woensdag 2 april 2025

HET IS WEER LENTE

En dat is volop genieten op Te Werve. De bomen beginnen al uit te lopen. De magnolia’s staan volop in bloei. Voor een korte periode…dat wel.

De geur van de daslook komt je op sommige plekken alweer tegemoet.

Het speenkruid bloeit intens geel en de sleutelbloemen met hun zachtgele tinten staan al volop te pronken.

De dikke, kleverige knoppen van de paardenkastanjes zijn letterlijk opengesprongen. Wat een prachtig gezicht is dat toch! De ene boom is wat verder dan de andere, afhankelijk van de hoeveelheid zonlicht die gevangen kan worden.

Helemaal blij word ik ook van de aanblik van de treurwilg met zijn hangende takken. Vanaf de overkant van het meer zie ik zijn subtiel zacht geelgroene kleur geflankeerd door het bloesemwit van zijn buurboom weerspiegelen in het water. Hoe anders is dat in andere jaargetijden. Ik besef me hoe bijzonder het is dat alles telkens weer verandert, niets blijft hetzelfde.

Aan de rand van het meer, met aan weerskanten riet, staan prachtige dotterbloemen, met bolle knoppen. Klaar om open te springen om daarna trots hun donkergele bloemen te tonen op de hartvormige glimmende bladeren. In Nederland komt enkel de gewone dotterbloem (Cattha palustris) voor. Dotterbloem is een zeer algemene volksnaam, ze wordt ook wel grote boterbloem, kleine plomp of waterboterbloem genoemd.

Er bloeien al een paar kievitsbloemen, de donker paars geblokte bloemen bungelen als klokken aan hun ranke stengels. Ook een enkele crème witte bloem is al gespot. Kievitsbloemen worden als tuinplant verkocht en komen voor als stinzenplanten. Dit bolgewasje komt oorspronkelijk uit Zuidoost Europa. Bijzonder is dat ze pas na acht jaar tot bloei komen. Wilde kievitsbloemen (Fritillaria meleagris) zijn zeldzaam en komen nog maar op een paar plekken voor in Nederland, vooral in de natte natuurgebieden rondom Zwolle. Bijna niet te geloven dat ruim vijftig jaar geleden de kievitsbloemen in grote bossen werden aangeboden op de Zwolse markt. Nu snap ik waar de naam Zwolse tulp vandaan komt, zoals kievitsbloemen ook genoemd worden.

Familie van de wilde kievitsbloem is de keizerskroon (Fritillaria imperialis) Deze staat ook al te bloeien op Te Werve. Net als de kievitsbloem komt deze uit de leliefamilie (Liliaceae). De keizerskroon is ook een bolgewas. De stevige snel groeiende stengel wordt wel 90-120 cm hoog. De grote klokvormige gele bloemen zijn in cirkelvormige bloeiwijze gerangschikt.

De rode kelkzwam, tot mijn vreugde veelvuldig aanwezig dit jaar, is alweer een beetje op z’n retour. Wat hebben we weer genoten van deze prachtige glimmend rode kleur in hun beige kommetjes.

Het zaagseizoen is voorbij en de houtsnippers zijn verdeeld over de binnenpaden. De buitenpaden zijn voorzien van een nieuwe laag schelpen. Alles ziet er weer spic en span uit op Te Werve.

Tijdens de rondleiding voor de donateurs vorige week zagen we een eend een zojuist gevangen rivierkreeftje verorberen.

Ook de dieren hebben het voorjaar in hun kop. Hé, wat doet die eend daar in de struiken? Wordt daar al een nest gebouwd? De hamerende specht laat zich weer veelvuldig horen. Er zijn al baltsende ijsvogeltjes gesignaleerd. De havik is gezien en de buizerds. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Het is weer lente!

