OVERVLOED
Te Werve is een plek met een rijke geschiedenis. Naast de
vele verhalen en herinneringen laten ook de seizoenen hun rijkdom zien. De
herfst en winter met enorme hoeveelheden vallende bladeren, de geur van
verteerde aarde en vele soorten paddenstoelen. Het voorjaar met uitbarstende
knoppen, tere bloesems, bloeiende stinzenplanten en… niet te vergeten, de geur
van daslook. En dan nu, de zomer, met prachtig bloeiende bloemen en een
overvloed aan rijp fruit.
De kerspruimen hangen dit jaar boordevol met prachtig
geel-oranje-rood gekleurde vruchten. Aan de overkant van het meer, langs het
binnenpad, hebben we flink moeten ingrijpen en opruimen. Sommige takken van een
kerspruim hangen tot op de grond of dreigen af te scheuren omdat ze lood en
loodzwaar zijn van de overvloed aan vruchten.
De Nederlandse naam, Kerspruim, is bijna een letterlijke
vertaling van Prunus cerasifera, de wetenschappelijke naam. Cerasifera,
afgeleid van het Latijnse cerasi(kers) en fero(dragen). Prunus komt van het
Latijnse pruina, dat geur betekent en verwijst naar de geur van de rijpe
vruchten.
Ook bramen zijn weer volop aanwezig. In het voorjaar hebben
we achter op het tweede hockeyveld een enorme kerspruim (inmiddels ook overvol
met vruchten) bevrijd van een dek aan bramenstruiken. De boom was bijna
helemaal aan het zicht onttrokken. Bramenstruiken worden om deze reden
regelmatig ingedamd.
Dit jaar zijn berenklauwen massaal aanwezig. Heracleum is een
geslacht van ongeveer zestig soorten tweejarigen en overblijvende kruiden in de
schermbloemfamilie. Ze zijn werkelijk prachtig, deze planten met hun
indrukwekkende bloemschermen. Zoals de naam al doet vermoeden heeft de
berenklauw klauwvormige bladeren.
Gewone berenklauw (Heracleum sphondylium) komt van nature
voor in Europa, op stikstofrijke vochtige grond in de volle zon en in
halfschaduw. Gewone berenklauw kan anderhalf tot twee meter hoog worden en kun
je vinden langs dijken, in bermen langs wegen, in graslanden en ruigten.
Tussen de gewone berenklauwen komen we ook wel de
reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) tegen. De reuzenberenklauw komt
oorspronkelijk uit de Kaukasus en hoort hier niet thuis. Hij kan wel vijf meter
hoog worden. Met zijn enorme bladeren overwoekert hij alle inheemse
plantensoorten. Hij verspreidt zich snel door de grote hoeveelheid zaden die
hij produceert.
We weten dat de reuzenberenklauw, vanwege
gezondheidsrisico’s, bestreden moet worden. Als mensen in aanraking komen met
het sap van deze plant kan dat heftige jeukende vlekken op de huid veroorzaken,
vooral onder invloed van zonlicht. De vlekken zien eruit als brandwonden.
Oppassen geblazen dus!
Het is dus belangrijk dat we onderscheid kunnen maken tussen
de inheemse soort en de invasieve exoot. Deze laatste, de reuzenberenklauw moet
dus verwijderd worden.
De stengel van de reuzenberenklauw, met een diameter van soms
wel vijf à tien centimeter, heeft paarsrode strepen en vlekken en ruwe stijve
haren. De stengel van de gewone berenklauw is twee à drie cm dik, is éénkleurig
groen tot paars en zacht behaard.
Nu we het dan toch over overvloed hebben wil ik, tot slot, de
vele ganzen die op Te Werve rondscharrelen nog even noemen. Ganzen hebben bijna
geen natuurlijke vijanden. Vooral de Canadese en Nijlganzen zijn massaal
aanwezig.
Laatst zagen we twee volwassen ganzen met wel 20 kuikens. We
vroegen ons af of deze moderne ganzen ook aan samengestelde gezinnen doen… want
zoveel eieren passen toch echt niet allemaal onder één moeder gans.
IG 1-8-2025; foto ganzenkuikens EJ; foto Berenklauw GI
bronnen: obsidentify, waarneming.nl,
west-vlaanderen.be en wikipedia.