donderdag 11 februari 2021


….En zo werd het nog heel gezellig!


We hebben het niet makkelijk, dit jaar. Corona hier, corona daar. Blijf op afstand, was je handen, ga vooral niet op bezoek. Nóóit in een groepje lopen. Eén meter 50 is goed, twee meter is beter.

Tja, wie heeft er inmiddels geen behoefte aan ontspanning?

Dat is goed te zien in het park; het is er druk. En met de sneeuw nog veel drukker. Gelukkig kun je op 26 hectare de nodige afstand bewaren, geen enkel probleem.

Kortom: vlieg er eens uit…..de natuur in……… op naar Te Werve!

Dat gouden idee hebben niet alleen mensen. Wie op het terrein loopt zal verbaasd zijn over de grote aantallen vogels die er op dit moment zijn: Canadese ganzen, nijlganzen, kraaien, duiven, spechten, meerkoeten, grauwe ganzen, ooievaars, halsbandparkieten, roodborsten, eenden, koperwieken om de meest voorkomende van dit moment te noemen. Ze zijn bovendien minder schuw dan gewoonlijk en laten zich dus goed zien. Een korte kennismaking met een paar van deze gezelligheidsdieren.

 

Illustratie: Naumann, Naturgeschichte der Vögel Mitteleuropas, 1905.

De ooievaar laat zich wel vaker bij ons zien. In het voorjaar om het nest te inspecteren om vervolgens toch weer terug te gaan naar Don Bosco. Of als het voormalig voetbalveld wordt gemaaid en de kikkers zo in je bek springen. Maar nu er sneeuw ligt kwamen er drie kijken. Ze stonden de situatie luid klepperend met elkaar te bespreken. Deze lange lummels (een ooievaar wordt ruim een meter groot) was vroeger een zomergast; de winter bracht ie door in aangenamer streken in het Zuiden. Nu laat ie zich verrassen door de sneeuw en grond die veel te hard is om in te pikken.

De Nijlgans maakt met zijn naam al snel duidelijk waar ie oorspronkelijk vandaan komt: het gebied van de Nijl. Bij zijn komst zo’n 40 jaar geleden een zeer agressieve vogel die geen andere soorten om zich heen duldde en ook nog eens twee tot drie keer per jaar veel eieren legde. Inmiddels is dit opgewonden standje een beetje bedaard. Wat ie nog steeds goed weet te verbergen is dat ie geen gans is, maar een eendensoort. Een nepper, zou je kunnen zeggen, maar dat geldt voor veel meer soorten. Omdat ie van elders komt en nog altijd boos kijkt naar andere soorten wordt de nijlgans gerekend tot de invasieve exoten.

De roodborst kennen we allemaal. Héél Te Werve is verdeeld in vele kleine territoria die elk worden beheerd door één roodborst. Dat beheer is zeer actief. Kom in de buurt en u wordt argwanend bekeken: “mot dat hier? Mijn terrein!”. Gewoon een knipoog geven en de roodborst laat u verder geheel met rust.

Halsbandparkieten, nog zo’n exoot, afkomstig uit de tropen van Afrika en Azië. Maar waarschijnlijk toch geen echte bedreiging voor andere vogelsoorten, al is er wel concurrentie om de beste boomholtes. Nou ja, er zijn zojuist nieuwe – teakhouten! – nestkasten opgehangen, dus woonruimte genoeg. Opvallende vogel, een beauty. Daarom lang geleden meegevoerd om in een kooitje te zetten als pronkjuweel. Maar iemand heeft het kooitje opengezet……. De vraag is hoe deze papagaai de strenge winterdagen doorkomt. Mogelijk neemt hun aantal af, maar dat zal niet meer dan tijdelijk zijn.

De Canadese gans loopt ons over de schoenen, zomer en winter, houdt het gras kort, bemest elke vierkante meter, houdt altijd geluid in de lucht, een opschepper, patser. Weinig vrienden. Geen woorden meer aan vuil maken.

Van geheel andere aard is de koperwiek. Zoals zijn naam zegt heeft ie een koperkleurig wiekje. Het is een lijstersoort, ietsje kleiner dan de gewone lijster of de merel. Je ziet ‘m vooral in de winter, dan trekt ie zuidwaarts of zoekt een beschut plekje. Je ziet ze zelden alleen, altijd in een groep. En maar spitten: sneeuw opzij, op zoek naar voedsel tussen de bladeren. En zeg nou zelf, die koperwieken, dan zijn toch plaatjes!

MvL, 11-2-2021

Geen opmerkingen:

Een reactie posten