IG 248-03-2025

foto’s JG

bron: Wikipedia, Obsidentify, IVN en Landschap Overijssel

maandag 10 maart 2025

 

(KORST)MOSSEN

Een paar weken geleden werd er een groep IVN-natuurgidsen in opleiding losgelaten op Te Werve. Ze bekeken bomen met loepjes en zaten op hun knieën in het mos te turen. Zelfs de twee beelden van Van Rees, die flink groen zijn geworden, werden met loepjes bekeken. “Moet je hier kijken, deze korstmossen zijn wel heel bijzonder”. Een les over mossen en korstmossen, eerder die week, werd enthousiast aan de praktijk getoetst.

Er zijn enorm veel soorten en variëteiten van zowel mossen als korstmossen. Je hebt een loep nodig om de prachtige vormen te kunnen onderscheiden. Er gaat een hele nieuwe wereld open als je met een loep onverwacht prachtige bekervormen ontwaart, die je met het blote oog niet kunt zien.

Mossen worden beschouwd als primitieve landplanten die eerder in de evolutie zijn ontstaan dan de varens en de varenachtige. Het zijn mini sporenplantjes van enkele millimeters  tot 10 cm groot. Ze hebben stengels met blaadjes maar geen vaatbundels zoals planten. De vochtopname gaat via het bladoppervlak, dat meestal maar één cellaag dik is. Mossen groeien bijna overal, meestal op vochtige plekken. Elk soort heeft zo zijn eigen voorkeur. Ze groeien vaak dicht op elkaar gepakt in matten of kussens o.a. op rotsen, bodem of op de stammen van bomen. Mossen zijn gevoelig voor luchtvervuiling.

Een korstmos of licheen, waarvan de leeftijd kan oplopen tot wel duizend jaar, is een samenlevingsvorm van een schimmel met een alg. Beide soorten hebben baat bij de onderlinge interactie.  Een alg kan zelfstandig leven maar een schimmel, die de groeivorm bepaalt, niet. Algen maken suikers van CO2 en water. De schimmel haalt voedsel uit levende algen maar beschermt tegelijkertijd de alg tegen uitdroging, UV-straling en vraat.

Korstmossen hebben verschillende groeivormen, de korstvormige liggen dicht op het substraat(ondergrond) en de bladvormige zitten met kleine “worteltjes” (rhizinen)aan de ondergrond gehecht. Struikvormige groeivormen zitten aan één kant aan het substraat gehecht.

Korstmossen groeien meestal op drogere plekken en ze groeien langzaam(0,01 tot 2 cm per jaar). Ze zijn gevoelig voor luchtverontreiniging, doordat ze water uit de lucht halen, krijgen ze de vervuiling direct binnen. Er zijn korstmossen die verdwijnen door stikstof(ammoniak), zoals Gewoon schildmos, Eikenmos en Melig takmos.  Er zijn ook korstmossen, die blauwwieren bevatten, die van stikstof houden zoals het Groot dooiermos, Poedergeelkorst en Kapjesvingermos.

Bij het BLWG (Byrologische en Lichenologische Werkgroep) loopt een onderzoeksproject en kun je meehelpen om de effecten van stikstof op het platteland en in de natuur te meten met korstmossen op bomen.

Al met al is er veel te vertellen over de korstmossen waar je toch al gauw langsheen loopt omdat ze niet zo opvallen. Zeker als je erop gewezen wordt zie je steeds meer verschillende soorten korstmossen op allerlei plekken. En als je dan ook nog toevallig een loep bij je hebt….val je van de ene verbazing in de andere!

 

IG 5-3-2025

Bron: IVN en Wikipedia

woensdag 5 februari 2025

 

SNEEUWKLOKJES

Heb je ze al gezien, ze zijn er weer! De sneeuwklokjes steken hun kopjes alweer boven de aarde uit. Aan het begin van ieder jaar kondigen deze tere plantjes, met hun witte klokjes, de naderende lente aan en geven Te Werve een magische aanblik.

Oorspronkelijk komen sneeuwklokjes uit Midden- en Zuid-Europa en Zuidwest-Azië. Voor Nederland zijn in het verre verleden veel sneeuwklokjes uit de loofbossen langs de Loire in Frankrijk gehaald. In de middeleeuwen werden ze door monniken aangeplant in kloostertuinen. Uit die kloosters, maar ook uit kasteeltuinen en buitenplaatsen zijn ze ‘ontsnapt’. Door verwildering en al sinds lange tijd helemaal ‘ingeburgerd’ te zijn in ons land, hebben ze de status inheems gekregen.

