fles’ kon dat wel betalen. Dat was de verklaring voor de gevonden koplampen.

De auto van Labouchere had zoals veel andere auto’s een geheel houten bovenbouw.

De genoemde uitlaatdemper had aan de uitlaatzijde twee vlamdovers, mogelijk was dit nodig om te voorkomen dat de houten bovenbouw in brand vloog als de uitlaat vuur spoog.

Dit alles gaf nog geen zekerheid over de herkomst van de onderdelen, maar het vinden van de aandrijfrol verschafte meer zekerheid. De Delahaye-automobiel was namelijk de enige auto met een vlakke drijfriem als verbinding tussen motor en achteras. De gevonden aandrijfrol hoort zonder twijfel bij de riemaandrijving en draagt ook een typenummer.

Alle gevonden onderdelen zullen we belangstellende leden van ‘Vrienden van Te Werve’ graag tonen in het fraaie botenhuis.

U krijgt dan ook een weckfles met peultjes te zien die tezamen met de auto-onderdelen werd opgegraven. De peultjes zijn, na meer dan honderd jaar, nog niet bedorven. In dat geval zou de weckfles namelijk uit elkaar gesprongen zijn.

Vroeger kwam er geen grofvuil-auto langs. Als er een gracht werd dichtgegooid greep men de gelegenheid aan om de zolder op te ruimen.

donderdag 21 augustus 2014

Impressie van een zomer op Te Werve


Wilde peen
 
Smalle weegbree
Teunisbloem






Madeliefjes
Jacobskruiskruid met distel
 
 
Zwarte toorts met hommel

Kaardebol
 
Kleefkruid
 
Heksenkruid
 
Klein springzaad
Wilde aardbei

Rhododendron

Foto's: Rob Mostert



woensdag 20 augustus 2014

Zwavelzwam op Te Werve



Door het warme weer en de regen kunnen we op Te Werve weer allerlei paddenstoelen zien. Ook een mooi exemplaar van de Zwavelzwam of Laetiporus sulphureus.


Deze parasitaire zwam komt werelwijd voor en valt met name in de zomer en vroege herfst oude eikenbomen aan. Maar de zwam groeit ook op ander loofhout. De zwam veroorzaakt rode rot, een schimmel waardoor het hout van de boom krimpt en bovendien roodachtig bruin verkleurt. Niet elk jaar krijgt de zwam een vruchtlichaam. 


Een engelse naam voor deze zwam is 'Chicken of the woods' een naam die verwijst naar het het sappige en witte vlees wat qua smaak en textuur aan kip doet denken en in principe eetbaar is.
Hoewel niet voor iedereen, sommigen krijgen een allergische reactie dus voorzichtigheid is altijd geboden geboden.
 
 
 


Fotos's: Rob Mostert