De sneeuwklokjes, behorend tot de narcisfamilie, zijn symbolen van hoop en vernieuwing, maar ook van zuiverheid en onschuld vanwege de witte kleur. Ze bloeien als de winter bijna voorbij en de lente op komst is.

Collega vrijwilliger Marieke, die hier al vele jaren rondloopt, vertelde me dat de sneeuwklokjes de lievelingsbloemen waren van Kees Kort, een naam die onlosmakelijk verbonden blijft met Te Werve. ‘Hij bracht altijd sneeuwklokjes naar het graf van zijn vrouw.’

Marieke vertelde enthousiast dat Kees haar verteld had over de mieren die ook voor verspreiding van sneeuwklokjes kunnen zorgen. Een zogenaamd mierenbroodje is een aanhangsel aan zaden van het sneeuwklokje, dat als voedsel kan dienen voor mieren. De mieren nemen de mierenbroodjes mee naar hun nest, maar ze verliezen onderweg wel eens wat… en als de mierenlarven in het nest het mierenbroodje, dat wel is overgekomen, hebben afgekloven brengen ze zaadrestanten weer buiten het nest. Opgeruimd staat netjes. En zo kan dat zaad op andere plekken weer ontkiemen.

Veruit de belangrijkste vorm van vermeerdering van sneeuwklokjes gaat via ongeslachtelijke voortplanting; vermeerdering van de bolletjes. Waar de sneeuwklokjes eenmaal groeien kunnen zij zich gemakkelijk handhaven.

Sneeuwklokjes hebben een voorkeur voor een kalk- en humusrijke grond in de halfschaduw. Op Te Werve komen verschillende soorten sneeuwklokjes voor.

Het lenteklokje (Leucojum vernum)  heeft bijvoorbeeld per steel een hangend klokvormig bloempje, dat lijkt op een ouderwetse lampenkap met kraaltjes aan de punten. Het is wat forser dan het gewoon sneeuwklokje (Galanthus nivalis) en bloeit meestal twee weken later dan het sneeuwklokje. Niet in de lente dus maar in de winter.

Van oorsprong komt het lenteklokje uit midden-Europa en je kunt ze herkennen aan de groene vlek onder de top op de  bloemdekbladeren. Er zijn in Nederland geen natuurlijke populaties meer. Vroeger kwam de soort van nature in het oosten van ons land voor, in de buurt van Oldenzaal. Nu is de soort op sommige plaatsen verwilderd als stinsenplant, zo ook op Te Werve. In België wordt het lenteklokje wettelijk beschermd.

Dan is er ook nog een zomerklokje (Leucojum aestivum), hoe zit het daarmee? Dat bloeit gewoonlijk wat later,  van april tot juni, dus niet in de zomer, zoals je zou verwachten. De plant wordt 30 tot 60 cm hoog en bloeit in de lente samen met het lelietje-van-dalen. Het zomerklokje was een tot 2017 beschermde plant. Men treft deze lokaal aan in het westen van ons land.

Bron: Wikipedia, Natuur- en Cultuurhistorische Vereniging Te Werve en IVN

Foto’s: JG

maandag 6 januari 2025

 

WINTER OP TE WERVE

Ook op Te Werve is het weer ‘gewoon’ winter geworden. Zo ongeveer alle blaadjes zijn inmiddels wel  gevallen en de bomen staan met hun kale takken fier de wind te trotseren.

We zijn al weken lang bezig om al die afgevallen bladeren bij elkaar te harken zodat de paden begaanbaar en de gazons groen blijven en niet verstikken onder een dikke bruine laag. Het bij elkaar geharkte blad gooien we deels onder bomen en struiken en op de speciaal daarvoor aangewezen plekken. Het is oppassen geblazen dat je niet op één van de vele nevelzwammen gaat staan. Ze zijn grijsbruin en vallen niet heel erg op tussen al dat blad. Als je wat langer en beter kijkt, zie je er steeds meer staan. Deze verteerders van dood bladmateriaal verschijnen aan het einde van de herfst in grote aantallen. 

Meerdere malen heb ik me, al dan niet hardop, afgevraagd hoeveel blad we inmiddels al hebben verplaatst in de afgelopen weken. Ik kan je verzekeren dat het heel wat kubieke meters zijn. Het heeft wel wat, zelfs als het stroomt van de regen, om zo met elkaar aan het werk te zijn. Alle kruiwagens, bladharken en scheppen zijn dan volop in gebruik. Na afloop drinken we koffie met zelfgebakken kerstkoekjes erbij. Heel genoeglijk.

Afgelopen week tijdens de IVN publiekswandeling ontdekken we dat er een boom over het binnenpad is gevallen aan de kant van de Generaal Spoorlaan. Extra werk aan de winkel voor de zaagploeg!

Een paar medewandelaars ontdekken op de gevelde boom mooi gekleurde zwammen en korstmossen. In Obsidentify worden de wonderlijke namen opgezocht.





Het Verstopschildmos - wie bedenkt zoiets - door de groenbruine kleur valt deze korstmos niet echt op als het op een boomstam groeit. Het Verstopschildmos komt voor op hout en bomen met een niet al te zure schors en op verweerd dood hout (zoals bruggetjes en hekken) meldt Wikipedia.

                                                           

Het Rijpschildmos, een korstmos uit dezelfde familie, leeft als epifyt. Dat wil zeggen dat deze op levende organismen groeit zonder hieraan voedingsstoffen te onttrekken. Deze twee korstmossen treffen we gebroederlijk naast elkaar aan.

De Gele hersentrilzwam, een schimmelsoort, is een biotrofe parasiet. Biotroof zijn organismen die groeien op levende planten. Deze Gele hersentrilzwam leeft op de gele korstzwam, een paddenstoel die bijna overal in Nederland voorkomt.

                                                          

En als laatste treffen de wandelaars nog de Paarse korstzwam, Purperkorstzwam of Loodglansschimmel aan op de gevallen boom. Zo genoemd omdat de bladeren een loodachtige kleur krijgen als de schimmel een boom heeft aangetast. Deze korstzwam lijkt op een elfenbankje maar is paars van kleur en heeft witte randen. De schimmel wordt in de herfst gevormd bij veel regen, mist of dauw en een temperatuur van ongeveer 10 graden. De paarse korstzwam zorgt voor de afbraak van dood hout.

Vandaag is het de eerste dag van 2025 en al schrijvende wens ik alle lezers van dit blog een heel goed en gelukkig nieuwjaar toe en dat er maar veel genoten mag worden van al dat moois op Te Werve, ook in de winter! Alle vier de jaargetijden hebben zo hun eigen charme.

IG 01-01-2025; foto’s JG

 

 

 

woensdag 11 december 2024

VRAGEN RONDOM DE DUIVENTOREN

Iedere keer als ik langs de duiventoren loop, en dat is vaak, vraag ik me af hoe zit dat nou met die toren? In een gevelsteen zien we het jaartal 1590 staan, maar het verhaal gaat dat de toren ouder zou zijn. Ik ben eens lekker gaan grasduinen in de historie van Te Werve. 

Op Te Werve staat de oudste stenen duiventoren van Nederland, een rijksmonument. Een duiventoren was een slaap- en broedgelegenheid voor duiven en een verzamelplaats voor mest. Duivenmest is sterk geconcentreerd en bracht veel geld op. Duiven werden ook gehouden als schietobject, als koerier, of om op te eten. Op Te Werve werden voornamelijk duiven gehouden om ze te consumeren. 


Even terug in de tijd, naar ridder Jan Ruychrock, een welvarend man, o.a. tresorier van Jacoba van Beieren. Hij kocht in 1448 van Herper van den Werve wat er over was van een donjon, een middeleeuws versterkte woontoren. Hij bouwde een kasteel met een voorburcht op de ruïne en breidde het grondgebied uit van 14 tot meer dan 160 morgen. Een morgen is een stuk grond dat in één ochtend kan worden geploegd(<1ha).

In 1995 is de duiventoren archeologisch onderzocht. Men trof in het onderste deel van de toren bakstenen aan die vóór 1500 geproduceerd werden. Tot ongeveer 1.70m hoog zijn de muren bijna een halve meter dik, daarboven zijn ze 33 cm dik. Het is goed mogelijk dat het onderste deel van de toren rond 1448 gebouwd werd in de tijd van Jan Ruychrock van de Werve en dat het van oorsprong één van de twee verdedigingstorens van de voorburcht van het kasteel is geweest. 

Men wist blijkbaar al veel eerder dat het onderste deel van de toren veel ouder was. Maar de wanden aan de binnenzijde werden voorzien van een betimmering waardoor het verschil in muurdikte daarna niet meer te zien was. Zie onderstaand stukje uit een artikel, in het blad “Buiten”, geschreven in 1921;

“De duiventoren is een waardig cultuurhistorisch monument. Ze dateert uit de 15e eeuw; het jaartal 1590, in zandsteen gebeiteld, werd blijkbaar later, bij een restauratie aangebracht. Immers het benedenste gedeelte van den toren is van zoogenaamden Rijswijkschen steen opgetrokken, een halfrode, halfgele baksteen, met afgeslepen hoeken. En aangezien in 1500 de Rijswijksche weiden, waar de klei voor dezen steen werd gevonden, waren afgegraven en dies geen steenbakkerij daar ter plaatse meer kon worden uitgeoefend, zoo moet de duivenslag vóór 1500 zijn gebouwd.

Hierop wijst trouwens ook de onsymmetrische bouwtrant van het benedenstuk, terwijl in het bovengedeelte duidelijk de Renaissance haar invloed doet gelden door het symmetrisch plaatsen van de ramen in het midden van de muur. Door deze “styleringsmethode” zijn ook de ankers de hun toekomende plaats kwijtgeraakt en missen nu ieder doel. Trouwens de Renaissance heeft den geheelen bovenbouw beheerst; ook de geveltjes zijn in Renaissance-stijl opgetrokken.”

De Natuur- en cultuurhistorische vereniging veronderstelt dat het zou kunnen dat rond het beleg van Leiden, ergens tussen 1568 en 1575, het bovendeel van de toren werd verwoest. Zoals dat met zoveel gebouwen gebeurde in die tijd. Er waren bijna dagelijks schermutselingen in het kustgebied, tussen Spaanse huurlingen en Watergeuzen. 

Waarom werd de toren in 1590 gerestaureerd? Is deze toen, van vernielde verdedigingstoren, tot duiventoren verbouwd? Want waarom zou je een duiventoren bouwen met een muurdikte van een halve meter? 

IG 09-12-2024; foto’s JG

bron: diverse publicaties van de Natuur- en 

Cultuurhistorische Vereniging, het boekje 

“Rondom de duiventoren” en wikipedia


maandag 18 november 2024

 Afscheid van Martin van Leeuwen

Op woensdag 23 oktober hebben wij,  tijdens de jaarlijkse borrel voor de vrijwilligers van Landgoed Te Werve, afscheid genomen van de zeer gewaardeerde vrijwilliger Martin van Leeuwen.

Martin is sinds juni 2015 een zeer trouwe, handige en gezellige vrijwilliger geweest van Landgoed Te Werve. Wij zijn hem zeer dankbaar. Er is een mooie foto samenvatting gemaakt (door Jeanette Groenman) van de seizoenen ter gelegenheid van het afscheid van Martin.

fotoalbum

Niet alleen Martin werd op deze woensdagmiddag in het zonnetje gezet, ook op alle andere vrijwilligers hebben we geproost! Wij zijn blij met hun enorme inzet om het landgoed zo mooi te onderhouden. Wij hopen nog lang te kunnen genieten van al het werk dat verricht wordt door deze fijne groep mensen.

Foto's van de borrel: 

                                                       



 

woensdag 30 oktober 2024

 

ZWAMMEN

Wat is het toch mooi in deze tijd van het jaar. Het lijkt wel of er een explosie van paddenstoelen heeft plaatsgevonden, ook op Te Werve. Vaders en moeders komen met hun kinderen kijken naar de - rood met witte stippen - vliegenzwam van kabouter Spillebeen. De paddenstoelen zijn te zien vanaf het fietspad en spontaan komen mensen vragen of ze even dichterbij mogen kijken.

vliegenzwam

De vliegenzwam is een heel bekende soort maar er staan nog zoveel meer prachtige soorten op Te Werve met heel bijzondere namen. Namen die nieuwsgierigheid opwekken, zoals grauwgroene hertenzwam, spekzwoerdzwam, tonderzwam, plooivoetstuifzwam, sombere honingzwam en de zeer zeldzame korstkogelzwam. Geschubde inktzwam, porseleinzwam, zwavelkopje, biefstukzwam en ijsvingertjes die voorkomen van de noordpool tot in de tropen. Die laatste worden vaak gevonden, na korte vochtige periodes, op dood hout van loofbomen. En dan ben ik nog lang niet volledig. De lijst is onuitputtelijk.


Porseleinzwam

Er zitten eetbare soorten tussen maar ook soorten die heel erg giftig zijn. Ik zou me er niet aan wagen!

Een zwam die opvalt is de platte tonderzwam. Het is een houtige zwam die niet eetbaar is. De tonderzwam is een schimmel, een parasiet die groeit op verzwakte bomen totdat deze afsterven. De zwam kan een intensieve witrot veroorzaken. Als een boom eenmaal is aangetast door deze parasiet dan is deze ten dode opgeschreven. Het proces verloopt traag en kan vele jaren duren. Als de boom eenmaal  is geveld gaat de tonderzwam door als saprofyt, wat wil zeggen dat hij verder leeft op dood hout.

De platte tonderzwam heeft een waaiervormige hoed van 10 tot wel 40 cm groot, is roestbruin van kleur en heeft een witte rand. De zwam is van belang voor de voortplanting van veel insectensoorten. Sommige kevers en bijvoorbeeld de sluipwesp leggen er hun larven in. De larven doen zich te goed aan het vruchtvlees.

De tonderzwam heeft zijn naam te danken aan het feit dat vroeger de zwam werd gebruikt voor het maken van tondel, een licht ontvlambaar poeder. Dit poeder stopte men in een tondeldoos, een smal metalen busje. Met een stuk ijzer en een vuursteen werd een vonk gemaakt en het poeder ontvlamde. De vlam werd weer gedoofd door gauw de deksel weer op het busje te doen. Men schoof daarna de bodem van de tondeldoos omhoog zodat het poeder weer tot aan de rand kwam. Aan het einde van de 16e eeuw werd deze tondeldoos gebruikt als aansteker. Pijproken was populair in die tijd.

Verder wordt mijn nieuwsgierigheid gewekt door de biefstukzwam. Deze zwam lijkt werkelijk op een rauwe biefstuk. Op de grote tamme kastanje achter het landhuis zit een prachtig exemplaar. Inmiddels is deze al een beetje aan het verschrompelen, maar wat was ie mooi. Deze zwam is een echte herfstpaddenstoel en komt vaak voor op levende eiken en is sporadisch te vinden op tamme kastanjes. De biefstukzwam is waaiervormig en heeft een smal aanhechtingspunt. De hoed is rood van kleur en het vruchtlichaam is vleeskleurig, Het eetbare vlees is tot 5 cm dik en sappig, Er komt rood gekleurd vloeistof uit. De smaak is zuur en iets bitter. Niet iedereen is enthousiast over de smaak.

Biefstukzwam

Tot slot, giftige paddenstoelen zijn soms nauwelijks te onderscheiden van niet-giftige. Pluk geen paddenstoelen!

bron: obsidentify en wikipedia

IG 28-10-2024